Kort geding: voorwaarden, procedure en termijnen

De complete gids voor de procedure kort geding

Gepubliceerd op 12 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Een kort geding is een spoedprocedure waarin de voorzieningenrechter op grond van artikel 254 Rv een voorlopige voorziening treft. De procedure is bedoeld voor zaken die geen uitstel dulden: u krijgt binnen enkele weken een bindende uitspraak in plaats van na maanden. Voorwaarde is een spoedeisend belang. De rechter beslist voorlopig en zonder uitgebreid bewijsonderzoek.

Wat is een kort geding?

Het kort geding is geregeld in de artikelen 254 tot en met 260 Rv. De voorzieningenrechter kan in alle zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, zo’n voorziening treffen. Dat is iets anders dan een eindoordeel: de rechter beslist voorlopig, op basis van de stukken en wat op de zitting aannemelijk wordt.

Voorzieningenrechter behandelt een kort geding in de zittingszaal van de rechtbank.

Die voorlopigheid heeft twee kanten. Zij maakt snelheid mogelijk, want de rechter hoeft geen getuigen te horen en geen deskundigen te benoemen. Tegelijk bindt zij de bodemrechter niet: die kan later, met meer bewijs voor ogen, tot een ander oordeel komen. Wie een kort geding wint, heeft dus een afdwingbare beslissing, geen definitief gelijk.

Het verschil met de bodemprocedure zit vooral in doel, tempo en bewijs. Een bodemprocedure leidt tot een eindvonnis over het hele geschil en biedt ruimte voor getuigenverhoor, deskundigenonderzoek en meerdere schriftelijke rondes. Een kort geding levert een tijdelijke maatregel die een acuut probleem stopt: een verbod, een gebod, doorbetaling van loon, afgifte van een zaak of nakoming van een afspraak.

Beide routes sluiten elkaar niet uit. In de praktijk wordt een kort geding vaak gebruikt om de situatie te bevriezen terwijl de bodemprocedure loopt, of juist om partijen tot een regeling te bewegen. Welke route in uw situatie past, leest u in ons artikel over kort geding tegenover bodemprocedure.

Wanneer is er een spoedeisend belang?

Het spoedeisend belang is de toegangspoort. U moet aannemelijk maken dat u de uitkomst van een gewone procedure niet kunt afwachten zonder onevenredig nadeel te lijden. De rechter beoordeelt dat op het moment van de zitting, niet op het moment waarop het conflict ontstond. Wie maanden stilzit en dan spoed claimt, ondermijnt zijn eigen verhaal.

Spoed is bovendien relatief: de rechter weegt uw belang bij onmiddellijk ingrijpen af tegen het belang van de tegenpartij bij een zorgvuldige, volledige behandeling. Hoe ingrijpender de gevraagde maatregel, hoe zwaarder de onderbouwing moet zijn. Een verbod dat de bedrijfsvoering van de wederpartij stillegt, vraagt meer dan een gebod om een document af te geven.

In de praktijk worden onder meer de volgende situaties als spoedeisend aangemerkt:

  • een publicatie die op het punt staat te verschijnen en onherstelbare reputatieschade veroorzaakt;
  • een leverancier die de levering staakt waardoor de productie stilvalt;
  • een ex-werknemer die in strijd met een concurrentie- of relatiebeding klanten benadert;
  • een inbreuk op een merk, model of auteursrecht die dagelijks omzet kost;
  • loon dat na een ontslag op staande voet niet meer wordt betaald;
  • een omgangsregeling die eenzijdig wordt stopgezet, of alimentatie die abrupt stopt.

Onderbouw die urgentie met stukken: een aankondiging, een sommatie die onbeantwoord bleef, een bankafschrift, een rooster of een e-mailwisseling. Een enkele stelling dat de zaak dringend is, redt het niet. Omgekeerd geldt: een geschil dat al jaren sluimert en waarin geen nieuwe dreiging is ontstaan, hoort thuis in een bodemprocedure.

Welke zaken lenen zich niet voor een kort geding?

