Gepubliceerd op 17 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026
Bij een echtscheiding wordt een onderneming gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer: wat een redelijk handelende koper ervoor zou betalen. Of en hoe die waarde wordt gedeeld, hangt af van het huwelijksgoederenregime; bij beperkte gemeenschap of huwelijkse voorwaarden valt een voorhuwelijkse onderneming vaak buiten de verdeling, maar kan de partner toch recht hebben op een vergoeding of verrekening.
In de praktijk stelt een register valuator of een gespecialiseerde accountant de waarde vast, samen of op verzoek van de rechter. Hieronder leest u welk regime welke gevolgen heeft, welke peildata gelden, welke methoden worden gebruikt en waar ondernemer en partner op moeten letten. Een algemene inleiding vindt u ook in ons artikel over de waarde van een bedrijf bij echtscheiding.
Inhoudsopgave
Valt de onderneming in de verdeling?
Dat hangt af van het huwelijksgoederenregime en van het moment waarop de onderneming is opgericht. Bij een gemeenschap van goederen wordt de waarde in beginsel bij helfte gedeeld (artikel 3:185 BW en artikel 1:100 BW); bij huwelijkse voorwaarden geldt wat daarin staat.
Algehele gemeenschap van goederen (huwelijk vóór 2018)
Bent u vóór 1 januari 2018 zonder huwelijkse voorwaarden getrouwd, dan valt de onderneming of de aandelen in de BV in de gemeenschap. Dat geldt ook als de onderneming al vóór het huwelijk bestond. Wie de onderneming heeft opgericht of leidt, maakt voor de verdeling niet uit.
Beperkte gemeenschap van goederen (huwelijk vanaf 2018)
Sinds 1 januari 2018 blijven bezittingen van vóór het huwelijk privé (artikel 1:94 BW). Een onderneming die u vóór het huwelijk had, valt dus buiten de gemeenschap; een onderneming die tijdens het huwelijk is opgericht, valt er in beginsel in.
Werkt de ondernemer tijdens het huwelijk aan een privé-onderneming, dan heeft de gemeenschap recht op een redelijke vergoeding voor die inspanningen (artikel 1:95a BW). Wat redelijk is, beslist de rechter per geval, bijvoorbeeld door te kijken naar het salaris dat de ondernemer zichzelf had kunnen betalen.
Huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding
Bij huwelijkse voorwaarden bepaalt de tekst van de akte wat er wordt verrekend. Bij een periodiek verrekenbeding telt volgens artikel 1:141 BW ook winst mee die in de vennootschap is ingehouden, voor zover die bij een redelijke bedrijfsvoering had kunnen worden uitgekeerd.
Is jaarlijks niet verrekend, dan wordt bij de echtscheiding het opgebouwde vermogen alsnog verrekend, en wordt vermoed dat dit vermogen uit te verrekenen inkomen is gevormd (artikel 1:141 BW). Wat uw huwelijkse voorwaarden precies regelen, leest u in ons artikel over scheiden met huwelijkse voorwaarden.
Welke peildata gelden?
Er zijn twee peildata: één voor wat er in de gemeenschap valt en één voor de waarde. De samenstelling wordt bepaald op de dag waarop het verzoek tot echtscheiding bij de rechtbank is ingediend (artikel 1:99 lid 1 BW); de waarde in beginsel op het moment van de verdeling (HR 8 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1722). Stelt de rechter de verdeling vast, dan geldt de datum van zijn uitspraak.
Partijen kunnen samen een andere waardepeildatum afspreken, bijvoorbeeld de datum van het echtscheidingsverzoek of het einde van een boekjaar. Bij een verrekenbeding gaat artikel 1:142 BW in beginsel uit van het moment van indiening van het echtscheidingsverzoek, tenzij de huwelijkse voorwaarden iets anders bepalen.
Tussen indiening en verdeling kunnen maanden of jaren zitten. Een waardestijging of -daling in die periode komt bij een gemeenschap van goederen in beginsel voor rekening van beide partners. Leg een afwijkende peildatum daarom schriftelijk vast in het convenant.
Hoe verloopt de waardering?
Partijen kiezen bij voorkeur samen één onafhankelijke waardeerder, die binnen enkele weken tot maanden een rapport uitbrengt. Komen zij daar niet uit, dan kan de rechter een deskundige benoemen (artikel 194 Rv).
- Stel vast wat er gewaardeerd moet worden: de eenmanszaak, het aandeel in een vof of de aandelen in een BV of holding.
