Gepubliceerd op 25 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
Met een Europees arrestatiebevel (EAB) vraagt een rechterlijke autoriteit in een EU-land een ander EU-land om een verdachte of veroordeelde over te leveren. In Nederland beslist de Rechtbank Amsterdam daarover, in beginsel binnen 60 dagen na de aanhouding (art. 22 Overleveringswet, OLW). De belangrijkste uitzondering: een Nederlander die al onherroepelijk is veroordeeld, hoeft niet altijd te worden overgeleverd; de rechtbank kan de straf dan in Nederland laten uitvoeren (art. 6a OLW).
Het EAB vervangt binnen de EU de oude uitlevering via diplomatieke kanalen. Het systeem bestaat sinds 2004 en steunt op wederzijdse erkenning: rechters accepteren in beginsel elkaars beslissingen. Hieronder leest u hoe de procedure in Nederland loopt, wanneer overlevering wordt geweigerd en welke garanties u kunt krijgen.
Inhoudsopgave
Wat is een Europees arrestatiebevel precies?
Een EAB is een rechterlijke beslissing van een EU-lidstaat waarmee die staat vraagt om een persoon aan te houden en over te dragen. Het is een juridisch instrument uit het EU-kaderbesluit van 13 juni 2002, dat in Nederland is uitgewerkt in de Overleveringswet. In de wet heet het “Europees aanhoudingsbevel”; in de praktijk zeggen veel mensen “arrestatiebevel”.
Een EAB kan twee doelen hebben:
- vervolgingsoverlevering: u wordt gezocht voor een lopend strafrechtelijk onderzoek in het andere land;
- executieoverlevering: u bent daar al veroordeeld en moet een vrijheidsstraf uitzitten.
Het verschil is belangrijk. Voor een Nederlander gelden bij beide doelen andere regels (zie verderop), en de minimumgrenzen verschillen ook.
Hoe verschilt het EAB van gewone uitlevering?
Bij uitlevering aan een land buiten de EU geldt de Uitleveringswet en neemt de minister uiteindelijk de beslissing. Bij het EAB beslist alleen de rechter, en verloopt het contact rechtstreeks tussen justitiële autoriteiten. Dat versnelt de justitiële samenwerking.
| Overlevering (EAB, binnen de EU) | Uitlevering (buiten de EU) | |
|---|---|---|
| Wet | Overleveringswet | Uitleveringswet |
| Wie beslist | Rechtbank Amsterdam | Rechtbank, daarna de minister |
| Beslistermijn | 60 dagen, verlenging mogelijk (art. 22 OLW) | Geen vergelijkbare vaste termijn |
| Dubbele strafbaarheid | Niet getoetst bij 32 lijstfeiten | In beginsel altijd vereist |
| Eigen onderdanen | Overlevering voor vervolging mogelijk | Nederlanders worden in beginsel niet uitgeleverd |
Gaat het om een land buiten de EU, lees dan hoe het proces van uitlevering in internationale strafzaken verloopt.
Welke feiten komen in aanmerking voor overlevering?
Art. 7 OLW legt de ondergrens vast. Voor vervolging moet het gaan om:
- een feit op de lijst van 32 categorieën (bijlage 1 bij de OLW) waarop in het uitvaardigende land een maximumstraf van ten minste drie jaar staat, of
- een ander feit dat in beide landen strafbaar is met een maximumstraf van ten minste twaalf maanden.
Voor executie moet een vrijheidsstraf van ten minste vier maanden zijn opgelegd. Bij lijstfeiten toetst de rechter niet of het feit ook in Nederland strafbaar is. Op de lijst staan onder meer terrorisme, mensenhandel, drugshandel, cybercriminaliteit en witwassen. Bij andere feiten moet het feit ook naar Nederlands recht strafbaar zijn.
Hoe verloopt de procedure in Nederland stap voor stap?