Naast spoed geldt een tweede eis: de zaak moet zich lenen voor een voorlopige beslissing. Is het feitencomplex zo onduidelijk dat de rechter zonder getuigenverhoor of deskundigenbericht niet verantwoord kan oordelen, dan wijst hij de vordering af of verwijst hij naar de bodemprocedure. Denk aan een bouwgeschil met tegenstrijdige expertiserapporten over constructiefouten.

Ook een vordering die feitelijk onomkeerbaar is, ligt gevoelig. De rechter is terughoudend met een voorziening die de uitkomst van de bodemprocedure praktisch bepaalt, bijvoorbeeld een bevel tot afgifte van een zaak die daarna is doorverkocht. Hij zal dan eerder een minder ingrijpende maatregel treffen of zekerheid verlangen.

Een geldvordering in kort geding kan wel, maar kent extra drempels. U moet niet alleen het spoedeisend belang aantonen, maar ook dat het bestaan en de omvang van de vordering voldoende aannemelijk zijn en dat het restitutierisico beperkt is: wat gebeurt er als u het geld later terug moet betalen omdat de bodemrechter anders oordeelt?

Ten slotte is het kort geding geen instrument om een bodemprocedure te vervangen. Wie een structureel geschil definitief geregeld wil zien, moet die procedure alsnog voeren. Het kort geding overbrugt de tussenliggende periode.

Hoe verloopt de procedure stap voor stap?

De procedure begint met een conceptdagvaarding waarin staat wie eist, wat wordt gevorderd, op welke feiten en rechtsgronden de vordering rust en waarom de zaak geen uitstel duldt. Uw advocaat dient dat concept met een digitaal aanvraagformulier in bij de rechtbank en vraagt tegelijk om een zittingsdatum. Hoe u die aanvraag opbouwt, leest u in ons artikel over de aanvraag van een kort geding.

Advocaat stelt een conceptdagvaarding op voor een kort geding bij de rechtbank.

De voorzieningenrechter bepaalt vervolgens dag en uur van de mondelinge behandeling. Daarna wordt de definitieve dagvaarding door een gerechtsdeurwaarder aan de tegenpartij betekend. Pas met die betekening staat de zaak officieel op de rol en weet de gedaagde waar hij aan toe is.

De rechtbanken hanteren voor kanton, handel en familie inmiddels één landelijk procesreglement kort gedingen. Dat reglement schrijft onder meer voor dat het betekende exploot uiterlijk drie werkdagen vóór de mondelinge behandeling bij de rechtbank binnen is en dat nadere stukken minimaal vierentwintig uur, oftewel één werkdag, vóór de zitting worden ingediend. Stukken die later komen, laat de rechter vaak buiten beschouwing.

Die uniforme regels schelen tijd. Waar advocaten vroeger per rechtbank moesten nagaan welke termijnen golden, gelden nu dezelfde spelregels voor alle rechtbanken. Voor u betekent dat een voorspelbaarder traject en minder kans dat een procedurele misstap ten koste gaat van de inhoud.

Het landelijk procesreglement kort gedingen bepaalt de termijnen voor stukken en betekening.

Wat gebeurt er tijdens de mondelinge behandeling?

De zitting is het hart van het kort geding. De voorzieningenrechter heeft de stukken gelezen en stuurt op de kern: is er spoed, is de vordering voldoende aannemelijk en welke maatregel is proportioneel? De eiser licht de vordering toe, de gedaagde voert verweer, en beide advocaten krijgen gelegenheid te repliceren.

Anders dan in een bodemprocedure worden er in beginsel geen getuigen gehoord. De rechter stelt zelf veel vragen en toetst of het verhaal klopt met de overgelegde stukken. Tegenstrijdigheden tussen wat u schrijft en wat u zegt, vallen daardoor snel op. Bereid u dus voor op vragen over data, bedragen en over wat u zelf hebt gedaan om het probleem op te lossen.

Partijen en hun advocaten tijdens de mondelinge behandeling van een kort geding.

