Gepubliceerd op 10 juli 2026 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026
Bent u alleen religieus getrouwd met een nikah, dan is er voor de Nederlandse wet geen huwelijk en is een echtscheiding via de rechter niet nodig. Bent u ook burgerlijk getrouwd, of is de nikah in het buitenland gesloten en daar geldig, dan blijft u getrouwd tot een Nederlandse echtscheiding is ingeschreven; een talaq alleen is dan niet genoeg.
Ook zonder burgerlijk huwelijk kunnen afspraken over de mahr of gezamenlijke bezittingen juridische betekenis hebben. Daarnaast moet uw partner in beginsel meewerken aan een religieuze scheiding (artikel 1:68 lid 2 BW).
Inhoudsopgave
Wat wordt bedoeld met nikah, mahr en talaq?
Voor wie er niet dagelijks mee te maken heeft, is het goed om eerst de belangrijkste begrippen op een rij te zetten. De nikah is de islamitische huwelijksceremonie, meestal voltrokken door een imam of een andere religieuze functionaris, waarbij een huwelijkscontract wordt opgesteld en vaak ook een mahr wordt afgesproken. De mahr, ook wel bruidsgave genoemd, is het bedrag of de prestatie die de bruidegom aan de bruid verschuldigd is, soms direct en soms uitgesteld tot een later moment zoals overlijden of scheiding.
De talaq is de eenzijdige verstoting van het huwelijk door de man, waarbij volgens islamitisch recht in de regel een bepaalde formule moet worden uitgesproken. Daarnaast bestaan andere vormen van religieuze ontbinding, zoals de khul, waarbij de vrouw op eigen verzoek en doorgaans onder afstand van financiële aanspraken de scheiding bewerkstelligt, en de mubarat, een vorm van scheiding met wederzijdse instemming. Deze religieuze figuren staan naast, en niet automatisch gelijk aan, de Nederlandse burgerlijke echtscheiding.
Welke vormen van islamitisch scheiden zijn er?
Het islamitisch recht kent verschillende manieren om een huwelijk te beëindigen. De precieze regels verschillen per rechtsschool en per land, maar in grote lijnen gaat het om drie vormen:
- Talaq: de verstoting door de echtgenoot. Volgens de gangbare leer volgt daarop een wachttijd (iddah) waarin verzoening nog mogelijk is.
- Khul: een islamitische scheiding op verzoek van de vrouw, waarbij zij meestal (een deel van) de mahr teruggeeft of daarvan afziet.
- Faskh: ontbinding door een religieuze autoriteit, zoals een imam of een islamitische raad, bijvoorbeeld als de man niet meewerkt of zijn verplichtingen niet nakomt.
Voor moslims in Nederland is zo’n religieuze scheiding vaak belangrijk voor hun geloof en hun positie in de gemeenschap. Juridisch heeft zij hier echter geen gevolgen: islamitisch scheiden zonder uitspraak van de Nederlandse rechter maakt een burgerlijk huwelijk niet ongedaan. Voor het Nederlands recht blijft u getrouwd tot de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Daarom lopen de religieuze en de juridische scheiding in de praktijk vaak naast elkaar.
Telt een nikah als huwelijk voor de Nederlandse wet?
Voor het Nederlandse huwelijksrecht geldt een uitsluitend religieuze nikah, gesloten zonder huwelijk bij de burgerlijke stand, niet als een erkend huwelijk. De Nederlandse wet kent alleen het burgerlijk huwelijk en het geregistreerd partnerschap als formele samenlevingsvormen. Volgens artikel 1:68 lid 1 BW hoort een religieuze huwelijksplechtigheid bovendien pas plaats te vinden nadat het burgerlijk huwelijk is gesloten. Dat betekent dat er in zo’n geval geen officiële echtscheidingsprocedure openstaat, simpelweg omdat er juridisch geen burgerlijk huwelijk is om te ontbinden, en dat de rechten en plichten die normaal bij een huwelijk horen, zoals regels over huwelijksvermogen, partneralimentatie en erfrecht, niet automatisch ontstaan.
