Gepubliceerd op 4 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 3 november 2026
Doodslag is het opzettelijk doden van een ander, zonder voorbedachte raad (artikel 287 Wetboek van Strafrecht). Sinds 2023 staat er maximaal 25 jaar gevangenisstraf op. Is wel sprake van voorbedachte raad, dan gaat het om moord, waarop levenslang of maximaal 30 jaar staat (artikel 289 Sr).
Een wettelijke minimumstraf bestaat niet. Welke straf de rechter binnen het maximum oplegt, hangt mede af van de LOVS-oriëntatiepunten en van de omstandigheden van feit en dader. Hieronder leest u hoe de rechter doodslag beoordeelt en waar de grens met moord en dood door schuld ligt.
Inhoudsopgave
De drie bestanddelen van artikel 287 Sr
Doodslag pleegt degene die opzettelijk een ander van het leven berooft. Het Openbaar Ministerie moet drie bestanddelen bewijzen: opzet, een ander en van het leven beroven. Ontbreekt er een, dan volgt vrijspraak of een veroordeling voor een lichter delict.
Het slachtoffer moet een ander mens zijn. Volgens artikel 82a Sr valt daaronder ook een ongeboren vrucht die naar redelijke verwachting buiten het moederlichaam in leven kan blijven. Tussen de handeling en de dood moet een causaal verband bestaan: de dood moet redelijkerwijs aan de gedraging kunnen worden toegerekend.
Voorwaardelijk opzet: wanneer het aanvaarden van een kans genoeg is
Opzet omvat meer dan doelbewust willen doden. Ook voorwaardelijk opzet telt: de verdachte heeft zich bewust blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer zou overlijden, en die kans aanvaard.
De Hoge Raad legde die maatstaf vast in het arrest van 25 maart 2003 (ECLI:NL:HR:2003:AE9049). Een hiv-positieve man was veroordeeld voor poging tot doodslag na onbeschermde seks. De Hoge Raad vernietigde die veroordeling. Kennis van een risico is niet genoeg; de rechter moet ook vaststellen dat de verdachte de kans bewust aanvaardde. Of een kans aanmerkelijk is, hangt af van de omstandigheden en algemene ervaringsregels, niet van de ernst van het gevolg. In die zaak stond niet vast dat de kans op overlijden aanmerkelijk was.
Hoe de rechter opzet afleidt
Een verdachte geeft opzet zelden toe. De rechter leidt het meestal af uit de uiterlijke verschijningsvorm van de gedraging en de omstandigheden. Aanwijzingen zijn het soort geweld en het aantal handelingen, zoals meerdere steken in vitale delen van het lichaam. Ook het wapen, de kracht, uitlatingen van de verdachte en forensische gegevens over afstand en richting spelen mee.
Wie iemand met een mes in de borst steekt, aanvaardt de kans op de dood naar algemene ervaringsregels in de regel, ook als hij zegt dat hij alleen wilde afschrikken. Bij geweld in huiselijke kring staat vaak ook mishandeling in de tenlastelegging.
Doodslag of moord: de toets van voorbedachte raad
Moord is doodslag met voorbedachte raad (artikel 289 Sr). De verdachte heeft zich dan vooraf kunnen beraden op zijn besluit en handelde niet in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling.
De Hoge Raad zette deze maatstaf uiteen in een overzichtsarrest van 15 oktober 2013 (ECLI:NL:HR:2013:963). Er moet enige tijd hebben gezeten tussen het besluit en de uitvoering, zodat de verdachte gelegenheid had na te denken over de betekenis en gevolgen van zijn daad. Dat niet vaststaat dat de verdachte in een opwelling handelde, is op zichzelf niet genoeg. In die zaak volgde een tweede messteek ongeveer 50 seconden na een eerste steek in een opwelling. Het hof had de voorbedachte raad onvoldoende gemotiveerd; de Hoge Raad wees de zaak terug.
Het OM legt daarom vaak primair moord en subsidiair doodslag ten laste. Acht de rechter de voorbedachte raad niet bewezen, dan kan hij nog wel voor doodslag veroordelen. Staat alleen doodslag ten laste, dan kan de rechter niet voor moord veroordelen; het OM kan de tenlastelegging op zitting wel laten wijzigen als het om hetzelfde feit gaat (artikel 313 Sv).
Geen opzet, wel grove schuld: dood door schuld
Ontbreekt opzet, maar is de dood te wijten aan grove onvoorzichtigheid, dan is sprake van dood door schuld (artikel 307 Sr). De straf is dan veel lager: maximaal twee jaar, en vier jaar als de schuld bestaat in roekeloosheid.