Veel voorzieningenrechters onderzoeken op de zitting of een schikking mogelijk is. Dat is geen zwaktebod: een regeling die u zelf mee vormgeeft, is vaak beter uitvoerbaar dan een opgelegd verbod. Komt u eruit, dan wordt de afspraak vastgelegd in een proces-verbaal, dat net als een vonnis ten uitvoer kan worden gelegd.

Lukt dat niet, dan sluit de rechter de behandeling en bepaalt hij wanneer hij uitspraak doet. Volgens de Rechtspraak volgt de schriftelijke uitspraak meestal twee weken na de zitting; alleen als het nodig is, wordt die periode korter of langer.

Wat staat er in het vonnis en hoe dwingt u het af?

Het vonnis bevat een voorlopige voorziening: een verbod, een gebod, een voorschot op een geldbedrag of een ordemaatregel. De rechter formuleert die zo concreet mogelijk, want een vage veroordeling is niet uitvoerbaar. Daarnaast beslist hij over de proceskosten.

Vrijwel elk kortgedingvonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat de winnende partij het direct kan laten uitvoeren, ook als de tegenpartij hoger beroep instelt. Het instellen van beroep schorst de werking dus niet. Voor de praktijk is dat het belangrijkste kenmerk van deze procedure.

Om naleving af te dwingen verbindt de rechter er vaak een dwangsom aan: een bedrag dat per overtreding of per dag verschuldigd wordt zolang het vonnis niet wordt nageleefd. Meestal wordt daarbij een maximum bepaald. Die financiële prikkel maakt dat de meeste veroordeelden zich alsnog aan de uitspraak houden zonder dat verdere stappen nodig zijn.

Gebeurt dat niet, dan schakelt u een deurwaarder in. Hij betekent het vonnis, stelt de verbeurde dwangsommen vast en kan tot executie overgaan, bijvoorbeeld door beslag te leggen. Bewaar in die fase alle bewijzen van de overtreding: foto’s, schermafdrukken, verklaringen en data. Zonder die vastlegging is een dwangsom moeilijk te innen.

Kunt u in hoger beroep tegen een kortgedingvonnis?

Ja, maar de termijn is kort. Tegen een vonnis in kort geding staat hoger beroep open binnen vier weken na de dag van de uitspraak; die verkorte beroepstermijn staat in artikel 339 Rv. Voor cassatie bij de Hoge Raad geldt een termijn van acht weken. Laat u die termijnen verstrijken, dan staat het vonnis onherroepelijk vast.

Het gerechtshof beoordeelt de zaak opnieuw, opnieuw voorlopig en opnieuw met de eis van spoedeisend belang. Dat belang moet ook in hoger beroep nog bestaan; is de situatie inmiddels achterhaald, dan kan het hof u niet-ontvankelijk verklaren of de vordering afwijzen wegens gebrek aan belang.

Naast of in plaats van hoger beroep kunt u een bodemprocedure starten. De bodemrechter is niet gebonden aan het voorlopige oordeel en beoordeelt de zaak met volledige bewijslevering. Wint u het kort geding en verliest u later de bodemprocedure, dan kan de tegenpartij terugvorderen wat op grond van het kortgedingvonnis is betaald of gepresteerd, en soms ook schadevergoeding vorderen.

Dat risico is een reden om vooraf realistisch te wegen hoe sterk uw zaak is. Een kort geding winnen op basis van een dun dossier kan achteraf duur uitpakken.

Wat kost een kort geding en wie betaalt de rekening?

De kosten van een kort geding bestaan uit drie vaste onderdelen. Wat u concreet kwijt bent, hangt af van de aard van de vordering en de complexiteit van de zaak; een uitgebreider overzicht vindt u in ons artikel over de kosten van een kort geding.

  • Griffierecht: het bedrag dat de rechtbank in rekening brengt, afhankelijk van de hoogte van de vordering en van de vraag of u als particulier of als rechtspersoon procedeert.
  • Deurwaarderskosten: voor het betekenen van de dagvaarding en later eventueel voor de executie van het vonnis.
  • Advocaatkosten: doorgaans de grootste post, omdat de zaak in korte tijd volledig moet worden voorbereid.

