Gepubliceerd op 4 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 9 oktober 2026
Met het retentierecht mag u een zaak van een ander onder u houden totdat hij uw opeisbare vordering betaalt, bijvoorbeeld een garage die een auto pas teruggeeft als de reparatie is betaald (artikel 3:290 Burgerlijk Wetboek). Het retentierecht geeft u bovendien voorrang: u kunt uw vordering op de zaak verhalen vóór iedereen tegen wie u het recht kunt inroepen (artikel 3:292 BW), maar het eindigt in de regel zodra u de zaak teruggeeft.
Het retentierecht is een bijzondere vorm van opschorting en werkt alleen als er voldoende samenhang is tussen uw vordering en de zaak die u onder u heeft. In dit artikel leest u wanneer u het recht kunt inroepen, wat het betekent voor derden en in een faillissement, en waar u op let als retentor of als eigenaar van de zaak. Meer over het verhalen van een openstaande vordering leest u in ons artikel over beslag leggen bij wanbetaling.
Inhoudsopgave
Wat is het retentierecht?
Het retentierecht is de bevoegdheid van een schuldeiser om de afgifte van een zaak op te schorten totdat zijn vordering is voldaan (artikel 3:290 BW). U houdt de zaak dus vast als drukmiddel en als zekerheid.
Het retentierecht geldt voor roerende zaken, zoals een auto, een machine of een partij goederen, maar ook voor onroerende zaken, zoals een bouwterrein dat een aannemer in zijn macht heeft. Het recht ontstaat van rechtswege: u hoeft het niet af te spreken of te laten registreren. Het verschilt van een pandrecht, dat u wel moet vestigen, en van een eigendomsvoorbehoud, waarbij de verkoper eigenaar blijft. Wat onder een roerende zaak valt, leest u in ons artikel wat zijn roerende zaken.
Aan welke voorwaarden moet u voldoen?
U moet een opeisbare vordering hebben, de zaak rechtmatig onder u hebben en er moet voldoende samenhang zijn tussen uw vordering en de verplichting om de zaak terug te geven (artikelen 3:290 en 6:52 BW). Ontbreekt een van deze voorwaarden, dan moet u de zaak afgeven.
- Opeisbare vordering: de betaling moet al verschuldigd zijn. Een factuur waarvan de betaaltermijn nog loopt, geeft geen retentierecht.
- Feitelijke macht: u moet de zaak zelf onder u hebben, bijvoorbeeld in uw werkplaats of op uw terrein.
- Samenhang: de vordering moet verband houden met de zaak of met dezelfde rechtsverhouding, zoals de reparatiekosten van precies die auto.
Biedt de schuldenaar voldoende zekerheid voor de betaling, bijvoorbeeld een bankgarantie, dan vervalt de bevoegdheid om op te schorten (artikel 6:55 BW).
Kunt u het retentierecht tegen derden inroepen?
Ja, tegen derden die hun recht op de zaak hebben verkregen nadat uw vordering is ontstaan en de zaak in uw macht kwam (artikel 3:291 lid 1 BW). Tegen derden met een ouder recht kunt u het retentierecht alleen inroepen in de gevallen van artikel 3:291 lid 2 BW.
Dat laatste is het geval als uw vordering voortkomt uit een overeenkomst die de schuldenaar bevoegd was om met betrekking tot de zaak aan te gaan, of als u geen reden had om aan die bevoegdheid te twijfelen. Een voorbeeld ter illustratie: een leasemaatschappij is eigenaar van een auto, en de leaserijder laat die auto repareren. Mocht de leaserijder de reparatie laten uitvoeren, dan kan de garage het retentierecht ook tegen de leasemaatschappij inroepen.
Welke voorrang geeft het retentierecht?
De retentor kan zijn vordering op de zaak verhalen met voorrang boven iedereen tegen wie het retentierecht kan worden ingeroepen (artikel 3:292 BW). Het retentierecht is daardoor meer dan een drukmiddel: het werkt als een zekerheidsrecht.
U mag de zaak niet zomaar zelf verkopen. Voor verhaal heeft u een executoriale titel nodig, zoals een vonnis, waarna de zaak via een deurwaarder kan worden verkocht. Uit de opbrengst wordt u dan met voorrang betaald. Het retentierecht verhindert niet dat andere schuldeisers beslag leggen. Bij de verdeling van de opbrengst gaat u dan voor de schuldeisers tegen wie u uw recht kunt inroepen.
Wanneer eindigt het retentierecht?
Het retentierecht eindigt als de zaak terugkomt in de macht van de schuldenaar of de rechthebbende, tenzij u haar later uit hoofde van dezelfde rechtsverhouding weer onder u krijgt (artikel 3:294 BW). Het eindigt natuurlijk ook als de vordering is betaald.