- Spreek de peildatum en de opdracht aan de waardeerder schriftelijk af.
- Verzamel de jaarrekeningen en aangiften van de laatste drie tot vijf jaar, de lopende cijfers, prognoses en belangrijke contracten.
- Laat de waardeerder een conceptrapport opstellen waarop beide partijen kunnen reageren.
- Verwerk de definitieve waarde in het echtscheidingsconvenant, met een regeling voor betaling van de overbedeling.
Het rapport van een door de rechter benoemde deskundige weegt in de procedure zwaar. De rechter is er niet aan gebonden, maar wijkt er in de praktijk alleen gemotiveerd van af. Meer over de keuze van een waardeerder leest u in ons artikel over de waarde van een bedrijf bepalen.
Welke waarderingsmethoden worden gebruikt?
De waardeerder kiest de methode die past bij het soort onderneming; vaak combineert hij er twee. Voor een winstgevende onderneming die doorgaat, staat de toekomstige rentabiliteit centraal; voor een onderneming met vooral bezittingen de intrinsieke waarde.
- Intrinsieke waarde: het eigen vermogen, waarbij bezittingen zoals panden, machines en voorraden worden geherwaardeerd naar de actuele marktwaarde (stille reserves).
- Rentabiliteitswaarde: de genormaliseerde toekomstige winst, gedeeld door een rendementseis die hoger is naarmate het risico groter is.
- Discounted cash flow (DCF): de verwachte vrije kasstromen over een aantal jaren plus een eindwaarde, teruggerekend naar de peildatum en verminderd met de netto schuld.
- Multiples en vergelijkbare transacties: een veelvoud van de winst of omzet, afgeleid van verkopen van vergelijkbare bedrijven.
- Liquidatiewaarde: wat overblijft als alles wordt verkocht en alle schulden en kosten zijn betaald; vooral van belang als voortzetting niet reëel is.
Bij elke methode corrigeert de waardeerder de winst voor een zakelijke beloning van de ondernemer. Zonder die correctie lijkt een onderneming waarin de eigenaar zichzelf weinig betaalt meer waard dan zij is.
Hoe telt goodwill mee?
Alleen overdraagbare goodwill telt mee: de klantrelaties en reputatie die bij een verkoop overgaan. Persoonlijke goodwill, die verdwijnt als de ondernemer vertrekt, heeft voor een koper geen waarde en verlaagt daarom de prijs.
Dit speelt vooral bij eenmanszaken en vrije beroepen, waar klanten voor de persoon komen. De waardeerder moet in zijn rapport uitleggen hoe hij het onderscheid heeft gemaakt.
Wat is het verschil tussen een eenmanszaak en een BV?
Bij een eenmanszaak of vof worden de bedrijfsmiddelen, vorderingen en schulden zelf gewaardeerd; bij een BV worden de aandelen gewaardeerd. De rechtsvorm van het bedrijf bepaalt ook wie aansprakelijk is voor schulden.
Bij een eenmanszaak lopen privé en zakelijk vaak door elkaar. Zakelijke schulden zijn schulden van de ondernemer; vallen zij in de gemeenschap, dan kan een schuldeiser zich tot de ontbinding ook op gemeenschapsgoederen verhalen (artikel 1:96 BW).
Bij een BV bepalen de statuten en een eventuele aandeelhoudersovereenkomst mee wat de aandelen waard zijn. Een blokkeringsregeling of een minderheidsbelang kan tot een korting leiden. De BV zelf blijft eigenaar van haar vermogen; de partner krijgt geen rechten op de bedrijfsmiddelen, alleen op (de waarde van) de aandelen.
Hoe gaat u om met latente belastingen?
Op stille reserves en aandelen in een BV rust vaak een latente belastingclaim, die de netto waarde verlaagt. De rechter houdt daar in de regel rekening mee; de berekening van die claim is fiscaal maatwerk.
Wij geven geen fiscaal advies. Laat de latentie en de fiscale gevolgen van de toedeling daarom berekenen door een fiscalist of de waardeerder, voordat u het convenant tekent.
Hoe wordt de partner uitbetaald?
Meestal krijgt de ondernemer de onderneming toebedeeld en betaalt hij de partner de overbedeling uit. Kunnen partijen het niet eens worden, dan kan de rechter de verdeling vaststellen en daarbij bepalen wie welk goed krijgt (artikel 3:185 BW).
