Gepubliceerd op 11 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Samenwonen of trouwen is juridisch geen kwestie van smaak. Uw relatievorm bepaalt wie eigenaar is van de woning, wie aansprakelijk is voor welke schuld, wie na een breuk kan blijven wonen en of u iets van elkaar kunt vorderen. Het huwelijk en het geregistreerd partnerschap regelen die bescherming automatisch in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Samenwonen doet dat niet: daar moet u alles zelf vastleggen.
Inhoudsopgave
Wat regelt de wet automatisch bij trouwen en geregistreerd partnerschap?
Het huwelijk en het geregistreerd partnerschap zijn juridisch vrijwel gelijk. De wetgever heeft de bepalingen over de rechten en verplichtingen van echtgenoten van overeenkomstige toepassing verklaard op geregistreerde partners (artikel 1:80b BW), zodat u in beide gevallen dezelfde wettelijke basis krijgt. Echtgenoten en partners zijn elkaar hulp en bijstand verschuldigd en moeten elkaar het nodige verschaffen (artikel 1:81 BW). Uit die zorgplicht vloeit onder meer de latere aanspraak op partneralimentatie voort.
Daarnaast beschermt de wet u tegen ingrijpende beslissingen van uw partner. Voor het verkopen of bezwaren van de gezamenlijk bewoonde woning, voor giften, voor borgstellingen en voor koop op afbetaling heeft een echtgenoot de toestemming van de ander nodig (artikel 1:88 BW). Ontbreekt die toestemming, dan kan de andere echtgenoot de rechtshandeling vernietigen (artikel 1:89 BW). Dat is een van de sterkste vormen van bescherming die het Nederlandse familierecht kent, en samenwoners hebben die niet.
Er is een praktisch verschil tussen huwelijk en geregistreerd partnerschap dat er echt toe doet. Een geregistreerd partnerschap zonder minderjarige kinderen kunt u buiten de rechter om beeindigen met een schriftelijke overeenkomst die door een advocaat of notaris wordt ondertekend en wordt ingeschreven (artikel 1:80c BW). Zijn er wel minderjarige kinderen, dan moet de rechter eraan te pas komen, net als bij een echtscheiding. Wij zetten die route uiteen in ons artikel over het ontbinden van een geregistreerd partnerschap.
Wat regelt de wet niet als u alleen samenwoont?
Samenwoners zijn voor de wet in beginsel twee losse individuen. Er ontstaat geen onderhoudsplicht, geen gemeenschap van goederen, geen toestemmingsvereiste en geen automatische positie ten opzichte van elkaars pensioen. Ook een inschrijving op hetzelfde adres in de basisregistratie personen verandert daar niets aan: dat is een administratief feit, geen juridische status. Wie jarenlang samenwoont, bouwt dus geen rechten op enkel door tijdsverloop.
Dat werkt twee kanten op. U bent ook niet aansprakelijk voor de schulden van uw partner en uw vermogens blijven gescheiden, tenzij u samen tekent of samen koopt. Het probleem ontstaat vrijwel altijd bij de gezamenlijke kant van het leven: de woning, de auto, de spaarrekening, de verbouwing die door een van beiden is betaald. Zonder afspraken moet u achteraf bewijzen wie wat heeft ingebracht, en dat lukt zelden. In samenwonen zonder samenlevingscontract leest u wat de wet in dat geval wel en niet voor u doet.
Vermogen en schulden: wie is waarvoor aansprakelijk?
Trouwt u zonder huwelijkse voorwaarden, dan ontstaat sinds 1 januari 2018 een beperkte gemeenschap van goederen (artikel 1:94 BW). Wat u voor het huwelijk had, blijft van u; wat u tijdens het huwelijk opbouwt, wordt gemeenschappelijk. Erfenissen en giften vallen buiten de gemeenschap. Voor huwelijken van voor 2018 geldt nog de algehele gemeenschap, tenzij er voorwaarden zijn gemaakt. De trouwdatum is dus bepalend, en dat is precies het punt waarop veel stellen zich vergissen.
Aansprakelijkheid is een aparte vraag. Echtgenoten zijn niet automatisch aansprakelijk voor elkaars schulden, maar wel hoofdelijk voor de gewone gang van de huishouding, zoals boodschappen, energie en de huur (artikel 1:85 BW). Bestaat er een gemeenschap, dan kunnen schuldeisers zich bovendien op het gemeenschapsvermogen verhalen. Samenwoners zijn alleen aansprakelijk voor hun eigen schulden en voor wat zij samen zijn aangegaan, bijvoorbeeld een gezamenlijke hypotheek of een medegetekende lening. Wie hoofdelijk verbonden is en meer betaalt dan zijn interne aandeel, heeft regres op de ander (artikel 6:10 BW), maar dat regres moet u wel kunnen onderbouwen.
