Gepubliceerd op 17 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
Bij een echtscheiding wordt een onderneming gewaardeerd op de waarde in het economische verkeer: wat een redelijk handelende koper ervoor zou betalen. Of en hoe die waarde wordt gedeeld, hangt af van het huwelijksgoederenregime; bij beperkte gemeenschap of huwelijkse voorwaarden valt een voorhuwelijkse onderneming vaak buiten de verdeling, maar kan de partner toch recht hebben op een vergoeding of verrekening.
In de praktijk stelt een register valuator of een gespecialiseerde accountant de waarde vast, op verzoek van beide partners of van de rechter (artikel 194 Rv). Hieronder leest u welk regime welke gevolgen heeft, welke peildata gelden, welke methoden worden gebruikt en wat de Hoge Raad in 2023 en 2025 over peildatum en alimentatie besliste. Een algemene inleiding vindt u ook in ons artikel over de waarde van een bedrijf bij echtscheiding.
Inhoudsopgave
Welk regime geldt voor uw onderneming?
Dat hangt af van het huwelijksgoederenregime en van het moment waarop de onderneming is opgericht. Bij een gemeenschap van goederen wordt de waarde in beginsel bij helfte gedeeld (artikel 1:100 BW en artikel 3:185 BW); bij huwelijkse voorwaarden geldt wat daarin staat.
| Regime | Onderneming van vóór het huwelijk | Onderneming opgericht tijdens het huwelijk | Wettelijke basis |
|---|---|---|---|
| Algehele gemeenschap (huwelijk vóór 1 januari 2018) | Valt in de gemeenschap | Valt in de gemeenschap | Art. 1:94 BW (oud) |
| Beperkte gemeenschap (huwelijk vanaf 1 januari 2018) | Privé; wel mogelijk een redelijke vergoeding aan de gemeenschap | Valt in beginsel in de gemeenschap | Art. 1:94 en 1:95a BW |
| Huwelijkse voorwaarden met verrekenbeding | Volgens de akte | Volgens de akte; ingehouden winst kan meetellen | Art. 1:141 en 1:142 BW |
Algehele gemeenschap van goederen
Bent u vóór 1 januari 2018 zonder huwelijkse voorwaarden getrouwd, dan valt de onderneming of vallen de aandelen in de BV in de gemeenschap. Dat geldt ook als de onderneming al vóór het huwelijk bestond. Wie de onderneming heeft opgericht of leidt, maakt voor de verdeling niet uit.
Beperkte gemeenschap van goederen
Sinds 1 januari 2018 blijven bezittingen van vóór het huwelijk privé (artikel 1:94 BW). Een onderneming die u vóór het huwelijk had, valt dus buiten de gemeenschap; een onderneming die tijdens het huwelijk is opgericht, valt er in beginsel in.
Werkt de ondernemer tijdens het huwelijk aan een privé-onderneming, dan heeft de gemeenschap recht op een redelijke vergoeding voor die inspanningen (artikel 1:95a BW). Wat redelijk is, beslist de rechter per geval, bijvoorbeeld door te kijken naar het salaris dat de ondernemer zichzelf had kunnen betalen.
Huwelijkse voorwaarden met een verrekenbeding
Bij huwelijkse voorwaarden bepaalt de tekst van de akte wat er wordt verrekend. Bij een periodiek verrekenbeding telt volgens artikel 1:141 lid 4 BW ook winst mee die in de vennootschap is ingehouden, voor zover die bij een redelijke bedrijfsvoering had kunnen worden uitgekeerd. Is jaarlijks niet verrekend, dan wordt vermoed dat het opgebouwde vermogen uit te verrekenen inkomen is gevormd (artikel 1:141 lid 3 BW).
Hoe zwaar de tekst van de akte weegt, bleek bij de rechtbank Den Haag op 15 april 2022 (ECLI:NL:RBDHA:2022:7499). De vrouw wilde de onderneming op de waarde in het economische verkeer laten waarderen. De rechtbank hield partijen aan hun eigen definitie in de huwelijkse voorwaarden: alleen de gereserveerde, uitkeerbare winst telde, na aftrek van onder meer de latente belastingclaim. Wat uw akte regelt, leest u in ons artikel over scheiden met huwelijkse voorwaarden.
Twee peildata: samenstelling en waarde
Er zijn twee peildata: één voor wat er in de gemeenschap valt en één voor de waarde.
| Vraag | Peildatum | Bron |
|---|---|---|
| Wat valt in de gemeenschap? | Dag van indiening van het echtscheidingsverzoek | Art. 1:99 lid 1 BW |
| Tegen welke waarde wordt verdeeld? | Moment van verdeling; stelt de rechter de verdeling vast, dan de datum van zijn uitspraak | HR 8 december 2023 |
| Peildatum bij een verrekenbeding | In beginsel indiening van het echtscheidingsverzoek, tenzij de akte anders bepaalt | Art. 1:142 BW |
In de zaak van de Hoge Raad van 8 december 2023 (ECLI:NL:HR:2023:1722) had het hof onroerende zaken, waaronder twee bedrijfspanden, gewaardeerd op de datum van taxatie. De Hoge Raad oordeelde dat de datum van de uitspraak van de rechtbank gold, omdat die de verdeling had vastgesteld en niemand dat in hoger beroep had bestreden. Partijen kunnen samen een andere datum afspreken, en de redelijkheid en billijkheid kunnen een andere datum vergen.
