Gepubliceerd op 25 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
Pleegt een BV een strafbaar feit, dan kan het Openbaar Ministerie zowel de BV als de bestuurder vervolgen die daaraan feitelijk leiding gaf (artikel 51 Wetboek van Strafrecht). Daarvoor moet de bestuurder de verboden gedraging in elk geval bewust hebben aanvaard. Privé betalen voor de schade is een aparte vraag: civiel bent u alleen aansprakelijk als u persoonlijk een ernstig verwijt treft. Een strafbaar feit van de BV maakt u dus niet vanzelf privé aansprakelijk.
Hieronder leest u wanneer een BV strafbaar is, wanneer u als bestuurder strafrechtelijk wordt vervolgd en wanneer u met uw privévermogen instaat tegenover de BV, schuldeisers, de curator of de Belastingdienst. Wie binnen een bedrijf strafrechtelijk verantwoordelijk is, bespreken wij ook in ons artikel bedrijven en strafrecht.
Inhoudsopgave
Vijf routes naar aansprakelijkheid in één overzicht
Strafrechtelijke en civiele aansprakelijkheid lopen langs verschillende sporen, met verschillende eisers en verschillende maatstaven. De tabel zet ze naast elkaar.
| Route | Wie spreekt u aan | Maatstaf | Wetsartikel |
|---|---|---|---|
| Feitelijk leidinggeven | Openbaar Ministerie | Bevoegd en gehouden in te grijpen, niet ingegrepen, gedraging bewust aanvaard | Art. 51 lid 2 Sr |
| Interne aansprakelijkheid | De BV (na faillissement de curator) | Onbehoorlijke taakvervulling met ernstig verwijt | Art. 2:9 BW |
| Onrechtmatige daad | Schuldeiser of gedupeerde | Ernstig persoonlijk verwijt (Beklamel, verhaalsfrustratie) | Art. 6:162 BW |
| Boedeltekort | Curator | Kennelijk onbehoorlijk bestuur, belangrijke oorzaak van het faillissement | Art. 2:248 BW |
| Belastingschulden | Ontvanger van de Belastingdienst | Niet betaalde loonheffingen of omzetbelasting; vermoeden bij te late melding | Art. 36 Invorderingswet 1990 |
Wanneer is de BV zelf strafbaar?
Een rechtspersoon kan strafbare feiten plegen en worden gestraft (art. 51 lid 1 Sr). Een gedraging wordt aan de BV toegerekend als die heeft plaatsgevonden in de sfeer van de rechtspersoon. Dat oordeelde de Hoge Raad op 21 oktober 2003 in het Drijfmest-arrest (ECLI:NL:HR:2003:AF7938).
Van die sfeer is onder meer sprake als een werknemer de gedraging verrichtte, als die past in de normale bedrijfsvoering of de BV dienstig was, of als de BV erover kon beschikken en de gedraging aanvaardde. Ook het nalaten van redelijke zorg kan meetellen. Veelvoorkomende delicten zijn fiscale fraude, valsheid in geschrift, witwassen, milieudelicten onder de Wet op de economische delicten en overtredingen van de Arbeidsomstandighedenwet. Zie ook ons artikel over een verdenking van fraude.
Wanneer geeft u als bestuurder feitelijk leiding aan een strafbaar feit?
U bent strafrechtelijk aansprakelijk als u zelf (mede)dader bent, of als u feitelijk leiding gaf aan het strafbare feit van de BV (art. 51 lid 2 Sr). Voor het tweede moet eerst vaststaan dat de BV het feit heeft begaan.
De Hoge Raad legde de maatstaf op 16 december 1986 vast in het Slavenburg II-arrest (ECLI:NL:HR:1986:AC9607). U geeft feitelijk leiding als u bevoegd en redelijkerwijs gehouden was maatregelen te nemen om de verboden gedraging te voorkomen, die maatregelen niet nam en bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de gedraging zich zou voordoen.
