Gepubliceerd op 4 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
U mag onderhandelingen in beginsel altijd afbreken. Dat ligt anders als afbreken onaanvaardbaar is, omdat de andere partij gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat er een overeenkomst zou komen, of door andere omstandigheden. Dan kunt u als afbrekende partij aansprakelijk zijn voor de kosten die de ander heeft gemaakt, en in bijzondere gevallen ook voor gederfde winst.
Een apart wetsartikel bestaat hiervoor niet. De regels komen uit rechtspraak van de Hoge Raad over de redelijkheid en billijkheid, die begon met het arrest Plas/Valburg uit 1982. De maatstaf die rechters nu toepassen, staat in het arrest CBB/JPO van 12 augustus 2005.
Inhoudsopgave
Wat is precontractuele aansprakelijkheid?
Precontractuele aansprakelijkheid gaat over de fase waarin partijen onderhandelen en nog geen overeenkomst hebben. Een overeenkomst ontstaat door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW). Zolang die er niet is, kunt u niet tekortschieten in de nakoming: er is nog niets na te komen.
Toch is de onderhandelingsfase niet vrij van regels. Wie onderhandelt, moet zijn gedrag mede laten bepalen door de gerechtvaardigde belangen van de ander. Dat volgt volgens de Hoge Raad uit de redelijkheid en billijkheid (vergelijk artikel 6:2 en 6:248 BW). Wie die norm schendt, kan schadeplichtig zijn, ook zonder contract.
Aansprakelijkheid kan in twee situaties ontstaan. De eerste is het afbreken van de onderhandelingen op een moment of een manier die onaanvaardbaar is. De tweede is onzorgvuldig gedrag tijdens de onderhandelingen zelf, zoals onjuiste informatie geven of een gegeven verzwijgen dat de ander had moeten weten. Komt de overeenkomst in dat tweede geval wel tot stand, dan kan de benadeelde partij zich ook op dwaling beroepen (artikel 6:228 BW).
Wanneer mag u onderhandelingen niet meer afbreken?
De maatstaf staat in het arrest CBB/JPO (HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT7337). Elke onderhandelende partij is vrij de onderhandelingen af te breken, tenzij dat onaanvaardbaar is door het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in de totstandkoming van de overeenkomst of door andere omstandigheden van het geval.
De Hoge Raad noemt in dat arrest vier gezichtspunten:
- in welke mate en op welke wijze de afbrekende partij zelf heeft bijgedragen aan het vertrouwen van de ander;
- de gerechtvaardigde belangen van de afbrekende partij zelf;
- onvoorziene omstandigheden die zich tijdens de onderhandelingen hebben voorgedaan;
- bij lange onderhandelingen het hele verloop, waarbij het moment van afbreken beslissend is.
De lat ligt hoog. Een partij die afbreekt, hoeft dat in beginsel niet te rechtvaardigen. In CBB/JPO vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof, omdat het hof niet had uitgelegd waarom JPO op een overeenkomst mocht vertrouwen en waarom het afbreken onaanvaardbaar was. Wie een vordering instelt, moet die omstandigheden dus concreet stellen en bewijzen.
Welke omstandigheden wekken gerechtvaardigd vertrouwen?
Of vertrouwen gerechtvaardigd is, hangt af van wat er tijdens de onderhandelingen is gebeurd. Omstandigheden die daarbij vaak meewegen:
- overeenstemming over de hoofdpunten, zoals prijs, looptijd en prestatie;
- uitspraken dat de handtekening slechts een formaliteit is;
- een verzoek aan de ander om alvast werk te verrichten of kosten te maken;
- de duur en de intensiteit van de onderhandelingen;
- het ontbreken van een voorbehoud, bijvoorbeeld voor goedkeuring door een directie, raad van commissarissen of financier.
