Onvoorwaardelijke straf: wanneer wordt de straf echt uitgevoerd?

Witte justitie bus geparkeerd

Gepubliceerd op 27 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Een onvoorwaardelijke straf is een straf die werkelijk ten uitvoer wordt gelegd zodra het vonnis onherroepelijk is. Het tegenovergestelde is de voorwaardelijke straf van artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht, die alleen wordt uitgevoerd als de veroordeelde zich niet aan de voorwaarden houdt. De rechter combineert beide vormen vaak in één vonnis.

Wat betekent onvoorwaardelijk precies?

Onvoorwaardelijk zegt niets over de zwaarte of de soort van de straf, alleen over de tenuitvoerlegging. Een geldboete van tweehonderd euro kan onvoorwaardelijk zijn en een gevangenisstraf van twee jaar volledig voorwaardelijk. Het woord beantwoordt maar één vraag: gaat de straf hoe dan ook door, of hangt de uitvoering af van gedrag in een proeftijd?

Bij een onvoorwaardelijk deel bestaat die afhankelijkheid niet. Zodra het vonnis onherroepelijk is, wordt de straf uitgevoerd. Bij een voorwaardelijk deel legt de rechter de straf wel op, maar bepaalt hij dat die niet wordt uitgevoerd, tenzij de veroordeelde binnen de proeftijd een nieuw strafbaar feit pleegt of een bijzondere voorwaarde schendt. Het voorwaardelijke deel functioneert daarmee als stok achter de deur.

Onherroepelijk wordt een vonnis pas als geen rechtsmiddel meer openstaat of als de termijn daarvoor is verstreken. Dat is een belangrijk verschil met het beeld dat veel mensen hebben: een straf die op de zitting wordt uitgesproken, is niet meteen uitvoerbaar. Alleen bij voorlopige hechtenis zit iemand al vast, en dat is geen straf maar een vrijheidsbeneming in afwachting van de zaak. Over de duur en de voorwaarden daarvan schreven wij in ons artikel over voorlopige hechtenis en uw rechten.

Wanneer mag de rechter voorwaardelijk opleggen?

Artikel 14a van het Wetboek van Strafrecht begrenst de mogelijkheid. Bij een veroordeling tot gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren kan de rechter bepalen dat de straf geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd. Ligt de straf tussen twee en vier jaar, dan kan alleen een deel voorwaardelijk worden opgelegd. Boven de vier jaar is een voorwaardelijk deel niet mogelijk: de straf is dan volledig onvoorwaardelijk.

Aan het voorwaardelijke deel hangt altijd een proeftijd. Artikel 14b Sr bepaalt dat die proeftijd ten hoogste drie jaren bedraagt. Er is één uitzondering: bij misdrijven waarbij ernstig rekening moet worden gehouden met herhaling van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam, kan de proeftijd oplopen tot tien jaar. Die verlengde proeftijd komt vooral voor bij gewelds- en zedenzaken.

Naast de algemene voorwaarde dat de veroordeelde geen nieuw strafbaar feit pleegt, kan de rechter op grond van artikel 14c Sr bijzondere voorwaarden stellen. Denk aan een contactverbod, een locatieverbod, een meldplicht bij de reclassering, een verplichte behandeling, een alcohol- of drugsverbod of een gedragsinterventie. Bij bijzondere voorwaarden geeft de rechter doorgaans opdracht tot reclasseringstoezicht. Die voorwaarden horen bij het voorwaardelijke deel; aan een zuiver onvoorwaardelijke straf kunnen zij niet worden gekoppeld. Meer over de werking daarvan leest u in ons artikel over de voorwaardelijke straf en de gevolgen daarvan.

Welke straffen kunnen onvoorwaardelijk worden opgelegd?

Alle hoofdstraffen kunnen onvoorwaardelijk zijn: gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf en geldboete. Daarnaast kent de wet bijkomende straffen, zoals de ontzegging van de rijbevoegdheid en de ontzetting uit een beroep, en maatregelen, zoals de onttrekking aan het verkeer, de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel en de schadevergoedingsmaatregel.

