Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 26 september 2026
Scheidt u met huwelijkse voorwaarden, dan bepaalt uw notariële akte wat privé blijft en wat u met elkaar moet verrekenen, en niet de wettelijke gemeenschap van goederen. De belangrijkste uitzondering: hebt u een periodiek verrekenbeding nooit uitgevoerd, dan wordt volgens artikel 1:141 BW vermoed dat al het aanwezige vermogen uit te verrekenen inkomen is gevormd, en moet u alsnog afrekenen.
Hieronder leest u welke vormen van huwelijkse voorwaarden er zijn, wat er gebeurt met de woning, de onderneming en het pensioen, wat de voorwaarden niet regelen en hoe u de scheiding praktisch afwikkelt.

Inhoudsopgave
Wat zijn huwelijkse voorwaarden?
Huwelijkse voorwaarden zijn afspraken tussen echtgenoten over hun vermogen, die alleen gelden als ze in een notariële akte staan. Een onderhandse afspraak, een e-mail of een mondelinge toezegging heeft geen werking.
U kunt huwelijkse voorwaarden voor het huwelijk maken, maar ook tijdens het huwelijk. Bij een geregistreerd partnerschap heten dezelfde afspraken partnerschapsvoorwaarden, en daarvoor gelden dezelfde regels. De notaris schrijft de akte in het huwelijksgoederenregister in. Die inschrijving is geen formaliteit: pas daardoor kunt u de voorwaarden tegenwerpen aan schuldeisers en andere derden. Is er niet ingeschreven, dan mag een schuldeiser ervan uitgaan dat het wettelijke stelsel geldt. Voor ondernemers is dat het verschil tussen een beschermde en een aansprakelijke partner.
Wat u regelt, bepaalt u zelf, zolang u binnen de wet blijft. Meestal gaat het om de vraag welk vermogen gescheiden blijft, of en hoe u inkomen en vermogensgroei deelt, wat er met de gezinswoning gebeurt en hoe de onderneming wordt behandeld. Die keuzes worden pas echt zichtbaar als het huwelijk eindigt. Wie gaat scheiden, begint daarom met het lezen van de originele akte. Een afschrift vraagt u op bij de notaris die de akte destijds heeft opgesteld.
Wat geldt er als u geen huwelijkse voorwaarden hebt?
Trouwde u op of na 1 januari 2018 zonder voorwaarden, dan bent u in de beperkte gemeenschap van goederen getrouwd. Trouwde u daarvoor, dan geldt de algehele gemeenschap van goederen.
In de beperkte gemeenschap blijft wat u voor het huwelijk alleen had van u, en valt wat u tijdens het huwelijk verwerft in de gemeenschap. Erfenissen en schenkingen blijven buiten de gemeenschap, tenzij de erflater of schenker anders heeft bepaald. Wat u voor het huwelijk al samen had, valt er juist wel in.
In de algehele gemeenschap vallen ook uw voorhuwelijkse vermogen en de erfenissen en schenkingen die u tijdens het huwelijk ontving, tenzij de erflater of schenker een uitsluitingsclausule heeft opgenomen. Bij het einde van de gemeenschap hebben beide echtgenoten recht op een gelijk deel; die verdeling bij helfte volgt uit artikel 1:100 BW.
Voor ondernemers is er een bepaling die vaak wordt vergeten. Valt de onderneming buiten de gemeenschap, bijvoorbeeld omdat u haar al voor het huwelijk had, dan komt de gemeenschap toch een redelijke vergoeding toe voor de kennis, vaardigheden en arbeid die u tijdens het huwelijk in de onderneming hebt gestoken, voor zover de gemeenschap daarvoor niet al op een andere manier is beloond (artikel 1:95a BW). In de rechtspraak strandt zo een verzoek geregeld op de onderbouwing. Wie het inroept, moet aannemelijk maken dat de ondernemer zich structureel te weinig heeft uitbetaald.
Welke soorten huwelijkse voorwaarden zijn er?
Vrijwel alle huwelijkse voorwaarden zijn een variant op drie vormen: koude uitsluiting, een periodiek verrekenbeding en een finaal verrekenbeding. Welke vorm u hebt, bepaalt of er bij de scheiding iets te verrekenen valt en waarover.
Koude uitsluiting
Bij koude uitsluiting blijven de vermogens volledig gescheiden en wordt er niets verrekend. Wat u zelf verdiende, spaarde of kocht, blijft van u, en dat geldt ook voor uw schulden. Verdeeld wordt alleen wat u samen in eigendom hebt, zoals een woning op beide namen of een gezamenlijke rekening.