Gebeurt het in het verkeer, dan geldt artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 175 van die wet stelt daarop maximaal drie jaar gevangenisstraf, en zes jaar bij roekeloosheid. Dat maximum kan met de helft worden verhoogd, bijvoorbeeld als de bestuurder onder invloed van alcohol of drugs reed.
De grens tussen voorwaardelijk opzet en bewuste schuld is in de praktijk dun. Bij riskant rijgedrag met dodelijke afloop gaat het debat vaak precies over de vraag uit het arrest van 2003: heeft de bestuurder de kans op een dodelijke aanrijding bewust aanvaard, of alleen onvoorzichtig gehandeld?
Strafmaxima van doodslag en verwante feiten
De tabel zet de wettelijke maxima naast elkaar (stand 29 oktober 2026, bron: Wetboek van Strafrecht). Het zijn maxima; een minimumstraf kent het Nederlandse strafrecht bij deze feiten niet.
| Feit | Wetsartikel | Maximale gevangenisstraf |
|---|---|---|
| Moord | 289 Sr | Levenslang of 30 jaar |
| Doodslag gevolgd, vergezeld of voorafgegaan door een ander strafbaar feit | 288 Sr | Levenslang of 30 jaar |
| Doodslag (feiten gepleegd na inwerkingtreding wetswijziging 2023) | 287 Sr | 25 jaar |
| Doodslag (feiten gepleegd daarvoor) | 287 Sr (oud) | 15 jaar |
| Poging tot doodslag | 287 jo. 45 Sr | 16 jaar en 8 maanden (twee derde) |
| Medeplichtigheid aan doodslag | 287 jo. 48 en 49 Sr | 16 jaar en 8 maanden (een derde lager) |
| Voorbereiding van doodslag | 287 jo. 46 Sr | 12,5 jaar (de helft) |
| Dood door schuld / roekeloosheid | 307 Sr | 2 jaar / 4 jaar |
| Dood door schuld in het verkeer / roekeloosheid | 175 WVW 1994 | 3 jaar / 6 jaar (met de helft te verhogen bij onder meer alcohol of drugs) |
Waarom het maximum in 2023 omhoog ging
De Wet verhoging wettelijk strafmaximum doodslag (Kamerstukken 35871) trok het maximum op van 15 naar 25 jaar. De Eerste Kamer nam het voorstel aan op 21 februari 2023, en de wet is in 2023 in werking getreden. Doel was de afstand tot moord te verkleinen. Een strafverhoging werkt niet terug: voor feiten van vóór de inwerkingtreding blijft 15 jaar het maximum (artikel 1 lid 2 Sr). Zie het dossier op eerstekamer.nl.
Wat de straf zwaarder of lichter maakt
In de praktijk ligt de opgelegde straf meestal ruim onder het maximum. De rechter weegt de ernst van het feit, de gevolgen voor de nabestaanden, het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. Recidive en het gebruik van een vuurwapen werken strafverzwarend. Een hevige gemoedsopwelling, jonge leeftijd en een psychische stoornis kunnen de straf verlagen.
Bij een verdachte van 12 tot en met 17 jaar past de rechter in beginsel het jeugdstrafrecht toe. De maximale jeugddetentie is dan één jaar voor jongeren onder de 16 en twee jaar voor jongeren van 16 en 17 jaar (artikel 77i Sr). Een 16- of 17-jarige kan in bijzondere gevallen volgens het volwassenenstrafrecht worden berecht (artikel 77b Sr).
Is de verdachte door een psychische stoornis verminderd toerekeningsvatbaar, dan kan de rechter de gevangenisstraf matigen en daarnaast tbs opleggen (artikel 37a Sr). Wanneer de rechter kiest voor een maatregel, leest u in ons artikel over tbs of straf. Een veroordeling heeft ook gevolgen buiten de strafzaak; zie de gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling.
Maatregelen naast de straf
Naast gevangenisstraf kan de rechter tbs opleggen, voorwerpen verbeurd verklaren en een schadevergoedingsmaatregel opleggen ten gunste van de nabestaanden (artikel 36f Sr). Nabestaanden kunnen zich in het strafproces voegen als benadeelde partij en daar onder meer uitvaartkosten, gederfd levensonderhoud en affectieschade vorderen (artikel 51f Sv).
Het verloop van een strafzaak wegens doodslag
- Na een dodelijk geweldsincident volgt een uitgebreid politieonderzoek, meestal met sectie door het Nederlands Forensisch Instituut.
- De verdachte wordt vaak in voorlopige hechtenis genomen. Omdat op doodslag twaalf jaar of meer staat, kan de rechter-commissaris zich ook beroepen op ernstige maatschappelijke onrust (artikel 67a lid 2 Sv). Zie voorlopige hechtenis.
