Gepubliceerd op 8 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 oktober 2026
Wordt u in Nederland aangehouden omdat een ander EU-land u zoekt, dan beslist de rechtbank Amsterdam over uw overlevering, in beginsel binnen 60 dagen na de aanhouding. Zoekt een land buiten de EU u, dan gaat het om uitlevering: die is alleen mogelijk op grond van een verdrag, en een Nederlander wordt alleen uitgeleverd voor vervolging en met de garantie dat hij een straf in Nederland mag uitzitten.
Een strafzaak is grensoverschrijdend als de verdachte, het bewijs of de gedraging zich in meer dan één land bevindt. Denk aan verdenking van witwassen via buitenlandse rekeningen, drugshandel via de haven of cybercrime met servers in het buitenland. Hieronder leest u welke procedures dan gelden en welke rechten u heeft.
Inhoudsopgave
Wat is het verschil tussen overlevering en uitlevering?
Overlevering is de overdracht van een persoon aan een andere EU-lidstaat op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB); uitlevering is de overdracht aan een land buiten de EU. Overlevering is geregeld in de Overleveringswet (OLW), uitlevering in de Uitleveringswet.
Het EAB is gebaseerd op Kaderbesluit 2002/584/JBZ en op wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten. Rechterlijke autoriteiten werken daarbij rechtstreeks met elkaar samen. Bij uitlevering speelt de politiek een grotere rol: de minister van Justitie en Veiligheid neemt het uiteindelijke besluit.
Hoe verloopt een overleveringsprocedure op grond van een Europees aanhoudingsbevel?
De Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam is de enige rechter die in Nederland over overlevering beslist. Zij doet uitspraak binnen 60 dagen na de aanhouding (artikel 22 OLW); die termijn kan met 30 dagen worden verlengd en in uitzonderlijke gevallen langer.
Tegen de uitspraak van de rechtbank staat geen hoger beroep of cassatie open (artikel 29 OLW). Uw verweer moet dus bij die ene zitting volledig zijn. Tijdens de procedure kunt u in overleveringsdetentie blijven; de rechtbank kan die detentie schorsen.
Welke weigeringsgronden kent de Overleveringswet?
De rechtbank weigert of stelt voorwaarden als een wettelijke weigeringsgrond van toepassing is. De belangrijkste zijn:
- het feit is naar Nederlands recht niet strafbaar, tenzij het op de lijst van 32 categorieën in bijlage 1 bij de OLW staat; dan toetst de rechtbank de dubbele strafbaarheid niet (artikel 7 OLW);
- u bent voor hetzelfde feit al onherroepelijk berecht (het verbod op dubbele vervolging, ne bis in idem);
- er is een reëel risico dat uw grondrechten worden geschonden, bijvoorbeeld door de detentieomstandigheden of door een gebrek aan een onafhankelijke rechter;
- het EAB is uitgevaardigd voor de tenuitvoerlegging van een vonnis dat bij verstek is gewezen, zonder dat aan de wettelijke waarborgen is voldaan.
Wordt een Nederlander overgeleverd?
Een Nederlander wordt voor vervolging alleen overgeleverd als de uitvaardigende staat garandeert dat hij een eventuele vrijheidsstraf in Nederland mag ondergaan (artikel 6 OLW). Dezelfde bescherming kan gelden voor een vreemdeling met een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd die in Nederland vervolgd kan worden.
Gaat het om de tenuitvoerlegging van een al opgelegde straf, dan wordt een Nederlander in de regel niet overgeleverd. Nederland neemt de tenuitvoerlegging van die straf dan over.
Hoe verloopt een uitleveringsprocedure naar een land buiten de EU?
Uitlevering vindt alleen plaats op grond van een verdrag (artikel 2 Uitleveringswet). De procedure kent een rechterlijke fase en een bestuurlijke fase.
Eerst beoordeelt de rechtbank of de uitlevering toelaatbaar is. Het feit moet in beide landen strafbaar zijn met een vrijheidsstraf van ten minste één jaar (artikel 5 Uitleveringswet). Tegen de uitspraak van de rechtbank staat cassatie bij de Hoge Raad open.
Is de uitlevering toelaatbaar verklaard, dan beslist de minister van Justitie en Veiligheid. De minister weegt ook humanitaire bezwaren en het risico op een flagrante schending van mensenrechten, zoals foltering of een oneerlijk proces (artikelen 3 en 6 EVRM). Tegen dat besluit kunt u een kort geding tegen de Staat aanspannen. Meer leest u op onze pagina over uitlevering.
Een Nederlander wordt alleen uitgeleverd voor vervolging, en alleen als gegarandeerd is dat hij een opgelegde vrijheidsstraf in Nederland mag ondergaan (artikel 4 Uitleveringswet). Voor politieke delicten wordt uitlevering niet toegestaan.
Wat betekent een Interpol-signalering (red notice)?
Een red notice is een verzoek van een land via Interpol om een persoon op te sporen en voorlopig aan te houden met het oog op uitlevering; het is geen internationaal arrestatiebevel. In Nederland kan een red notice leiden tot een aanhouding, waarna de uitleveringsprocedure volgt.
Is een signalering politiek gemotiveerd of in strijd met de regels van Interpol, dan kunt u verwijdering vragen bij de Commissie voor de Controle van de Interpolbestanden (CCF). Dat staat los van de procedure bij de Nederlandse rechter en kan naast die procedure lopen.
Hoe werkt internationale rechtshulp bij bewijsvergaring?
