Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Scheiden met huwelijkse voorwaarden betekent dat de notariële akte die u ooit tekende de verdeling bepaalt, en niet de wettelijke gemeenschap van goederen. De akte zegt wat privé blijft en wat u moet verrekenen. Is een periodiek verrekenbeding nooit uitgevoerd, dan grijpt artikel 1:141 BW in en wordt het aanwezige vermogen vermoed te zijn gevormd uit wat verrekend had moeten worden.

Inhoudsopgave
Wat zijn huwelijkse voorwaarden precies?
Huwelijkse voorwaarden zijn afspraken tussen echtgenoten over hun vermogen, die alleen geldig zijn als zij in een notariële akte zijn vastgelegd. Een onderhandse afspraak, een e-mail of een mondelinge toezegging heeft geen werking. U kunt de voorwaarden voor het huwelijk maken, maar ook tijdens het huwelijk. Bij een geregistreerd partnerschap heten dezelfde afspraken partnerschapsvoorwaarden en gelden dezelfde regels.
De notaris schrijft de akte in in het huwelijksgoederenregister bij de rechtbank. Die inschrijving is geen formaliteit: pas daardoor kunnen uw voorwaarden worden tegengeworpen aan schuldeisers en andere derden. Is er niet ingeschreven, dan mag een schuldeiser ervan uitgaan dat het wettelijke stelsel geldt. Voor ondernemers is dat het verschil tussen een beschermde partner en een partner die wordt aangesproken.
Wat u regelt, bepaalt u zelf, zolang u binnen de wet blijft. In de praktijk gaat het om de vraag welk vermogen gescheiden blijft, of en hoe u inkomen en vermogensgroei met elkaar deelt, wat er met de gezinswoning gebeurt en hoe de onderneming wordt behandeld. Die keuzes worden pas echt zichtbaar op het moment dat het huwelijk eindigt. Wie gaat scheiden, begint daarom altijd met het opzoeken en lezen van de originele akte; een afschrift vraagt u op bij de notaris die de akte destijds passeerde.
Wat geldt er als u geen huwelijkse voorwaarden hebt?
Zonder huwelijkse voorwaarden trouwt u sinds 1 januari 2018 in de beperkte gemeenschap van goederen. Wat u voor het huwelijk alleen had, blijft van u; wat u tijdens het huwelijk verwerft, valt in de gemeenschap. Erfenissen en schenkingen blijven buiten de gemeenschap, ongeacht wat de erflater of schenker heeft bepaald. Wat u al samen had voor het huwelijk, valt er juist wel in.
Trouwde u voor 2018, dan geldt de algehele gemeenschap van goederen. Daarin vielen ook uw voorhuwelijkse vermogen en de erfenissen en schenkingen die u tijdens het huwelijk ontving, tenzij de erflater of schenker een uitsluitingsclausule had opgenomen. Zo een clausule in een testament gaat altijd voor op wat u samen hebt afgesproken. Bij de ontbinding van de gemeenschap hebben beide echtgenoten recht op een gelijk deel: verdeling bij helfte volgt uit artikel 1:100 BW.
Voor ondernemers is er nog een bepaling die vaak wordt vergeten. Blijft de onderneming buiten de gemeenschap omdat u haar al voor het huwelijk had, dan komt de gemeenschap toch een redelijke vergoeding toe voor de kennis, vaardigheden en arbeid die u ten behoeve van die onderneming hebt aangewend, voor zover die vergoeding niet al langs andere weg ten goede van de gemeenschap is gekomen (artikel 1:95a BW). In de rechtspraak strandt zo een verzoek regelmatig op de onderbouwing: wie het inroept, moet aannemelijk maken dat de ondernemer zich structureel te weinig heeft uitgekeerd.
Koude uitsluiting, periodiek en finaal verrekenbeding
Vrijwel alle huwelijkse voorwaarden zijn een variant op drie grondvormen. Welke vorm u hebt gekozen, bepaalt of er bij de scheiding überhaupt iets te verdelen valt en waarover dan wordt gerekend.
Koude uitsluiting
Bij koude uitsluiting blijven de vermogens volledig gescheiden en vindt er geen verrekening plaats. Wat u zelf hebt verdiend, gespaard of gekocht, blijft van u; hetzelfde geldt voor uw schulden. Verdeeld wordt alleen wat u samen in eigendom hebt, bijvoorbeeld een woning die op beide namen staat of een gezamenlijke rekening. Deze vorm beschermt de onderneming, maar laat de partner die minder verdiende of thuisbleef voor de kinderen met lege handen achter. Juist daarom vormt koude uitsluiting het vaakst de aanleiding voor een discussie over vergoedingsrechten en over partneralimentatie.