Een uitdrukkelijk voorbehoud werkt de andere kant op. Staat in een intentieverklaring dat er pas een overeenkomst is na ondertekening, dan is vertrouwen op een overeenkomst moeilijker te rechtvaardigen. Een voorbehoud sluit aansprakelijkheid niet in alle gevallen uit. Ook dan telt hoe de afbrekende partij zich daarna heeft gedragen, bijvoorbeeld als zij het voorbehoud in gesprekken zelf heeft weggewuifd.
Mag u afbreken als de omstandigheden veranderen?
Veranderen de omstandigheden tijdens de onderhandelingen, dan kan dat afbreken rechtvaardigen. Denk aan een financier die afhaakt, een sterke daling van de vraag of nieuwe informatie uit een boekenonderzoek. De Hoge Raad noemt onvoorziene omstandigheden in CBB/JPO uitdrukkelijk als gezichtspunt. Wie na zo een verandering toch lang doorgaat met onderhandelen, kan daarmee nieuw vertrouwen wekken. Dan telt het hele verloop tot het moment van afbreken.
De tabel hieronder geeft de lijn uit de rechtspraak in grote trekken weer. Het blijft een beoordeling van het concrete geval.
| Situatie bij het afbreken | Wat de rechter meestal weegt |
|---|---|
| Verkennende gesprekken, geen toezeggingen | Afbreken staat vrij; geen vergoeding |
| Verder gevorderd, de ander maakt op uw verzoek kosten | Vergoeding van (een deel van) de kosten is mogelijk |
| Overeenstemming over de hoofdpunten, vertrouwen gewekt, geen nieuwe omstandigheden | Afbreken kan onaanvaardbaar zijn; in bijzondere gevallen ook vergoeding van gederfde winst |
| Onvoorziene omstandigheden tijdens de onderhandelingen | Afbreken kan gerechtvaardigd zijn; het hele verloop telt |
Krijgt u kosten vergoed als afbreken wel was toegestaan?
Soms wel. In een arrest van 14 juni 2024 (HR 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:884) oordeelde de Hoge Raad dat een partij die de onderhandelingen mocht afbreken, toch verplicht kan zijn (een deel van) de kosten van de wederpartij te vergoeden. Dat kan met name als zij ongerechtvaardigd is verrijkt door werk dat de ander tijdens de onderhandelingen heeft verricht (artikel 6:212 BW).
Het hof had in die zaak alleen beoordeeld of het afbreken onaanvaardbaar was. De vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking had het niet kenbaar behandeld. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak naar het hof Den Haag. Bij afgebroken onderhandelingen stelt u dus twee vragen: was het afbreken onaanvaardbaar, en zo niet, heeft de ander voordeel getrokken uit uw werk, zoals ontwerpen, berekeningen of voorbereidend onderzoek?
Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking?
Is het afbreken onaanvaardbaar, dan moet de afbrekende partij de schade vergoeden. Meestal gaat het om het negatief contractsbelang: de kosten die u voor de onderhandelingen heeft gemaakt en die nutteloos zijn geworden, zoals advies-, ontwerp- en onderzoekskosten. U wordt dan in de positie gebracht alsof er nooit was onderhandeld.
In bijzondere gevallen kan ook het positief contractsbelang worden vergoed: de winst die u met de overeenkomst zou hebben gemaakt. Dat speelt alleen als de overeenkomst er zonder het afbreken vrijwel zeker zou zijn gekomen. De rechter kan de schade daarbij verdelen naar de mate waarin beide partijen aan de gang van zaken hebben bijgedragen. In de zaak CBB/JPO had het hof de schade bijvoorbeeld voor de helft toegewezen.
Elke schadepost moet u onderbouwen met stukken. Kosten die u ook zonder deze onderhandelingen had gemaakt, zoals de gewone algemene kosten van uw bedrijf, komen niet voor vergoeding in aanmerking. Een vordering tot schadevergoeding verjaart in beginsel vijf jaar nadat u met de schade en de aansprakelijke partij bekend bent geworden (artikel 3:310 BW). Een aansprakelijkstelling legt uw positie vast.
Wat is het verschil tussen een intentieverklaring en een optie?