De verliezende partij wordt in handelszaken meestal in de proceskosten veroordeeld. Die veroordeling wordt berekend volgens het liquidatietarief, een forfaitair stelsel dat losstaat van wat uw advocaat werkelijk in rekening brengt. Reken er dus niet op dat u uw kosten volledig vergoed krijgt; in intellectuele-eigendomszaken geldt overigens een ruimere regeling.

In familiezaken ligt dat anders. Daar compenseert de rechter de proceskosten in de regel, zodat elke partij de eigen kosten draagt. Alleen bij evident nodeloos of onredelijk procederen wijkt hij daarvan af. Houd daar rekening mee bij de afweging of een kort geding in een familiekwestie de moeite waard is.

Heeft u een laag inkomen, dan kunt u mogelijk een toevoeging aanvragen bij de Raad voor Rechtsbijstand. U betaalt dan een eigen bijdrage en een verlaagd griffierecht. Uw advocaat kan u vertellen of uw zaak daarvoor in aanmerking komt.

Kort geding in het familierecht: wanneer werkt het?

Ook in familiezaken is het kort geding een reguliere route, en de eisen zijn dezelfde: onmiddellijke spoed en een vordering die zich leent voor een voorlopige beslissing. Het verschil zit in de aard van de belangen. Gaat het om kinderen, dan weegt de rechter uitdrukkelijk mee wat in hun belang is, en dat kan de uitkomst bepalen.

Ouder bespreekt met een familierechtadvocaat een spoedprocedure over de omgangsregeling.

Een veelvoorkomend geval is een omgangsregeling die eenzijdig wordt stopgezet. Het recht op omgang tussen ouder en kind is geregeld in de artikelen 1:377a en volgende BW. Blijft nakoming uit, dan kunt u die in kort geding vorderen, versterkt met een dwangsom. Wat daarbij verstandig is, leest u in ons artikel over een omgangsregeling die niet wordt nageleefd. De rechter kijkt daarbij wel naar de onderbouwing van de bezwaren van de andere ouder: zorgen die niet met concrete feiten worden gestaafd, wegen minder zwaar dan het belang van het kind bij contact met beide ouders.

Een tweede categorie betreft geschillen tussen ouders met gezamenlijk gezag, bijvoorbeeld over een vakantie naar het buitenland, een verhuizing of de schoolkeuze. Daarvoor bestaat de geschillenregeling van artikel 1:253a BW, waarin de rechter een knoop doorhakt of vervangende toestemming geeft. Is de vertrekdatum aanstaande of dreigt een verhuizing op korte termijn, dan kan die beslissing in kort geding worden gevraagd.

De derde categorie is financieel. Stopt de betaling van kinder- of partneralimentatie abrupt, dan ontstaat vaak binnen weken een acuut probleem. Nakoming van een vastgestelde onderhoudsbijdrage, geregeld in de artikelen 1:392 en volgende BW, kan in kort geding worden gevorderd, net als medewerking aan de verkoop van een gezamenlijke woning wanneer een van beiden die blokkeert. Meer over de systematiek van alimentatie leest u in ons overzicht.

Kort geding of voorlopige voorziening bij echtscheiding?

In scheidingszaken bestaat naast het kort geding een aparte spoedroute: de voorlopige voorzieningen van de artikelen 821 tot en met 826 Rv. Die procedure is speciaal bedoeld voor de periode rond een echtscheiding en verloopt met een verzoekschrift, niet met een dagvaarding. Zij regelt onder meer wie in de echtelijke woning blijft, bij wie de kinderen verblijven, de omgang en een voorlopige onderhoudsbijdrage.

Het verschil is praktisch belangrijk. Voorlopige voorzieningen kunnen worden gevraagd vlak voor of tijdens de echtscheidingsprocedure en gelden in beginsel tot de scheiding is ingeschreven en de definitieve beslissing werkt. Een kort geding staat daar los van en is er voor situaties die buiten die kaders vallen of die geen dag kunnen wachten. Wat de voorlopige-voorzieningenprocedure inhoudt, staat in ons artikel over voorlopige voorzieningen bij echtscheiding.