Tussen indiening en verdeling kunnen maanden of jaren zitten. Een waardestijging of -daling in die periode komt bij een gemeenschap van goederen in beginsel voor rekening van beide partners. Leg een afwijkende peildatum, bijvoorbeeld het einde van een boekjaar, daarom schriftelijk vast in het convenant.
De waardering in vijf stappen
Partijen kiezen bij voorkeur samen één onafhankelijke waardeerder. Komen zij daar niet uit, dan kan de rechter een deskundige benoemen (artikel 194 Rv) en bepalen wie het voorschot betaalt (artikel 195 Rv).
- Stel vast wat er gewaardeerd moet worden: de eenmanszaak, het aandeel in een vof of de aandelen in een BV of holding.
- Spreek de peildatum en de opdracht aan de waardeerder schriftelijk af.
- Verzamel de jaarrekeningen en aangiften van de laatste drie tot vijf jaar, de lopende cijfers, prognoses en belangrijke contracten.
- Laat de waardeerder een conceptrapport opstellen waarop beide partijen kunnen reageren.
- Verwerk de definitieve waarde in het echtscheidingsconvenant, met een regeling voor betaling van de overbedeling.
Het rapport van een door de rechter benoemde deskundige weegt in de procedure zwaar. De rechter is er niet aan gebonden, maar wijkt er in de praktijk alleen gemotiveerd van af. Meer over de keuze van een waardeerder leest u in ons artikel over de waarde van een bedrijf bepalen.
Waarderingsmethoden en wanneer ze passen
De waardeerder kiest de methode die past bij het soort onderneming; vaak combineert hij er twee.
| Methode | Wat wordt gewaardeerd | Past vooral bij |
|---|---|---|
| Intrinsieke waarde | Eigen vermogen, met bezittingen zoals panden, machines en voorraden geherwaardeerd naar marktwaarde (stille reserves) | Vastgoed- en beleggingsvennootschappen, kapitaalintensieve bedrijven |
| Rentabiliteitswaarde | Genormaliseerde toekomstige winst, gedeeld door een rendementseis die stijgt met het risico | Stabiele, winstgevende ondernemingen |
| Discounted cash flow (DCF) | Verwachte vrije kasstromen plus een eindwaarde, teruggerekend naar de peildatum en verminderd met de netto schuld | Groeiende ondernemingen met prognoses |
| Multiples | Veelvoud van winst of omzet, afgeleid van verkopen van vergelijkbare bedrijven | Controle op een andere methode |
| Liquidatiewaarde | Opbrengst bij verkoop van alles, na betaling van schulden en kosten | Ondernemingen waarvan voortzetting niet reëel is |
Bij elke methode corrigeert de waardeerder de winst voor een zakelijke beloning van de ondernemer. Zonder die correctie lijkt een onderneming waarin de eigenaar zichzelf weinig betaalt meer waard dan zij is.
Persoonlijke en overdraagbare goodwill
Alleen overdraagbare goodwill telt mee: de klantrelaties en reputatie die bij een verkoop overgaan. Persoonlijke goodwill, die verdwijnt als de ondernemer vertrekt, heeft voor een koper geen waarde en verlaagt daarom de prijs.
Dit speelt vooral bij eenmanszaken en vrije beroepen, waar klanten voor de persoon komen. De waardeerder moet in zijn rapport uitleggen hoe hij het onderscheid heeft gemaakt.
Eenmanszaak of BV: wat wordt gewaardeerd?
Bij een eenmanszaak of vof worden de bedrijfsmiddelen, vorderingen en schulden zelf gewaardeerd; bij een BV worden de aandelen gewaardeerd. De rechtsvorm van het bedrijf bepaalt ook wie aansprakelijk is voor schulden.
Bij een eenmanszaak lopen privé en zakelijk vaak door elkaar. Zakelijke schulden zijn schulden van de ondernemer; vallen zij in de gemeenschap, dan kan een schuldeiser zich tot de ontbinding ook op gemeenschapsgoederen verhalen (artikel 1:96 BW).
Bij een BV bepalen de statuten en een eventuele aandeelhoudersovereenkomst mee wat de aandelen waard zijn. Een blokkeringsregeling of een minderheidsbelang kan tot een korting leiden. De BV zelf blijft eigenaar van haar vermogen; de partner krijgt geen rechten op de bedrijfsmiddelen, alleen op de waarde van de aandelen.
Latente belastingen
Op stille reserves en aandelen in een BV rust vaak een latente belastingclaim, die de netto waarde verlaagt. In de zaak van de rechtbank Den Haag uit 2022 werd zo’n claim van ruim € 457.000 op de waarde in mindering gebracht. De berekening is fiscaal maatwerk.
