Gepubliceerd op 24 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 september 2026
Netcongestie betekent dat het elektriciteitsnet op een bepaalde plaats en op bepaalde momenten vol zit. Een netbeheerder moet u op grond van artikel 3.38 van de Energiewet wel fysiek aansluiten, maar mag het transport van elektriciteit op grond van artikel 3.46 weigeren wanneer er onvoldoende transportcapaciteit is. Aansluiting en transport zijn dus twee verschillende rechten met twee verschillende drempels.
Inhoudsopgave
Wat is netcongestie en waarom ontstaat het?
Netcongestie ontstaat wanneer de gevraagde of aangeboden hoeveelheid elektriciteit groter is dan wat de kabels, transformatoren en stations op dat punt veilig kunnen verwerken. Het net is geen onbeperkte pijp: elk deel ervan heeft een maximale belasting, en die grens is op steeds meer plaatsen in Nederland bereikt. De knelpunten zitten vooral op het hoog- en middenspanningsnet, maar werken door naar het laagspanningsnet waarop huishoudens zijn aangesloten.
Er zijn twee vormen, met heel verschillende gevolgen:
- afnamecongestie: er wordt meer elektriciteit gevraagd dan het net op dat punt kan leveren, wat vooral speelt op koude winteravonden wanneer warmtepompen, laadpalen en kookplaten tegelijk aan staan;
- opwekcongestie: er wordt meer elektriciteit ingevoed dan het net kan opnemen, wat vooral speelt op zonnige dagen met veel opwek uit zonnepanelen en zonneparken.
De achterliggende oorzaak is dat het net is ontworpen voor een wereld waarin elektriciteit een beperkt deel van het energieverbruik was. Elektrificatie van verwarming, vervoer en industriële processen verandert dat in hoog tempo, terwijl de uitbreiding van het net gebonden is aan vergunningen, ruimte, materiaal en personeel. Juridisch is netcongestie daarmee geen technisch detail maar een verdelingsvraagstuk: wie krijgt de schaarse ruimte, op welke grond, en wie controleert die keuze.
Welk wettelijk kader geldt sinds de Energiewet?
Sinds 1 januari 2026 geldt de Energiewet, die de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet vervangt. Verwijzingen naar artikel 23 en artikel 24 van de Elektriciteitswet 1998, die in oudere adviezen en offertes nog vaak opduiken, zijn dus achterhaald. De aansluittaak staat nu in artikel 3.38 van de Energiewet, de transporttaak in artikel 3.46. Voor gas gelden de artikelen 3.40 en 3.47.
Belangrijk voor de praktijk is dat de wettelijke aansluittermijn van achttien weken uit de Elektriciteitswet 1998 per 22 februari 2025 is vervallen. Een netbeheerder is dus niet langer aan die harde termijn gebonden; hij moet binnen een redelijke termijn aansluiten, afgestemd op de omvang en complexiteit van het werk. Wie in correspondentie nog met de achttienwekentermijn schermt, staat juridisch zwak.
De technische uitwerking staat niet meer in de Netcode elektriciteit. Die code is opgegaan in de drie elektriciteitscodes die bij de Energiewet horen: de Begrippencode, de Systeemcode en de Tarievencode elektriciteit 2026. Verwijzingen naar bepalingen uit de Netcode, zoals het bekende artikel over de maatregelen die een netbeheerder eerst moet onderzoeken, moeten dus worden vertaald naar de Systeemcode. De Autoriteit Consument en Markt stelt die codes vast en houdt toezicht op de naleving ervan.
De definities zijn eveneens in de wet zelf verankerd. Artikel 1.1 van de Energiewet omschrijft een kleine aansluiting als een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3 x 80 ampère voor elektriciteit of 40 kubieke meter per uur voor gas. Alles daarboven is grootverbruik, met andere procedures en andere wachttijden.
Wat is het verschil tussen de aansluitplicht en de transportplicht?
De aansluitplicht gaat over de fysieke verbinding: kabel, aansluitpunt en meetinrichting. De transportplicht gaat over het recht om via die verbinding daadwerkelijk elektriciteit af te nemen of in te voeden. Dat onderscheid is de kern van vrijwel elk geschil over netcongestie, en het verklaart de situatie die veel ondernemers als onbegrijpelijk ervaren: er ligt een aansluiting, maar er mag geen vermogen doorheen.