Dat betekent overigens niet dat een religieuze afspraak nooit juridische gevolgen kan hebben. Afspraken die partijen onderling hebben gemaakt, bijvoorbeeld over een gift, een betaling of de eigendom van bepaalde goederen, kunnen soms wel degelijk betekenis hebben, alleen dan niet op grond van het huwelijksrecht maar op grond van het gewone vermogensrecht en verbintenissenrecht. Is naast de nikah ook een burgerlijk huwelijk gesloten, dan gelden bij de scheiding gewoon de normale Nederlandse regels: de echtscheiding zelf, kinderalimentatie en eventueel partneralimentatie, de verdeling of verrekening van vermogen, en afspraken over gezag, hoofdverblijf en omgang. De religieuze ceremonie verandert daaraan op zichzelf niets.
Is de nikah in het buitenland gesloten en gold zij daar als een geldig huwelijk naar het toepasselijke recht, dan kan dat huwelijk in Nederland wel als burgerlijk huwelijk worden erkend, ook al is hier nooit een aparte ceremonie bij de burgerlijke stand geweest. Of dat zo is, hangt af van de regels van Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek over de erkenning van in het buitenland gesloten huwelijken, en dat maakt de beoordeling van internationale islamitische huwelijken al snel een stuk genuanceerder dan de vraag of er in Nederland een nikah zonder burgerlijk huwelijk is gesloten.
Wanneer wordt een buitenlands islamitisch huwelijk erkend?
Volgens artikel 10:31 BW erkent Nederland een huwelijk dat in het buitenland is gesloten, als het geldig is naar het recht van het land waar het is voltrokken. Heeft een bevoegde autoriteit daar een huwelijksakte afgegeven, dan wordt vermoed dat het huwelijk geldig is. Voor moslims die in hun land van herkomst zijn getrouwd, telt de nikah dan als huwelijk. U moet in Nederland dus ook via de rechtbank scheiden.
Artikel 10:32 BW noemt uitzonderingen. Erkenning wordt in beginsel onthouden als een van beiden bij het huwelijk al getrouwd was, jonger was dan 18 jaar, als de partners nauw verwant zijn of als de toestemming niet vrij is gegeven. Ook een huwelijk dat kennelijk in strijd is met de openbare orde wordt niet erkend.
Wat als u alleen religieus getrouwd bent?
Wie alleen een nikah heeft gesloten, wordt in Nederland in de praktijk meestal behandeld als ongehuwd samenwonend, tenzij er daarnaast nog andere juridische afspraken zijn vastgelegd. Er is dan geen automatische gemeenschap van vermogen, geen automatisch recht op partneralimentatie en geen automatisch erfrecht tussen de partners. Wel kunnen er discussies ontstaan over gezamenlijk aangeschafte goederen, over bijdragen aan de kosten van het huishouden, over investeringen in een woning, of over leningen en schenkingen die tussen de partners hebben plaatsgevonden. Zeker wanneer geen samenlevingscontract is opgesteld, moet achteraf worden uitgezocht van wie welk bezit eigenlijk is, en juist dan leiden onduidelijke of ontbrekende afspraken al snel tot bewijsproblemen.
Voor kinderen maakt het ontbreken van een burgerlijk huwelijk overigens minder verschil dan vaak wordt gedacht: de gewone regels van het Nederlandse familierecht over erkenning, gezag, hoofdverblijf en omgang staan grotendeels los van de vraag of de ouders religieus dan wel burgerlijk zijn getrouwd. Is de vader niet automatisch juridisch ouder, dan is erkenning van het kind een aandachtspunt. Sinds 1 januari 2023 krijgen ongehuwde ouders bij de erkenning in de regel automatisch gezamenlijk gezag; bij een erkenning van vóór die datum is daarvoor een aanvullende aantekening in het gezagsregister nodig. Het is daarom goed om niet alleen naar het huwelijk zelf te kijken, maar naar het totaalplaatje: de kinderen, het vermogen, eventuele schriftelijke afspraken en de persoonlijke situatie van beide partners.
