Smaad en laster worden vaak door elkaar gebruikt, maar de wet maakt één scherp onderscheid. Bij smaad beschuldigt iemand u van een bepaald feit en zorgt hij ervoor dat anderen die beschuldiging te horen krijgen. Bij laster doet iemand precies hetzelfde, maar dan terwijl hij weet dat de beschuldiging niet waar is. Laster is dus smaad met de wetenschap dat het gelogen is, en daarop staat een zwaardere straf. Staat de beschuldiging op papier of online, dan noemt de wet dat smaadschrift.
Waar staan smaad en laster in de wet?
Ze staan in het Wetboek van Strafrecht, in de titel die over belediging gaat. Smaad en smaadschrift zijn geregeld in artikel 261, laster in artikel 262, en de eenvoudige belediging in artikel 266.
Het gaat bij smaad en laster om wat de wet een telastlegging noemt: de beschuldiging van een bepaald feit. Iemand zegt niet alleen dat u een naar mens bent, hij zegt dat u iets gedaan heeft. Dat u geld heeft weggenomen, dat u een klant heeft opgelicht, dat u zich aan iemand heeft vergrepen. En hij zegt het zo dat anderen het horen of lezen. Die twee dingen samen, een concrete beschuldiging en de verspreiding ervan, maken het tot smaad.
Op smaad staat gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie. Gaat het om smaadschrift, dus om een geschrift of een afbeelding die wordt verspreid of openlijk wordt getoond, dan is de maximale gevangenisstraf een jaar, met dezelfde boetecategorie. De derde categorie bedraagt sinds 1 januari 2026 maximaal 11.000 euro. Die bedragen staan in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht.
Wanneer is het laster en geen smaad meer?
Als de ander wist dat het niet waar was. Artikel 262 zegt het zo: hij die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt, wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is, wordt als schuldig aan laster gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie. De rechter kiest dus tussen die twee; sinds 1 januari 2026 is de vierde categorie maximaal 27.500 euro.
De kern zit in dat ene woord: wetende. Laster vraagt niet alleen dat de beschuldiging onwaar is, maar dat degene die haar uitte dat ook wist. Dat maakt laster in de praktijk lastiger te bewijzen dan smaad, want u moet iets aantonen over wat er in het hoofd van de ander omging. Wie iets doorvertelt in de oprechte veronderstelling dat het klopt, pleegt geen laster.
Mag iemand een beschuldiging uiten die wel waar is?
Waarheid is op zichzelf geen vrijbrief, maar er is een uitweg in de wet. Artikel 261 bepaalt in het derde lid dat noch smaad noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.
Er zijn dus twee voorwaarden die allebei vervuld moeten zijn. De ander moest redelijkerwijs kunnen denken dat de beschuldiging klopte, en het algemeen belang moest vragen om die openbaarmaking. Een journalist die een misstand blootlegt en een klokkenluider die aan de bel trekt, kunnen zich daarop beroepen. Iemand die uit wrok een oud verhaal over u in een buurtapp gooit, veel moeilijker.
Wat is het verschil met belediging?
Belediging is de restcategorie. Artikel 266 gaat over de eenvoudige belediging: schelden, iemand wegzetten, een kwetsende opmerking zonder dat er een concreet feit aan u wordt toegeschreven. Daarop staat gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie, sinds 1 januari 2026 maximaal 5.500 euro.
Het verschil zit dus in de inhoud van de uiting. Wordt u uitgemaakt voor van alles, dan is dat belediging. Wordt van u beweerd dat u een klant heeft bestolen, en wordt dat rondgestuurd, dan komt u in de buurt van smaad. Wist de verspreider dat het niet waar was, dan is het laster.
Ook bij belediging kent de wet een uitzondering. Artikel 266 bepaalt in het tweede lid dat gedragingen niet als eenvoudige belediging strafbaar zijn als ze ertoe strekken een oordeel te geven over de behartiging van openbare belangen, en niet erop gericht zijn ook in ander opzicht of zwaarder te grieven dan uit die strekking voortvloeit. Scherpe kritiek op bestuurders en op het openbaar bestuur valt daar vaak onder.
Waarom gebeurt er niets als u zelf geen klacht indient?
Omdat dit klachtdelicten zijn. Artikel 269 bepaalt dat belediging die strafbaar is op grond van deze titel niet wordt vervolgd dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is gepleegd. Zonder uw uitdrukkelijke klacht komt er dus geen vervolging, hoe duidelijk de zaak ook lijkt. Artikel 64 wijst aan wie die klacht mag indienen: degene tegen wie het feit is begaan.