Op 26 april 2016 zette de Hoge Raad de regels op een rij in een overzichtsarrest (ECLI:NL:HR:2016:733). Bestuurder zijn is alleen niet genoeg. Feitelijk leidinggeven kan ook uit een meer passieve rol volgen, maar vereist steeds eigen opzet van de leidinggever.
- Feitelijk leidinggever kan ook iemand zijn die geen statutair bestuurder is, zoals een manager of een feitelijke beleidsbepaler.
- Een statutair bestuurder is niet automatisch feitelijk leidinggever; het gaat om zijn feitelijke rol en kennis.
- Wegkijken kan genoeg zijn: wie weet van een structureel risico en niets doet, kan de gedraging bewust hebben aanvaard.
- De straf voor de feitelijk leidinggever is dezelfde als voor de dader van het feit, bijvoorbeeld gevangenisstraf of een geldboete.
Bij een faillissement gelden daarnaast de bankbreukbepalingen (art. 340 e.v. Sr), onder meer voor bestuurders die de administratie niet hebben gevoerd of bewaard. De rechter kan na een faillissement op verzoek van de curator of het OM ook een civiel bestuursverbod van ten hoogste vijf jaar opleggen (art. 106a Faillissementswet).
Wanneer bent u aansprakelijk tegenover de BV?
Als u uw taak onbehoorlijk heeft vervuld en u daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt (art. 2:9 BW). De BV, vertegenwoordigd door de aandeelhouders of na faillissement door de curator, kan dan schadevergoeding vorderen.
Een ernstig verwijt ligt sneller voor de hand als u in strijd met de wet of de statuten handelde, bijvoorbeeld door een strafbaar feit binnen de BV toe te laten. Elke bestuurder is in beginsel voor het geheel aansprakelijk. U kunt zich disculperen als het onbehoorlijk bestuur niet aan u te wijten is en u niet nalatig was in het treffen van maatregelen om de gevolgen te voorkomen (art. 2:9 lid 2 BW). Een taakverdeling binnen het bestuur speelt daarbij mee.
Wanneer kan een schuldeiser of gedupeerde u persoonlijk aanspreken?
Als u persoonlijk onrechtmatig handelde en u daarvan een ernstig persoonlijk verwijt kan worden gemaakt (art. 6:162 BW). De Hoge Raad onderscheidt twee hoofdgevallen.
- Beklamel: u laat de BV een verplichting aangaan terwijl u wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen dat de BV die niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden. De Hoge Raad aanvaardde die maatstaf op 6 oktober 1989 (ECLI:NL:HR:1989:AB9521).
- Verhaalsfrustratie: u bewerkstelligt of laat toe dat de BV haar verplichtingen niet nakomt en geen verhaal biedt, bijvoorbeeld door onverantwoorde onttrekkingen of selectieve betalingen.
In Ontvanger/Roelofsen van 8 december 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AZ0758) bleef de afwijzing van de vordering van de Belastingdienst in stand. Dat de aanslagen onbetaald bleven, was op zichzelf onvoldoende voor een ernstig persoonlijk verwijt. De schuldeiser moet dus meer stellen dan alleen dat de BV niet betaalde.
Ook een slachtoffer van een strafbaar feit van de BV, zoals een gedupeerde klant bij fraude, kan de bestuurder op deze grond aanspreken als die zelf betrokken was. Uitgebreider leest u dit in ons artikel over externe bestuurdersaansprakelijkheid.
Wat kan de curator na faillissement van u vorderen?
De curator kan iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk stellen voor het hele boedeltekort als het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is (art. 2:248 lid 1 BW). Alleen onbehoorlijk bestuur in de drie jaar vóór het faillissement telt mee (art. 2:248 lid 6 BW).
- Heeft het bestuur de administratieplicht (art. 2:10 BW) of de publicatieplicht voor de jaarrekening (art. 2:394 BW) geschonden, dan staat onbehoorlijk bestuur vast en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement was (art. 2:248 lid 2 BW).