De keuze tussen die vormen is geen automatisme. De rechter weegt de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het is begaan, de persoon van de verdachte en zijn eerdere veroordelingen. Voor veelvoorkomende delicten bestaan oriëntatiepunten van de rechtspraak die als vertrekpunt dienen, maar de rechter mag daarvan gemotiveerd afwijken. Hoe die afweging tussen straffen verloopt, beschrijven wij in ons artikel over de keuze tussen taakstraf, geldboete en gevangenisstraf.

In de praktijk is de gemengde straf de meest voorkomende uitkomst: een onvoorwaardelijk deel dat direct wordt uitgevoerd en een voorwaardelijk deel met proeftijd. Die constructie stelt de rechter in staat de ernst van het feit te markeren en tegelijk een prikkel tot gedragsverandering in te bouwen. Voor de verdediging is het onvoorwaardelijke deel dus zelden een alles-of-nietsvraag, maar een kwestie van verhouding.

Wanneer is een taakstraf uitgesloten?

Niet elke zaak leent zich voor een taakstraf. Artikel 22b Sr verbiedt een zogenoemde kale taakstraf, dus een taakstraf zonder onvoorwaardelijke gevangenisstraf ernaast, in twee situaties. De eerste betreft misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van zes jaar of meer is gesteld en die een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer tot gevolg hebben gehad, en enkele afzonderlijk genoemde misdrijven.

De tweede situatie is recidive: heeft de verdachte in de vijf jaar daarvoor voor een soortgelijk misdrijf al een taakstraf gekregen en die uitgevoerd, dan is opnieuw een kale taakstraf uitgesloten. In beide gevallen kan de rechter nog wel een taakstraf opleggen, maar alleen in combinatie met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf of vrijheidsbenemende maatregel. De achtergrond en de praktijk daarvan bespreken wij in ons artikel over het Nederlandse systeem van taakstraffen.

Hoe wordt het voorarrest verrekend?

Tijd in verzekering of voorlopige hechtenis gaat er volledig af. Artikel 27 Sr bepaalt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging in verzekering of in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de straf geheel in mindering wordt gebracht. Dat geldt niet alleen bij gevangenisstraf, maar ook bij een taakstraf of geldboete, waarbij de wet in een omrekening voorziet.

Die aftrek verklaart een verschijnsel dat op zittingen vaak verwarring wekt: een verdachte die tot bijvoorbeeld zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt veroordeeld terwijl hij al vijf maanden vastzit, hoeft daarna nog maar kort te zitten. Soms komt hij zelfs direct vrij, omdat het voorarrest de opgelegde straf al overtreft. De straf is dan wel degelijk onvoorwaardelijk opgelegd; zij is alleen grotendeels al ondergaan.

Wie voert de straf uit en wanneer?

De tenuitvoerlegging begint pas na het onherroepelijk worden van het vonnis. Stelt u hoger beroep of cassatie in, dan schuift de uitvoering op. Alleen als de rechter de voorlopige hechtenis laat voortduren, blijft de verdachte in die tussentijd vastzitten, en dat is een afzonderlijke beslissing met eigen criteria.

Sinds de herziening van de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen ligt de verantwoordelijkheid daarvoor niet meer bij het Openbaar Ministerie. Boek 6 van het Wetboek van Strafvordering legt de taken en bevoegdheden rond de tenuitvoerlegging vast, te beginnen bij artikel 6:1:1 Sv, en de uitvoering loopt in de praktijk via het Centraal Justitieel Incassobureau. Dat kantoor stuurt de oproep voor detentie, de acceptgiro voor de boete en de mededeling over de taakstraf.

Voor de veroordeelde betekent dit dat de post na het vonnis belangrijk is. Een oproep om zich te melden voor detentie negeren leidt tot aanhouding, en een betalingsregeling voor een boete moet tijdig worden aangevraagd. Wie in die fase niets doet, verliest de ruimte die er wel degelijk is.

