Smaad en laster: verschillen uitgelegd

Wat is smaad en laster? Uitleg & advies

Gepubliceerd op 13 januari 2023 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Smaad en laster verschillen op een punt: wetenschap. Bij smaad beschuldigt iemand u van een bepaald feit en verspreidt hij die beschuldiging (artikel 261 Sr). Bij laster doet hij hetzelfde terwijl hij weet dat het niet waar is (artikel 262 Sr), en daarop staat een zwaardere straf. Staat de beschuldiging op papier of online, dan spreekt de wet van smaadschrift.

Waar staan smaad en laster in de wet?

Beide staan in het Wetboek van Strafrecht, in de titel over belediging. Smaad en smaadschrift zijn geregeld in artikel 261 Sr, laster in artikel 262 Sr en de eenvoudige belediging in artikel 266 Sr. Het gaat bij smaad en laster om wat de wet een telastlegging noemt: de beschuldiging van een bepaald feit. Iemand zegt niet alleen dat u een naar mens bent, hij zegt dat u iets gedaan hebt.

Daar komt een tweede eis bij: het oogmerk van ruchtbaarheid. De uiting moet erop gericht zijn dat anderen ervan kennisnemen. Een verwijt onder vier ogen levert daarom zelden smaad op; hetzelfde verwijt in een groepsapp, in een online recensie of op een tijdlijn wel. De combinatie van een concrete beschuldiging en de verspreiding ervan maakt het tot smaad.

Op smaad staat gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie. Gaat het om smaadschrift, dus om een geschrift of afbeelding die wordt verspreid of openlijk getoond, dan is de maximale gevangenisstraf een jaar bij dezelfde boetecategorie. De categorieen staan in artikel 23 Sr; sinds 1 januari 2026 bedraagt de derde categorie ten hoogste 11.000 euro.

Wanneer is het laster en geen smaad meer?

Als de ander wist dat het niet waar was. Artikel 262 Sr bepaalt dat wie smaad of smaadschrift pleegt, wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of een geldboete van de vierde categorie, sinds 1 januari 2026 ten hoogste 27.500 euro.

De kern zit in dat ene woord: wetende. Laster vraagt dus meer dan onvoorzichtigheid of een verkeerde aanname; het vraagt bewuste onwaarheid. Dat is in de praktijk het moeilijkst te bewijzen onderdeel, en het is de reden dat aangiften vaak eindigen bij smaad in plaats van bij laster. Het bewijs komt meestal uit eerdere berichten of gesprekken waaruit blijkt dat de ander beter wist.

Mag iemand een beschuldiging uiten die wel waar is?

Soms. Artikel 261 Sr kent een uitzondering: er is noch smaad noch smaadschrift voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.

Er zijn dus twee voorwaarden die allebei vervuld moeten zijn. De ander moest redelijkerwijs kunnen denken dat de beschuldiging klopte, en het algemeen belang moest om die openbaarmaking vragen. Een journalist die een misstand blootlegt en een klokkenluider die aan de bel trekt kunnen zich daarop beroepen. Iemand die uit wrok een oud verhaal over u in een buurtapp gooit, veel moeilijker. Waar precies de grens ligt bij kritiek op ondernemers, laten wij zien bij online reviews en smaad.

Wat is het verschil met belediging?

Belediging is de restcategorie. Artikel 266 Sr gaat over de eenvoudige belediging: schelden, iemand wegzetten, een kwetsende opmerking zonder dat er een concreet feit aan u wordt toegeschreven. Daarop staat gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie, sinds 1 januari 2026 ten hoogste 5.500 euro.

Het verschil is dus of er een feit wordt gesteld. Je bent een oplichter zonder verdere invulling blijft eerder belediging; hij heeft in maart twaalfduizend euro van de vereniging weggenomen is een telastlegging. Scherpe kritiek op bestuurders en op het openbaar bestuur valt vaak onder de vrijheid van meningsuiting en levert dan geen strafbaar feit op. Hoe die afweging bij online verontwaardiging uitpakt, beschrijven wij bij online schelden, shamen en cancelen.

Waarom gebeurt er niets als u zelf geen klacht indient?

Omdat dit klachtdelicten zijn. Artikel 269 Sr bepaalt dat belediging die strafbaar is op grond van deze titel niet wordt vervolgd dan op klacht van hem tegen wie het misdrijf is gepleegd. Zonder uw uitdrukkelijke klacht komt er dus geen vervolging, hoe duidelijk de zaak ook lijkt. Artikel 64 Sr wijst aan wie die klacht mag indienen.