Raakt de zaak buiten uw wil uit uw macht, bijvoorbeeld door diefstal of doordat de eigenaar haar ongevraagd meeneemt, dan kunt u haar terugvorderen zoals een eigenaar dat kan (artikel 3:295 BW). Geeft u de zaak vrijwillig mee, dan bent u uw retentierecht in de regel kwijt. Let ook op de verjaring van uw vordering; die bedraagt meestal vijf jaar. Zie ons artikel over verjaring van vorderingen.
Wat gebeurt er met het retentierecht in een faillissement?
Het retentierecht blijft na de faillietverklaring van de schuldenaar bestaan (artikel 60 Faillissementswet). De curator kan de zaak in de boedel terughalen door uw vordering te voldoen.
De curator kan u ook een redelijke termijn stellen om uw recht uit te oefenen door de zaak te laten verkopen. Doet u dat niet binnen die termijn, dan kan de curator de zaak opeisen en zelf verkopen; u houdt dan uw voorrang op de opbrengst. Meer over de gevolgen van een faillissement leest u in ons artikel over faillissement.
Waar let u op als u een zaak wilt vasthouden?
Controleer of uw vordering opeisbaar is en of zij samenhangt met de zaak. Houdt u een zaak ten onrechte vast, dan kunt u aansprakelijk zijn voor de schade.
- Leg vast waarvoor u de zaak onder u heeft gekregen en welke werkzaamheden u heeft verricht.
- Stuur een factuur met een duidelijke betaaltermijn en laat weten dat u de zaak vasthoudt tot betaling.
- Geef de zaak niet mee voordat de vordering is betaald of er voldoende zekerheid is gesteld (artikel 6:55 BW).
- Verkoop de zaak niet zelf, maar haal een executoriale titel en schakel een deurwaarder in.
Waar let u op als een ander uw zaak vasthoudt?
Ga na of het retentierecht terecht wordt ingeroepen en of u de zaak kunt vrijkrijgen door zekerheid te stellen. Betwist u de vordering, dan kunt u de zaak zo nodig in kort geding opeisen.
- Controleer of de vordering opeisbaar is en of zij betrekking heeft op deze zaak.
- Bent u eigenaar maar niet de opdrachtgever, ga dan na of de opdrachtgever bevoegd was de opdracht te geven (artikel 3:291 lid 2 BW).
- Bied een bankgarantie of een betaling onder protest aan om de zaak terug te krijgen (artikel 6:55 BW).
- Vorder bij een onterecht beroep op het retentierecht afgifte en schadevergoeding, zo nodig in kort geding.
Wat kunnen wij voor u doen bij het retentierecht?
Onze advocaten civiel recht adviseren retentoren en eigenaren over het vasthouden en vrijkrijgen van zaken.
- Wij beoordelen of aan de voorwaarden van artikel 3:290 BW is voldaan en of u het recht tegen derden kunt inroepen (artikel 3:291 BW).
- Wij stellen de sommatie op waarin het retentierecht wordt ingeroepen of betwist.
- Wij onderhandelen over zekerheidstelling, zoals een bankgarantie (artikel 6:55 BW).
- Wij vorderen in kort geding afgifte van de zaak of verweren ons tegen zo’n vordering.
- Wij overleggen met de curator over het retentierecht in een faillissement (artikel 60 Faillissementswet).
Samengevat
- Met het retentierecht houdt u een zaak vast tot uw opeisbare vordering is betaald (artikel 3:290 BW).
- Er moet voldoende samenhang zijn tussen de vordering en de zaak; bij voldoende zekerheid vervalt het recht (artikel 6:55 BW).
- Het retentierecht geeft voorrang bij verhaal op de zaak (artikel 3:292 BW) en werkt tegen de meeste derden (artikel 3:291 BW).
- Het recht eindigt als u de zaak vrijwillig teruggeeft, maar blijft in een faillissement bestaan (artikel 60 Faillissementswet).
Veelgestelde vragen
Mag een garage mijn auto vasthouden tot ik betaal?
Ja, als de reparatierekening opeisbaar is en betrekking heeft op die auto (artikel 3:290 BW). U kunt de auto terugkrijgen door te betalen of voldoende zekerheid te stellen, bijvoorbeeld door het bedrag onder protest te voldoen.
Mag ik een vastgehouden zaak zelf verkopen?
Nee. U heeft eerst een executoriale titel nodig, zoals een vonnis. Daarna kan de zaak via een deurwaarder worden verkocht, en wordt u met voorrang uit de opbrengst betaald (artikel 3:292 BW).
Geldt het retentierecht ook voor een huis of bouwterrein?
Ja, het retentierecht kan ook op een onroerende zaak rusten, bijvoorbeeld als een aannemer een bouwterrein in zijn macht heeft. Of het recht ook werkt tegen een hypotheekhouder, hangt af van artikel 3:291 BW en de omstandigheden.
Wat als ik de zaak al heb teruggegeven?
Dan is het retentierecht in de regel geëindigd (artikel 3:294 BW). Uw vordering blijft wel bestaan, maar u heeft dan geen voorrang meer op de zaak.