De aansluitplicht is sterk, maar niet grenzeloos. De netbeheerder moet aansluiten en moet daarvoor zo nodig het net aanpassen; hij mag niet weigeren omdat het hem slecht uitkomt of omdat een andere aanvrager hem liever is. De transportplicht kent daarentegen een uitdrukkelijke uitzondering wanneer de capaciteit ontbreekt. Die uitzondering ziet op fysieke congestie, niet op administratieve of contractuele krapte: dat er op papier veel vermogen is vastgelegd dat feitelijk nooit wordt gebruikt, is op zichzelf geen grond om een verzoek af te wijzen.
Ook de verzwaring van een bestaande aansluiting valt in de praktijk vaak op het transportdeel. U kunt uw aansluiting laten vergroten, maar of u het extra vermogen ook mag gebruiken, hangt af van de ruimte op het net. Voor bedrijven die uitbreiden of elektrificeren is dat het punt waarop investeringsbeslissingen stranden. Meer over dat traject leest u in ons artikel over netcongestie bij grootschalige industriële aansluitingen.
Wanneer mag een netbeheerder transport weigeren?
Alleen wanneer er daadwerkelijk onvoldoende transportcapaciteit is en de netbeheerder dat kan aantonen. De bewijslast ligt bij hem, niet bij u. Hij moet laten zien dat op het betrokken netdeel fysieke congestie bestaat, welke maatregelen hij heeft onderzocht om het verzoek toch te honoreren en waarom die maatregelen geen soelaas bieden. Een verwijzing naar algemene capaciteitsproblemen in de regio is niet genoeg; de onderbouwing moet zien op uw aansluitpunt.
Die lijn komt ook in de rechtspraak terug. In een kort geding van 5 februari 2024 (ECLI:NL:RBGEL:2024:587) oordeelde de rechtbank Gelderland dat de netbeheerder in die zaak voldoende had aangetoond dat er fysieke congestie was en dat een transportbeperking noodzakelijk was. De opgelegde begrenzing hield stand, ook al leidde die tot bedrijfsschade bij de aangeslotene. Wie een weigering aanvecht, moet dus meer aandragen dan het eigen belang: de kern is of de netbeheerder zijn onderzoeksplicht is nagekomen en zijn besluit deugdelijk heeft gemotiveerd.
Een weigering is bovendien zelden definitief. De netbeheerder moet transparant zijn over de aard van de congestie, over de wachtrij en over zijn uitbreidingsplannen voor het gebied, en die informatie mag u opvragen. Verandert de situatie op het net, dan verandert daarmee de grondslag voor de weigering.
Welke rol speelt congestiemanagement?
Congestiemanagement is het instrument waarmee de netbeheerder ruimte maakt door het gebruik van het net in de tijd te sturen in plaats van door het net te verzwaren. Artikel 3.29 van de Energiewet voorziet in het inkopen van congestiebeheersdiensten: aangeslotenen die bereid zijn op piekmomenten minder af te nemen of minder in te voeden, worden daarvoor gecontracteerd, waardoor elders capaciteit vrijkomt.
Voor u kan dat betekenen dat u wel wordt aangesloten, maar met beperkingen: een alternatief transportrecht dat alleen buiten de piekuren geldt, of een begrensd vermogen op vaste tijdvakken. Die voorwaarden worden vastgelegd in de aansluit- en transportovereenkomst en zijn onderhandelbaar. Laat ze beoordelen voordat u tekent, want ze bepalen jarenlang wat u met uw installatie kunt. Wat congestiemanagement juridisch betekent voor producenten en afnemers werken wij uit in ons artikel over rechten en plichten bij congestiemanagement.
De volgorde is daarbij niet vrij. De netbeheerder moet eerst nagaan of het net kan worden aangepast en of bestaande capaciteit anders kan worden verdeeld. Pas als dat geen ruimte oplevert, komt een beperking of een weigering in beeld. Slaat hij die stappen over, dan is zijn beslissing aantastbaar.
