Goederen in het Nederlandse recht: zaken en vermogensrechten

Moderne woonkamer met eigendomsdocumenten

Gepubliceerd op 15 november 2022 · Laatst bijgewerkt op 30 september 2026

Goederen zijn volgens artikel 3:1 BW alle zaken en alle vermogensrechten samen. Zaken zijn stoffelijke objecten die u kunt vastpakken. Vermogensrechten zijn onstoffelijke rechten met geldwaarde, zoals een vordering of een aandeel. Dat onderscheid bepaalt hoe de eigendom overgaat, welk zekerheidsrecht u kunt vestigen en wat er bij een faillissement met het goed gebeurt.

Wat verstaat de wet onder een goed?

Een goed is de overkoepelende term: het omvat zowel zaken als vermogensrechten. Het woord zaak is dus enger en ziet alleen op stoffelijke objecten.

Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek opent met deze definitie, die in het dagelijks taalgebruik nauwelijks terugkomt. Wie in een koopovereenkomst of algemene voorwaarden steeds over zaken schrijft, maar ook rechten bedoelt, dekt daarom minder af dan hij denkt. Een licentie of een vordering valt dan buiten de afspraak.

Artikel 3:2 BW omschrijft zaken als de voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten. Stoffelijkheid is het scharnierpunt. Een stoel, een vrachtwagen en een bedrijfspand zijn zaken. Een licentie, een handelsnaam of een saldo op een bankrekening zijn dat niet.

Artikel 3:6 BW vangt die tweede categorie op. Vermogensrechten zijn rechten die overdraagbaar zijn, die u stoffelijk voordeel moeten opleveren, of die u heeft verkregen in ruil voor stoffelijk voordeel dat u heeft verstrekt of in het vooruitzicht heeft gesteld.

Zijn digitale bestanden en tegoeden ook goederen?

Digitale objecten zijn geen zaken, omdat zij niet stoffelijk zijn. Of zij een vermogensrecht vormen, hangt af van de vraag of daar een afdwingbaar en overdraagbaar recht tegenover staat.

Gegevens, een bestand of een tegoed in een spel vallen daarom niet onder artikel 3:2 BW. Heeft u tegenover een platform wel een afdwingbaar recht op levering of uitbetaling, dan kan dat recht een vermogensrecht zijn. Dezelfde vraag speelt bij de vraag wat u juridisch bezit bij een NFT. Daar betekent het woord eigendom vaak iets anders dan artikel 5:1 BW bedoelt.

Wanneer is een zaak roerend en wanneer onroerend?

Artikel 3:3 BW somt limitatief op wat onroerend is. Alles wat daar niet onder valt, is roerend.

De wet noemt in het eerste lid als onroerend:

  • de grond;
  • de nog niet gewonnen delfstoffen;
  • de met de grond verenigde beplantingen;
  • de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, rechtstreeks of via andere gebouwen of werken.

Het tweede lid is kort: alle zaken die niet onroerend zijn, zijn roerend. In de praktijk draait een geschil bijna altijd om het woord duurzaam. Een bouwsel dat naar aard en inrichting bedoeld is om ter plaatse te blijven, is onroerend, ook als het technisch verplaatsbaar zou zijn.

Beslissend is niet de fundering, maar de naar buiten kenbare bedoeling. Een woonunit die jaren op dezelfde plek staat, aangesloten is op nutsvoorzieningen en niet zonder ingrijpende maatregelen kan worden verplaatst, is onroerend. Een bouwkeet die enkele maanden op een bouwplaats staat, is dat niet.

Wanneer wordt iets bestanddeel van een gebouw?

Een zaak wordt bestanddeel van een andere zaak als zij daar volgens de verkeersopvatting onderdeel van uitmaakt, of als zij niet zonder flinke schade kan worden losgehaald. Zij verliest dan haar zelfstandigheid en volgt de eigendom van de hoofdzaak.

Artikel 3:4 lid 1 BW legt het eerste criterium vast: wat volgens verkeersopvatting onderdeel van een zaak is, is bestanddeel. Het tweede lid voegt een fysiek criterium toe. Een zaak die zo met een hoofdzaak is verbonden dat zij niet kan worden afgescheiden zonder beschadiging van betekenis aan een van beide, wordt bestanddeel van die hoofdzaak.

Dat heeft directe gevolgen. Volgens artikel 5:3 BW is de eigenaar van een zaak ook eigenaar van al haar bestanddelen. Artikel 5:20 BW trekt gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd naar de eigendom van de grond toe. Een ingebouwde badkamer, een cv-installatie en een vaste keuken horen daardoor doorgaans bij het pand en gaan bij verkoop mee. Een losstaande wasmachine blijft roerend.

Bij zonnepanelen hangt het af van de manier van bevestigen en de verkeersopvatting. Daarover wordt geregeld geprocedeerd. Leg daarom in de koopovereenkomst uitdrukkelijk vast wat wel en niet meegaat.