Deze vorm beschermt de onderneming, maar kan de partner die minder verdiende of voor de kinderen zorgde met lege handen laten staan. Daarom leidt koude uitsluiting het vaakst tot discussie over vergoedingsrechten en over partneralimentatie.
Periodiek verrekenbeding
Bij een periodiek verrekenbeding moet u elk jaar het overgespaarde inkomen met elkaar delen: wat na de kosten van de huishouding overblijft. Het inkomensbegrip in de akte is hier beslissend. Bij een ruim inkomensbegrip telt ook winst mee die in de onderneming is blijven zitten; bij een beperkt begrip alleen het uitgekeerde inkomen. Voor ondernemers is dat verschil vaak de kern van de zaak.
Finaal verrekenbeding
Bij een finaal verrekenbeding houdt u tijdens het huwelijk alles gescheiden, maar rekent u bij het einde eenmalig af alsof er een gemeenschap was. Het vermogen van u beiden wordt opgeteld en gedeeld, zodat de partner met het grootste vermogen bijbetaalt. Wat u buiten die verrekening wilt houden, zoals een onderneming, voorhuwelijks vermogen of erfenissen, moet uitdrukkelijk in de akte zijn uitgezonderd. Staat het er niet, dan valt het er in beginsel onder.
Wat gebeurt er als u het periodieke verrekenbeding nooit hebt uitgevoerd?
Dan moet u alsnog verrekenen, over de hele huwelijksperiode. Bovendien wordt vermoed dat al het vermogen dat er bij het indienen van het echtscheidingsverzoek is, uit te verrekenen inkomen is opgebouwd.
Dit is de meest voorkomende en duurste valkuil. Het periodieke verrekenbeding staat in de akte, maar er is nooit jaarlijks afgerekend. Dat verandert niets aan de verplichting. Volgens artikel 1:141 BW strekt die zich ook uit over wat met het niet verrekende inkomen is belegd en herbelegd, inclusief de opbrengsten daarvan.
Daar komt een bewijsregel bij die de verhoudingen omdraait. Het vermogen dat aanwezig is op het moment waarop het echtscheidingsverzoek wordt ingediend, wordt vermoed te zijn gevormd uit wat verrekend had moeten worden. Dat is alleen anders als de redelijkheid en billijkheid, gelet op de aard en omvang van de verrekenplicht, iets anders meebrengen. In de praktijk wordt een niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding daardoor in beginsel afgewikkeld als een finaal verrekenbeding.
Wie stelt dat een deel van het vermogen privé is, moet dat dus zelf bewijzen. Het gerechtshof Den Haag liet in ECLI:NL:GHDHA:2020:1864 zien hoe dat uitpakt: een echtgenoot die stelde dat zijn vermogen uit schenkingen en erfenissen van zijn ouders kwam, kon dat niet met stukken onderbouwen en moest verrekenen. Na vijftien jaar huwelijk aantonen uit welke bron een spaarsaldo of een polis is opgebouwd, lukt zelden zonder administratie.
Bewaar daarom jaarrekeningen, belastingaangiften, bankafschriften en aankoopnota’s, en houd privé- en gezamenlijke geldstromen gescheiden. Wie een geërfd bedrag op een gezamenlijke spaarrekening zet, maakt het privékarakter in de praktijk onbewijsbaar. Hoe verrekenbedingen uitpakken als een van u beiden veel vermogen opbouwt, leest u in onze uitleg over verrekenbedingen en het meeprofiteren van succes.
U kunt het nog herstellen. U kunt alsnog verrekenen over de afgelopen jaren en het resultaat vastleggen in een vaststellingsovereenkomst. Daarvoor hebt u de medewerking van uw partner nodig; krijgt u die niet, dan legt u het geschil voor aan de rechter.

Wie krijgt de woning en wie betaalt de hypotheek?
Wie op de eigendomsakte staat, is eigenaar, ook als de ander jarenlang heeft meebetaald. Wie met eigen geld in de woning van de ander heeft geïnvesteerd, heeft wel een vergoedingsrecht.
Dat vergoedingsrecht volgt uit artikel 1:87 BW. De echtgenoot die privégeld heeft gestoken in een goed van de ander, kan dat bedrag terugvorderen. Of daar ook een deel van de waardestijging bij hoort, hangt af van de aard van de investering en van wat u daarover hebt afgesproken. U moet wel kunnen aantonen dat het geld uit uw privévermogen kwam en waaraan het is besteed.