Loopt er al een echtscheidingsprocedure, dan is de voorlopige-voorzieningenroute meestal sneller en goedkoper dan een kort geding, alleen al omdat er geen deurwaarder aan te pas komt. Is er geen scheidingsprocedure aanhangig, bijvoorbeeld bij ouders die nooit gehuwd waren, dan blijft het kort geding het aangewezen middel.

Uw advocaat kiest de route die past bij uw situatie. Het is geen kwestie van smaak: de verkeerde ingang kost tijd die u juist niet hebt, en kan ertoe leiden dat u niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Kort geding bij de kantonrechter of bij de rechtbank?

Welke rechter bevoegd is, hangt af van het onderwerp en de hoogte van de vordering. De kantonrechter behandelt geldvorderingen tot 25.000 euro en daarnaast alle conflicten over arbeid, huur, consumentenkoop en consumentenkrediet, ongeacht het gevorderde bedrag. Alle overige civiele zaken horen bij de rechtbank.

Dat onderscheid heeft een direct gevolg. Bij de rechtbank geldt verplichte procesvertegenwoordiging: u kunt daar alleen met een advocaat procederen. Bij de kantonrechter mag u zelf optreden of iemand machtigen. Een arbeidsconflict over doorbetaling van loon na een ontslag op staande voet komt dus bij de kantonrechter terecht, een merkinbreuk bij de rechtbank.

Ook zonder verplichting is bijstand in kort geding verstandig. De voorbereidingstijd is kort, de zitting verloopt snel en de eisen aan de onderbouwing van het spoedeisend belang zijn hoog. Een fout in de dagvaarding is in een spoedprocedure zelden nog te herstellen.

De relatieve bevoegdheid, dus welke rechtbank in Nederland, volgt in beginsel de woonplaats van de gedaagde, met bijzondere regels voor onder meer huurzaken en onrechtmatige daad. Ook dat is een reden om de dagvaarding niet zelf op te stellen.

Hoe vraagt u om extra spoed of een verkorte termijn?

Soms is zelfs het normale tempo van een kort geding te traag, bijvoorbeeld bij een publicatie die morgen verschijnt of een executieveiling die deze week plaatsvindt. In die gevallen vraagt uw advocaat de voorzieningenrechter om een zitting op zeer korte termijn en om verkorting van de termijn van dagvaarding.

De rechter beoordeelt zo’n verzoek kritisch, want de tegenpartij moet zich nog wel kunnen verweren. U moet daarom concreet maken welke onomkeerbare gevolgen intreden als de gewone termijn wordt gevolgd: welke handeling staat op welke datum gepland, en waarom is die daarna niet meer terug te draaien? Voeg het bewijs daarvan bij het verzoek.

Informeer de tegenpartij zo snel mogelijk over het verzoek en over de aangevraagde datum. Dat is niet alleen fatsoenlijk, het versterkt uw positie: een rechter die ziet dat u de wederpartij niet hebt overvallen, is eerder bereid mee te gaan in de verkorting. Bij uiterste spoed kan de voorzieningenrechter zelfs op een andere plaats of buiten kantooruren zitting houden.

Houd rekening met afwijzing. Wordt de verkorting niet toegestaan, dan loopt de zaak op de gewone termijn door en moet u een alternatief achter de hand hebben, bijvoorbeeld een sommatie met een korte reactietermijn of, bij dreigende verduistering van vermogen, conservatoir beslag.

Welke vorderingen kunt u in kort geding instellen?

De voorzieningenrechter kan iedere onmiddellijke voorziening treffen die de zaak vereist, mits die voorlopig van aard is. In de praktijk gaat het meestal om een verbod, bijvoorbeeld om een publicatie te staken of een inbreuk op een merk of handelsnaam te stoppen, of om een gebod: nakomen van een overeenkomst, afgifte van administratie of hervatting van een levering.

Daarnaast is een voorschot op een geldvordering mogelijk. Denk aan doorbetaling van loon, een voorschot op een onbetaalde factuur of op een onderhoudsbijdrage. De rechter kijkt dan extra kritisch: het bestaan en de omvang van de vordering moeten voldoende aannemelijk zijn, en hij weegt het risico dat u het bedrag later moet terugbetalen.