Een intentieverklaring (letter of intent) legt vast dat partijen willen onderhandelen. Of zij bindend is, hangt af van de tekst en van wat partijen over en weer redelijkerwijs mochten verwachten. Vaak staat erin dat er pas een overeenkomst is na ondertekening. Soms bevat zij ook een verplichting om verder te onderhandelen, een exclusiviteitsperiode of een geheimhoudingsplicht. Zulke afspraken kunnen wel bindend zijn, ook als de hoofdovereenkomst er nooit komt.
Een optie werkt anders. Wie een optie krijgt, heeft het recht om met één verklaring een overeenkomst tot stand te brengen; de wet merkt de optie aan als een aanbod dat niet kan worden herroepen (artikel 6:219 lid 3 BW). De andere partij is dan gebonden tijdens de optietermijn. De optiehouder beslist.
Meer over het vastleggen van afspraken leest u bij het opstellen van een contract en bij juridisch advies over contracten. Bij een overname speelt de onderhandelingsfase vaak samen met een due diligence-onderzoek.
Wat legt u vast als u zelf onderhandelt?
- Neem in de intentieverklaring op dat er pas een overeenkomst is na ondertekening door beide partijen, en noem voorbehouden zoals goedkeuring van een directie of financier.
- Spreek af wie welke kosten draagt als de onderhandelingen stoppen.
- Vraag de ander geen werk te verrichten of kosten te maken voordat er een overeenkomst ligt, of spreek een vergoeding af.
- Meld zo vroeg mogelijk dat u twijfelt of afziet van de overeenkomst, en leg de reden schriftelijk vast, zeker bij gewijzigde omstandigheden.
Wat doet u als de andere partij afhaakt?
- Verzamel e-mails, concepten en verslagen waaruit blijkt hoe ver de onderhandelingen waren en wat de ander heeft toegezegd.
- Maak een overzicht van de kosten en het werk dat u voor de onderhandelingen heeft gedaan, met facturen en urenstaten.
- Ga na of de ander voordeel heeft van uw werk; dat kan een vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking opleveren (artikel 6:212 BW).
- Stel de andere partij schriftelijk aansprakelijk en beperk verdere kosten zodra duidelijk is dat de onderhandelingen stoppen.
Wat kunnen wij voor u doen bij afgebroken onderhandelingen?
Onze advocaten civiel recht en contractenrecht staan partijen bij aan beide kanten van de tafel.
- Wij toetsen het verloop van de onderhandelingen aan de maatstaf van CBB/JPO.
- Wij stellen een intentieverklaring op met voorbehouden en een kostenregeling.
- Wij brengen in kaart welke kosten, en eventueel welke gederfde winst, u kunt vorderen.
- Wij stellen de wederpartij aansprakelijk of voeren verweer, en procederen zo nodig bij de rechtbank.
Veelgestelde vragen
Moet ik een reden opgeven als ik de onderhandelingen afbreek?
Een wettelijke plicht daartoe bestaat niet. Wel is het verstandig de reden vast te leggen. Beroept u zich later op onvoorziene omstandigheden, dan helpt een brief of e-mail uit die tijd om dat aan te tonen.
Is een e-mail met akkoord al een overeenkomst?
Dat kan. Een overeenkomst is in beginsel vormvrij en ontstaat door aanbod en aanvaarding (artikel 6:217 BW). Is over alle wezenlijke punten overeenstemming en is geen voorbehoud gemaakt, dan kan een akkoord per e-mail volstaan. Dan gaat het niet meer om afgebroken onderhandelingen, maar om nakoming van een overeenkomst.
Kan ik een exclusiviteitsafspraak afdwingen?
Ja, als die afspraak bindend is gemaakt. Onderhandelt de andere partij tijdens de exclusiviteitsperiode toch met een ander, dan schiet zij tekort in die afspraak. De schade moet u wel aantonen; het gaat dan om de gevolgen van de schending, niet automatisch om de winst uit de hoofdovereenkomst.