De hypotheek volgt een eigen spoor. Staat u beiden op de lening, dan bent u beiden aansprakelijk tegenover de bank, ook bij koude uitsluiting. Wil een van u in de woning blijven, dan moet de bank instemmen met ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid. Dat doet zij alleen als de blijver de lasten alleen kan dragen. Een verdeling die de bank niet accepteert, werkt in de praktijk niet. Wat er verder speelt bij blijven, verkopen of uitkopen, leest u in ons artikel over de eigen woning bij echtscheiding.
Wie is aansprakelijk voor de schulden?
Bij koude uitsluiting blijven schulden bij degene die ze aanging. Er is één belangrijke uitzondering: voor schulden voor de gewone gang van de huishouding, zoals huur, energie en boodschappen, zijn beide echtgenoten volgens artikel 1:85 BW hoofdelijk aansprakelijk, ongeacht het huwelijksvermogensregime. Meer daarover leest u bij schulden en scheiding.
Wat gebeurt er met de onderneming bij de scheiding?
De eigendom van de aandelen of de eenmanszaak volgt de akte; wat u moet afrekenen, volgt het verrekenbeding. Vaak blijft het bedrijf dus van de ondernemer, maar moet hij de waardegroei of niet uitgekeerde winst wel met zijn partner delen.
Een finaal verrekenbeding zonder uitzondering voor de onderneming betekent dat de waardegroei tijdens het huwelijk wordt gedeeld. Een periodiek verrekenbeding met een ruim inkomensbegrip betekent dat winst die in de vennootschap is blijven zitten, alsnog in de verrekening meetelt.
Daarna komt de waardering. Spreek een peildatum af, kies een waarderingsmethode en laat de onderneming waarderen door een onafhankelijke deskundige, zoals een register valuator. Jaarrekeningen alleen zeggen te weinig over de werkelijke waarde. Houd er rekening mee dat de waarde voor de verrekening niet gelijk hoeft te zijn aan wat de onderneming bij verkoop zou opbrengen. De ondernemer moet het bedrag bovendien uit de onderneming of uit privé kunnen financieren. Hoe dat in de praktijk gaat, leest u in ons artikel over de waardering van een onderneming bij echtscheiding.
De rechtsvorm bepaalt de rest. Bij een eenmanszaak gaat de discussie vaak over goodwill en klantenkring. Bij een bv gaat het om de waarde van de aandelen, een eventuele rekening-courantverhouding en de vraag of er dividend had kunnen worden uitgekeerd. Bij een vof speelt ook de aansprakelijkheid van de vennoten mee. In alle gevallen geldt: hoe strikter u zakelijk en privé tijdens het huwelijk gescheiden hebt gehouden, hoe korter de discussie bij de scheiding.
Kunt u in huwelijkse voorwaarden afspreken dat u geen alimentatie betaalt?
Nee. Een afspraak vooraf dat u geen partneralimentatie betaalt, is nietig volgens artikel 1:400 BW. Pas met het oog op de echtscheiding kunt u samen afspreken dat er geen partneralimentatie wordt betaald.
Huwelijkse voorwaarden gaan over vermogen, niet over levensonderhoud. De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde in ECLI:NL:RBZWB:2020:864 dat een voorhuwelijkse nihilclausule over partneralimentatie nietig was, en dat een beroep op die nietigheid in die zaak niet onredelijk was. Een afspraak over het afzien van alimentatie legt u daarom vast in het echtscheidingsconvenant (artikel 1:158 BW).
Wel hebben uw voorwaarden indirect invloed. De rechter kijkt bij partneralimentatie naar behoefte en draagkracht, en vermogen dat door de voorwaarden privé is gebleven, telt mee bij de draagkracht. Sinds 1 januari 2020 duurt partneralimentatie in beginsel de helft van de huwelijksduur, met een maximum van vijf jaar (artikel 1:157 BW). Er zijn uitzonderingen voor lange huwelijken, oudere alimentatiegerechtigden en jonge kinderen. Kinderalimentatie staat helemaal los van de huwelijkse voorwaarden en loopt door tot het kind 21 jaar wordt (artikel 1:395a BW). Over duur en hoogte leest u meer bij partneralimentatie: hoe lang en hoeveel.
Wat gebeurt er met het pensioen?