Hoe verloopt de procedure?
Is er naast de nikah ook een burgerlijk huwelijk gesloten, dan loopt de scheiding via de gewone Nederlandse procedure. Een echtscheiding kan alleen via de rechtbank worden uitgesproken en niet buitengerechtelijk, ook niet wanneer partijen het onderling al helemaal eens zijn.
Zijn partijen het eens over de gevolgen van de scheiding, dan kan één scheidingsadvocaat namens beide partijen een gemeenschappelijk verzoek indienen, vaak op basis van een eerder opgesteld echtscheidingsconvenant waarin afspraken over vermogen, alimentatie en eventueel de kinderen zijn vastgelegd. Zijn partijen het niet eens, dan dient één partij een verzoek in en kan de andere partij daarop verweer voeren, eventueel met een zelfstandig verzoek. Zijn er minderjarige kinderen, dan is een ouderschapsplan verplicht, waarin onder meer afspraken over hoofdverblijf, zorgverdeling, schoolkeuze en kinderalimentatie worden opgenomen.
Bij een internationaal huwelijk komt daar de vraag bij welke rechter bevoegd is en welk recht op de scheiding zelf van toepassing is. Is een van de partners of zijn beide partners niet in Nederland geboren, of hebben zij een andere nationaliteit, dan is het verstandig deze vragen vooraf te laten beoordelen, zodat de procedure niet onnodig vertraging oploopt.
Kunt u de mahr opeisen?
Soms wel: een duidelijke en bewijsbare afspraak over de mahr kan in Nederland als gewone verbintenis worden afgedwongen. Automatisch afdwingbaar is de mahr niet. De mahr is de bruidsgave die de bruidegom volgens islamitisch recht aan de bruid verschuldigd is, vaak deels direct betaald en deels uitgesteld tot een latere gebeurtenis zoals overlijden of scheiding.
In Nederland is de mahr niet automatisch afdwingbaar alleen omdat het om een religieuze afspraak gaat, maar dat wil niet zeggen dat zij nooit juridische betekenis heeft. Onder omstandigheden kan een afspraak over de mahr wel worden erkend als een privaatrechtelijke verbintenis, mits deze voldoende duidelijk en bewijsbaar is vastgelegd. Daarbij spelen onder meer de precieze formulering van de afspraak, de vraag of deze schriftelijk is opgenomen, de duidelijkheid over het moment van opeisbaarheid en het op de afspraak toepasselijke recht een rol.
Voor de praktijk komt het erop neer dat een concrete, schriftelijk vastgelegde afspraak over de mahr, bijvoorbeeld in het huwelijkscontract of de nikah-akte, een aanmerkelijk betere uitgangspositie geeft dan een summiere of mondelinge afspraak. Belangrijk is ook of de mahr direct opeisbaar was of pas bij scheiding, en of de vrouw bij een khul-achtige constructie wellicht (deels) afstand heeft gedaan van haar aanspraak in ruil voor de scheiding zelf. Leg dit soort afspraken daarom zo precies mogelijk op papier.
Hoe gevoelig de verhouding tussen de mahr en de Nederlandse openbare orde kan liggen, blijkt uit twee zaken die momenteel bij de Hoge Raad in cassatie liggen. De advocaat-generaal heeft daarin in 2026 geadviseerd over de bruidsgave en de khul naar Iraans recht, en over de vraag of de financiële gevolgen daarvan zich verdragen met de Nederlandse rechtsorde (ECLI:NL:PHR:2026:382 en ECLI:NL:PHR:2026:509). Het is belangrijk om te benadrukken dat een conclusie van de advocaat-generaal een advies is aan de Hoge Raad en geen rechterlijke uitspraak; de Hoge Raad kan dat advies volgen, maar is daartoe niet verplicht.