Periodiek verrekenbeding
Een periodiek verrekenbeding verplicht u het overgespaarde inkomen ieder jaar met elkaar af te rekenen: wat na de kosten van de huishouding overblijft, deelt u. Het inkomensbegrip in de akte is hier beslissend. Bij een ruim inkomensbegrip tellen ook de winst uit onderneming en het niet uitgekeerde deel daarvan mee; bij een beperkt inkomensbegrip alleen het uitgekeerde arbeidsinkomen. Voor de ondernemer is dat verschil vaak de kern van de zaak.
Finaal verrekenbeding
Bij een finaal verrekenbeding houdt u tijdens het huwelijk alles gescheiden, maar rekent u aan het einde eenmalig af alsof er een gemeenschap was. Het vermogen van beiden wordt opgeteld en het verschil wordt gedeeld, zodat de partner met het grootste vermogen bijbetaalt. Wat u buiten die verrekening wilt houden, bijvoorbeeld een onderneming, voorhuwelijks vermogen of erfenissen, moet met zoveel woorden in de akte zijn uitgezonderd. Staat het er niet, dan valt het er in beginsel onder.
Het niet-uitgevoerde periodieke verrekenbeding
Dit is de meest voorkomende en de duurste valkuil. Het periodieke verrekenbeding staat in de akte, maar er is nooit jaarlijks afgerekend. Dat verandert niets aan het bestaan van de verplichting: die blijft in stand en strekt zich volgens artikel 1:141 BW uit over het saldo dat door belegging en herbelegging van het niet verrekende inkomen is ontstaan, met de vruchten daarvan. De rekening komt dus alsnog, over de hele huwelijksperiode.
Daar komt een bewijsregel bij die de verhoudingen omdraait. Het vermogen dat aanwezig is op het moment waarop het echtscheidingsverzoek wordt ingediend, wordt vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden, tenzij uit de eisen van redelijkheid en billijkheid in het licht van de aard en omvang van de verrekenplicht anders voortvloeit. Het gevolg is dat een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding in beginsel wordt afgewikkeld als een finaal verrekenbeding.
Wie stelt dat een bepaald vermogensbestanddeel privé is, moet dat dus zelf stellen en bewijzen. Na vijftien jaar huwelijk aantonen uit welke bron een spaarsaldo of een polis is opgebouwd, lukt zelden zonder administratie. Bewaar daarom jaarrekeningen, belastingaangiften, bankafschriften en aankoopnota’s, en houd privé- en gezamenlijke geldstromen uit elkaar. Vermenging van een geërfd bedrag met een gezamenlijke spaarrekening maakt het privé-karakter in de praktijk onbewijsbaar. Hoe verrekenbedingen uitpakken wanneer een van beiden veel vermogen opbouwt, leest u in onze uitleg over verrekenbedingen en het meeprofiteren van succes.
Herstellen kan nog. U kunt alsnog verrekenen over de achterliggende jaren en het resultaat vastleggen in een vaststellingsovereenkomst. Daarvoor hebt u de medewerking van uw partner nodig; ontbreekt die, dan legt u het geschil voor aan de rechter.

De woning, de hypotheek en vergoedingsrechten
De woning is meestal het grootste vermogensbestanddeel en tegelijk het vaakst het strijdpunt. Wie op de eigendomsakte staat, is eigenaar; dat de ander jarenlang meebetaalde aan de hypotheek of een verbouwing financierde, verandert dat niet. Wat het wel oplevert, is een vergoedingsrecht: de echtgenoot die met eigen geld heeft geïnvesteerd in een goed van de ander, kan dat bedrag terugvorderen (artikel 1:87 BW). Of daar ook een deel van de waardestijging bij hoort, hangt af van de aard van de investering en van wat u daarover hebt afgesproken.
De hypotheek volgt een eigen spoor. Staat u beiden op de geldlening, dan bent u beiden aansprakelijk tegenover de bank, ook bij koude uitsluiting. Wil een van u in de woning blijven, dan moet de bank instemmen met ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid, en dat doet zij alleen als de blijver de lasten alleen kan dragen. Reken daar op tijd mee; een verdeling die de bank niet accepteert, is geen verdeling. Wat er verder speelt rond blijven, verkopen of uitkopen, staat in ons artikel over de eigen woning bij echtscheiding.