Een aparte categorie is de opheffing van beslag. Heeft iemand conservatoir beslag op uw rekening of onroerend goed laten leggen, dan kunt u in kort geding opheffing vorderen; de regeling daarvoor staat in de artikelen 700 en volgende Rv. Beslag legt uw bedrijfsvoering vaak per direct lam, zodat het spoedeisend belang zich meestal vanzelf laat aantonen. Overigens geeft beslag geen voorrang boven andere schuldeisers en vervalt het bij faillissement.

Ten slotte kan een kort geding worden gebruikt om afgifte van bewijsstukken af te dwingen. Sinds de vernieuwing van het bewijsrecht per 1 januari 2025 is het oude artikel 843a Rv vervangen door de artikelen 194 tot en met 195a Rv, die het recht op inzage, afschrift of uittreksel van gegevens regelen. Wie vreest dat cruciale stukken verdwijnen, kan die vordering met spoed instellen.

Kort geding tegen de overheid of naar de bestuursrechter?

Wilt u optreden tegen een besluit van een gemeente, provincie of ministerie, dan is de civiele voorzieningenrechter meestal niet de aangewezen instantie. Tegen een besluit staat de bestuursrechtelijke weg open: bezwaar of beroep, en daarnaast een verzoek om een voorlopige voorziening bij de bestuursrechter op grond van de artikelen 8:81 tot en met 8:87 Awb.

Die bestuursrechtelijke voorziening werkt vergelijkbaar met een kort geding: u vraagt de rechter om een besluit te schorsen of om een tijdelijke maatregel, in afwachting van de beslissing op bezwaar of beroep. Wordt bijvoorbeeld een omgevingsvergunning verleend voor werkzaamheden die onomkeerbaar zijn, dan is schorsing bij de bestuursrechter de route, niet een kort geding bij de burgerlijke rechter.

De civiele voorzieningenrechter fungeert hier als restrechter. Hij is bevoegd wanneer er geen met voldoende waarborgen omklede bestuursrechtelijke rechtsgang openstaat, of wanneer het gaat om feitelijk handelen van de overheid dat geen besluit is. Ook geschillen over aanbestedingen en over de uitvoering van overeenkomsten met een overheidslichaam komen bij de burgerlijke rechter terecht.

Dat onderscheid bepaalt niet alleen waar u aanklopt, maar ook welke termijnen gelden. In het bestuursrecht is de bezwaartermijn kort, en wie die laat verlopen, verliest zijn positie; een kort geding repareert dat niet. Laat daarom bij elk conflict met een bestuursorgaan eerst vaststellen welke rechtsgang openstaat.

Hoe bereidt u een kort geding goed voor?

Begin met een schriftelijke sommatie met een korte, maar redelijke reactietermijn. Die stap kost een of twee dagen en levert twee dingen op: soms lost het conflict zich ermee op, en anders hebt u zwart op wit dat u hebt geprobeerd het buiten rechte te regelen. Rechters hechten daaraan, en het onderbouwt tegelijk de urgentie.

Verzamel daarna het bewijs in de vorm waarin u het wilt overleggen. Denk aan de overeenkomst, de correspondentie, facturen, schermafdrukken met datum en tijd, foto’s en verklaringen van betrokkenen. Zet de feiten in een chronologisch overzicht: wat gebeurde wanneer, wie deed wat en welk stuk hoort daarbij. Dat overzicht is de ruggengraat van de dagvaarding.

Formuleer vervolgens de vordering zo concreet mogelijk. Een veroordeling om zich in het vervolg netjes te gedragen is niet uitvoerbaar; een verbod om een specifiek product aan te bieden, met een omschrijving en een termijn, wel. Denk daarbij meteen na over de dwangsom: welk bedrag per overtreding, en welk maximum?

Wacht ten slotte niet te lang. Elke week die u laat verstrijken, maakt het lastiger om vol te houden dat de zaak geen uitstel duldt. Loopt er tegelijkertijd een bodemprocedure of een mediationtraject, meld dat dan in de dagvaarding; verzwijgen werkt tegen u zodra de tegenpartij het ter sprake brengt.