Diezelfde thematiek, toepassing van Iraans huwelijksvermogensrecht en de grens van de Nederlandse openbare orde, kwam ook al aan de orde in een tussenbeschikking en einduitspraak van het gerechtshof Den Haag uit 2022 en 2023 over de afwikkeling van huwelijkse voorwaarden naar Iraans recht (ECLI:NL:GHDHA:2022:2153 en ECLI:NL:GHDHA:2023:2560), een zaak waarin inmiddels eveneens cassatie is ingesteld. Voor mahr-afspraken met een internationaal karakter is dit dan ook een lopend aandachtspunt: de uiteindelijke lijn van de Hoge Raad is op dit moment nog niet bekend.
Is een talaq in Nederland geldig?
Een talaq beëindigt niet automatisch een huwelijk dat in Nederland burgerlijk is gesloten. Voor zulke huwelijken blijft in beginsel een formele echtscheiding via de Nederlandse rechter nodig, ook wanneer er al religieus is uitgesproken dat het huwelijk voorbij is. Bij een talaq die in het buitenland heeft plaatsgevonden, kan de vraag ontstaan of die ontbinding in Nederland wordt erkend.
Voor een verstoting die in het buitenland alleen door een eenzijdige verklaring tot stand kwam, noemt artikel 10:58 BW drie voorwaarden. Een talaq wordt in Nederland alleen erkend als:
- deze vorm van ontbinding past bij het nationale recht van de echtgenoot die de talaq uitsprak;
- de ontbinding rechtsgevolg heeft in het land waar zij plaatsvond; en
- duidelijk blijkt dat de andere echtgenoot uitdrukkelijk of stilzwijgend heeft ingestemd, of zich erbij heeft neergelegd (berust).
Is een khul of een andere scheiding in het buitenland uitgesproken door een rechter of andere autoriteit, dan geldt artikel 10:57 BW. Die ontbinding wordt erkend als zij na een behoorlijke procedure tot stand kwam en die instantie bevoegd was.
Ook als aan die voorwaarden is voldaan, wordt erkenning volgens artikel 10:59 BW onthouden als die kennelijk onverenigbaar is met de Nederlandse openbare orde. Een eenzijdige verstoting waarbij de vrouw geen enkele vorm van betrokkenheid of waarborg heeft gehad, ligt in de Nederlandse rechtsorde gevoelig en wordt niet zonder meer erkend.
De kern: een religieuze scheiding en een civiele scheiding zijn niet automatisch hetzelfde. Wie in Nederland ook burgerlijk getrouwd is, doet er goed aan om na te gaan of de burgerlijke band daadwerkelijk juridisch is beëindigd, ook als dat religieus al gebeurd lijkt te zijn. Blijft erkenning van een buitenlandse talaq uit, dan geldt voor de Nederlandse rechtsorde dat het huwelijk nog bestaat, met alle gevolgen die dat heeft voor bijvoorbeeld een eventueel nieuw huwelijk of voor aanspraken op alimentatie en vermogen.
Hoe streng de Nederlandse rechter deze erkenningsvraag toetst, blijkt uit twee recente uitspraken van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, uit 2025 en 2026, over de erkenning van een Somalisch huwelijk en een daarop volgende talaq (ECLI:NL:RBZWB:2025:6605 en ECLI:NL:RBZWB:2026:5324). In beide zaken kon de rechtbank niet vaststellen dat aan de voorwaarden van artikel 10:58 BW was voldaan, met name omdat niet duidelijk bleek dat de vrouw met de ontbinding had ingestemd of daarin had berust, en werd erkenning van de talaq dan ook geweigerd.
Dat de uitkomst ook de andere kant op kan vallen, laat een uitspraak van de rechtbank Den Haag uit 2026 zien (ECLI:NL:RBDHA:2026:9717): daar werd een in Jemen uitgesproken verstoting wel erkend, omdat uit het eigen verzoek van de vrouw volgde dat zij uitdrukkelijk met de ontbinding instemde. Het verschil tussen deze zaken zit dus vooral in het bewijs van instemming of berusting van de vrouw. Daarop komt het in dit soort procedures aan.
