Participatieovereenkomst: valkuilen voor start-ups en investeerders

Vergadertafel met een laptop aan de ene en een dik document aan de andere kant

Gepubliceerd op 28 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026

Een participatieovereenkomst legt vast tegen welke prijs een investeerder aandelen in uw start-up krijgt en welke zeggenschap, informatie- en exitrechten daarbij horen. De grootste valkuil is dat afspraken alleen in de overeenkomst staan en niet in de statuten: de overeenkomst bindt alleen wie tekent, terwijl afspraken over stemrecht, overdracht en winstverdeling vaak pas tegen iedereen werken als ze statutair zijn geregeld.

Hieronder leest u welke onderdelen ertoe doen, waar oprichters en investeerders het vaakst op vastlopen en wat de rechter doet als aandeelhouders later toch botsen. Een algemene uitleg van het contract vindt u in ons artikel over de participatieovereenkomst.

Twee zakenmensen, een start-up oprichter en een investeerder, zitten tegenover elkaar aan een tafel in een kantoor en voeren een serieus gesprek.

Wat regelt een participatieovereenkomst?

De participatieovereenkomst is een contract tussen de vennootschap, de oprichters en de investeerder over de investering en de samenwerking daarna. De uitgifte van nieuwe aandelen in een bv gebeurt daarnaast altijd bij notariële akte, na een besluit van de algemene vergadering of een aangewezen orgaan (artikel 2:206 van het Burgerlijk Wetboek, Boek 2).

OnderdeelWat u regeltMoet het ook in de statuten?
InvesteringBedrag, waardering (pre-money of post-money), aantal en soort aandelen, eventueel in tranchesSoort aandelen en bijzondere rechten: ja
GarantiesVerklaringen van de oprichters over financiële stand, IE, contracten en geschillenNee
ZeggenschapGoedkeuringsrechten, zetel in bestuur of raad van commissarissen, informatierechtenGoedkeuringsrechten van een soort aandelen: bij voorkeur ja
Overdracht en exitAanbiedingsplicht, tag-along, drag-along, good en bad leaverOverdrachtsplichten: ja (artikel 2:192 BW)
BeschermingAnti-verwatering, liquidatievoorkeur, concurrentie- en relatiebedingLiquidatievoorkeur en preferentie: ja

Waarom moeten afspraken ook in de statuten staan?

Een participatieovereenkomst bindt alleen de partijen die haar tekenen. De statuten binden alle aandeelhouders, ook toekomstige, en bepalen wat het vennootschapsrecht toestaat.

De statuten kunnen aandeelhouders verplichtingen opleggen, zoals een plicht om aandelen in bepaalde gevallen over te dragen (artikel 2:192 lid 1 BW). Daarmee wordt een drag-along of leaverregeling afdwingbaar tegen iedere aandeelhouder. Ook aandelen zonder stemrecht (artikel 2:228 lid 5 BW) of zonder winstrecht (artikel 2:216 lid 7 BW), en preferente aandelen met een liquidatievoorkeur, moeten statutair worden geregeld. Spreken overeenkomst en statuten elkaar tegen, dan ontstaan precies de geschillen die u wilde voorkomen.

Waar lopen oprichters op vast?

Twee personen in een kantoorruimte bespreken een participatieovereenkomst tijdens een zakelijke vergadering.

Te ruime goedkeuringsrechten

Goedkeuringsrechten voor de investeerder zijn gebruikelijk bij grote besluiten. Een lijst die ook personeel, kleine uitgaven en gewone contracten omvat, verlamt het bedrijf. Beperk ze tot besluiten met echte impact, zoals nieuwe uitgifte, verkoop van de onderneming, grote leningen en statutenwijziging.

Het bestuur blijft bij elk besluit gebonden aan het belang van de vennootschap (artikel 2:239 lid 5 BW), ook als een investeerder iets anders wil. Zie ook ons artikel over de verdeling van zeggenschap.

Anti-verwatering en liquidatievoorkeur onderschatten

Een full-ratchet anti-verwateringsclausule verschuift bij een lagere waardering in een volgende ronde veel aandelen naar de investeerder; een gewogen-gemiddeldeformule is milder. Een liquidatievoorkeur bepaalt dat de investeerder bij verkoop eerst zijn inleg terugkrijgt, soms met een veelvoud of een extra deelname in de rest.

Een voorbeeld ter illustratie. Een investeerder neemt 25 procent voor € 1 miljoen, met een enkelvoudige liquidatievoorkeur zonder deelname. Wordt de bv voor € 2 miljoen verkocht, dan kiest de investeerder tussen zijn voorkeur (€ 1 miljoen) en zijn aandeel (€ 500.000). Hij neemt de € 1 miljoen; de oprichters delen de overige € 1 miljoen. Bij een verkoop voor € 8 miljoen kiest hij zijn aandeel van € 2 miljoen. Reken zulke clausules daarom door voor verschillende exitbedragen.

Uitkeringen aan aandeelhouders zijn bovendien alleen toegestaan voor zover het eigen vermogen groter is dan de wettelijke en statutaire reserves, en het bestuur moet ze goedkeuren na de uitkeringstoets (artikel 2:216 BW).