Wat gebeurt er als u de straf niet nakomt?

Voert u een taakstraf niet of niet goed uit, dan volgt vervangende hechtenis. Artikel 22d Sr bepaalt dat voor elke twee uren van de taakstraf niet meer dan één dag hechtenis wordt opgelegd, met een maximum van vier maanden. De uitvoerende instantie meldt het verzuim aan het Openbaar Ministerie, dat de vervangende hechtenis ten uitvoer kan leggen. Een geldige reden voor verhindering, zoals ziekte, moet u kunnen onderbouwen en tijdig melden.

Bij een geldboete geldt eveneens vervangende hechtenis. Bij de schadevergoedingsmaatregel ligt dat anders: daar is de vervangende hechtenis vervangen door gijzeling. Artikel 36f Sr bepaalt dat de rechter de duur van de gijzeling vaststelt op ten hoogste één jaar, waarbij voor elke volle vijfentwintig euro niet meer dan één dag wordt gerekend. Het cruciale verschil met vervangende hechtenis is dat gijzeling de betalingsverplichting niet opheft: na afloop staat de schuld aan het slachtoffer er nog steeds.

Wat is de schadevergoedingsmaatregel?

De schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f Sr verplicht de veroordeelde een bedrag aan de staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer. De staat int het bedrag en keert het uit, zodat het slachtoffer niet zelf achter de dader aan hoeft. Bij misdrijven keert de overheid het vastgestelde bedrag na verloop van tijd voor een belangrijk deel uit, ook als de dader nog niet heeft betaald.

De maatregel staat naast de vordering van de benadeelde partij, die zich in het strafproces kan voegen. In de praktijk wijst de rechter de vordering toe en legt hij voor hetzelfde bedrag de maatregel op, zodat de inning via de staat verloopt. Hoe die voeging werkt en waar u op moet letten, beschrijven wij in ons artikel over schadevergoeding in de strafprocedure.

Voor de veroordeelde is de maatregel financieel ingrijpend, juist omdat gijzeling de schuld niet wegneemt en de vordering langdurig blijft staan. Verweer tegen de hoogte en de onderbouwing van de schade hoort daarom op de zitting te worden gevoerd, niet pas bij de incasso.

Welke rechtsmiddelen hebt u tegen een onvoorwaardelijke straf?

Het gewone rechtsmiddel is hoger beroep. Op grond van artikel 408 van het Wetboek van Strafvordering moet dat in beginsel binnen veertien dagen na de uitspraak worden ingesteld. Die termijn is hard: wie hem laat verstrijken, verliest de mogelijkheid, ook als de inhoudelijke bezwaren sterk zijn. Het gerechtshof behandelt de zaak daarna volledig opnieuw en kan de straf verlagen, verhogen of ongewijzigd laten. Wanneer beroep zinvol is, bespreken wij in ons artikel over hoger beroep in strafzaken.

Na het arrest van het gerechtshof staat cassatie open bij de Hoge Raad, die uitsluitend toetst of het recht juist is toegepast en of de beslissing begrijpelijk is gemotiveerd. Feiten worden daar niet opnieuw beoordeeld. Is de zaak onherroepelijk, dan resteren twee bijzondere routes: herziening, mogelijk bij een nieuw gegeven dat het ernstige vermoeden wekt dat de rechter tot een vrijspraak zou zijn gekomen, en gratie, waarbij niet de veroordeling maar de tenuitvoerlegging van de straf ter discussie staat.

Verwar deze routes niet met de fase daarvoor. Is er nog geen zitting geweest, dan bestaan er andere mogelijkheden om een onvoorwaardelijke straf te voorkomen, bijvoorbeeld door verzet tegen een strafbeschikking of door afspraken met het Openbaar Ministerie. De verschillen daartussen zetten wij uiteen in ons artikel over de OM-transactie, de strafbeschikking en de dagvaarding.

Welke rol speelt het Openbaar Ministerie?

