Gepubliceerd op 2 juni 2026 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026
De politie mag geweld gebruiken, maar alleen als dat nodig is voor een rechtmatig doel, als een lichter middel niet werkt en als het geweld redelijk en gematigd blijft (artikel 7 Politiewet 2012). Gaat een agent over die grens, dan kan de Staat aansprakelijk zijn voor de schade en kan de agent in het uiterste geval strafbaar zijn; niet elk onrechtmatig geweld is ook strafbaar.
In dit artikel leest u wanneer politiegeweld is toegestaan, hoe de rechter dat toetst, wanneer rechtmatig optreden omslaat in onrechtmatig of strafbaar handelen, en welke vier routes u heeft als het misgaat. Wij noemen daarbij de wetsartikelen en een uitspraak die laat zien hoe de rechter het optreden beoordeelt.
Inhoudsopgave
Waar staat de bevoegdheid om geweld te gebruiken?
De hoofdregel staat in artikel 7 lid 1 van de Politiewet 2012. Een politieambtenaar die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, mag in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening geweld gebruiken. Dat mag alleen als het beoogde doel dit rechtvaardigt, mede gelet op de gevaren van dat geweld, en als dat doel niet op een andere manier te bereiken is. Aan het geweld gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf. Artikel 7 lid 7 voegt daar de eis van gematigdheid aan toe: de uitoefening van de bevoegdheid moet redelijk en gematigd zijn in verhouding tot het doel.
De Staat heeft het geweldsmonopolie, en de politie mag dat alleen gebruiken binnen grenzen die de wet vooraf trekt. Politiegeweld is dus niet verboden, maar wel streng genormeerd. Ontbreekt de bevoegdheid zelf, dan is het geweld altijd onrechtmatig, hoe goed het ook bedoeld was.
De uitwerking staat in de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren. Volgens artikel 9 Politiewet 2012 wordt die instructie bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld. De Ambtsinstructie regelt per geweldsmiddel onder welke voorwaarden het mag worden ingezet: niet alleen óf een middel mag worden gebruikt, maar ook hoe, wanneer en met welke waarschuwing.
Aan welke vier eisen moet het geweld voldoen?
Uit artikel 7 Politiewet 2012 volgen vier eisen die u in vrijwel elke zaak terugziet. De rechter toetst ze in samenhang.
| Eis | Vraag van de rechter | Ontbreekt als |
|---|---|---|
| Legaliteit | Was er een wettelijke grondslag voor het optreden? | De agent niet handelde in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening |
| Noodzaak | Was geweld echt nodig om de politietaak uit te voeren? | De situatie ook zonder geweld onder controle te brengen was |
| Proportionaliteit | Stond het geweld in verhouding tot het doel? | Een licht vergrijp met een zwaar middel werd beantwoord |
| Subsidiariteit | Was er een lichter middel dat ook had gewerkt? | Praten, afstand houden of de-escaleren niet eerst is geprobeerd, terwijl dat kon |
De rechter beoordeelt het optreden vanuit het moment van de beslissing, niet alleen vanuit de afloop. Het gaat om wat de agent op dat moment redelijkerwijs wist, zag en moest inschatten, niet om wat achteraf op rustig bekeken camerabeelden te zien is. Dat is geen vrijbrief: ook onder tijdsdruk blijven proportionaliteit en subsidiariteit de maatstaf. Extra geweld tegen iemand die al geboeid is of geen verzet meer biedt, is juridisch moeilijk te rechtvaardigen.
Wat betekent dit voor een verwijt van wederspannigheid?
Verzet tegen een agent is alleen strafbaar als wederspannigheid als de agent werkzaam was in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening (artikel 180 Wetboek van Strafrecht). Was het optreden zelf niet rechtmatig, dan kan verzet daartegen niet als wederspannigheid worden bestraft. Maar niet elke fout van de politie maakt het optreden onrechtmatig.
Dat laat een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland van 7 februari 2023 zien. Agenten hadden bij een aanhouding pepperspray gebruikt. Dat was volgens de rechtbank toegestaan op grond van de Ambtsinstructie en niet disproportioneel. Wel hadden de agenten eerst moeten waarschuwen, en was de reden van de aanhouding niet op tijd meegedeeld. De rechtbank zag daarin twee geringe vormverzuimen, die het optreden niet onrechtmatig maakten. De verdachte werd veroordeeld voor wederspannigheid; zijn beroep op noodweerexces faalde, omdat er geen wederrechtelijke aanranding door de agenten was.
Welke middelen mag de politie inzetten, en wanneer?