Wij geven geen fiscaal advies. Laat de latentie en de fiscale gevolgen van de toedeling daarom berekenen door een fiscalist of de waardeerder, voordat u het convenant tekent.
Uitbetaling van de partner
Meestal krijgt de ondernemer de onderneming toebedeeld en betaalt hij de partner de overbedeling uit. Kunnen partijen het niet eens worden, dan kan de rechter de verdeling vaststellen en daarbij bepalen wie welk goed krijgt (artikel 3:185 BW).
Een directe uitbetaling kan de onderneming in liquiditeitsproblemen brengen. Partijen spreken daarom vaak een betalingsregeling af, met rente en zekerheden zoals een pandrecht op aandelen. Ook de rechter houdt bij het vaststellen van de verdeling rekening met de belangen van partijen en de mogelijkheden van de ondernemer om de overbedeling te betalen.
Ondernemingswaarde en partneralimentatie: geen automatische dubbeltelling
Dubbeltelling dreigt als dezelfde toekomstige winst zowel de verdeelde ondernemingswaarde bepaalt als het inkomen waarmee de partneralimentatie wordt berekend. Partneralimentatie duurt sinds 1 januari 2020 in beginsel maximaal vijf jaar (artikel 1:157 BW).
De Hoge Raad nuanceerde dat bezwaar op 12 september 2025 (ECLI:NL:HR:2025:1268). Een man die de vrouw had uitgekocht op basis van een DCF-waardering, betoogde dat hij dezelfde winst nu ook voor alimentatie moest gebruiken. Volgens de Hoge Raad leidt zo’n afkoopsom niet automatisch tot een ontoelaatbare dubbeltelling, want de man krijgt de winstcapaciteit van de aandelen. Er is ook geen regel dat het inkomen voor de draagkracht gelijk moet zijn aan de ondernemersbeloning uit de waardering; die kan wel meewegen.
Leg daarom in het convenant uitdrukkelijk vast van welk inkomen de alimentatie uitgaat en hoe dat zich verhoudt tot de waardering.
Als ondernemer: dit laat u controleren
- Of de onderneming van vóór of tijdens het huwelijk is en welk regime geldt.
- Of de waardeerder rekent met een zakelijke beloning en met persoonlijke goodwill.
- Of de latente belastingclaim in de netto waarde is meegenomen.
- Of u de uitkoopsom kunt financieren zonder de continuïteit van het bedrijf te raken.
Als partner: dit vraagt u op
- De jaarrekeningen, aangiften en lopende cijfers; bij weigering kan de rechter inzage bevelen (artikel 843a Rv).
- Bij een verrekenbeding: een overzicht van de ingehouden winst in de BV over de huwelijksjaren.
- De gegevens om een redelijke vergoeding op grond van artikel 1:95a BW te onderbouwen.
- Zekerheid bij een betalingsregeling voor de uitkoopsom.
Wat wij doen bij de waardering van een onderneming
- Beoordelen of de onderneming in de gemeenschap valt of moet worden verrekend, aan de hand van uw huwelijkse voorwaarden.
- De opdracht aan de waardeerder en de peildatum mee formuleren.
- Een waarderingsrapport juridisch toetsen en zo nodig een tegenrapport laten opstellen.
- Onderhandelen over de verdeling, de uitkoopsom en de betalingsregeling, en dit vastleggen in het convenant.
- Procederen over de verdeling of verrekening, inclusief een verzoek om benoeming van een deskundige; zie onze pagina over de scheidingsadvocaat.
In het kort
- Het huwelijksgoederenregime bepaalt of de waarde wordt gedeeld, verrekend of buiten de verdeling blijft.
- De samenstelling ligt vast op de datum van het echtscheidingsverzoek; de waarde geldt op de datum van verdeling of van de rechterlijke uitspraak (HR 8 december 2023).
- Persoonlijke goodwill en latente belastingen verlagen de waarde.
- Een uitkoopsom op basis van toekomstige winst sluit hogere alimentatie niet automatisch uit (HR 12 september 2025).
Veelgestelde vragen
Moet mijn partner meebetalen aan de waardeerder?
Kiest u samen één waardeerder, dan delen partijen de kosten meestal bij helfte. Benoemt de rechter een deskundige, dan bepaalt hij wie het voorschot betaalt (artikel 195 Rv).
Kan de rechter mij dwingen het bedrijf te verkopen?
De rechter kan een verdeling vaststellen en daarbij ook verkoop gelasten (artikel 3:185 BW), maar kiest bij een lopende onderneming meestal voor toedeling aan de ondernemer tegen uitbetaling van de partner.
Wat als mijn partner bedrijfscijfers achterhoudt?
U kunt de rechter vragen inzage te bevelen (artikel 843a Rv). Wie opzettelijk een goed van de gemeenschap verzwijgt of zoekmaakt, verliest zijn aandeel in dat goed aan de ander (artikel 3:194 lid 2 BW).