Fraude binnen een onderneming: wie is strafrechtelijk aansprakelijk?

Serverruimte met blauwe indicatielampjes in lange belichting

Gepubliceerd op 27 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026

Bij fraude binnen een onderneming kan het Openbaar Ministerie zowel de onderneming zelf als de mensen die het feit pleegden of er leiding aan gaven vervolgen (artikel 51 Wetboek van Strafrecht). Een bestuurder is niet strafbaar alleen omdat hij bestuurder is: hij moet de fraude zelf hebben gepleegd, ertoe opdracht hebben gegeven of er feitelijk leiding aan hebben gegeven, bijvoorbeeld door bewust niet in te grijpen terwijl hij dat kon en moest.

Hieronder leest u wanneer een rechtspersoon dader is, wanneer een bestuurder of leidinggevende als feitelijk leidinggever strafbaar is, welk bewijs nodig is en wat een onderneming kan doen als fraude aan het licht komt. Meer achtergrond vindt u in ons artikel over bedrijven en strafrecht.

Om welke strafbare feiten gaat het bij bedrijfsfraude?

Fraude is geen eigen delict, maar een verzamelnaam. Veel voorkomende vormen zijn valsheid in geschrifte (artikel 225 Sr), oplichting (artikel 326 Sr), verduistering in dienstbetrekking (artikel 322 Sr), omkoping (artikelen 177 en 328ter Sr), witwassen (artikel 420bis Sr) en belastingfraude (artikel 69 Algemene wet inzake rijksbelastingen).

Voor elk van die feiten gelden eigen bestanddelen, zoals opzet of het oogmerk om zichzelf of een ander te bevoordelen. Het OM moet al die bestanddelen bewijzen, ook als de verdachte een onderneming is.

Wanneer pleegt een onderneming zelf een strafbaar feit?

Een rechtspersoon is dader als de verboden gedraging redelijkerwijs aan hem kan worden toegerekend. Dat is volgens de Hoge Raad het geval als de gedraging plaatsvond in de sfeer van de rechtspersoon (Drijfmest-arrest, 21 oktober 2003).

Aanwijzingen daarvoor zijn dat de gedraging is verricht door iemand die voor de onderneming werkt, dat zij past in de normale bedrijfsvoering, dat zij de onderneming voordeel opleverde, of dat de onderneming erover kon beschikken en de gedraging aanvaardde. Onder aanvaarden valt ook het niet nemen van de zorg die redelijkerwijs kon worden gevergd om de gedraging te voorkomen. Steelt een werknemer alleen voor zichzelf uit de kas, dan is de onderneming meestal slachtoffer en geen dader.

Wat is het verschil tussen functioneel daderschap en feitelijk leidinggeven?

Functioneel daderschap gaat over de vraag wie als dader geldt, terwijl iemand anders de handeling feitelijk uitvoerde. Feitelijk leidinggeven is een aparte vorm van strafbaarheid: iemand wordt gestraft omdat hij leiding gaf aan een strafbaar feit dat de rechtspersoon heeft gepleegd (artikel 51 lid 2 Sr).

Functioneel daderschap speelt vooral bij overtredingen van regels voor bedrijven, zoals milieu- en arbeidsregels. De vraag is dan of de verdachte kon beschikken over de gedraging en die aanvaardde. Voor feitelijk leidinggeven moet eerst vaststaan dat de rechtspersoon het feit heeft begaan; pas daarna komt de vraag aan de orde wie daaraan leiding gaf. Het OM kan de rechtspersoon, de feitelijk leidinggever of beiden vervolgen. Op de feitelijk leidinggever staat dezelfde maximumstraf als op de pleger.

Wanneer geeft een bestuurder feitelijk leiding aan fraude?

Een formele functie is niet genoeg en ook niet nodig. Volgens het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 26 april 2016 (ECLI:NL:HR:2016:733) geeft iemand feitelijk leiding als hij actief bijdraagt aan het strafbare feit, of als hij bevoegd en redelijkerwijs gehouden is maatregelen te nemen om het feit te voorkomen, dat niet doet en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat het feit zich voordoet.

Dat opzet is een aparte eis. Het OM kan het bewijzen met kennis die nauw met het feit samenhangt, of met een werkwijze waarbij het werk niet zonder strafbare feiten kon worden gedaan. Ook iemand zonder formele functie, zoals een stille eigenaar of een externe adviseur, kan feitelijk leidinggever zijn. Wie niets wist en ook niet bewust een risico aanvaardde, is geen feitelijk leidinggever, ook niet als hij bestuurder is. Meer daarover leest u in ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid bij strafbare feiten.

Welk bewijs is nodig voor een strafrechtelijke veroordeling?

De strafrechter mag alleen veroordelen als het feit wettig en overtuigend is bewezen (artikel 338 Wetboek van Strafvordering). Het bewijs moet bestaan uit wettige bewijsmiddelen, zoals verklaringen, documenten en deskundigenrapporten (artikel 339 Sv), en de rechter moet er zelf van overtuigd zijn.

Een verklaring van één getuige is niet genoeg om een verdachte te veroordelen (artikel 342 lid 2 Sv). In een civiele procedure, bijvoorbeeld als de onderneming schadevergoeding eist van een frauderende werknemer, geldt een andere route: wie zich op een feit beroept, moet dat bewijzen (artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) en de rechter waardeert het bewijs vrij. Een strafrechtelijke veroordeling levert in een civiele zaak dwingend bewijs op van het bewezen verklaarde feit, al kan de veroordeelde tegenbewijs leveren (artikel 161 Rv).