Hoe zwaarder het middel, hoe strenger de voorwaarden. De Ambtsinstructie kent een opbouw van licht naar zwaar: van een fysieke greep en handboeien, via pepperspray, de wapenstok, de diensthond en het stroomstootwapen, tot het vuurwapen. Voor elk middel staan eigen voorwaarden in de Ambtsinstructie, vaak met een waarschuwing vooraf als dat mogelijk is.
Het vuurwapen is het uiterste middel. Het mag alleen worden gebruikt in situaties die de Ambtsinstructie limitatief opsomt, zoals het afwenden van direct gevaar voor het leven of voor zwaar lichamelijk letsel. Is de identiteit van de verdachte bekend en levert uitstel van de aanhouding geen onaanvaardbaar risico op, dan hoort het vuurwapen niet te worden gebruikt. Ook geldt in beginsel een plicht om te waarschuwen voordat gericht wordt geschoten, tenzij de omstandigheden dat niet toelaten.
In de rechtspraak leidt dezelfde maatstaf daardoor tot verschillende uitkomsten. Soms wordt de inzet van een diensthond of een vuurwapen onder dreigende omstandigheden proportioneel geacht; in andere zaken viel het optreden buiten de Ambtsinstructie, bijvoorbeeld omdat er geen acute dreiging was. De feiten van het geval zijn steeds beslissend. Bij een kind, een verward persoon of iemand die zichtbaar kwetsbaar is, worden noodzaak en proportionaliteit in de praktijk kritischer beoordeeld.
Wanneer is politiegeweld strafbaar?
Onrechtmatig is niet hetzelfde als strafbaar. Strafbaar wordt het pas als een agent persoonlijk een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt. Lange tijd werd een agent die in functie geweld gebruikte met ernstig gevolg beoordeeld als elke andere burger: de meetlat was mishandeling of doodslag, gevolgd door de vraag of een rechtvaardigingsgrond gold, zoals het handelen ter uitvoering van een wettelijk voorschrift (artikel 42 Sr).
Met de Wet geweldsaanwending opsporingsambtenaar (Kamerstukken 34641) is dat veranderd. De Eerste Kamer nam de wet aan op 11 mei 2021; zij geldt sinds 1 juli 2022. De wet bestaat uit drie onderdelen:
- een specifieke strafuitsluitingsgrond voor de opsporingsambtenaar die geweld gebruikt volgens de geweldsinstructie;
- een strafbaarstelling van het schenden van de geweldsinstructie door een verwijtbare inschattingsfout of onvoorzichtigheid, met letsel of de dood als gevolg (artikel 372 Sr, bij de ambtsmisdrijven);
- een grondslag voor strafrechtelijk onderzoek naar het geweldsgebruik, zonder dat de agent daarvoor verdachte hoeft te zijn.
Het bijzondere zit niet in een lichtere bewijslast, maar in wat bewezen moet worden: niet zozeer opzet op letsel, maar een verwijtbare schending van de instructie. Een agent wordt na een geweldsincident dus niet automatisch als verdachte behandeld. De wet is omstreden. Voorstanders vinden het terecht dat de bijzondere omstandigheden van politiewerk worden erkend; critici vrezen dat slachtoffers minder bescherming krijgen.
Wie onderzoekt politiegeweld?
Bij vuurwapengebruik met letsel of de dood als gevolg, en bij andere incidenten met zwaargewonden of doden, doet de Rijksrecherche onderzoek onder gezag van een officier van justitie. Het uitgangspunt is dat de politie niet haar eigen geweld onderzoekt.
Dat is een zelfstandige juridische eis. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens stelt strenge eisen aan de onafhankelijkheid van zo’n onderzoek. Een gevoelig punt is dat de Rijksrecherche onder het Openbaar Ministerie valt, dat in het dagelijks werk nauw met de politie samenwerkt. Of het onderzoek deugt, is dus net zo goed een rechtsvraag als de vraag of het geweld zelf was toegestaan.
Welke rol speelt het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens?
Het EVRM beschermt het recht op leven en verbiedt onmenselijke of vernederende behandeling. Daarnaast eist het een effectief onderzoek achteraf. Twee bepalingen zijn hier het belangrijkst.
Artikel 2 EVRM beschermt het recht op leven. Dodelijk overheidsgeweld is alleen toegestaan voor zover het absoluut noodzakelijk is, bijvoorbeeld ter verdediging tegen direct levensgevaar. Dat is de vaste lijn sinds de zaak McCann en anderen tegen het Verenigd Koninkrijk uit 1995. Na dodelijk overheidsgeweld moet bovendien een effectief, onafhankelijk en voortvarend onderzoek volgen.