Wie krijgt voorrang bij schaarse capaciteit?
Het uitgangspunt is non-discriminatie en behandeling op volgorde van binnenkomst van een volledige aanvraag. Daarnaast bestaat een prioriteringskader waarmee bepaalde categorieën, zoals voorzieningen met een maatschappelijke functie en projecten die de congestie zelf verlichten, voorrang kunnen krijgen boven overige aanvragen.
Dat kader is juridisch geen vrijbrief. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven oordeelde op 11 maart 2025 (ECLI:NL:CBB:2025:145) dat de ACM haar prioriteringskader onvoldoende had gemotiveerd: zij had zich niet mogen beperken tot één verordening, maar moest een zorgvuldig gemotiveerde afweging maken van alle betrokken belangen en regelgeving. Voor aanvragers is dat een bruikbaar aanknopingspunt. Wordt u achteraan de rij gezet met een beroep op prioritering, dan mag u vragen op welke afweging die indeling berust.
Wie zelf bijdraagt aan het verlichten van de congestie, bijvoorbeeld door opslag, door vraagsturing of door deelname aan een gezamenlijke oplossing op een bedrijventerrein, staat aantoonbaar sterker. Ook de vorm waarin u dat organiseert doet ertoe; de mogelijkheden daarvoor beschrijven wij in onze artikelen over energiegemeenschappen onder de Energiewet en over het gesloten distributiesysteem.
Wat betekent netcongestie voor grootverbruik en kleinverbruik?
Grootverbruikers voelen de gevolgen het hardst. Zij vragen vermogen aan dat direct op het knelpunt drukt, komen op wachtlijsten terecht en kunnen bestaande aansluitingen vaak niet verzwaren. Voor bedrijven die willen elektrificeren of uitbreiden betekent dat uitstel van investeringen, beperking van productie of, in het uiterste geval, een andere locatie. Dat maakt een vroegtijdige capaciteitscheck bij de netbeheerder een onderdeel van elke locatiekeuze en van elk due-diligenceonderzoek bij een overname van een productielocatie.
Kleine aansluitingen, tot en met 3 x 80 ampère, staan er sterker voor. Zij vallen binnen de standaardprocedures en worden in de praktijk zelden geweigerd, al kan ook hier de doorlooptijd oplopen en kan een verzwaring voor een warmtepomp of laadpunt vertraging opleveren. Bij nieuwbouw speelt bovendien de bouwstroom: zonder tijdige aansluiting stagneert de oplevering, met contractuele gevolgen tussen ontwikkelaar, aannemer en koper.
Voor beide groepen geldt dat de netbeheerder geen willekeurig onderscheid mag maken tussen bestaande en nieuwe aangeslotenen. Wat hij wel mag, is de beschikbare ruimte verdelen volgens objectieve en kenbare criteria. Het verschil tussen die twee is precies waar een geschil over gaat.
Wat kunt u doen als de netbeheerder nee zegt?
Begin bij de motivering. Vraag schriftelijk om een onderbouwing waarin staat op welk netdeel de congestie zich voordoet, welke maatregelen zijn onderzocht, wat uw plaats in de wachtrij is en welke uitbreidingsplannen voor het gebied bestaan. Die stukken vormen later uw dossier. Dien vervolgens, als het antwoord niet overtuigt, een schriftelijke klacht in bij de netbeheerder zelf en geef hem een redelijke termijn om te reageren.
Levert dat niets op, dan kunt u het geschil voorleggen aan de Autoriteit Consument en Markt. Artikel 5.4 van de Energiewet regelt de geschilbeslechting tussen een partij en de systeembeheerder. Volgens de werkwijze van de ACM beslist de toezichthouder in beginsel binnen twee maanden na de klacht, met een verlenging van nog eens twee maanden als aanvullende informatie nodig is, en moet u eerst zelf schriftelijk bij de netbeheerder hebben geklaagd. Tegen het geschilbesluit van de ACM staat beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven, binnen zes weken na de dag waarop het besluit is bekendgemaakt.