1. Signalering en aanhouding
Een EU-land plaatst een gezochte persoon meestal in het Schengen-informatiesysteem (SIS) of laat via Interpol signaleren. Bij een treffer, bijvoorbeeld bij een verkeerscontrole of op Schiphol, houdt de politie u aan. U kunt daarna in verzekering gesteld worden. Vanaf de aanhouding heeft u recht op een advocaat en een tolk.
2. Het EAB wordt aan de rechtbank voorgelegd
Het Openbaar Ministerie in Amsterdam stuurt het EAB door naar de internationale rechtshulpkamer van de Rechtbank Amsterdam. Alleen die rechtbank beslist in Nederland over overlevering. Intussen kunt u in overleveringsdetentie blijven, of kan de rechtbank de detentie onder voorwaarden schorsen. Lees over die afweging ook de voorwaarden voor schorsing.
3. Instemmen of niet
U kunt instemmen met een verkorte procedure. Volgens het kaderbesluit moet dan binnen 10 dagen na de instemming worden beslist. Instemmen betekent wel dat u verweren laat vallen die u op de zitting had kunnen voeren. Bespreek dat dus eerst met uw advocaat.
4. De zitting en de uitspraak
Stemt u niet in, dan volgt een openbare zitting. De rechtbank toetst of het EAB voldoet aan de eisen van de wet en of er een weigeringsgrond is. Zij beslist binnen 60 dagen na de aanhouding. Die termijn kan met 30 dagen worden verlengd. In uitzonderlijke gevallen zijn verdere verlengingen mogelijk, bijvoorbeeld als de rechtbank vragen stelt aan het Hof van Justitie van de EU of nader onderzoek doet naar detentieomstandigheden (art. 22 lid 3 en 4 OLW). Tegen de uitspraak staat geen hoger beroep open.
5. Feitelijke overdracht
Na een toewijzende uitspraak wordt u in beginsel binnen 10 dagen overgedragen aan het uitvaardigende land. De autoriteiten spreken samen de datum af.
Wanneer wordt overlevering geweigerd?
De OLW kent gronden waarbij overlevering niet mag, en gronden waarbij de rechter mag weigeren. De belangrijkste:
| Grond | Artikel OLW | Wat het inhoudt |
|---|---|---|
| Eerdere einduitspraak voor hetzelfde feit | art. 9 | Na een vrijspraak of een uitgezeten straf voor hetzelfde feit volgt geen overlevering |
| Verjaring | art. 9 lid 1 sub f | Het feit is naar Nederlands recht verjaard en Nederland had rechtsmacht |
| Leeftijd | art. 10 | U was op het moment van het feit jonger dan twaalf jaar |
| Grondrechten en detentie | art. 11 | Reëel gevaar op schending van grondrechten na overlevering |
| Verstekvonnis | art. 12 | Veroordeling zonder dat u op de zitting aanwezig was, zonder de waarborgen uit de wet |
| Feit niet strafbaar in Nederland | art. 7 | Alleen bij feiten die niet op de lijst staan |
De rechter kijkt bij verjaring naar de Nederlandse regels. Lees meer over de verjaringstermijn in het strafrecht.
Wat zijn de grenzen van wederzijds vertrouwen?
Wederzijds vertrouwen is de basis van het systeem, maar het is niet onbeperkt. Het Hof van Justitie van de EU besliste op 5 april 2016 in de zaken Aranyosi en Căldăraru (C-404/15 en C-659/15 PPU) dat de rechter overlevering moet uitstellen als er een reëel gevaar is op onmenselijke detentie (art. 4 Handvest, art. 3 EVRM). Dat gevaar moet zowel algemeen voor het land als concreet voor de persoon worden vastgesteld.
Nederland heeft dit vastgelegd in art. 11 OLW. Ziet de rechtbank een reëel gevaar, dan houdt zij de beslissing aan en vraagt zij informatie of een garantie. Wordt het gevaar niet binnen een redelijke termijn weggenomen, dan kan overlevering niet doorgaan.