Artikel 3 EVRM verbiedt foltering en onmenselijke of vernederende behandeling. Het Hof formuleerde in de zaak Bouyid tegen België (2015) dat elk gebruik van fysiek geweld tegen iemand dat niet strikt noodzakelijk is gemaakt door diens eigen gedrag, de menselijke waardigheid aantast en in beginsel artikel 3 schendt. Dat verklaart waarom geweld tegen iemand die al onder controle is juridisch zo zwak staat. Ook hier geldt een onderzoeksplicht bij een verdedigbare klacht over mishandeling door de politie.
Kunt u de Staat aansprakelijk stellen voor de schade?
Ja. Wie slachtoffer is van onrechtmatig politiegeweld, kan de Staat aanspreken op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek Boek 6). In een civiele zaak is de vraag niet of een individuele agent strafbaar is, maar of de overheid onrechtmatig heeft gehandeld. Een strafzaak kent een hoge bewijsdrempel en draait om persoonlijke verwijtbaarheid. Het is dus mogelijk dat een agent wordt vrijgesproken, terwijl de civiele rechter het optreden toch onrechtmatig vindt.
Voor de schadevergoeding gelden de gewone regels. Alleen schade die voldoende verband houdt met het geweld kan worden toegerekend (artikel 6:98 BW), en u moet die schade en dat verband stellen en zo nodig bewijzen (artikel 150 Rv). Wilt u schade door letsel vergoed krijgen, dan heeft u een letselschadespecialist nodig. Law & More behandelt geen letselschadezaken.
Wat als de Staat zich beroept op eigen schuld?
De vergoedingsplicht wordt verminderd als de schade mede het gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend (artikel 6:101 BW). Dat gaat in twee stappen. Eerst weegt de rechter af in welke mate het gedrag van de burger en dat van de politie aan de schade hebben bijgedragen. Daarna kan hij die verdeling bijstellen op grond van de billijkheid, bijvoorbeeld omdat de fouten niet even ernstig zijn.
De stelplicht en bewijslast voor eigen schuld liggen bij de Staat. Die moet concreet stellen welk gedrag, zoals actief fysiek verzet of een vluchtpoging, aan de schade heeft bijgedragen. Een algemene stelling dat u niet meewerkte, is onvoldoende. Bij ernstig disproportioneel geweld kan de billijkheidscorrectie een vermindering sterk beperken.
Hoe verloopt een schadeclaim tegen de Staat?
Meestal begint het met een schriftelijke aansprakelijkstelling. Daarin beschrijft u wat er is gebeurd, waarom het optreden volgens u onrechtmatig was en welke schade u heeft geleden. Voeg het bewijs toe dat u heeft, zoals medische stukken, foto’s, beelden en namen van getuigen, en een overzicht van kosten zoals reiskosten, gederfde inkomsten en beschadigde spullen. Lukt een regeling niet, dan beslist de civiele rechter.
Loopt er ook een strafzaak of klachtprocedure, dan kunnen stukken daaruit, zoals verklaringen en een onderzoeksrapport, belangrijk bewijs zijn. Een vrijspraak van de agent staat een civiele claim niet in de weg. Een civiele schadeclaim verjaart in beginsel vijf jaar nadat u bekend bent geworden met de schade en de aansprakelijke partij (artikel 3:310 BW). Wacht daarom niet af tot een eventuele strafzaak tegen de agent is afgerond.
Welke vier routes heeft u na politiegeweld?
Eén incident kan langs vier sporen tegelijk lopen. Ze hebben elk een eigen doel, eigen bewijsregels en een eigen tempo, en kunnen verschillend uitpakken.
| Route | Doel | Wie beslist | Grondslag |
|---|---|---|---|
| Aangifte en strafzaak | Beoordelen of de agent strafbaar is | Openbaar Ministerie, daarna de strafrechter | Art. 372 Sr; beklag bij het hof tegen niet-vervolgen (art. 12 Sv) |
| Schadeclaim | Vergoeding van uw schade | De Staat, daarna de civiele rechter | Art. 6:162 BW; verjaring art. 3:310 BW |
| Klacht | Oordeel of het optreden behoorlijk was | De politie, daarna de Nationale ombudsman | Hoofdstuk 7 Politiewet 2012 |
| Disciplinair traject | Gevolgen voor het functioneren van de agent | De werkgever (politie) | Rechtspositieregels politie |
Een klacht leidt niet tot straf of schadevergoeding, maar kan wel uitmonden in het oordeel dat het optreden onbehoorlijk was. De politie kent geen formeel tuchtrecht zoals artsen of advocaten; het interne traject is disciplinair. U kunt ook aangifte doen. Besluit het Openbaar Ministerie de agent niet te vervolgen, dan kunt u daarover beklag doen bij het gerechtshof (artikel 12 Wetboek van Strafvordering).