- Een bestuurder die bewijst dat het onbehoorlijk bestuur hem niet te verwijten is en dat hij niet nalatig was in het afwenden van de gevolgen, is niet aansprakelijk (art. 2:248 lid 3 BW).
- De rechter kan het bedrag matigen (art. 2:248 lid 4 BW).
- Ook wie het beleid feitelijk bepaalde alsof hij bestuurder was, kan aansprakelijk zijn (art. 2:248 lid 7 BW).
Hoe u deze risico’s beperkt als het financieel slecht gaat, leest u in ons artikel over faillissement en bestuurdersrisico’s.
Wanneer spreekt de Belastingdienst u aan voor belastingschulden van de BV?
Voor onbetaalde loonheffingen en omzetbelasting kan de ontvanger de bestuurder hoofdelijk aansprakelijk stellen (art. 36 Invorderingswet 1990). Meldt de BV betalingsonmacht niet binnen twee weken na de uiterste betaaldag, dan wordt vermoed dat het niet betalen aan de bestuurder te wijten is.
Wij geven geen fiscaal advies; laat de fiscale positie zo nodig door een fiscalist beoordelen. De strafrechtelijke kant, zoals een verdenking van belastingfraude, valt wel binnen onze praktijk.
Welke maatregelen beschermen u tegen het verwijt van feitelijk leidinggeven?
Aantoonbare maatregelen tegen strafbaar gedrag binnen de BV. Juist het ontbreken van maatregelen is de kern van feitelijk leidinggeven volgens het Slavenburg II-arrest.
- Voer een volledige administratie en publiceer de jaarrekening op tijd (art. 2:10 en 2:394 BW).
- Leg een taakverdeling binnen het bestuur schriftelijk vast en houd toezicht op de taken van medebestuurders (art. 2:9 lid 1 BW).
- Grijp in en leg vast wat u deed zodra u signalen van fraude of andere overtredingen krijgt.
- Meld betalingsonmacht voor belastingen binnen twee weken (art. 36 Invorderingswet 1990).
- Controleer uw bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering: strafrechtelijke boetes en opzet zijn meestal uitgesloten, verdedigingskosten soms wel gedekt.
Een aandeelhouder die zich niet met het bestuur bemoeit, loopt deze risico’s in beginsel niet. Bepaalt hij feitelijk het beleid, dan kan hij wel als feitelijk leidinggever of feitelijk beleidsbepaler worden aangesproken (art. 51 Sr en art. 2:248 lid 7 BW). Over de afscherming van privévermogen in het algemeen leest u ons artikel over de beperkte aansprakelijkheid van de BV; de civiele kant in het algemeen staat in ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid.
Wat kunnen wij doen bij een verdenking of aansprakelijkstelling?
- U bijstaan als verdachte bij een verhoor door de FIOD, de politie of een andere opsporingsdienst; meer hierover leest u op de pagina van onze strafrecht advocaat.
- Beoordelen of het OM feitelijk leidinggeven kan bewijzen en een strafbeschikking of dagvaarding aanvechten.
- Een aansprakelijkstelling door de curator, de BV of een schuldeiser beoordelen en beantwoorden.
- U verdedigen in een civiele procedure over bestuurdersaansprakelijkheid, met een beroep op disculpatie of matiging.
- Een interne taakverdeling en compliance-afspraken vastleggen; zie de pagina van onze ondernemingsrecht advocaat.
Veelgestelde vragen
Kan de BV worden vervolgd en ik niet?
Ja. Het OM kan kiezen de rechtspersoon, de feitelijk leidinggever of beiden te vervolgen (art. 51 lid 2 Sr).
Dekt een D&O-verzekering een strafrechtelijke boete?
Meestal niet, en opzettelijk handelen is doorgaans uitgesloten. Sommige polissen vergoeden wel de kosten van verdediging; controleer de voorwaarden.
Kunnen commissarissen ook aansprakelijk zijn?
Ja. Commissarissen kunnen bij onbehoorlijk toezicht aansprakelijk zijn tegenover de BV en bij faillissement voor het boedeltekort (art. 2:259 en 2:260 BW).