Het pensioen volgt de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding, los van uw huwelijkse voorwaarden. Uw ex-partner heeft in beginsel recht op de helft van het ouderdomspensioen dat u tijdens het huwelijk hebt opgebouwd, tenzij u verevening in de akte of met het oog op de scheiding hebt uitgesloten.
Meldt u de scheiding binnen twee jaar met het daarvoor bestemde formulier bij de pensioenuitvoerder, dan betaalt die het deel straks rechtstreeks aan de ex-partner uit. Meldt u later, dan houdt u alleen nog een aanspraak op elkaar en moet u het onderling regelen. Met instemming van de pensioenuitvoerder kunt u ook kiezen voor conversie, waarbij de ex-partner een eigen pensioenrecht krijgt. De wet geldt ook bij het einde van een geregistreerd partnerschap. Het wetsvoorstel dat conversie de standaard moet maken, is nog geen geldend recht. De keuze tussen de routes werken wij uit bij pensioenverdeling bij scheiding.

Kunt u huwelijkse voorwaarden wijzigen of opzijzetten?
Tijdens het huwelijk kunt u ze samen bij de notaris wijzigen; rechterlijke goedkeuring is sinds 2012 niet meer nodig. Opzijzetten kan alleen in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij dwang, bedrog of misbruik van omstandigheden.
Beide echtgenoten moeten met de wijziging instemmen, en ook de wijziging moet in het huwelijksgoederenregister worden ingeschreven voordat zij tegenover derden werkt. In sommige situaties kan wijzigen niet, bijvoorbeeld tijdens een faillissement. Een wijziging kan fiscale gevolgen hebben als er vermogen verschuift. Laat dat vooraf door een fiscalist beoordelen; Law & More geeft geen fiscaal advies.
Een wijziging vlak voor een scheiding, waarbij een van u er duidelijk op vooruitgaat, bekijkt de rechter kritisch. Datzelfde geldt voor de vraag of de akte zelf kan worden aangetast. Uitgangspunt is dat afspraken worden nagekomen. Een beroep op dwang, bedrog of misbruik van omstandigheden kan de akte aantasten, en de toepassing van een beding kan in uitzonderlijke gevallen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn. De rechter is daar terughoudend in: dat de uitkomst ongelijk is, is niet genoeg. Wel weegt mee hoe u zich tijdens het huwelijk hebt gedragen, bijvoorbeeld of u de verrekenplicht bent nagekomen.
Na de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking kunt u de huwelijkse voorwaarden niet meer wijzigen. Is uw situatie veranderd, bijvoorbeeld doordat u een onderneming bent begonnen of een erfenis hebt ontvangen, pas de voorwaarden dan tijdig aan.
Hoe wikkelt u een scheiding met huwelijkse voorwaarden af?
Begin bij de akte en de administratie, niet bij de onderhandeling. Zonder een compleet beeld van wat privé is en wat verrekend moet worden, kan uw advocaat of mediator niets zinnigs zeggen over uw positie.
Verzamel eerst deze stukken:
- de originele akte van huwelijkse voorwaarden, op te vragen bij de notaris;
- jaaropgaven van alle bank-, spaar- en beleggingsrekeningen over de huwelijksjaren;
- belastingaangiften en, bij een onderneming, de jaarrekeningen;
- bewijs van investeringen met eigen geld: bankafschriften, facturen en de akte van levering;
- een pensioenoverzicht met de gegevens van alle pensioenuitvoerders;
- testamenten of schenkingsakten met een uitsluitingsclausule.
Daarna legt u de uitkomst vast in een echtscheidingsconvenant: de verdeling van gemeenschappelijke goederen, de afrekening van het verrekenbeding, vergoedingsrechten, de woning en de hypotheek, alimentatie en de pensioenverdeling. Spreek een peildatum af voor de omvang van het vermogen en een aparte peildatum voor de waardering; dat zijn twee verschillende dingen, en discussie daarover is achteraf lastig op te lossen.
Het convenant gaat als bijlage mee met het verzoekschrift dat uw advocaat bij de rechtbank indient. Bij een gemeenschappelijk verzoek volgt de beschikking meestal binnen enkele weken. U bent pas gescheiden als de beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Dat moet gebeuren binnen zes maanden nadat de beschikking onherroepelijk is geworden (artikel 1:163 BW). Woont een van u in het buitenland of is er vermogen in het buitenland, dan komt de vraag op welk recht van toepassing is. Dat behandelen wij bij de internationale echtscheiding.