Wat doet u direct na een incident met de politie?
Leg zo snel mogelijk vast wat er is gebeurd en zorg dat bewijs niet verloren gaat. Beelden, getuigen en medische gegevens bepalen later vaak de uitkomst, en juist dat bewijs verdwijnt snel.
- Schrijf dezelfde dag op wat er gebeurde: tijd, plaats, wat er werd gezegd en welke middelen werden gebruikt.
- Noteer namen en telefoonnummers van getuigen, en vraag of iemand beelden heeft gemaakt.
- Laat letsel direct door een arts vastleggen en maak zelf foto’s van verwondingen en beschadigde kleding.
- Bewaar alle stukken die u van de politie of het Openbaar Ministerie ontvangt, zoals een proces-verbaal of een strafbeschikking.
- Bepaal daarna welke route bij uw doel past: aangifte, een klacht, een schadeclaim, of een combinatie.
Bent u zelf als verdachte aangemerkt, bijvoorbeeld voor wederspannigheid, dan is de rechtmatigheid van het politieoptreden vaak een belangrijk verweer in uw eigen strafzaak. De uitspraak van 7 februari 2023 laat zien dat een vormverzuim, zoals het ontbreken van een waarschuwing, dan niet vanzelf tot vrijspraak leidt.
Vragen die vaak terugkomen
Mag de politie geweld gebruiken bij een demonstratie?
Alleen onder strikte voorwaarden. Het demonstratierecht is een grondrecht, en geweld om de orde te handhaven moet net als altijd nodig, proportioneel en subsidiair zijn. Optreden tegen losse strafbare feiten tijdens een demonstratie kan wel, maar mag de demonstratie als geheel niet onnodig smoren.
Mag ik de politie filmen tijdens een aanhouding?
In de openbare ruimte mag u de politie in beginsel filmen. U mag het politiewerk daarbij niet feitelijk hinderen, en bij publicatie van herkenbare beelden kunnen privacyregels gelden. Beelden kunnen later belangrijk bewijs zijn in een strafzaak, klacht of schadeclaim.
Mag de politie een stroomstootwapen gebruiken?
Ja, maar onder eigen voorwaarden uit de Ambtsinstructie, waaronder in beginsel een waarschuwing vooraf. Het gebruik moet in verhouding staan tot de dreiging. Tegen iemand die al onder controle is, is de inzet moeilijk te rechtvaardigen. De precieze voorwaarden staan in de actuele tekst van de Ambtsinstructie.
Hoe wij u bijstaan bij politiegeweld
Onze strafrechtadvocaten staan u bij als het optreden van de politie in uw eigen strafzaak of in een aangifte een rol speelt.
- Wij beoordelen aan de hand van artikel 7 Politiewet 2012 en de Ambtsinstructie of het geweld rechtmatig was.
- Wij voeren verweer als u zelf verdachte bent, bijvoorbeeld van wederspannigheid (artikel 180 Sr), en toetsen of de agent handelde in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
- Wij helpen bij het doen van aangifte en vragen inzage in de stukken, zoals het proces-verbaal en een onderzoeksrapport van de Rijksrecherche.
- Wij dienen een beklag in bij het gerechtshof als het Openbaar Ministerie besluit de agent niet te vervolgen (artikel 12 Sv).
- Wij stellen een klacht op over het optreden van de politie en begeleiden een verzoek aan de Nationale ombudsman.
Politiegeweld in vijf punten
- Geweld mag alleen bij een rechtmatig doel, als het nodig is, als er geen lichter middel is en als het redelijk en gematigd blijft (artikel 7 Politiewet 2012).
- Een vormverzuim, zoals een ontbrekende waarschuwing, maakt het optreden niet vanzelf onrechtmatig (Rb. Noord-Nederland 7 februari 2023).
- Sinds 1 juli 2022 geldt een eigen strafrechtelijk kader voor geweld door opsporingsambtenaren, met artikel 372 Sr als kern.
- Een vrijspraak van de agent sluit een schadeclaim tegen de Staat (artikel 6:162 BW) niet uit; de verjaringstermijn is in beginsel vijf jaar.
- Klacht, aangifte, schadeclaim en disciplinair traject zijn aparte routes met een eigen doel.