Garanties en leaverregelingen

Oprichters geven vaak persoonlijk garanties over de stand van het bedrijf. Beperk die in bedrag en tijd, en leg in een disclosure letter vast welke informatie de investeerder al kende.

Een bad-leaverregeling kan een vertrekkende oprichter verplichten zijn aandelen tegen nominale waarde af te staan. Omschrijf daarom precies wanneer iemand good of bad leaver is, en koppel de regeling aan vesting over enkele jaren.

Intellectuele eigendom niet bij de bv

Investeerders willen dat alle IE bij de vennootschap ligt. Het auteursrecht op werk van werknemers komt volgens artikel 7 Auteurswet bij de werkgever. Werk van oprichters van vóór de oprichting en van freelancers gaat alleen over bij akte (artikel 2 lid 2 Auteurswet).

Laat merken en octrooiaanvragen op naam van de bv registreren. Meer hierover leest u in ons artikel over intellectueel eigendom bij een overname.

Waar lopen investeerders op vast?

Twee zakenmensen in een kantoor die geconcentreerd een bespreking voeren over een overeenkomst.

Investeerders lopen vooral risico als het due diligence-onderzoek oppervlakkig is en de garanties dat gat niet dekken. Een garantie is maar zoveel waard als de partij die haar geeft: een start-up zonder vermogen of een oprichter zonder middelen biedt weinig verhaal.

Wat de rechter doet als aandeelhouders vastlopen

Een goede overeenkomst bevat een escalatieregeling: overleg, mediation en daarna een koop-verkoopregeling. Zonder zo’n regeling blijft de wettelijke geschillenregeling over, met uitstoting en uittreding. Bij wanbeleid kan een enquêteprocedure volgen. Zie ook aandeelhoudersgeschillen.

Uitstoting is geen sluitpost voor een slechte verstandhouding. De Ondernemingskamer wees op 23 juli 2026 een uitstotingsverzoek van een 80-procentsaandeelhouder af. De verhoudingen met de 20-procentsaandeelhouder waren ernstig verstoord, maar die had geen blokkerende stem. Een enquêteverzoek indienen was op zichzelf niet schadelijk, de meeste verwijten waren oud en concurrentie was niet komen vast te staan. De toets van artikel 2:336a BW was dus niet gehaald.

De les voor beide partijen: regel in de overeenkomst en de statuten zelf hoe een aandeelhouder kan worden uitgekocht. Dat is sneller en voorspelbaarder dan een procedure bij de Ondernemingskamer.

Wat legt u vast als oprichter, en wat als investeerder?

De belangen lopen hier echt uiteen. Deze punten verschillen per kant:

Als oprichterAls investeerder
Beperk goedkeuringsrechten tot een korte lijst ingrijpende besluitenVoer juridisch en financieel due diligence-onderzoek uit voordat u tekent
Reken anti-verwatering en liquidatievoorkeur door voor meerdere exitscenario’sLaat drag-along, leaver en voorkeursrechten ook in de statuten opnemen
Maximeer garanties in bedrag en termijn en lever een disclosure letterControleer aandeelhoudersregister, eerdere uitgiften, opties en converteerbare leningen
Omschrijf good en bad leaver precies, met redelijke vestingZorg dat IE, domeinnamen en broncode bij akte aan de bv zijn overgedragen
Controleer of overeenkomst en statuten op elkaar aansluitenLeg informatierechten vast: maandcijfers, begroting en tijdige jaarrekening

Hoe wij oprichters en investeerders bijstaan

  • Wij beoordelen een term sheet of conceptovereenkomst en brengen de risico’s in kaart.
  • Wij stellen participatieovereenkomst en statutenwijziging in samenhang op.
  • Wij onderhandelen over waardering, zeggenschap, garanties en leaverregelingen.
  • Wij doen of begeleiden juridisch due diligence-onderzoek.
  • Wij staan u bij in een geschil tussen aandeelhouders, via onze ondernemingsrecht advocaat.

Veelgestelde vragen

Is een term sheet bindend?

Meestal niet, behalve bepalingen over exclusiviteit en geheimhouding. Wie onderhandelingen afbreekt, kan wel schadeplichtig zijn als dat onaanvaardbaar is gelet op het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij. Dat is de maatstaf uit het arrest van de Hoge Raad van 12 augustus 2005. De Hoge Raad noemt die maatstaf streng: afbreken is in beginsel vrij.

Wat is het verschil tussen tag-along en drag-along?

Tag-along geeft een minderheidsaandeelhouder het recht mee te verkopen onder dezelfde voorwaarden. Drag-along verplicht minderheidsaandeelhouders mee te verkopen als een meerderheid een bod accepteert; dat werkt het best als het ook statutair is geregeld (artikel 2:192 BW).

Hebben bestaande aandeelhouders voorrang bij een nieuwe uitgifte?

In beginsel wel: zij hebben een voorkeursrecht naar evenredigheid van hun aandelen (artikel 2:206a BW), tenzij de statuten anders bepalen of het recht bij besluit wordt uitgesloten. Regel in de participatieovereenkomst dat oprichters meewerken aan die uitsluiting voor de instap van de investeerder.

Lees ook: Start-ups en investeringen

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Een vraag over uw eigen situatie?

Mail ons in een paar zinnen waar uw vraag over gaat. Wij laten u weten of wij u kunnen helpen en wat de volgende stap is. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.