Onduidelijkheid hierover leidt vaak tot conflict na de overdracht. Ontbreekt er bij de levering iets, of blijft er juist iets onverwacht achter, dan raakt dat aan de vraag of er sprake is van een gebrek. Die discussie werken wij uit bij verborgen gebreken bij de koop van een woning.

Hoe gaat de eigendom van een goed over?

Voor elke overdracht zijn volgens artikel 3:84 BW drie dingen nodig: een geldige titel, een levering en beschikkingsbevoegdheid van degene die overdraagt. Ontbreekt een van de drie, dan blijft de vervreemder eigenaar, wat partijen ook hebben bedoeld.

Hoe de levering eruitziet, verschilt per soort goed. Voor onroerende zaken is een notariële akte nodig, gevolgd door inschrijving in de openbare registers van het Kadaster (artikel 3:89 BW). Roerende zaken die de vervreemder onder zich heeft, gaan over door verschaffing van het bezit, meestal gewoon door overhandiging (artikel 3:90 BW).

Vorderingen op naam worden geleverd met een akte en een mededeling aan de schuldenaar. Het kan ook met een authentieke of geregistreerde onderhandse akte zonder mededeling; dat heet stille cessie (artikel 3:94 BW). Voor aandelen in een besloten vennootschap schrijft artikel 2:196 BW een notariële akte voor.

De eis van beschikkingsbevoegdheid verklaart waarom een eigendomsvoorbehoud zo effectief is. Zolang u als koper niet heeft betaald, bent u geen eigenaar en kunt u de zaak in beginsel niet rechtsgeldig doorleveren. De wet beschermt een derde te goeder trouw in bepaalde gevallen, maar dat doet aan de hoofdregel niet af.

Welke goederen zijn registergoederen?

Registergoederen zijn goederen die alleen kunnen worden overgedragen of bezwaard via inschrijving in een openbaar register. Onroerende zaken zijn het bekendste voorbeeld.

Artikel 3:10 BW geeft deze omschrijving. Naast onroerende zaken vallen ook teboekgestelde schepen en luchtvaartuigen eronder. Hetzelfde geldt voor beperkte rechten daarop, zoals erfpacht en opstal.

Het praktische belang zit in zekerheid en openbaarheid. Omdat de rechtstoestand van een registergoed uit de registers blijkt, ziet u vooraf wie de rechthebbende is en welke hypotheken, beslagen en erfdienstbaarheden erop rusten.

Een hypotheekrecht kan alleen op een registergoed worden gevestigd. Op alle andere goederen werkt het pandrecht (artikel 3:227 BW). Beslag op een onroerende zaak loopt via inschrijving van het beslagexploot in de registers. Beslag op roerende zaken legt de deurwaarder ter plaatse.

Wat kunt u met vermogensrechten?

Vermogensrechten kunt u in de regel overdragen, verpanden en uitwinnen, net als zaken. Zij vormen de onzichtbare helft van het vermogen en zijn vaak de waardevolste.

Onder deze categorie vallen vorderingsrechten, aandelen, rechten uit een overeenkomst en beperkte rechten zoals erfpacht, opstal en vruchtgebruik. Ook de intellectuele-eigendomsrechten horen erbij: auteursrecht, merkrecht, octrooirecht en modelrecht.

Een banksaldo is juridisch geen geld in een kluis, maar een vordering op de bank. Daarom bent u bij een bankfaillissement schuldeiser en geen eigenaar.

Volgens artikel 3:83 BW zijn eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten overdraagbaar, tenzij de wet of de aard van het recht zich daartegen verzet. Voor alle andere rechten geldt het omgekeerde: die zijn alleen overdraagbaar als de wet dat bepaalt.

U kunt de overdraagbaarheid van een vordering in beginsel contractueel uitsluiten. Voor geldvorderingen die voortkomen uit de uitoefening van een beroep of bedrijf geldt sinds 1 juli 2025 een belangrijke uitzondering: een beding dat overdracht of verpanding van zo’n vordering uitsluit of tegengaat, is dan nietig (artikel 3:83 lid 3 BW). Lid 4 noemt een aantal vorderingen waarvoor dat niet geldt.

Wat een vordering precies is en hoe u haar inbaar houdt, leest u bij wat een vordering is en hoe verjaring werkt.

Bij intellectuele eigendom gaat het misverstand meestal andersom: opdrachtgevers denken dat betaling ook de rechten meebrengt. Voor overdracht is echter een akte nodig; zonder akte ontstaat hooguit een gebruiksrecht. Hoe u dat contractueel goed regelt, staat in ons artikel over intellectuele eigendom in overeenkomsten.

Wat gebeurt er met goederen bij faillissement?

Bij een faillissement valt in beginsel het hele vermogen van de schuldenaar in de boedel, zowel de zaken als de vermogensrechten. Eigendom van een ander en zekerheidsrechten vormen daarop de twee belangrijkste uitzonderingen.