Er zit een harde termijn aan. Artikel 66 Sr geeft u drie maanden, gerekend vanaf de dag waarop u kennis hebt genomen van het gepleegde feit. Bent u daaroverheen, dan kan het openbaar ministerie niet meer vervolgen, ook niet als de zaak verder glashelder is. Wacht dus niet af hoe het zich ontwikkelt. Een klacht is bovendien meer dan verhaal doen aan de balie: het is de verklaring dat u vervolging wenst, en dat moet ook zo worden vastgelegd. Bedenkt u zich, dan kunt u de klacht op grond van artikel 67 Sr binnen acht dagen na indiening intrekken; daarna kan dat niet meer.

Geldt er iets anders bij een ambtenaar of de Koning?

Ja. Artikel 267 Sr verhoogt de straffen met een derde als de belediging wordt aangedaan aan het openbaar gezag, aan een openbaar lichaam of een openbare instelling, aan de Koning, de echtgenoot van de Koning, de vermoedelijke opvolger of de Regent, of aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Leden van algemeen vertegenwoordigende lichamen vallen daarbuiten.

Twee dingen zijn daarbij van belang. Het artikel verhoogt alleen de gevangenisstraffen, niet de geldboetes. En in de gevallen die het openbaar gezag en de ambtenaar betreffen, is geen klacht nodig: het openbaar ministerie kan daar uit eigen beweging mee aan de slag.

Welke aangrenzende strafbepalingen spelen vaak mee?

Een reputatiezaak blijft zelden bij smaad alleen. Gaat het om aanhoudend achtervolgen, benaderen of lastigvallen, dan komt belaging in beeld: artikel 285b Sr, eveneens een klachtdelict. Worden uw persoonsgegevens verspreid om u vrees aan te jagen of ernstige overlast te bezorgen, dan is dat sinds 1 januari 2024 zelfstandig strafbaar als doxing (artikel 285d Sr).

Sinds de Wet seksuele misdrijven van 1 juli 2024 zijn wraakporno en seksuele deepfakes ondergebracht in artikel 254ba Sr, met artikel 252 Sr wanneer het om minderjarigen gaat; de oude route via artikel 139h Sr geldt niet meer. Bij een gemanipuleerde afbeelding of video loopt de zaak dus vaak langs meerdere delicten tegelijk, zoals wij toelichten bij deepfakes en smaad. Loopt het uit op stelselmatig lastigvallen, lees dan verder bij stalking en belaging.

Wat kunt u zelf doen als er iets over u online staat?

Begin met vastleggen. Maak schermafdrukken waarop de tekst, de naam van de plaatser, de datum en het volledige webadres zichtbaar zijn. Leg ook de reacties eronder vast en hoe vaak het bericht is gedeeld. Doe dat meteen, want berichten worden aangepast of verwijderd zodra u erover begint en dan is uw bewijs weg.

Verzoek daarna de plaatser schriftelijk om verwijdering en rectificatie, met een korte termijn. Reageert hij niet, benader dan het platform of de websitehouder met een gemotiveerde melding waarin u precies aangeeft welke zin onjuist is en waarom; een melding zonder onderbouwing wordt vrijwel altijd afgewezen. Staat de publicatie nog in de zoekresultaten terwijl zij van de site is verdwenen, dan kunt u de zoekmachine om verwijdering van de koppeling vragen op grond van het recht op gegevenswissing uit de Algemene verordening gegevensbescherming; wijst de zoekmachine dat af, dan kunt u bij de Autoriteit Persoonsgegevens terecht. Die route beschrijven wij bij het recht om vergeten te worden.

Doe pas daarna, of tegelijkertijd, aangifte met klacht bij de politie als u wilt dat er strafrechtelijk naar wordt gekeken, en houd de termijn van drie maanden in de gaten. Schakel een advocaat in zodra de schade oploopt of de zaak zich uitbreidt, bijvoorbeeld omdat klanten of uw werkgever ernaar vragen. Wat online reputatieschade praktisch aanricht en welke stappen dan werken, staat bij cyberpesten en online reputatieschade.

Kunt u ook naar de civiele rechter?

Ja, en voor de meeste mensen is dat de belangrijkste route. Een strafzaak draait om de vraag of iemand gestraft moet worden. Wat u meestal wilt is iets anders: dat het bericht weg is, dat er iets wordt rechtgezet en dat uw schade wordt vergoed. Dat regelt het civiele recht.