Voor beide vormen geldt dezelfde praktische les: leg vast wie wat heeft ingebracht en wie welk deel van de lasten draagt. Een samenlevingscontract of een set huwelijkse voorwaarden is niet bedoeld voor de dag dat u tekent, maar voor de dag dat u het oneens bent. De verschillen tussen die twee documenten zetten wij uiteen in samenlevingscontract versus huwelijk.
Wonen: medehuur, eigendom en toestemming voor verkoop
Bij een huurwoning is het onderscheid het scherpst. De echtgenoot of geregistreerd partner van de huurder is van rechtswege medehuurder zolang hij of zij in dezelfde woning woont (artikel 7:266 BW). Daar hoeft u niets voor te doen. Een samenwonende partner is dat niet: die moet samen met de huurder aan de verhuurder vragen om medehuurderschap en kan bij een weigering naar de kantonrechter (artikel 7:267 BW). De rechter kan het verzoek onder meer afwijzen als de huisgenoot nog geen twee jaar met de huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding voert, of als hij de huur niet kan dragen. De Rijksoverheid zet de voorwaarden voor medehuurderschap op een rij.
Het belang daarvan blijkt pas bij een breuk of bij overlijden van de huurder. Zonder medehuurderschap heeft de achterblijvende partner geen eigen recht op de woning en kan de verhuurder ontruiming vragen. Vraag het medehuurderschap dus aan zodra u aan de voorwaarden voldoet, niet op het moment dat het misgaat.
Bij een koopwoning volgt de eigendom de notariele akte en de inschrijving in de openbare registers. Kopen samenwoners samen, dan is ieder voor het in de akte vermelde aandeel eigenaar; koopt een van beiden alleen, dan is de ander geen eigenaar, hoeveel hij ook heeft meebetaald. Bij gehuwden hangt het af van het regime en van de vraag of de woning in de gemeenschap valt. Het toestemmingsvereiste van artikel 1:88 BW beschermt de echtgenoot tegen een eenzijdige verkoop van de gezinswoning; een samenwoner die geen mede-eigenaar is, kan een verkoop niet tegenhouden.
Kinderen: erkenning, gezag en onderhoud
Voor kinderen is uw relatievorm minder bepalend dan veel ouders denken, maar de formaliteiten verschillen wel. Is de moeder getrouwd of geregistreerd partner van de andere ouder, dan ontstaat het juridisch ouderschap van rechtswege. Bij samenwonen moet de partner het kind erkennen (artikel 1:203 BW); zonder erkenning bestaat er juridisch geen band, ook niet als u het kind samen opvoedt.
Sinds 1 januari 2023 krijgt de erkenner in beginsel automatisch het gezamenlijk gezag samen met de moeder (artikel 1:251b BW). Bij erkenningen van voor die datum ontstond dat gezag niet vanzelf: het moest apart worden aangetekend in het gezagsregister. Wie voor 2023 heeft erkend en nooit gezag heeft aangevraagd, heeft dus mogelijk nog steeds geen gezag. Dat is een van de meest voorkomende blinde vlekken die wij tegenkomen; in ouderlijk gezag in Nederland leggen wij uit hoe u dat alsnog regelt.
De onderhoudsplicht jegens kinderen staat los van uw relatievorm. Ouders zijn onderhoudsplichtig, en die plicht loopt door tot het kind eenentwintig jaar wordt (artikel 1:395a BW). Kinderalimentatie kunt u dus ook vorderen als u nooit getrouwd bent geweest.
Pensioen en fiscaal partnerschap
Eindigt een huwelijk of geregistreerd partnerschap, dan heeft de ex-partner op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding recht op de helft van het tijdens de relatie opgebouwde ouderdomspensioen, tenzij u iets anders afspreekt in voorwaarden of in een convenant. Meldt u de scheiding binnen twee jaar bij de pensioenuitvoerder, dan betaalt die het deel rechtstreeks uit; daarna bent u aangewezen op uw ex-partner. De Rijksoverheid licht het verdelen van ouderdomspensioen na scheiding toe. Voor samenwoners geldt deze wet niet: er valt niets te verevenen, tenzij u het contractueel regelt.
Het partnerpensioen loopt via de pensioenregeling zelf. Gehuwden en geregistreerde partners worden door de uitvoerder meestal automatisch als partner geregistreerd; samenwoners moeten hun partner actief aanmelden, en veel regelingen eisen daarbij een notarieel samenlevingscontract. Controleer dat per uitvoerder, ook als u van baan wisselt.
Fiscaal partnerschap ontstaat bij gehuwden en geregistreerde partners automatisch. Samenwoners zijn alleen fiscaal partner als zij op hetzelfde adres staan ingeschreven en daarnaast aan een aanvullende voorwaarde voldoen, zoals een notarieel samenlevingscontract, een gezamenlijk kind of een gezamenlijke eigen woning. Dat heeft gevolgen voor de aangifte en voor toeslagen. Laat u over de fiscale kant door een fiscalist of de Belastingdienst adviseren; wij beperken ons tot de civielrechtelijke gevolgen. Ook wat er bij overlijden gebeurt hoort thuis bij de notaris: het erfrecht behoort niet tot onze praktijk.