Voor schulden geldt hetzelfde onderscheid. Schulden blijven bij koude uitsluiting bij degene die ze aanging, met een belangrijke uitzondering: voor schulden die zijn aangegaan ten behoeve van de gewone gang van de huishouding zijn beide echtgenoten hoofdelijk aansprakelijk, ongeacht het huwelijksvermogensregime. Denk aan huur, energie en de dagelijkse boodschappen. Meer daarover leest u bij schulden en scheiding.
De onderneming bij een scheiding onder huwelijkse voorwaarden
Voor ondernemers is de vraag zelden of het bedrijf van hen blijft, maar wat zij moeten afrekenen. De eigendom van de aandelen of van de eenmanszaak volgt de akte; de afrekening volgt het verrekenbeding. Een finaal verrekenbeding zonder uitzondering voor de onderneming betekent dat de waardegroei tijdens het huwelijk wordt gedeeld. Een periodiek verrekenbeding met een ruim inkomensbegrip betekent dat winst die in de vennootschap is blijven zitten alsnog in de verrekening wordt betrokken.
Daarna komt de waardering. Spreek een peildatum af, kies een waarderingsmethode en laat de onderneming waarderen door een register valuator; jaarrekeningen alleen zeggen te weinig over de werkelijke waarde. Houd er rekening mee dat de waarde die voor de verrekening wordt gebruikt niet hoeft samen te vallen met wat de onderneming bij verkoop zou opbrengen, en dat de ondernemer het bedrag uit de onderneming of uit privé moet kunnen financieren. Hoe dat in de praktijk gaat, beschrijven wij in ons artikel over de waardering van een onderneming bij echtscheiding.
De rechtsvorm bepaalt de rest. Bij een eenmanszaak is de ondernemer met zijn hele vermogen aansprakelijk en loopt de discussie over goodwill en klantenkring; bij een besloten vennootschap gaat het om de waarde van de aandelen, om een eventuele rekening-courantverhouding en om de vraag of er dividend had kunnen worden uitgekeerd. Bij een vennootschap onder firma speelt daarnaast de aansprakelijkheid van de vennoten. In alle gevallen geldt: hoe strikter u tijdens het huwelijk zakelijk en privé gescheiden hebt gehouden, hoe korter de discussie bij de scheiding.
Wat huwelijkse voorwaarden niet regelen
Huwelijkse voorwaarden gaan over vermogen. Zij bepalen niet of u alimentatie moet betalen. Een overeenkomst waarbij van wettelijk verschuldigd levensonderhoud wordt afgezien, is nietig op grond van artikel 1:400 BW, en die nietigheid geldt ook voor onderhoud jegens een ex-echtgenoot. Een beding in de akte waarin u vooraf afstand doet van partneralimentatie heeft dus geen effect. Wat wel kan, is met het oog op de echtscheiding samen afspreken dat geen partneralimentatie wordt betaald; die afspraak legt u vast in het echtscheidingsconvenant (artikel 1:158 BW).
Wel hebben uw voorwaarden indirect invloed. De rechter kijkt bij partneralimentatie naar behoefte en draagkracht, en het vermogen dat door de voorwaarden privé is gebleven telt mee bij het bepalen van de draagkracht. Sinds 1 januari 2020 duurt partneralimentatie in beginsel de helft van de huwelijksduur met een maximum van vijf jaar (artikel 1:157 BW), met uitzonderingen voor lange huwelijken, oudere alimentatiegerechtigden en jonge kinderen. Kinderalimentatie staat volledig los van het huwelijksvermogensregime en loopt door tot het kind eenentwintig jaar wordt (artikel 1:395a BW). Over de duur en hoogte leest u meer bij partneralimentatie: hoe lang en hoeveel.
Ook het pensioen volgt een eigen wet. Op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding heeft de ex-partner in beginsel recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Meldt u de scheiding binnen twee jaar met het daarvoor bestemde formulier bij de pensioenuitvoerder, dan betaalt die het deel rechtstreeks aan de ex-partner uit; meldt u later, dan houdt u alleen nog een aanspraak op elkaar en moet u het onderling regelen. Verevening kunt u uitsluiten bij huwelijkse voorwaarden of bij een schriftelijke overeenkomst met het oog op de scheiding, en met instemming van de pensioenuitvoerder kunt u kiezen voor conversie, waarbij de ex-partner een eigen pensioenrecht krijgt. De wet geldt ook bij beëindiging van een geregistreerd partnerschap. De keuze tussen die routes werken wij uit bij pensioenverdeling bij scheiding.