Samengevat
- Uw akte van huwelijkse voorwaarden bepaalt bij de scheiding wat privé blijft en wat u moet verrekenen.
- Een nooit uitgevoerd periodiek verrekenbeding werkt in beginsel als een finaal verrekenbeding (artikel 1:141 BW); wie iets privé noemt, moet dat bewijzen.
- Wie met eigen geld in een goed van de ander investeerde, heeft een vergoedingsrecht (artikel 1:87 BW).
- Afstand van partneralimentatie vooraf is nietig; alleen met het oog op de scheiding kunt u dat afspreken.
- Pensioen, kinderalimentatie en de hypotheek bij de bank volgen eigen regels, los van de huwelijkse voorwaarden.
Veelgestelde vragen
Bepalen huwelijkse voorwaarden echt hoe wij ons vermogen verdelen?
Ja. De notariële akte is bij de afwikkeling leidend. Bij koude uitsluiting houdt ieder zijn eigen vermogen en wordt alleen verdeeld wat u samen in eigendom hebt. Bij een verrekenbeding rekent u af volgens de afgesproken maatstaf. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de rechter een beding buiten toepassing laten, omdat toepassing naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.
Wat gebeurt er als wij het periodieke verrekenbeding nooit hebben uitgevoerd?
Dan blijft de verrekenplicht bestaan, ook over wat met het niet verrekende inkomen is belegd en herbelegd. Volgens artikel 1:141 BW wordt bovendien vermoed dat het vermogen bij het indienen van het echtscheidingsverzoek uit te verrekenen inkomen is gevormd. Wie stelt dat bepaald vermogen privé is, moet dat aantonen.
Kunnen wij in huwelijkse voorwaarden afspreken dat er geen partneralimentatie wordt betaald?
Nee. Een overeenkomst waarbij vooraf van wettelijk verschuldigd levensonderhoud wordt afgezien, is nietig volgens artikel 1:400 BW. Wel kunt u met het oog op de echtscheiding samen afspreken dat geen partneralimentatie wordt betaald. Die afspraak legt u vast in het echtscheidingsconvenant (artikel 1:158 BW).
Blijft mijn onderneming van mij als ik onder huwelijkse voorwaarden ben getrouwd?
Wat de eigendom betreft meestal wel, maar dat zegt nog niets over de afrekening. Een verrekenbeding kan meebrengen dat niet uitgekeerde winst of de waardegroei van de onderneming toch moet worden verrekend. Beslissend is hoe het inkomensbegrip in uw akte is omschreven. Voor de afrekening laat u de onderneming waarderen op een afgesproken peildatum.
Wat gebeurt er met het pensioen als wij huwelijkse voorwaarden hebben?
De Wet verevening pensioenrechten bij scheiding staat los van uw huwelijkse voorwaarden. Uw ex-partner heeft in beginsel recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Meldt u de scheiding binnen twee jaar bij de pensioenuitvoerder, dan betaalt die het deel rechtstreeks uit. Verevening kunt u uitsluiten in de huwelijkse voorwaarden of in een schriftelijke overeenkomst met het oog op de scheiding.
Ik heb met eigen geld geïnvesteerd in het huis van mijn partner. Krijg ik dat terug?
Vaak wel, via een vergoedingsrecht op grond van artikel 1:87 BW. U moet dan kunnen aantonen dat het geld uit uw privévermogen kwam en waaraan het is besteed. Bankafschriften, facturen en de akte van levering zijn daarbij het bewijs. Zonder administratie is een vergoedingsrecht moeilijk hard te maken.
Kunnen wij onze huwelijkse voorwaarden tijdens het huwelijk nog wijzigen?
Ja. U gaat samen naar de notaris, die een nieuwe akte opmaakt; rechterlijke goedkeuring is niet meer nodig. De wijziging werkt tegenover schuldeisers en andere derden pas na inschrijving in het huwelijksgoederenregister. Een wijziging kort voor een scheiding waarbij een van u er sterk op vooruitgaat, bekijkt de rechter kritisch.
Hulp bij scheiden met huwelijkse voorwaarden
De uitkomst hangt af van twee dingen: wat er letterlijk in de akte staat en wat u tijdens het huwelijk daadwerkelijk hebt gedaan. Juist waar die twee uit elkaar lopen, ontstaat het geschil. Law & More leest uw akte, bepaalt uw positie en rekent de verrekening door; meer over onze aanpak leest u op de pagina van onze familierechtadvocaat.
Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.