Kan medewerking aan een religieuze scheiding worden afgedwongen?
Ja. Ook wanneer er geen burgerlijk huwelijk bestaat, kan de weigering om mee te werken aan een religieuze scheiding juridisch gevolgen hebben. Het gerechtshof Den Haag heeft dit in 2017 bevestigd in een zaak waarin een man en een vrouw, beiden met de Nederlandse nationaliteit en woonachtig in Nederland, alleen een islamitisch huwelijk hadden gesloten. Na het uiteenvallen van de relatie wilde de vrouw een islamitische scheiding, waarvoor een uitgesproken talaq nodig was, maar de man weigerde daaraan mee te werken.
Het hof oordeelde dat die weigering een onrechtmatige daad kan opleveren op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek: ook al erkent de Nederlandse wet het religieuze huwelijk niet, het achterwege blijven van medewerking kan voor de andere partner zodanige gevolgen hebben dat dit in strijd komt met de zorgvuldigheid die men in het maatschappelijk verkeer jegens elkaar in acht moet nemen.
Het hof beoordeelde dit aan de hand van gezichtspunten die de Hoge Raad al in 1982 had geformuleerd in een vergelijkbare zaak over een joodse religieuze scheiding: in welke mate de verzoekende partner wordt beperkt in zijn of haar verdere leven zolang de religieuze band blijft bestaan, welk gewicht de bezwaren van de weigerende partner hebben, en welke kosten of lasten aan de medewerking zijn verbonden.
In de zaak die bij het hof speelde, gaf de doorslag dat de vrouw naar islamitisch recht gehuwd bleef zolang de talaq niet was uitgesproken, terwijl de relatie feitelijk al jaren was verbroken, met praktische en juridische risico’s voor haar wanneer zij elders opnieuw zou willen trouwen. Het hof veroordeelde de man dan ook om schriftelijk de talaq uit te spreken, op straffe van een dwangsom. Deze uitspraak laat zien dat wie na een uitsluitend religieus huwelijk niet meewerkt aan de religieuze ontbinding daarvan, daarmee civielrechtelijk aansprakelijk kan zijn, ook al bestaat er geen burgerlijk huwelijk om te ontbinden.
Dat dit principe niet beperkt is tot de talaq, bevestigt een uitspraak van de rechtbank Amsterdam uit 2026 (ECLI:NL:RBAMS:2026:3963). Daar ging het niet om een verstoting maar om een mubarat, een vorm van religieuze scheiding met wederzijdse instemming, en oordeelde de rechtbank dat de man ook aan die religieuze ontbinding zijn medewerking moest verlenen.
Voor de praktijk betekent dit dat de aard van de religieuze scheidingsvorm minder belangrijk is dan het onderliggende uitgangspunt: wie zonder redelijke grond weigert mee te werken aan de beëindiging van een religieuze verbintenis, kan daarop door de rechter worden aangesproken, welke vorm die verbintenis ook heeft. Voor wie in deze situatie zit, is het belangrijk om goed te documenteren wanneer om medewerking is gevraagd en waarom die wordt geweigerd, omdat de rechter deze belangenafweging per geval en aan de hand van de concrete feiten maakt.
Wat regelt de wet tegen huwelijkse gevangenschap?
Sinds 1 juli 2023 staat de plicht om mee te werken aan een religieuze scheiding in de wet. Volgens artikel 1:68 lid 2 BW moet een partij bij een religieuze verbintenis meewerken aan de beëindiging daarvan als de ander daarom vraagt. Dat is alleen anders als dit door zwaarwegende belangen redelijkerwijs niet kan worden gevraagd.