Veelgestelde vragen

Hieronder beantwoorden wij de vragen die cliënten ons het vaakst stellen over de gang van zaken in kort geding.

Hoe snel doet de rechter uitspraak in een kort geding?

De zitting wordt vaak binnen enkele dagen tot enkele weken gepland, afhankelijk van de urgentie die u onderbouwt. Volgens de Rechtspraak doet de voorzieningenrechter daarna meestal twee weken na de zitting schriftelijk uitspraak.

Bij zeer grote spoed kan de rechter direct na de behandeling mondeling beslissen; het schriftelijke vonnis volgt dan later.

Een bodemprocedure duurt in de regel maanden tot jaren. Dat verschil in doorlooptijd is de kern van het kort geding.

Heb ik een advocaat nodig voor een kort geding?

Bij een kort geding voor de civiele rechter van de rechtbank bent u verplicht een advocaat in te schakelen. Dat volgt uit de regels over verplichte procesvertegenwoordiging in artikel 79 Rv.

Bij de kantonrechter is een advocaat niet verplicht. De kantonrechter behandelt geldvorderingen tot 25.000 euro en alle conflicten over arbeid, huur, consumentenkoop en consumentenkrediet, ongeacht het bedrag.

Ook waar het mag, is zelf procederen in kort geding riskant: de voorbereidingstijd is kort en het spoedeisend belang moet meteen goed staan.

Kan ik in hoger beroep tegen een kortgedingvonnis?

Ja. De termijn is vier weken na de dag van de uitspraak; die korte beroepstermijn staat in artikel 339 Rv. Voor cassatie geldt een termijn van acht weken.

Daarnaast kunt u het geschil altijd nog in volle omvang aan de bodemrechter voorleggen. Die is niet gebonden aan het voorlopige oordeel.

Laat u de beroepstermijn verlopen, dan staat het vonnis in kort geding vast, ook al blijft de bodemprocedure openstaan.

Is een vonnis in kort geding meteen geldig?

Ja. Een kortgedingvonnis wordt vrijwel altijd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het onmiddellijk kan worden afgedwongen.

Hoger beroep schorst de werking niet. De tegenpartij moet zich dus aan het vonnis houden zolang het niet is vernietigd.

Werkt de tegenpartij niet mee, dan schakelt u een deurwaarder in. Een aan het vonnis verbonden dwangsom maakt de naleving in de praktijk vaak afdwingbaar zonder verdere stappen.

Wat kost een kort geding?

U betaalt griffierecht aan de rechtbank, de kosten van de deurwaarder voor het betekenen van de dagvaarding en het honorarium van uw advocaat. Dat laatste is doorgaans de grootste post.

Verliest de tegenpartij, dan kan zij in de proceskosten worden veroordeeld. Die vergoeding volgt het liquidatietarief en dekt zelden uw volledige advocaatkosten.

In familiezaken compenseert de rechter de proceskosten meestal, zodat iedere partij de eigen kosten draagt.

Kan ik met een kort geding een omgangsregeling afdwingen?

Ja. Wordt een vastgelegde omgangsregeling structureel genegeerd, dan kunt u nakoming vorderen in kort geding, versterkt met een dwangsom.

Loopt er een echtscheidingsprocedure, dan is een verzoek om voorlopige voorzieningen op grond van de artikelen 821 tot en met 826 Rv vaak de aangewezen route.

Gaat het om een geschil tussen ouders met gezamenlijk gezag zonder acute spoed, dan is de geschillenregeling van artikel 1:253a BW de gewone weg.

Advies over een kort geding

Een kort geding is een krachtig middel, maar het staat of valt met de onderbouwing van de spoed en met een vordering die de rechter concreet kan toewijzen. Twijfelt u of uw zaak zich ervoor leent, of moet het juist vandaag geregeld worden, dan beoordelen de advocaten van Law & More uw situatie en de haalbaarheid van een vordering, en zetten zij zo nodig dezelfde week de procedure in gang.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.