Bewijs uit een ander land wordt verkregen via een rechtshulpverzoek; binnen de EU gebeurt dat meestal met een Europees onderzoeksbevel (Richtlijn 2014/41/EU). De Nederlandse regels staan in Boek 5 van het Wetboek van Strafvordering.
Buiten de EU gelden onder meer het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 1959 en bilaterale verdragen. Landen kunnen ook een gemeenschappelijk onderzoeksteam (joint investigation team) vormen, zoals bij het MH17-onderzoek. Eurojust en Europol in Den Haag ondersteunen die samenwerking.
De Nederlandse strafrechter mag in beginsel vertrouwen op de rechtmatigheid van bewijs dat in het buitenland is verzameld. De verdediging kan wel aanvoeren dat het gebruik van dat bewijs het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM) schendt, bijvoorbeeld als verklaringen onder dwang zijn afgelegd.
Welke rechten heeft u als verdachte in een grensoverschrijdende zaak?
U heeft recht op een advocaat, een tolk en vertaling van de belangrijkste stukken. Bij een Europees aanhoudingsbevel heeft u volgens Richtlijn 2013/48/EU bovendien recht op een advocaat in zowel het land van aanhouding als het land dat het EAB heeft uitgevaardigd.
Tijdens een overleverings- of uitleveringsprocedure kunt u in detentie worden gehouden. De regels lijken op die bij voorlopige hechtenis, maar de termijnen en toetsingsmomenten zijn anders en staan in de OLW en de Uitleveringswet.
Wanneer vervolgt Nederland zelf bij feiten in het buitenland?
Nederland kan een Nederlander vervolgen voor een misdrijf in het buitenland als het feit ook daar strafbaar is (artikel 7 Wetboek van Strafrecht). Voor genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven geldt de Wet internationale misdrijven, die vervolging in Nederland onder voorwaarden mogelijk maakt ongeacht waar het feit is gepleegd.
Ook kan een vervolging worden overgedragen aan het land dat het best geplaatst is om de zaak te behandelen. Het Internationaal Strafhof in Den Haag treedt op grond van het Statuut van Rome alleen op als nationale rechters niet in staat of niet bereid zijn om te vervolgen (het complementariteitsbeginsel).
Waar let u op bij een aanhouding op een buitenlands verzoek?
- Gaat het om een EAB (overlevering) of een verzoek van buiten de EU (uitlevering)? Daarvan hangen de termijnen en rechtsmiddelen af.
- Bent u Nederlander of heeft u een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd? Vraag dan na of er een terugkeergarantie is gegeven.
- Is het feit ook in Nederland strafbaar, of valt het onder de lijstfeiten van bijlage 1 OLW?
- Bent u voor hetzelfde feit al berecht of loopt er in Nederland al een strafzaak?
- Zijn er concrete aanwijzingen over slechte detentieomstandigheden of een oneerlijk proces in het verzoekende land?
- Schakel ook een advocaat in het verzoekende land in, zodat het verweer in beide landen op elkaar aansluit.
Typische grensoverschrijdende verdenkingen zijn financiële criminaliteit en witwassen, drugshandel, cybercrime en mensenhandel. Bij elk van die feiten kan een buitenlands verzoek om bewijs of overdracht een rol spelen.
Wat kunnen wij voor u doen bij een grensoverschrijdende strafzaak?
- Wij beoordelen het EAB of uitleveringsverzoek op vorm, dubbele strafbaarheid en weigeringsgronden.
- Wij voeren het verweer bij de Internationale Rechtshulpkamer van de rechtbank Amsterdam en bewaken de termijn van 60 dagen.
- Wij vragen een terugkeergarantie of schorsing van de overleverings- of uitleveringsdetentie.
- Wij stemmen de verdediging af met een advocaat in het verzoekende land.
- Wij toetsen of buitenlands bewijs in een Nederlandse strafzaak mag worden gebruikt; meer over onze aanpak leest u op de pagina van onze strafrechtadvocaten.
Samengevat
- Binnen de EU geldt overlevering op grond van een EAB; daarover beslist alleen de rechtbank Amsterdam, binnen 60 dagen en zonder rechtsmiddel.
- Uitlevering buiten de EU vereist een verdrag; na de rechtbank en eventueel de Hoge Raad beslist de minister.
- Nederlanders worden alleen voor vervolging overgedragen, met een garantie dat zij hun straf in Nederland mogen ondergaan.
- Een Interpol red notice is geen arrestatiebevel; verwijdering kunt u vragen bij de CCF.
- Bewijs uit het buitenland komt via rechtshulp of een Europees onderzoeksbevel; de verdediging kan het gebruik ervan toetsen aan artikel 6 EVRM.
Veelgestelde vragen
Kan ik in hoger beroep tegen een beslissing over overlevering?
Nee. Tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam over overlevering staat geen rechtsmiddel open (artikel 29 OLW). Bij uitlevering is wel cassatie bij de Hoge Raad mogelijk.
Hoe lang duurt een overleveringsprocedure?
De rechtbank doet in beginsel uitspraak binnen 60 dagen na de aanhouding. Die termijn kan met 30 dagen worden verlengd en in uitzonderlijke gevallen langer (artikel 22 OLW).
Kan ik als Nederlander worden uitgeleverd aan een land buiten de EU?
Alleen voor vervolging en alleen als het verzoekende land garandeert dat u een opgelegde vrijheidsstraf in Nederland mag ondergaan (artikel 4 Uitleveringswet).
Wat doe ik als ik vermoed dat er een red notice tegen mij loopt?
U kunt bij de Commissie voor de Controle van de Interpolbestanden (CCF) vragen welke gegevens over u zijn opgeslagen en verwijdering vragen als de signalering in strijd is met de regels van Interpol.