Wat gebeurt er als de relatie eindigt?
Een huwelijk en een geregistreerd partnerschap eindigen via een formele procedure, met verdeling van de gemeenschap of afwikkeling van de voorwaarden, verevening van pensioen en eventueel partneralimentatie. Sinds 1 januari 2020 duurt die partneralimentatie in beginsel de helft van de huwelijksduur met een maximum van vijf jaar, met drie wettelijke uitzonderingen (artikel 1:157 BW). Wat dat concreet betekent, leest u in ons overzicht over alimentatie.
Samenwoners hebben geen procedure en geen partneralimentatie. Zij verdelen wat gemeenschappelijk is en gaan uiteen; wat in een samenlevingscontract staat, is dan het enige houvast. Ontbreekt dat contract, dan resteert een discussie over eigendom, draagplicht en vergoedingsrechten die vaak bij de rechter eindigt. Hoe u zo een beeindiging ordentelijk afwikkelt, beschrijven wij in uit elkaar gaan met een samenlevingscontract.
Wat legt u vast, en waar?
De keuze tussen samenwonen of trouwen bepaalt vooral hoeveel u zelf moet regelen. Bij een huwelijk of geregistreerd partnerschap zijn huwelijkse of partnerschapsvoorwaarden aan de orde als u wilt afwijken van de beperkte gemeenschap, bijvoorbeeld omdat een van u ondernemer is. Bij samenwonen is een notarieel samenlevingscontract het aangewezen instrument, omdat pensioenuitvoerders en de Belastingdienst daar in veel gevallen om vragen.
Neem in ieder geval de volgende punten op, ongeacht de vorm die u kiest:
- de eigendomsverhouding van de woning en de inboedel, met de verdeling van de hypotheeklasten en van de over- of onderwaarde;
- de verdeling van de kosten van de huishouding en de wijze waarop u vergoedingsrechten vaststelt;
- een verblijvingsbeding voor gezamenlijke goederen en, bij samenwonen, een zorgverplichting jegens elkaar;
- afspraken over pensioen en over de aanmelding van de partner bij de pensioenuitvoerder.
Zet daarnaast uw administratie op orde. Bewaar aankoopnotas, leningsdocumenten en bankafschriften waaruit blijkt wie wat heeft betaald. In geschillen over eigendom en vergoedingsrechten is dat papier vaak doorslaggevend.
Veelgestelde vragen
Krijg ik na jarenlang samenwonen automatisch rechten?
Nee. Het Nederlandse recht kent geen periode waarna samenwoners vanzelf de status van echtgenoot krijgen. Alleen bij medehuur speelt tijdsverloop een rol: de kantonrechter kan een verzoek om medehuurderschap afwijzen als de gemeenschappelijke huishouding nog geen twee jaar duurt (artikel 7:267 BW).
Heb ik recht op partneralimentatie als wij niet getrouwd waren?
Nee. De wettelijke onderhoudsplicht van artikel 1:157 BW geldt alleen na een huwelijk of geregistreerd partnerschap. Samenwoners kunnen wel in hun samenlevingscontract een onderhoudsverplichting opnemen; dan is dat een contractuele aanspraak.
Is een geregistreerd partnerschap makkelijker te beeindigen dan een huwelijk?
Alleen als er geen minderjarige kinderen zijn. Dan volstaat een beeindigingsovereenkomst die door een advocaat of notaris is ondertekend en wordt ingeschreven (artikel 1:80c BW). Met minderjarige kinderen loopt het net als bij een echtscheiding via de rechter.
Moet een samenlevingscontract bij de notaris?
Juridisch geldt ook een onderhands contract tussen partijen. Maar pensioenuitvoerders en de fiscus stellen vaak de eis van een notariele akte, en een verblijvingsbeding wordt alleen notarieel echt sluitend. Voor wie iets van waarde deelt, is de notariele route de verstandige keuze.
Wij zijn voor 2023 ouder geworden en niet getrouwd. Hebben wij samen gezag?
Niet automatisch. Het gezamenlijk gezag van rechtswege bij erkenning geldt pas voor erkenningen vanaf 1 januari 2023 (artikel 1:251b BW). Controleer het gezagsregister en vraag het gezag zo nodig alsnog aan bij de rechtbank.
Advies over uw relatievorm
Of u nu kiest voor samenwonen of trouwen: het verschil zit niet in de romantiek maar in wat u zelf moet vastleggen. De familierechtadvocaten van Law & More beoordelen uw huidige positie, wijzen de gaten aan in uw woon-, vermogens- en pensioensituatie en stellen de contracten op die die gaten dichten, waar nodig in afstemming met uw notaris. Loopt het toch mis, dan staan wij u bij in de onderhandeling of de procedure. Neem gerust contact met ons op voor een eerste gesprek. De wettekst zelf vindt u in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.