Goederen in het Nederlandse recht: zaken en vermogensrechten

Moderne woonkamer met eigendomsdocumenten

Gepubliceerd op 15 november 2022 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Goederen zijn in het Nederlandse recht alle zaken en alle vermogensrechten samen (artikel 3:1 BW). Zaken zijn stoffelijke objecten die u kunt vastpakken, vermogensrechten zijn onstoffelijke rechten met geldwaarde, zoals een vordering of een aandeel. Dat onderscheid bepaalt hoe eigendom overgaat, welk zekerheidsrecht u kunt vestigen en wat er bij faillissement met het goed gebeurt.

Wat verstaat de wet onder een goed?

Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek opent met een definitie die in het dagelijks taalgebruik nauwelijks terugkomt. Artikel 3:1 BW bepaalt dat goederen alle zaken en alle vermogensrechten zijn. Het woord goed is daarmee de overkoepelende term, en zaak is de engere. Wie in een koopovereenkomst of algemene voorwaarden consequent over zaken schrijft terwijl hij ook rechten bedoelt, dekt dus minder af dan hij denkt.

Artikel 3:2 BW omschrijft zaken als de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. Stoffelijkheid is het scharnierpunt: een stoel, een vrachtwagen en een bedrijfspand zijn zaken, maar een licentie, een handelsnaam of een saldo op een bankrekening niet. Artikel 3:6 BW vangt die tweede categorie op en noemt vermogensrechten: rechten die overdraagbaar zijn, of die ertoe strekken de rechthebbende stoffelijk voordeel te verschaffen, of die zijn verkregen in ruil voor verstrekt of in het vooruitzicht gesteld stoffelijk voordeel.

Die stoffelijkheidseis verklaart waarom digitale objecten juridisch lastig liggen. Gegevens, een bestand of een tegoed in een spel zijn niet stoffelijk en vallen daarom niet onder artikel 3:2 BW; of zij als vermogensrecht kwalificeren, hangt af van de vraag of er een afdwingbaar en overdraagbaar recht tegenover staat. Dezelfde vraag speelt bij de vraag wat u juridisch bezit bij een NFT, waar de aanduiding eigendom vaak iets anders betekent dan artikel 5:1 BW voor ogen heeft.

Wanneer is een zaak roerend en wanneer onroerend?

Artikel 3:3 BW geeft een limitatieve opsomming van wat onroerend is. Alles wat daar niet onder valt, is roerend. De wet noemt in het eerste lid:

  • de grond;
  • de nog niet gewonnen delfstoffen;
  • de met de grond verenigde beplantingen;
  • de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken.

Het tweede lid maakt de rest kort: roerend zijn alle zaken die niet onroerend zijn. In de praktijk draait het geschil bijna altijd om het woord duurzaam. Een bouwsel dat naar aard en inrichting bestemd is om ter plaatse te blijven, is onroerend, ook als het technisch verplaatsbaar zou zijn. Beslissend is niet de fundering maar de naar buiten kenbare bedoeling: een woonunit die jaren op dezelfde plek staat, is aangesloten op nutsvoorzieningen en niet zonder ingrijpende maatregelen kan worden verplaatst, is onroerend, terwijl een bouwkeet op een werk van enkele maanden dat niet is.

Wanneer wordt iets bestanddeel van een gebouw?

Naast de vraag roerend of onroerend speelt de vraag of een zaak zelfstandig blijft of opgaat in een andere zaak. Artikel 3:4 lid 1 BW bepaalt dat al hetgeen volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak uitmaakt, bestanddeel van die zaak is. Het tweede lid voegt daar een fysiek criterium aan toe: een zaak die met een hoofdzaak zodanig wordt verbonden dat zij daarvan niet kan worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis wordt toegebracht aan een van beide zaken, wordt bestanddeel van de hoofdzaak.