Welke straffen kan een onderneming of bestuurder krijgen?

Een rechtspersoon kan geen gevangenisstraf krijgen, maar wel een geldboete. Is de hoogste boetecategorie niet passend, dan kan de boete oplopen tot 10% van de jaaromzet van het voorafgaande boekjaar (artikel 23 lid 7 Sr).

Daarnaast zijn bijkomende straffen en maatregelen mogelijk, zoals ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel (artikel 36e Sr) en bij economische delicten de stillegging van de onderneming (Wet op de economische delicten). Een bestuurder of leidinggevende kan een gevangenisstraf, taakstraf of geldboete krijgen en een ontzetting uit bepaalde beroepen. Ook kan de rechter op verzoek van de curator een civielrechtelijk bestuursverbod opleggen. De zaak kan ook eindigen met een transactie of strafbeschikking van het OM.

Wat doet u als onderneming als u fraude ontdekt?

Stel eerst het bewijs veilig en laat een onafhankelijk intern onderzoek doen. Er is geen algemene wettelijke plicht om aangifte te doen van fraude, maar sommige sectoren, zoals banken, accountants en notarissen, hebben wel meldplichten, bijvoorbeeld van ongebruikelijke transacties onder de Wwft.

  • Leg e-mails, boekhouding en systemen vast voordat iemand ze kan wijzigen.
  • Houd bij het onderzoek rekening met de privacy van werknemers en de regels van de AVG.
  • Hoor de betrokken werknemer voordat u een besluit neemt.
  • Bepaal of u aangifte doet en of de onderneming zich als benadeelde partij in het strafproces voegt (artikel 51f Sv).

Een werknemer die fraudeert, riskeert ontslag op staande voet. De werkgever moet het ontslag direct geven en de reden meteen meedelen (artikel 7:677 BW); de werknemer kan binnen twee maanden de kantonrechter vragen het ontslag te vernietigen (artikel 7:686a lid 4 BW). Zie ook ons artikel over ontslag op staande voet. Werkgevers met 50 of meer werknemers moeten verder een interne meldprocedure hebben (Wet bescherming klokkenluiders).

Waar let u als bestuurder of leidinggevende op?

  • Leg vast welke controles er zijn, zoals functiescheiding en het vier-ogenprincipe bij betalingen.
  • Reageer aantoonbaar op signalen van fraude en leg vast welke maatregelen u nam.
  • Zorg dat de interne meldprocedure werkt en dat meldingen worden opgevolgd.
  • Bent u verdachte of wordt u als getuige gehoord door de FIOD of de politie, zoek dan vóór het verhoor juridische bijstand; u hebt als verdachte een zwijgrecht.

Wat u kunt verwachten bij een onderzoek, leest u in ons artikel over een FIOD-onderzoek.

Wat kunnen wij voor u doen bij fraude binnen een onderneming?

Onze strafrechtadvocaten staan ondernemingen, bestuurders en werknemers bij in fraudezaken.

  • Wij beoordelen of de gedraging volgens de Drijfmest-criteria aan de onderneming kan worden toegerekend.
  • Wij toetsen of de eisen voor feitelijk leidinggeven van artikel 51 lid 2 Sr, waaronder het opzet, kunnen worden bewezen.
  • Wij bereiden u voor op een verhoor door de FIOD of de politie en staan u bij tijdens het verhoor.
  • Wij begeleiden een intern onderzoek, zodat het bewijs bruikbaar is en de rechten van werknemers worden gerespecteerd.
  • Wij voeren het verweer bij de rechtbank of voeren overleg met het OM over een transactie of strafbeschikking.

Samengevat

  • Zowel de onderneming als natuurlijke personen kunnen voor fraude worden vervolgd (artikel 51 Sr).
  • Een rechtspersoon is dader als de gedraging in zijn sfeer plaatsvond (Drijfmest-arrest).
  • Een bestuurder is pas strafbaar als hij het feit pleegde, er opdracht toe gaf of er feitelijk leiding aan gaf, met opzet.
  • Voor een veroordeling is wettig en overtuigend bewijs nodig (artikel 338 Sv).

Veelgestelde vragen

Ben ik als bestuurder automatisch strafbaar als er in mijn bedrijf wordt gefraudeerd?

Nee. U moet het feit zelf hebben gepleegd, er opdracht toe hebben gegeven of er feitelijk leiding aan hebben gegeven, en daarbij bewust de aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat het feit zich zou voordoen.

Kan een bv een strafblad krijgen?

Ja. Een veroordeling van een rechtspersoon wordt opgenomen in de justitiële documentatie, net als bij een natuurlijke persoon.

Kunnen de onderneming en de bestuurder allebei worden vervolgd?

Ja. Artikel 51 lid 2 Sr laat vervolging van de rechtspersoon, de feitelijk leidinggever of beiden toe.

Moet ik fraude van een werknemer bij de politie melden?

Een algemene aangifteplicht bestaat niet. Wel kunnen sectorale meldplichten gelden, zoals de meldplicht voor ongebruikelijke transacties onder de Wwft.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.