De eerste uitzondering is eigendom. Een zaak die onder eigendomsvoorbehoud is geleverd en nog niet is betaald, is niet van de failliet en valt dus niet in de boedel. De leverancier kan haar terugvorderen.

De tweede uitzondering is zekerheid. Artikel 57 Faillissementswet geeft pand- en hypotheekhouders de positie van separatist. Zij kunnen hun recht uitoefenen alsof er geen faillissement is.

Voor u als ondernemer is dat vaak het verschil tussen wel en niet betaald krijgen. Een leverancier zonder zekerheid is concurrent schuldeiser en deelt mee in wat overblijft na de boedelkosten en de voorrangsvorderingen; dat is vaak weinig of niets. Een financier met een pandrecht op de voorraad of de debiteuren staat vooraan.

Welke van de twee voorgaat als eigendomsvoorbehoud en pandrecht samenkomen, behandelen wij bij pandrecht of eigendomsvoorbehoud. Wat een faillissement verder betekent voor de onderneming en haar schuldeisers, leest u bij een failliete onderneming en de positie van schuldeisers.

Betekent goederen buiten het Burgerlijk Wetboek hetzelfde?

Nee. In het dagelijks taalgebruik en in de economie zijn goederen tastbare producten, zoals voedingsmiddelen, kleding en machines. Daartegenover staan diensten.

Juristen gebruiken het woord ruimer. In het enkelvoud spreken zij van een goed, en ook een vordering of een aandeel is een goed (artikel 3:1 BW). Bedoelt u in een contract alleen tastbare producten, schrijf dan zaken of producten.

Het Europese recht kent weer een eigen invulling. Het vrij verkeer van goederen binnen de Europese Unie staat in de artikelen 28 tot en met 37 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Lidstaten mogen de invoer en uitvoer van producten uit andere lidstaten niet beperken, tenzij daarvoor een rechtvaardiging bestaat, zoals de bescherming van de volksgezondheid (artikel 36 VWEU).

Waar vindt u de wettelijke regels?

De definities staan in Boek 3 BW, het eigendomsrecht in Boek 5 BW en de positie van zekerheidsgerechtigden in de Faillissementswet. U kunt de wetteksten zelf nalezen op wetten.overheid.nl.

Zie Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, Boek 5 BW en de Faillissementswet.

Aan het soort goed hangen ook fiscale gevolgen, bijvoorbeeld overdrachtsbelasting bij onroerende zaken of de waardering van een deelneming. Die kant hoort bij een fiscalist. Wij kijken naar de civielrechtelijke positie en zorgen dat de akte, de levering en de zekerheden kloppen.

Samengevat

  • Goederen zijn alle zaken (stoffelijke objecten) en alle vermogensrechten samen (artikel 3:1 BW).
  • Onroerend is wat artikel 3:3 BW noemt; al het andere is roerend. Duurzame vereniging met de grond is beslissend.
  • Een bestanddeel volgt de eigendom van de hoofdzaak (artikel 3:4 en 5:3 BW); leg bij verkoop vast wat meegaat.
  • Overdracht vereist titel, levering en beschikkingsbevoegdheid (artikel 3:84 BW); de vorm van levering verschilt per goed.
  • Eigendomsvoorbehoud en pand- of hypotheekrecht bepalen wie bij faillissement zijn geld terugziet.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een goed en een zaak?

Een zaak is een stoffelijk object (artikel 3:2 BW). Een goed is het ruimere begrip en omvat naast zaken ook alle vermogensrechten (artikel 3:1 BW). Elke zaak is dus een goed, maar niet elk goed is een zaak.

Is geld op een bankrekening een zaak?

Nee. Bankbiljetten en munten zijn stoffelijk en dus zaken. Een banksaldo is een vordering op de bank en daarmee een vermogensrecht. Daarom bent u bij het faillissement van een bank schuldeiser en niet eigenaar van uw saldo.

Zijn zonnepanelen roerend of onroerend?

Dat hangt af van de bevestiging en de verkeersopvatting (artikel 3:4 BW). Panelen die in het dak zijn geïntegreerd, worden doorgaans bestanddeel van het gebouw. Panelen die met een ballastsysteem los op het dak liggen, kunnen roerend blijven. Leg in de koopovereenkomst vast wat meegaat.

Kan een vordering worden overgedragen zonder medewerking van de schuldenaar?

Ja. Voor cessie is geen toestemming van de schuldenaar nodig. Een akte met mededeling aan hem volstaat, of een authentieke of geregistreerde akte zonder mededeling (artikel 3:94 BW). Wel kan de overdraagbaarheid contractueel zijn uitgesloten, behalve bij zakelijke geldvorderingen (artikel 3:83 BW).

Law & More adviseert ondernemers en particulieren over eigendom, levering en zekerheden, en treedt op als daarover een geschil ontstaat. Meer over onze aanpak leest u op de pagina civiel recht.

Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.