Een directe uitbetaling kan de onderneming in liquiditeitsproblemen brengen. Partijen spreken daarom vaak een betalingsregeling af, met rente en zekerheden zoals een pandrecht op aandelen. Ook de rechter houdt bij het vaststellen van de verdeling rekening met de belangen van partijen en de mogelijkheden van de ondernemer om de overbedeling te betalen.
Hoe voorkomt u dubbeltelling bij partneralimentatie?
Dubbeltelling dreigt als dezelfde toekomstige winst zowel de verdeelde ondernemingswaarde bepaalt als het inkomen waarmee de partneralimentatie wordt berekend. Partneralimentatie duurt sinds 2020 in beginsel maximaal vijf jaar (artikel 1:157 BW).
Bij de alimentatie gaat de rechter uit van wat de ondernemer redelijkerwijs aan zichzelf kan uitkeren, niet van de volledige bedrijfswinst. Laat de waardeerder en degene die de alimentatie berekent daarom dezelfde uitgangspunten gebruiken en benoem dit punt uitdrukkelijk in het convenant.
Waar let u op als ondernemer?
- Controleer of de onderneming van vóór of tijdens het huwelijk is en welk regime geldt.
- Laat de waardeerder rekenen met een zakelijke beloning en met persoonlijke goodwill.
- Laat de latente belastingclaim meenemen in de netto waarde.
- Toets of u de uitkoopsom kunt financieren zonder de continuïteit van het bedrijf te raken.
Waar let u op als partner van de ondernemer?
- Vraag de jaarrekeningen, aangiften en lopende cijfers op; u heeft recht op informatie over de gemeenschap (artikel 3:194 BW bij verzwijging).
- Controleer of ingehouden winst in de BV is meegenomen bij een verrekenbeding.
- Ga na of een redelijke vergoeding op grond van artikel 1:95a BW aan de orde is.
- Spreek zekerheid af bij een betalingsregeling voor de uitkoopsom.
Wat kunnen wij voor u doen bij de waardering van een onderneming bij echtscheiding?
- Beoordelen of de onderneming in de gemeenschap valt of moet worden verrekend, aan de hand van uw huwelijkse voorwaarden.
- De opdracht aan de waardeerder en de peildatum mee formuleren.
- Een waarderingsrapport juridisch toetsen en zo nodig een tegenrapport laten opstellen.
- Onderhandelen over de verdeling, de uitkoopsom en de betalingsregeling, en dit vastleggen in het convenant.
- Procederen over de verdeling of verrekening, inclusief een verzoek om benoeming van een deskundige; zie onze pagina over de scheidingsadvocaat.
Samengevat
- De onderneming wordt gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer.
- Het huwelijksgoederenregime bepaalt of de waarde wordt gedeeld, verrekend of buiten de verdeling blijft.
- De samenstelling wordt bepaald op de datum van het echtscheidingsverzoek (artikel 1:99 BW), de waarde in beginsel bij de verdeling.
- Bij een privé-onderneming kan de gemeenschap recht hebben op een redelijke vergoeding (artikel 1:95a BW).
- Persoonlijke goodwill, latente belastingen en dubbeltelling met alimentatie verdienen aparte aandacht.
Veelgestelde vragen
Moet mijn partner meebetalen aan de waardeerder?
Kiest u samen één waardeerder, dan delen partijen de kosten meestal bij helfte. Benoemt de rechter een deskundige, dan bepaalt hij wie het voorschot betaalt (artikel 195 Rv).
Telt een onderneming van vóór het huwelijk mee?
Bij een huwelijk vóór 1 januari 2018 in gemeenschap van goederen wel. Bij een huwelijk vanaf 2018 niet, maar de gemeenschap kan recht hebben op een redelijke vergoeding voor het werk dat tijdens het huwelijk in de onderneming is gestoken (artikel 1:95a BW).
Kan de rechter mij dwingen het bedrijf te verkopen?
De rechter kan een verdeling vaststellen en daarbij ook verkoop gelasten (artikel 3:185 BW), maar kiest bij een lopende onderneming meestal voor toedeling aan de ondernemer tegen uitbetaling van de partner.
Wat als mijn partner bedrijfscijfers achterhoudt?
U kunt de rechter vragen inzage te bevelen (artikel 843a Rv). Wie opzettelijk een goed van de gemeenschap verzwijgt of zoekmaakt, verliest zijn aandeel in dat goed aan de ander (artikel 3:194 lid 2 BW).