Dat is geen theorie. Wie eigenaar is van een zaak, is op grond van artikel 5:3 BW ook eigenaar van al haar bestanddelen, en artikel 5:20 BW trekt gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd naar de eigendom van de grond toe. Een ingebouwde badkamer, een cv-installatie en een vaste keuken zijn daardoor doorgaans onderdeel van het pand en gaan bij verkoop mee, terwijl een losstaande wasmachine roerend blijft. Bij zonnepanelen hangt het af van de wijze van bevestiging en de verkeersopvatting; over die kwalificatie wordt geregeld geprocedeerd, en het loont om in de koopovereenkomst uitdrukkelijk te benoemen wat wel en niet meegaat.

Onduidelijkheid hierover is een klassieke bron van conflict na de overdracht. Wat er bij de levering ontbreekt of juist onverwacht achterblijft, raakt aan de vraag of er sprake is van een gebrek; die discussie werken wij uit bij verborgen gebreken bij de koop van een woning.

Hoe gaat de eigendom van een goed over?

Artikel 3:84 BW stelt drie eisen aan iedere overdracht: een geldige titel, een levering en beschikkingsbevoegdheid van degene die overdraagt. Ontbreekt een van de drie, dan is er geen overdracht en blijft de vervreemder eigenaar, hoezeer partijen ook iets anders hebben bedoeld. Hoe de levering eruitziet, verschilt per soort goed.

Voor onroerende zaken is een notariele akte nodig, gevolgd door inschrijving in de openbare registers van het Kadaster (artikel 3:89 BW). Roerende zaken die in de macht van de vervreemder zijn, gaan over door verschaffing van het bezit, meestal simpelweg door overhandiging (artikel 3:90 BW). Vorderingen op naam worden geleverd met een akte en mededeling aan de schuldenaar, of met een geregistreerde akte zonder mededeling (artikel 3:94 BW). Voor aandelen in een besloten vennootschap schrijft artikel 2:196 BW opnieuw een notariele akte voor.

De eis van beschikkingsbevoegdheid verklaart waarom een eigendomsvoorbehoud zo effectief is: zolang de koper niet heeft betaald, is hij geen eigenaar en kan hij de zaak in beginsel niet rechtsgeldig doorleveren. Dat de wet de derde te goeder trouw in bepaalde gevallen beschermt, doet aan de hoofdregel niet af.

Welke goederen zijn registergoederen?

Een aparte categorie vormen de registergoederen. Artikel 3:10 BW omschrijft ze als goederen voor de overdracht of vestiging waarvan inschrijving in daartoe bestemde openbare registers noodzakelijk is. Onroerende zaken zijn het bekendste voorbeeld, maar ook teboekgestelde schepen en luchtvaartuigen vallen eronder, evenals beperkte rechten daarop zoals erfpacht en opstal.

Het praktische belang zit in de zekerheid en de publiciteit. Omdat de rechtstoestand van een registergoed uit de openbare registers blijkt, kan een koper vooraf zien wie rechthebbende is en welke hypotheken, beslagen en erfdienstbaarheden erop rusten. Een hypotheekrecht kan alleen op een registergoed worden gevestigd; op alle andere goederen werkt het pandrecht (artikel 3:227 BW). Wie beslag legt op een onroerende zaak, doet dat door inschrijving van het beslagexploot in de registers, terwijl beslag op roerende zaken via de deurwaarder ter plaatse verloopt.

Wat kunt u met vermogensrechten?

Vermogensrechten zijn de onzichtbare helft van het vermogen en vaak de waardevolste. Onder deze categorie vallen vorderingsrechten, aandelen, rechten uit een overeenkomst, beperkte rechten zoals erfpacht, opstal en vruchtgebruik, en de intellectuele eigendomsrechten: auteursrecht, merkrecht, octrooirecht en modelrecht. Een banksaldo is juridisch geen geld in een kluis maar een vorderingsrecht op de bank, wat verklaart waarom u bij een bankfaillissement schuldeiser bent en geen eigenaar.

Artikel 3:83 BW bepaalt dat eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten overdraagbaar zijn, tenzij de wet of de aard van het recht zich daartegen verzet. Voor alle andere rechten geldt het omgekeerde: die zijn alleen overdraagbaar als de wet dat uitdrukkelijk bepaalt. Partijen kunnen de overdraagbaarheid van een vordering bovendien contractueel uitsluiten, en zo een beding kan een financiering blokkeren omdat de vordering dan ook niet verpand kan worden. Wat een vordering precies is en hoe u haar inbaar houdt, leest u bij wat een vordering is en hoe verjaring werkt.