Deze regel komt uit de Wet tegengaan huwelijkse gevangenschap. Van huwelijkse gevangenschap is sprake als iemand religieus getrouwd blijft, omdat de echtgenoot niet meewerkt aan de religieuze scheiding. Vaak gaat het om vrouwen die willen scheiden. De regel geldt echter voor beide partners en voor elke religie of levensovertuiging, niet alleen voor de islam.
De plicht geldt ook als u nooit burgerlijk getrouwd was of al burgerlijk gescheiden bent. Werkt uw (ex-)partner niet mee, dan kunt u de rechter vragen om medewerking te bevelen, zo nodig op straffe van een dwangsom. Loopt er al een echtscheidingsprocedure, dan kunt u dit verzoek daarin meenemen (artikel 827 Rv). Dezelfde rechter beslist dan over de burgerlijke en de religieuze kant van de scheiding.
Welk recht geldt bij een internationaal islamitisch huwelijk?
Op de echtscheiding zelf past de Nederlandse rechter meestal Nederlands recht toe. Voor het vermogen, de mahr en de erkenning van een buitenlandse scheiding kan ander recht gelden.
Bij huwelijken met een internationaal karakter, bijvoorbeeld wanneer het huwelijk in het buitenland is gesloten, een van de partners een andere nationaliteit heeft, of er buitenlandse huwelijkse voorwaarden of religieuze documenten in het spel zijn, kan voor verschillende onderdelen van de scheiding verschillend recht gelden. Dan spelen vragen als: wordt het huwelijk in Nederland erkend, wordt een buitenlandse scheiding erkend, welk recht geldt voor het vermogen of voor gemaakte afspraken, en welke betekenis heeft een buitenlandse huwelijksakte of religieuze akte.
Op de echtscheiding zelf is meestal Nederlands recht van toepassing wanneer de zaak in Nederland wordt behandeld, terwijl voor vragen over vermogen, de beoordeling van een mahr-afspraak of de erkenning van een buitenlandse scheiding een ander rechtsstelsel relevant kan zijn.
Ook de vraag welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogen is niet altijd vanzelfsprekend. Hebben partijen geen rechtskeuze gemaakt, dan hangt het toepasselijke recht af van de trouwdatum. Voor huwelijken gesloten tussen 1 september 1992 en 29 januari 2019 geldt het Haags Huwelijksvermogensverdrag, waarbij in de regel de eerste gewone verblijfplaats van de echtgenoten na het huwelijk en soms hun gemeenschappelijke nationaliteit bepalend is. Voor huwelijken vanaf 29 januari 2019 geldt de Europese Huwelijksvermogensverordening. Dat maakt internationale islamitische huwelijken juridisch vaak aanmerkelijk complexer dan een gewoon Nederlands huwelijk. Kleine verschillen in feiten of documenten kunnen dan grote gevolgen hebben, en het is dan ook verstandig om hierover tijdig gericht advies in te winnen, bij voorkeur voordat een procedure wordt gestart.
Waar let u op bij kinderen en een internationale gezinssituatie?
Waar de kinderen feitelijk wonen, bepaalt meestal welke rechter over gezag en omgang beslist. Neemt een ouder de kinderen zonder toestemming mee naar het buitenland, dan is snel handelen nodig.
Zijn er kinderen bij de scheiding betrokken, dan komen daar bij een internationaal huwelijk vaak nog extra vragen bij. Verblijven de kinderen (deels) in het buitenland, of bestaat het risico dat een van de ouders de kinderen zonder toestemming naar het buitenland meeneemt, dan is snelheid en zorgvuldigheid belangrijk.
Ook de vraag welke rechter bevoegd is om over gezag en omgang te beslissen wanneer de gewone verblijfplaats van het kind niet in Nederland ligt, of wanneer die recent is gewijzigd, vergt een eigen beoordeling. Breng daarom zo vroeg mogelijk in beeld waar de kinderen feitelijk verblijven, welke afspraken daarover al zijn gemaakt, en welke stappen nodig zijn om onduidelijkheid of onveiligheid voor het kind te voorkomen.