Huwelijkse voorwaarden wijzigen of opzijzetten
Huwelijkse voorwaarden liggen niet vast voor het leven. U kunt ze tijdens het huwelijk wijzigen bij notariële akte; rechterlijke goedkeuring is daarvoor sinds 2012 niet meer nodig. Beide echtgenoten moeten instemmen, en ook de wijziging moet in het huwelijksgoederenregister worden ingeschreven voordat zij tegenover derden werkt. In bepaalde situaties kan het niet, bijvoorbeeld tijdens een faillissement of wanneer een van beiden onder curatele staat. Een wijziging kan bovendien fiscale gevolgen hebben wanneer er vermogen verschuift; laat dat vooraf beoordelen door een fiscalist.
Een wijziging vlak voor een scheiding, waarbij een van beiden er aanmerkelijk op vooruitgaat, wordt door de rechter kritisch bekeken. Datzelfde geldt voor de vraag of de akte zelf onaantastbaar is. Uitgangspunt is dat afspraken worden nagekomen, maar een beroep op dwang, bedrog of misbruik van omstandigheden kan de akte aantasten, en toepassing van een beding kan in uitzonderlijke gevallen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. De rechter gaat daar terughoudend mee om: enkel de constatering dat de uitkomst ongelijk is, is niet genoeg. Wel wordt meegewogen hoe u zich tijdens het huwelijk feitelijk hebt gedragen, bijvoorbeeld of u de verrekenplicht bent nagekomen.
Na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking kunt u de huwelijkse voorwaarden niet meer wijzigen. Wilt u iets veranderen omdat uw situatie is veranderd, bijvoorbeeld doordat u een onderneming bent gestart of een erfenis hebt ontvangen, doe dat dan tijdig.
Zo wikkelt u een scheiding met huwelijkse voorwaarden af
De afwikkeling begint bij de akte en bij de administratie, niet bij de onderhandeling. Zonder een compleet beeld van wat privé is en wat verrekend moet worden, kan uw advocaat of mediator niets zinnigs zeggen over uw positie. Verzamel daarom eerst de stukken en bepaal daarna pas uw inzet.
- De originele akte van huwelijkse voorwaarden, op te vragen bij de notaris die haar passeerde.
- Jaaropgaven van alle bank-, spaar- en beleggingsrekeningen over de huwelijksjaren.
- Belastingaangiften en, bij een onderneming, de jaarrekeningen.
- Bewijs van investeringen met eigen geld: bankafschriften, facturen en de akte van levering.
- Een pensioenoverzicht en de gegevens van alle pensioenuitvoerders.
- Testamenten of schenkingsakten met een uitsluitingsclausule.
Daarna legt u de uitkomst vast in een echtscheidingsconvenant: de verdeling van de gemeenschappelijke goederen, de afrekening van het verrekenbeding, eventuele vergoedingsrechten, de afspraken over de woning en de hypotheek, alimentatie en de pensioenverdeling. Spreek een peildatum af voor de omvang en een peildatum voor de waardering; dat zijn twee verschillende dingen en discussie daarover is achteraf moeilijk te beslechten. Wat er verder in zo een overeenkomst hoort, leest u bij het echtscheidingsconvenant.
Het convenant gaat als bijlage mee met het verzoekschrift dat uw advocaat bij de rechtbank indient. Bij een gemeenschappelijk verzoek volgt de beschikking meestal binnen enkele weken. U bent pas gescheiden zodra de beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente waar u bent getrouwd; dat moet binnen zes maanden nadat de beschikking onherroepelijk is geworden (artikel 1:163 BW). Woont een van u in het buitenland of is er buitenlands vermogen, dan komt daar de vraag bij welk recht op uw huwelijksvermogen van toepassing is; wij behandelen dat bij de internationale echtscheiding.
Veelgestelde vragen
Bepalen huwelijkse voorwaarden echt hoe wij ons vermogen verdelen?