Er zit een harde termijn aan. Artikel 66 geeft u drie maanden, gerekend vanaf de dag waarop u kennis heeft genomen van het gepleegde feit. Bent u daar overheen, dan kan het openbaar ministerie niet meer vervolgen, ook niet als de zaak verder glashelder is. Wacht dus niet af hoe het zich ontwikkelt.
Een klacht is bovendien meer dan een verhaal doen bij de balie. Het is een verklaring dat u wilt dat er vervolgd wordt, en dat moet ook zo worden vastgelegd. Zegt u dat niet, dan blijft uw aangifte liggen. Vraag daarom bij de politie altijd na of uw klacht in het proces-verbaal staat en vraag om een afschrift.
Op de klachteis bestaan twee uitzonderingen die artikel 269 zelf noemt. De klacht is niet nodig in de gevallen van artikel 267, en evenmin bij belediging van leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen.
Geldt er iets anders als het een ambtenaar of de Koning betreft?
Ja. Artikel 267 bepaalt dat de gevangenisstraffen uit de voorgaande artikelen van deze titel met een derde kunnen worden verhoogd als de belediging wordt aangedaan aan de Koning, de echtgenoot van de Koning, de vermoedelijke opvolger van de Koning, diens echtgenoot of de Regent. Hetzelfde geldt bij een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, met uitzondering van leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen, en bij een openbaar lichaam of een openbare instelling. Met een ambtenaar wordt gelijkgesteld een persoon in de openbare dienst van een vreemde staat die in Nederland op door het volkenrecht toegelaten wijze zijn bediening uitoefent.
Let op dat het artikel alleen over de gevangenisstraffen gaat. De geldboetes worden niet verhoogd. En voor u is vooral van belang dat in deze gevallen geen klacht nodig is: het openbaar ministerie kan er uit eigen beweging mee aan de slag.
Wat kunt u zelf doen als er iets over u online staat?
Begin met vastleggen. Maak schermafdrukken waarop de tekst, de naam van de plaatser, de datum en het volledige webadres zichtbaar zijn. Leg ook de reacties eronder vast en het aantal keren dat het bericht is gedeeld, als dat te zien is. Berichten verdwijnen of worden aangepast, en zonder vastlegging staat u later met lege handen.
Vraag daarna om verwijdering, schriftelijk en met een korte termijn. Houd het zakelijk en beschrijf feitelijk wat er onjuist is. Veel mensen halen een bericht weg zodra ze doorhebben dat u het serieus neemt, zeker als u aangeeft dat u anders juridische stappen zet.
Helpt dat niet, dan kunt u het platform of de website aanspreken. Sociale media en fora hebben een meldprocedure, en beheerders en hostingpartijen kunnen een bericht ontoegankelijk maken. Meld daarbij precies welke zin onjuist is en waarom, want een melding zonder onderbouwing wordt vrijwel altijd afgewezen.
Doe pas daarna, of tegelijkertijd, aangifte met klacht bij de politie als u wilt dat er strafrechtelijk naar wordt gekeken. Houd daarbij de termijn van drie maanden in de gaten. En schakel een advocaat in zodra de schade oploopt of de zaak zich uitbreidt, bijvoorbeeld omdat klanten of uw werkgever ernaar vragen.
Kunt u ook naar de civiele rechter in plaats van naar de politie?
Ja, en voor de meeste mensen is dat de belangrijkste route. Een strafzaak draait om de vraag of iemand gestraft moet worden. Wat u meestal wilt is iets anders: dat het bericht weg is, dat er iets rechtgezet wordt en dat uw schade wordt vergoed. Dat regelt het civiele recht.
De grondslag daarvoor is de onrechtmatige daad. Die is geregeld in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, in titel 3 met de naam Onrechtmatige daad, die begint bij artikel 162. U spreekt dan degene aan die de uiting deed, en soms ook de partij die haar verspreidt of host.
Bij de civiele rechter kunt u onder meer vorderen dat de publicatie wordt verwijderd, dat een rectificatie wordt geplaatst, dat herhaling wordt verboden, dat aan die veroordelingen een dwangsom wordt verbonden en dat uw schade wordt vergoed. Gaat het om iets dat nu doorwerkt, dan kan dat in kort geding, en dan hoort u binnen weken waar u aan toe bent.