- Het OM beslist over vervolging en stelt de tenlastelegging op, vaak met moord primair en doodslag subsidiair.
- Op zitting beantwoordt de rechtbank de vragen van artikel 350 Sv: is het feit bewezen, welk strafbaar feit levert het op, is de verdachte strafbaar (bijvoorbeeld bij noodweer) en welke straf past?
- Tegen het vonnis staat binnen veertien dagen hoger beroep open bij het gerechtshof (artikel 408 Sv), en daarna cassatie bij de Hoge Raad.
Verweren bij een verdenking van doodslag
De verdediging toetst of opzet en causaliteit echt bewezen kunnen worden en of er een strafuitsluitingsgrond is, zoals noodweer of noodweerexces (artikel 41 Sr). U heeft vanaf het eerste verhoor recht op bijstand door een advocaat en een zwijgrecht (artikel 29 Sv).
De verdediging kan tegenonderzoek laten doen door een onafhankelijke deskundige, bijvoorbeeld naar de doodsoorzaak of uw psychische toestand. Zo’n verweer kan het verschil maken tussen vrijspraak, een lichtere kwalificatie zoals dood door schuld of zware mishandeling met de dood tot gevolg, en een lagere straf.
Poging, deelneming en voorbereiding
Poging tot doodslag is strafbaar als de verdachte een begin van uitvoering heeft gemaakt en het feit alleen niet is voltooid door omstandigheden buiten zijn wil (artikel 45 Sr). Denk aan een schot dat het slachtoffer net mist. Het debat gaat dan vaak over het opzet: wilde de verdachte doden, of alleen verwonden? In het tweede geval komt (poging tot) zware mishandeling in beeld, met een lager maximum.
Ziet de verdachte vrijwillig af van de voltooiing, dan is de poging niet strafbaar (artikel 46b Sr). Voor wat hij tot dan toe wel deed, bijvoorbeeld mishandeling, kan hij nog wel worden vervolgd.
Wie nauw en bewust samenwerkt bij doodslag, is medepleger en riskeert dezelfde straf als de uitvoerder (artikel 47 Sr). Ook een uitlokker wordt als dader gestraft. Medeplichtigheid is opzettelijk hulp bieden vóór of tijdens het feit (artikel 48 Sr). Voorbereiding is strafbaar bij misdrijven waarop acht jaar of meer staat (artikel 46 Sr), zoals het aanschaffen van een vuurwapen met het doel te doden. Vaak komt daar een overtreding van de Wet wapens en munitie bij; het onderscheid tussen een misdrijf en een overtreding speelt dan een rol.
Hoe vaak komt doodslag voor in Nederland?
Volgens het CBS (publicatie 28 augustus 2025) kwamen in 2024 in Nederland 120 mensen om door moord of doodslag: 76 mannen en 44 vrouwen. In 2000 waren dat er nog 223.
Het CBS maakt in deze cijfers geen onderscheid tussen moord en doodslag. Van de vrouwelijke slachtoffers in de jaren 2020 tot en met 2024 werd ongeveer 52 procent gedood door een partner of ex-partner. De cijfers staan bij het CBS.
Onze rol bij een verdenking van doodslag
- Wij staan u bij vanaf het eerste politieverhoor en bespreken vooraf of u een verklaring aflegt of zwijgt.
- Wij toetsen de voorlopige hechtenis en vragen zo nodig om schorsing of opheffing.
- Wij beoordelen het dossier op opzet, voorbedachte raad en causaliteit, aan de hand van de maatstaven uit de arresten van 2003 en 2013.
- Wij laten zo nodig tegenonderzoek doen door een onafhankelijke deskundige.
- Wij bespreken na het vonnis hoger beroep, binnen de termijn van veertien dagen.
In het kort
- Doodslag is opzettelijk doden zonder voorbedachte raad (artikel 287 Sr); voorwaardelijk opzet is genoeg, maar de kans moet aanmerkelijk zijn en bewust aanvaard.
- Het maximum is sinds 2023 25 jaar; voor eerdere feiten blijft 15 jaar gelden.
- Voorbedachte raad vraagt gelegenheid tot beraad; het ontbreken van bewijs voor een opwelling is niet genoeg (HR 15 oktober 2013).
- Zonder opzet maar met grove schuld is het dood door schuld (artikel 307 Sr of, in het verkeer, artikel 6 WVW 1994).
Law & More staat verdachten bij in zware strafzaken, vanaf het eerste politieverhoor tot en met hoger beroep. Meer over onze werkwijze leest u op de pagina strafrecht.