Ja. De notariële akte is bij de afwikkeling leidend. Bij koude uitsluiting houdt ieder zijn eigen vermogen en wordt alleen verdeeld wat u samen in eigendom hebt. Bij een verrekenbeding moet u alsnog afrekenen volgens de afgesproken maatstaf. Een beperkte gemeenschap die u zelf in de akte hebt omschreven, verdeelt u volgens die omschrijving. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de rechter een beding buiten toepassing laten omdat toepassing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
Wat gebeurt er als wij het periodieke verrekenbeding nooit hebben uitgevoerd?
Dan blijft de verrekenplicht bestaan en strekt zij zich uit over het saldo dat door belegging en herbelegging van het niet verrekende inkomen is ontstaan. Artikel 1:141 BW bevat bovendien een bewijsvermoeden: het bij de indiening van het echtscheidingsverzoek aanwezige vermogen wordt vermoed te zijn gevormd uit hetgeen verrekend had moeten worden. Een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding wordt daardoor in beginsel afgewikkeld als een finaal verrekenbeding. Wie stelt dat bepaald vermogen privé is, moet dat aantonen.
Kunt u in huwelijkse voorwaarden afspreken dat u geen partneralimentatie betaalt?
Nee. Een overeenkomst waarbij van wettelijk verschuldigd levensonderhoud wordt afgezien, is nietig op grond van artikel 1:400 BW, en die regel geldt ook voor onderhoud jegens een ex-echtgenoot. Zo een afspraak kan niet voor het huwelijk worden gemaakt. Wel kunt u met het oog op de echtscheiding samen afspreken dat geen partneralimentatie wordt betaald; die afstand legt u vast in het echtscheidingsconvenant (artikel 1:158 BW).
Blijft mijn onderneming van mij als ik onder huwelijkse voorwaarden ben getrouwd?
Meestal wel wat de eigendom betreft, maar dat zegt nog niets over de afrekening. Een verrekenbeding kan meebrengen dat de winst die u niet hebt uitgekeerd of de waardegroei van de onderneming toch moet worden verrekend. Beslissend is hoe het inkomensbegrip in uw akte is omschreven. Voor de afrekening laat u de onderneming waarderen op een afgesproken peildatum.
Wat gebeurt er met het pensioen als wij huwelijkse voorwaarden hebben?
De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding staat los van uw huwelijksvermogensregime. De ex-partner heeft in beginsel recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Meldt u de scheiding binnen twee jaar bij de pensioenuitvoerder, dan betaalt die het deel rechtstreeks uit; daarna houdt u alleen nog een aanspraak op elkaar. Verevening kunt u uitsluiten bij huwelijkse voorwaarden of bij een schriftelijke overeenkomst met het oog op de scheiding.
Ik heb met eigen geld geïnvesteerd in het huis van mijn partner. Krijg ik dat terug?
Vaak wel, via een vergoedingsrecht op grond van artikel 1:87 BW. U moet dan wel kunnen aantonen dat het geld uit uw privé-vermogen kwam en waaraan het is besteed. Bankafschriften, facturen en de akte van levering zijn daarbij het bewijs. Zonder administratie is een vergoedingsrecht in de praktijk moeilijk hard te maken.
Kunnen wij onze huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk nog wijzigen?
Ja. U gaat samen naar de notaris, die een nieuwe akte opmaakt; rechterlijke goedkeuring is daarvoor niet meer nodig. De wijziging werkt pas tegenover schuldeisers en andere derden nadat zij is ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. Wijzigen kan niet in elke situatie, bijvoorbeeld niet tijdens een faillissement. Een wijziging kort voor een scheiding waarbij een van beiden er sterk op vooruitgaat, wordt door de rechter kritisch bekeken.
Hulp bij scheiden met huwelijkse voorwaarden
De uitkomst van een scheiding onder huwelijkse voorwaarden hangt af van twee dingen: wat er letterlijk in de akte staat en wat u tijdens het huwelijk daadwerkelijk hebt gedaan. Juist waar die twee uit elkaar lopen, ontstaat het geschil. De familierechtadvocaten van Law & More in Eindhoven lezen uw akte, bepalen uw positie en rekenen de verrekening door. Legt u uw situatie gerust aan ons voor.
De regels waarnaar in dit artikel wordt verwezen, vindt u in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding op wetten.overheid.nl. Hoe de rechter een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding afwikkelt, laat ECLI:NL:GHDHA:2020:1864 zien; over de nietigheid van afstand van levensonderhoud gaat ECLI:NL:RBZWB:2020:864.