Daarnaast blijft de civiele weg openstaan. Bij spoed, bijvoorbeeld wanneer een productielocatie stilvalt of een oplevering in gevaar komt, is een kort geding tegen de netbeheerder een reëel alternatief; de rechter toetst dan of de netbeheerder zijn wettelijke taken is nagekomen. Welke route het snelst tot resultaat leidt, hangt af van wat u precies wilt bereiken en van de kwaliteit van de onderbouwing die u hebt losgekregen. In ons artikel over wat u kunt doen als de netbeheerder nee zegt gaan wij dieper in op die afweging.
Welke alternatieven zijn er zolang er geen capaciteit is?
Technisch valt er meer te doen dan wachten. Verplaatsen van verbruik naar daluren, batterijopslag, eigen opwek en het sturen van laadprocessen verlagen de piek en daarmee het gevraagde vermogen. Voor bedrijven op één terrein biedt het delen van capaciteit uitkomst: meerdere gebruikers verdelen samen één contractvermogen, waardoor de gezamenlijke piek lager uitvalt dan de som van de individuele pieken.
Juridisch vragen die oplossingen wel om zorgvuldige vastlegging. Wie deelt met wie, wat gebeurt er als één deelnemer zijn afspraken niet nakomt, wie is aansprakelijk voor overschrijding van het gezamenlijke vermogen, en wat gebeurt er als een deelnemer vertrekt? Dat zijn contractuele vragen die u het beste regelt voordat de installatie er staat. De bredere juridische aandachtspunten bij dit soort trajecten zetten wij uiteen in ons overzicht van juridische aandachtspunten bij energieprojecten.
Ten slotte loont vooronderzoek. Vraag bij een nieuwe locatie de beschikbare capaciteit op voordat u koopt of huurt, en leg in de koop- of huurovereenkomst vast wat er gebeurt als het gevraagde vermogen niet tijdig beschikbaar komt. Een ontbindende voorwaarde die aan transportcapaciteit is gekoppeld, voorkomt dat u vastzit aan een pand waar uw bedrijfsvoering niet kan draaien.
Wat legt u vast in de aansluit- en transportovereenkomst?
Zodra de netbeheerder capaciteit toezegt, wordt die toezegging vastgelegd in een offerte en vervolgens in een aansluit- en transportovereenkomst. Daarin staan het gecontracteerde vermogen, de doorlaatwaarde, de opleverdatum, de kosten van de aansluiting en de voorwaarden waaronder het transportrecht geldt. Juist die laatste categorie verdient aandacht: een alternatief transportrecht met tijdvensters of een afschakelverplichting legt beperkingen op die jarenlang doorwerken in uw bedrijfsvoering.
Let bij de beoordeling op drie punten. Ten eerste of het toegezegde vermogen ook zonder beperkingen beschikbaar is, of alleen buiten de piekuren. Ten tweede welke termijn de netbeheerder zich stelt en wat er gebeurt als hij die niet haalt. Ten derde of u vermogen contracteert dat u feitelijk niet gebruikt, want dat kost geld en houdt schaarse ruimte bezet die bij een volgende beoordeling tegen u kan werken. Een reeel gecontracteerd vermogen is goedkoper en juridisch beter verdedigbaar dan een ruime marge.
Neem daarnaast op wat er gebeurt bij gewijzigde omstandigheden: uitbreiding, verhuizing, verkoop van de locatie of overdracht van het transportrecht aan een koper. Bij een bedrijfsovername is de vraag of het transportrecht meegaat naar de verkrijger een reeel knelpunt, dat u beter vooraf met de netbeheerder afstemt dan na levering.
Kunt u schade verhalen op de netbeheerder?
Dat kan, maar het is geen eenvoudige weg. De netbeheerder is een private onderneming met een wettelijke taak; blijft hij daarin in gebreke, dan kan dat een tekortkoming in de nakoming van de aansluit- en transportovereenkomst opleveren of een onrechtmatige daad in de zin van artikel 6:162 BW. U moet dan aantonen dat de netbeheerder een verplichting heeft geschonden, dat u schade hebt geleden en dat er oorzakelijk verband bestaat tussen die twee.