Detentiegaranties in de praktijk
De Rechtbank Amsterdam had in 2022 een algemeen gevaar aangenomen voor onmenselijke omstandigheden in Belgische gevangenissen. In een uitspraak van 16 januari 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:325) gaf België een individuele garantie af: plaatsing in de gevangenis van Aarlen, ten minste 3 m² persoonlijke ruimte, een eigen bed, afgescheiden sanitair en dagelijkse activiteiten buiten de cel. Volgens de rechtbank nam die garantie het gevaar voor deze persoon weg, zodat overlevering werd toegestaan.
De les: een algemeen slechte situatie in een land is niet genoeg. Uw advocaat moet concreet maken waar u terechtkomt en of de garantie dat dekt.
Onafhankelijkheid van de uitvaardigende autoriteit
Alleen een “rechterlijke autoriteit” mag een EAB uitvaardigen. Het Hof van Justitie besliste op 27 mei 2019 (C-508/18 en C-82/19 PPU) dat het Duitse Openbaar Ministerie daar niet onder valt, omdat de minister van Justitie het aanwijzingen kan geven. De Litouwse procureur-generaal voldeed wél (C-509/18). De rechter toetst dus ook de onafhankelijkheid van de autoriteit die het bevel heeft uitgevaardigd.
Wat geldt bij een verstekvonnis?
Bent u veroordeeld zonder dat u op de zitting was, dan toetst de rechtbank art. 12 OLW. Overlevering voor de tenuitvoerlegging kan dan worden geweigerd, tenzij het EAB vermeldt dat een van deze situaties zich voordoet:
- u bent tijdig persoonlijk gedagvaard of op andere wijze officieel op de hoogte gebracht van datum en plaats van de zitting;
- u wist van de zitting en had een advocaat die u daadwerkelijk heeft verdedigd;
- u heeft na betekening van het vonnis geen verzet of hoger beroep ingesteld;
- het vonnis wordt na overlevering aan u betekend en u krijgt dan alsnog recht op een nieuw proces of hoger beroep.
In dezelfde uitspraak van 16 januari 2025 gaf België een zogenoemde verzetgarantie af (art. 12 sub d OLW). Daardoor stond het verstekvonnis niet aan overlevering in de weg.
Worden Nederlanders overgeleverd?
Ja, maar met eigen regels. Die gelden ook voor een niet-Nederlander die ten minste vijf jaar onafgebroken rechtmatig in Nederland verblijft en zijn verblijfsrecht niet verliest door de straf (art. 6 lid 3 en art. 6a lid 9 OLW).
| Doel van het EAB | Regel voor Nederlanders | Artikel |
|---|---|---|
| Vervolging | Overlevering is mogelijk. De rechtbank kan eisen dat een latere onvoorwaardelijke vrijheidsstraf in Nederland wordt uitgezeten (terugkeergarantie) | art. 6 OLW |
| Executie | Overlevering kan worden geweigerd. De rechtbank beveelt dan tegelijk de tenuitvoerlegging van de straf in Nederland | art. 6a OLW |
De rechtbank kijkt daarbij of uitvoering in Nederland de terugkeer in de samenleving bevordert. Een voorbeeld is de uitspraak van 30 juli 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:5620). De rechtbank stond de overlevering van een achttienjarige Nederlander aan België toe voor deelname aan een criminele organisatie en brandstichting, maar alleen met de Belgische garantie dat hij een eventuele onvoorwaardelijke gevangenisstraf in Nederland mag uitzitten. Het verweer dat België eerder gegeven detentiegaranties niet zou nakomen, werd verworpen.
Een overgenomen straf die hoger is dan het Nederlandse wettelijk maximum voor het feit, wordt verlaagd tot dat maximum (art. 6a lid 3 OLW).
Wat is het specialiteitsbeginsel?