Welke rechten heeft een vrouw bij een islamitische scheiding?
In Nederland hebben vrouwen en mannen bij een scheiding dezelfde rechten, ongeacht geloof of herkomst. Is er een burgerlijk huwelijk, dan kan een vrouw zelf bij de rechtbank een scheiding aanvragen. Zij heeft daarvoor geen toestemming van haar echtgenoot nodig. Dat geldt ook als een van beiden geen moslim is.
Voor de religieuze kant kan zij om een talaq vragen, een khul voorstellen of een imam of islamitische raad inschakelen. Weigert de man mee te werken, dan kan zij zich beroepen op artikel 1:68 lid 2 BW. Daarnaast kan zij, afhankelijk van de afspraken, aanspraak maken op de mahr (bruidsgave of bruidsschat). Partneralimentatie, verdeling van vermogen en pensioenverevening spelen alleen als er ook een burgerlijk huwelijk is.
Wanneer is een islamitische scheiding officieel?
Juridisch is een burgerlijk huwelijk pas ontbonden als de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand (artikel 1:163 BW). Een religieuze scheiding verandert daar niets aan. Wanneer een scheiding religieus definitief is, hangt af van de vorm van scheiding en de rechtsschool. Voor de religieuze regels in uw situatie kunt u het beste een imam of islamitische raad raadplegen.
Welke documenten verzamelt u voor een islamitische scheiding?
Wie te maken heeft met islamitisch huwelijk scheiden, doet er goed aan de relevante documenten zo compleet mogelijk te verzamelen: de nikah-akte, eventuele afspraken over de mahr, correspondentie over een verzoek tot talaq of andere religieuze ontbinding, bewijs van eventuele instemming of berusting, en documenten over gezamenlijk vermogen of gezamenlijke bezittingen. Ook is het nuttig om een tijdlijn op te stellen van de belangrijkste momenten, zoals de huwelijksdatum, het moment waarop de samenleving is verbroken, en eventuele correspondentie over een religieuze of civiele scheiding. Hoe vollediger dat beeld is, hoe beter de haalbaarheid van uw zaak en de te volgen route te beoordelen zijn.
Wat kunnen wij voor u doen bij een islamitische scheiding?
Wij adviseren over de juridische kant van uw scheiding; voor de religieuze regels kunt u bij een imam of islamitische raad terecht. Meer over onze aanpak leest u bij onze scheidingsadvocaten.
- Wij beoordelen of uw nikah of buitenlandse huwelijk in Nederland als huwelijk geldt (artikelen 10:31 en 10:32 BW).
- Wij dienen het echtscheidingsverzoek in en stellen het convenant en het verplichte ouderschapsplan op.
- Wij beoordelen of een buitenlandse talaq of khul in Nederland wordt erkend (artikelen 10:57 tot en met 10:59 BW).
- Wij vragen de rechter uw partner te bevelen mee te werken aan de religieuze scheiding, zo nodig op straffe van een dwangsom (artikel 1:68 lid 2 BW).
- Wij beoordelen of een afspraak over de mahr afdwingbaar is en welk recht daarop van toepassing is.
- Wij bepalen bij een internationaal huwelijk welke rechter bevoegd is en welk recht geldt voor het vermogen.
Samengevat
- Een uitsluitend religieuze nikah is voor de Nederlandse wet geen huwelijk; een burgerlijk huwelijk eindigt pas met de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking (artikel 1:163 BW).
- Een buitenlands huwelijk dat daar geldig is, wordt in Nederland in beginsel erkend (artikel 10:31 BW).
- Een buitenlandse talaq wordt alleen erkend als de vrouw heeft ingestemd of berust en aan de andere eisen van artikel 10:58 BW is voldaan.
- Uw partner moet in beginsel meewerken aan een religieuze scheiding (artikel 1:68 lid 2 BW).
- Een duidelijke, schriftelijke afspraak over de mahr kan als verbintenis afdwingbaar zijn.