De rectificatie heeft een eigen wetsartikel, en dat is voor deze zaken het nuttigste artikel dat er is. Artikel 6:167 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de rechter iemand die aansprakelijk is voor een onjuiste of door onvolledigheid misleidende publicatie van feitelijke gegevens, kan veroordelen tot openbaarmaking van een rectificatie op een door de rechter aan te geven wijze. Het tweede lid gaat nog een stap verder: hetzelfde geldt als aansprakelijkheid ontbreekt omdat de publicatie de plaatser niet is toe te rekenen, bijvoorbeeld doordat hij niet wist dat het bericht onjuist was. Wie te goeder trouw iets onjuists over u doorplaatst, kan dus toch tot rectificatie worden veroordeeld.
De rechter kijkt daarbij niet alleen naar u. Hij weegt uw belang bij bescherming van uw goede naam af tegen het belang van vrije meningsuiting van de ander. Hoe concreter de beschuldiging, hoe minder feitelijke onderbouwing eronder ligt en hoe groter het bereik, hoe zwaarder uw kant weegt.
Wanneer kiest u welke route?
Wilt u dat de publicatie verdwijnt en dat uw schade wordt vergoed, dan is de civiele weg vrijwel altijd de snelste en de meest gerichte. U bepaalt zelf het tempo en u bepaalt zelf wat u vordert.
Gaat het om gedrag dat doorgaat ondanks waarschuwingen, om bedreiging of om een campagne tegen u, dan is aangifte met klacht zinvol naast de civiele stappen. Een strafrechtelijk onderzoek kan dingen boven tafel krijgen die u zelf niet kunt achterhalen, bijvoorbeeld wie er achter een anoniem account zit.
De twee routes sluiten elkaar niet uit. U kunt aangifte doen en tegelijk een kort geding starten. Wel is het verstandig ze op elkaar af te stemmen, want wat u in de ene procedure verklaart, komt in de andere terug.
Veelgestelde vragen
Kun je iemand aanklagen wegens laster?
Aanklagen doet in Nederland het openbaar ministerie, niet u. Wat u doet is aangifte met een klacht, want laster is een klachtdelict: artikel 269 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat er zonder klacht van het slachtoffer geen vervolging plaatsvindt, en artikel 66 geeft u daarvoor drie maanden vanaf het moment dat u van het feit wist. Het openbaar ministerie beslist vervolgens zelf of het de zaak oppakt. Daarnaast kunt u de ander zelf voor de civiele rechter dagvaarden en verwijdering, rectificatie en schadevergoeding vorderen. Die civiele weg staat los van de strafzaak en u heeft er geen toestemming van het openbaar ministerie voor nodig.
Is kwaadsprekerij strafbaar?
Dat hangt af van wat er precies gezegd wordt. Gaat het om een concrete beschuldiging die verspreid wordt, dan komt smaad of smaadschrift in beeld, en wist de verspreider dat het niet waar was, dan is het laster. Blijft het bij schelden of kwetsen zonder dat u van iets concreets wordt beticht, dan valt het eerder onder de eenvoudige belediging van artikel 266, met een maximum van drie maanden gevangenisstraf of een geldboete van de tweede categorie. Roddel binnen een kleine kring zonder concrete beschuldiging is strafrechtelijk vaak niet te vervolgen, maar kan civielrechtelijk nog steeds onrechtmatig zijn als u er schade van heeft.
Hoe bewijs je smaad en laster?
Met vastlegging, en het liefst vanaf het eerste moment. Zorg voor schermafdrukken met de tekst, de naam van de plaatser, de datum en het volledige webadres, en bewaar berichten, e-mails en app-gesprekken in hun geheel. Voor smaad moet u laten zien dat er een concrete beschuldiging is geuit en dat die is verspreid; getuigen die het hebben gelezen of gehoord helpen daarbij. Voor laster komt daar het lastigste onderdeel bij: dat de ander wist dat het niet waar was, wat u meestal aantoont met eerdere berichten waaruit blijkt dat hij beter wist. Leg daarnaast uw schade vast, bijvoorbeeld opgezegde opdrachten of een afgebroken sollicitatie.
Wat is het verschil tussen laster en smaad?
Het verschil is de wetenschap van de onwaarheid. Bij smaad wordt u beschuldigd van een bepaald feit en wordt die beschuldiging verspreid, ongeacht of degene die het zegt denkt dat het klopt; daarop staat ten hoogste zes maanden gevangenisstraf, of een jaar bij smaadschrift. Bij laster gaat het om diezelfde smaad of smaadschrift, maar dan gepleegd terwijl de dader weet dat de beschuldiging in strijd met de waarheid is, en dan noemt artikel 262 een maximum van twee jaren gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie. In de praktijk wordt vaker smaad ten laste gelegd dan laster, simpelweg omdat die wetenschap moeilijk te bewijzen is.