Na overlevering mag u in beginsel alleen worden vervolgd of gestraft voor de feiten waarvoor de overlevering is toegestaan. Wil het andere land u ook voor een ander feit vervolgen, dan moet het daarvoor opnieuw toestemming vragen. Dit beginsel kan vervallen als u bij instemming met de verkorte procedure uitdrukkelijk afstand doet van specialiteit (art. 14 OLW). Doe dat dus niet zonder advies.
Welke rechten heeft u tijdens de procedure?
EU-richtlijnen geven u minimumrechten, die in Nederland in de OLW en het Wetboek van Strafvordering zijn verwerkt:
- recht op een advocaat, zowel in Nederland als in het uitvaardigende land;
- recht op een tolk en vertaling van de belangrijkste stukken;
- een schriftelijke verklaring van uw rechten in begrijpelijke taal;
- het recht om uw familie en de consulaire autoriteiten te laten informeren.
Voor wie jonger is dan achttien gelden extra waarborgen, zoals het informeren van de ouders en zo kort mogelijke vrijheidsbeneming. Zie ook extra bescherming in het jeugdstrafrecht. Hoe lang u in Nederland mag vastzitten, leest u in het artikel over de maximale duur van vrijheidsbeneming.
Wat geldt bij een levenslange straf?
Dreigt in het uitvaardigende land een levenslange gevangenisstraf, dan mag Nederland overlevering afhankelijk maken van een garantie. Die garantie houdt in dat de straf na verloop van tijd kan worden herzien, of dat gratie mogelijk is. Zonder zo’n perspectief op vrijlating kan overlevering op bezwaren stuiten. Zie ook over het recht op herziening en voorwaardelijke vrijlating.
Wat als er meerdere verzoeken zijn?
Soms ontvangt Nederland meerdere EAB’s voor dezelfde persoon, of een EAB naast een uitleveringsverzoek van een land buiten de EU. Bij meerdere EAB’s beslist de rechtbank welk bevel voorgaat. Daarbij spelen onder meer de ernst van de feiten, de plaats waar ze zijn gepleegd en de volgorde van de bevelen een rol. Bij samenloop met een uitleveringsverzoek wegen ook verdragsverplichtingen mee.
Wat wij doen bij een Europees arrestatiebevel
Een overleveringszaak vraagt om snel optreden binnen het strafrecht. Wij doen onder meer het volgende:
- bijstand vanaf de aanhouding en tijdens de inverzekeringstelling;
- controleren of het EAB voldoet aan art. 2 en 7 OLW en of een weigeringsgrond geldt;
- verweer voeren bij de Rechtbank Amsterdam, onder meer over detentie (art. 11 OLW) en verstekvonnissen (art. 12 OLW);
- voor Nederlanders en ingezetenen een terugkeergarantie of overname van de straf bepleiten (art. 6 en 6a OLW);
- met u bespreken of instemmen met de verkorte procedure in uw belang is.
In het kort
- De Rechtbank Amsterdam beslist binnen 60 dagen na aanhouding; verlenging is mogelijk en hoger beroep is er niet.
- Bij 32 lijstfeiten met een maximumstraf van minstens drie jaar toetst de rechter geen dubbele strafbaarheid.
- Een individuele detentiegarantie kan een algemeen gevaar op onmenselijke detentie wegnemen (Rb. Amsterdam 16 januari 2025).
- Een Nederlander kan voor vervolging worden overgeleverd met een terugkeergarantie; bij executie kan Nederland de straf overnemen.
Moet u het EAB eerst zien voordat u iets verklaart?
U heeft recht op een vertaling van het EAB in een taal die u begrijpt. Op de zitting gaat het niet om de vraag of u schuldig bent; dat beoordeelt de rechter in het andere land. Verklaar daarom niets over de feiten zonder overleg met uw advocaat. Zie ook de gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling voor reizen naar het buitenland.