De officier van justitie formuleert op de zitting een strafeis en motiveert die. Die eis is een standpunt, geen beslissing: de rechter is er niet aan gebonden en kan zowel lager als hoger uitkomen. Wel geeft de eis de verdediging houvast, omdat zij laat zien welke feiten en omstandigheden het Openbaar Ministerie zwaar laat wegen en waar dus verweer nodig is.

Het Openbaar Ministerie werkt daarbij met eigen richtlijnen voor strafvordering, die per delictsoort een uitgangspunt geven en die strafverzwarende en strafverminderende omstandigheden benoemen. Kent u die uitgangspunten, dan kunt u gericht aanvoeren waarom uw zaak daarvan afwijkt: een geringe rol, een lang tijdsverloop, een geslaagde behandeling of een reeds vergoede schade. Ook kan het Openbaar Ministerie een voorwaardelijk kader ondersteunen, bijvoorbeeld door zelf bijzondere voorwaarden voor te stellen. Die ruimte is er vooral in de fase vóór de zitting, en dat is precies waarom vroege bijstand het verschil maakt.

Veelgestelde vragen over de onvoorwaardelijke straf

Betekent onvoorwaardelijk altijd gevangenisstraf?

Nee. Ook een taakstraf, een geldboete of een ontzegging van de rijbevoegdheid kan onvoorwaardelijk zijn. Onvoorwaardelijk zegt alleen dat de straf wordt uitgevoerd zodra het vonnis onherroepelijk is, niet welke straf het betreft.

Kan een straf van vijf jaar deels voorwaardelijk zijn?

Nee. Artikel 14a Sr laat een geheel voorwaardelijke straf toe tot en met twee jaar gevangenisstraf en een gedeeltelijk voorwaardelijke straf tot en met vier jaar. Legt de rechter meer dan vier jaar op, dan is die straf volledig onvoorwaardelijk.

Wordt de tijd in voorarrest van mijn straf afgetrokken?

Ja. Artikel 27 Sr bepaalt dat de tijd in verzekering en in voorlopige hechtenis geheel in mindering wordt gebracht bij de uitvoering van de straf. Bij een taakstraf of geldboete gebeurt dat via een omrekening. Overtreft het voorarrest de opgelegde straf, dan komt u na de uitspraak direct vrij.

Wat gebeurt er als ik de schadevergoedingsmaatregel niet betaal?

Dan kan gijzeling volgen, op grond van artikel 36f Sr voor ten hoogste één jaar, waarbij voor elke volle vijfentwintig euro niet meer dan één dag wordt gerekend. Anders dan bij vervangende hechtenis vervalt de betalingsverplichting daarmee niet: de schuld blijft na de gijzeling bestaan.

Blijft een onvoorwaardelijke straf op mijn strafblad staan?

Elke onherroepelijke veroordeling wordt geregistreerd in de justitiële documentatie, ongeacht of de straf voorwaardelijk of onvoorwaardelijk was. De bewaartermijn hangt af van het delict en de opgelegde straf, en de registratie speelt onder meer een rol bij de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag. Wat dat concreet betekent, leest u in ons artikel over de gevolgen van een strafblad.

Bijstand bij een dreigende onvoorwaardelijke straf

Of een straf onvoorwaardelijk wordt en hoe groot dat deel is, wordt bepaald op de zitting. Daar liggen de aanknopingspunten: de kwalificatie van het feit, de rol van de verdachte, het tijdsverloop, de persoonlijke omstandigheden en de vraag of een reclasseringsrapport een voorwaardelijk kader onderbouwt. Wie met een concreet en aanvaardbaar alternatief komt, geeft de rechter iets om mee te werken.

De strafrechtadvocaten van Law & More staan verdachten bij vanaf het eerste verhoor tot en met het hoger beroep, en voeren waar nodig verweer tegen de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel. Bent u gedagvaard of hebt u een vonnis ontvangen waarmee u het niet eens bent? Neem dan contact met ons kantoor op, en let daarbij op de beroepstermijn van veertien dagen.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.