Twee obstakels komen daarbij vrijwel altijd terug. Het eerste is de aansprakelijkheidsbeperking in de algemene voorwaarden van de netbeheerder, die de te vergoeden schade sterk begrenst en gevolgschade doorgaans uitsluit. Zo’n beding kan onder omstandigheden buiten toepassing blijven, maar de drempel daarvoor is hoog. Het tweede is dat vertraging op zichzelf niet onrechtmatig is zolang de netbeheerder binnen een redelijke termijn blijft; pas bij overschrijding van die termijn ontstaat een aanknopingspunt.
Dat aanknopingspunt bestaat wel degelijk. In een geschilbesluit van 6 mei 2024 stelde de ACM vast dat een regionale netbeheerder in strijd met zijn wettelijke plicht had gehandeld door kleinverbruikersaansluitingen niet binnen een redelijke termijn te realiseren; in een van de beoordeelde gevallen duurde de aanleg meer dan een jaar. Een gegrondverklaring door de ACM levert zelf geen schadevergoeding op, maar is in een civiele procedure bruikbaar bewijs. Wie schade wil verhalen, zet de geschilprocedure en de civiele vordering daarom het beste in die volgorde in.
Veelgestelde vragen
Mag een netbeheerder een aansluiting weigeren wegens netcongestie?
De fysieke aansluiting moet hij op grond van artikel 3.38 van de Energiewet in beginsel realiseren. Wat hij mag weigeren, is het transport: artikel 3.46 laat dat toe wanneer er onvoldoende transportcapaciteit is. In de praktijk krijgt u dan wel een aansluiting, maar geen of slechts beperkt vermogen. De netbeheerder moet de congestie aantonen en zijn beslissing onderbouwen.
Geldt de termijn van achttien weken voor een aansluiting nog?
Nee. De wettelijke aansluittermijn van achttien weken uit de Elektriciteitswet 1998 is per 22 februari 2025 vervallen. De netbeheerder moet nu binnen een redelijke termijn aansluiten, waarbij de omvang en de complexiteit van het werk meewegen. Een beroep op de oude termijn houdt geen stand.
Wat is het verschil tussen fysieke en contractuele congestie?
Fysieke congestie betekent dat het net de gevraagde stroom technisch niet kan verwerken. Contractuele congestie betekent dat het beschikbare vermogen op papier is vergeven, ook al wordt het feitelijk niet volledig gebruikt. Alleen fysieke congestie is een grond om transport te weigeren; de netbeheerder moet dat met technische gegevens onderbouwen.
Waar kan ik terecht als ik het niet eens ben met de weigering?
Eerst met een schriftelijke klacht bij de netbeheerder. Blijft u het oneens, dan kunt u het geschil voorleggen aan de ACM op grond van artikel 5.4 van de Energiewet; die beslist in beginsel binnen twee maanden, verlengbaar met twee maanden. Tegen dat besluit staat binnen zes weken beroep open bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven. Bij spoedeisend belang is daarnaast een kort geding mogelijk.
Wat telt als een kleine aansluiting?
Artikel 1.1 van de Energiewet omschrijft een kleine aansluiting als een aansluiting met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3 x 80 ampère voor elektriciteit of 40 kubieke meter per uur voor gas. Alles daarboven geldt als grootverbruik en volgt een eigen traject met een per geval te bepalen termijn.
Mag de netbeheerder een bestaande aansluiting afsluiten wegens congestie?
Afsluiten is iets anders dan weigeren. Congestie op zichzelf is geen grond om een bestaande aansluiting te beëindigen. Wel kan de netbeheerder het beschikbare transportvermogen begrenzen wanneer de veiligheid van het net dat vergt, en kan hij afsluiten in de gevallen die de wet en de aansluitvoorwaarden daarvoor kennen, zoals wanbetaling of gevaarzetting.
Juridische hulp bij een geweigerde aansluiting of transportverzoek
Of een weigering standhoudt, hangt af van de onderbouwing van de netbeheerder en van de vraag of hij zijn onderzoeksplicht is nagekomen. Law & More in Eindhoven beoordeelt uw correspondentie en offerte, bepaalt of een geschil bij de ACM of een kort geding de snelste route is en voert die procedure voor u. Neem contact op om uw situatie voor te leggen.