De grondslag is de onrechtmatige daad van artikel 6:162 BW. U spreekt degene aan die de uiting deed en vordert verwijdering, een verbod op herhaling, schadevergoeding en zo nodig een dwangsom. Bij een acute situatie kan dat in kort geding, waarin u binnen enkele weken een uitspraak kunt hebben. Daarnaast geeft artikel 6:167 BW de rechter de bevoegdheid om te veroordelen tot openbaarmaking van een rectificatie op een door hem aan te geven wijze; het tweede lid strekt die mogelijkheid uit tot gevallen waarin aansprakelijkheid ontbreekt omdat de publicatie de plaatser niet valt toe te rekenen. Wie te goeder trouw iets onjuists doorplaatst, kan dus toch tot rectificatie worden veroordeeld.

De rechter kijkt daarbij niet alleen naar u. Hij weegt uw belang bij bescherming van uw eer en goede naam af tegen het belang van vrije meningsuiting van de ander, met de rechtspraak over de artikelen 8 en 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens als kader. Hoe concreter de beschuldiging, hoe minder feitelijke onderbouwing eronder ligt en hoe groter het bereik, hoe zwaarder uw kant weegt.

Wanneer kiest u welke route?

Wilt u dat de publicatie verdwijnt en dat uw schade wordt vergoed, dan is de civiele weg vrijwel altijd de snelste en de meest gerichte. U bepaalt zelf het tempo, u bepaalt zelf wat u vordert en u hebt daarvoor geen toestemming van het openbaar ministerie nodig.

Gaat het om gedrag dat doorgaat ondanks waarschuwingen, om bedreiging, om belaging of om verspreiding van beeldmateriaal, dan is het strafrecht juist wel de aangewezen weg, alleen al omdat politie en justitie opsporingsbevoegdheden hebben die u zelf niet hebt: zij kunnen achterhalen wie achter een anoniem account zit. De routes sluiten elkaar niet uit. In de praktijk lopen ze vaak naast elkaar: een kort geding om het bericht offline te krijgen, en een aangifte met klacht om het gedrag te laten stoppen.

Veelgestelde vragen

Kunt u iemand aanklagen wegens laster?

U doet aangifte met klacht; artikel 269 Sr bepaalt dat er zonder klacht geen vervolging plaatsvindt en artikel 66 Sr geeft u daarvoor drie maanden vanaf het moment dat u van het feit wist. Het openbaar ministerie beslist vervolgens zelf of het de zaak oppakt. Daarnaast kunt u de ander zelf civiel dagvaarden en verwijdering, rectificatie en schadevergoeding vorderen.

Is kwaadsprekerij strafbaar?

Dat hangt af van wat er precies wordt gezegd. Gaat het om een concrete beschuldiging die wordt verspreid, dan komt smaad of smaadschrift in beeld, en wist de verspreider dat het niet waar was, dan is het laster. Blijft het bij schelden of kwetsen, dan valt het eerder onder de eenvoudige belediging van artikel 266 Sr. Roddel in kleine kring zonder concrete beschuldiging is strafrechtelijk vaak niet te vervolgen, maar kan civielrechtelijk nog steeds onrechtmatig zijn.

Hoe bewijst u smaad en laster?

Met vastlegging, vanaf het eerste moment. Schermafdrukken met tekst, naam, datum en volledig webadres, en berichten en gesprekken in hun geheel bewaard. Voor smaad moet u aantonen dat er een concrete beschuldiging is geuit en verspreid; getuigen die het hebben gelezen helpen daarbij. Voor laster komt daar het lastigste bij: dat de ander wist dat het onwaar was. Leg ook uw schade vast, zoals opgezegde opdrachten of een afgebroken sollicitatie.

Hoe hoog zijn de straffen precies?

Smaad: ten hoogste zes maanden gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie. Smaadschrift: ten hoogste een jaar. Laster: ten hoogste twee jaren of een geldboete van de vierde categorie. Eenvoudige belediging: ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie. Sinds 1 januari 2026 zijn die categorieen respectievelijk 11.000, 27.500 en 5.500 euro (artikel 23 Sr).

Waar kan ik de wettekst nalezen?

De strafbepalingen staan in het Wetboek van Strafrecht, de civiele grondslag in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek. Over verwijdering van persoonsgegevens uit zoekresultaten geeft de Autoriteit Persoonsgegevens voorlichting.

Advies bij smaad, laster en online reputatieschade

Bij een beschuldiging die zich verspreidt telt snelheid dubbel: het bewijs verdwijnt, de klachttermijn van drie maanden loopt en het bereik groeit. De advocaten van Law & More in Eindhoven beoordelen of uw zaak smaad, laster of belediging oplevert, sommeren de plaatser en het platform, en voeren zo nodig een kort geding om verwijdering en rectificatie af te dwingen. U bereikt ons op +31 40 369 06 80 of via info@lawandmore.nl.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.