Bij intellectuele eigendom loopt het misverstand meestal andersom: opdrachtgevers gaan ervan uit dat betaling ook de rechten meebrengt, terwijl overdracht een akte vereist en anders hooguit een gebruiksrecht ontstaat. Hoe u dat contractueel dichttimmert, staat in ons artikel over intellectuele eigendom in overeenkomsten.

Waarom het onderscheid uitmaakt bij faillissement en verhaal

Gaat een schuldenaar failliet, dan valt in beginsel zijn hele vermogen in de boedel: zowel de zaken als de vermogensrechten. Op die hoofdregel bestaan twee belangrijke correcties. De eerste is eigendom: een zaak die onder eigendomsvoorbehoud is geleverd en nog niet is betaald, behoort niet aan de failliet toe en valt dus niet in de boedel. De tweede is zekerheid: artikel 57 Faillissementswet geeft pand- en hypotheekhouders de positie van separatist, waardoor zij hun recht kunnen uitoefenen alsof er geen faillissement was.

Voor ondernemers is dat het verschil tussen wel en niet betaald krijgen. Wie levert zonder zekerheid is concurrent schuldeiser en deelt mee in wat er na de boedelkosten en de preferente vorderingen resteert; wie een pandrecht op de voorraad of de debiteuren heeft, staat vooraan. Welke van de twee voorgaat als beide figuren samenkomen, behandelen wij bij pandrecht of eigendomsvoorbehoud. Wat een faillissement verder betekent voor de onderneming en haar schuldeisers, leest u bij een failliete onderneming en de positie van schuldeisers.

Aan het soort goed hangen ook fiscale gevolgen, bijvoorbeeld bij overdrachtsbelasting op onroerende zaken of bij de waardering van een deelneming. Die kant van de zaak hoort bij een fiscalist; wij kijken naar de civielrechtelijke positie en zorgen dat de akte, de levering en de zekerheden kloppen.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een goed en een zaak?

Een zaak is een stoffelijk object (artikel 3:2 BW). Een goed is het ruimere begrip en omvat naast zaken ook alle vermogensrechten (artikel 3:1 BW). Elke zaak is dus een goed, maar niet elk goed is een zaak.

Is geld op een bankrekening een zaak?

Nee. Bankbiljetten en munten zijn stoffelijk en dus zaken, maar een banksaldo is een vorderingsrecht op de bank en daarmee een vermogensrecht. Dat verklaart waarom u bij het faillissement van een bank schuldeiser bent en niet eigenaar van uw saldo.

Zijn zonnepanelen roerend of onroerend?

Dat hangt af van de bevestiging en de verkeersopvatting (artikel 3:4 BW). Panelen die in het dak zijn geintegreerd worden doorgaans bestanddeel van het gebouw en zijn dus onroerend; panelen die met een ballastsysteem los op het dak liggen, kunnen roerend blijven. Leg in de koopovereenkomst vast wat meegaat.

Kan een vordering worden overgedragen zonder medewerking van de schuldenaar?

Ja. Voor cessie is geen toestemming van de schuldenaar nodig, alleen een akte en mededeling aan hem, of een geregistreerde akte zonder mededeling (artikel 3:94 BW). Wel kunnen partijen de overdraagbaarheid contractueel hebben uitgesloten op grond van artikel 3:83 BW.

Waar kan ik de wettekst zelf nalezen?

De definities staan in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, het eigendomsrecht in Boek 5 BW en de positie van zekerheidsgerechtigden in de Faillissementswet.

Advies over eigendom, levering en zekerheid

De vraag of iets een zaak of een vermogensrecht is, lijkt academisch tot het moment waarop een levering niet blijkt te werken, een pandrecht niet blijkt te zijn gevestigd of een geleverde machine in andermans boedel terechtkomt. De advocaten van Law & More in Eindhoven beoordelen uw contracten, akten en zekerheden op die punten en treden op als er een geschil over eigendom of overdracht ontstaat. Neem gerust contact op voor een eerste inschatting van uw positie.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.