Gepubliceerd op 27 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026
Openlijke geweldpleging is het met anderen in het openbaar geweld plegen tegen personen of goederen (artikel 141 Wetboek van Strafrecht, Sr), met een maximumstraf van vier jaar en zes maanden. U bent als groepslid alleen strafbaar als u een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld levert; alleen aanwezig zijn in de groep is niet genoeg.
Daarnaast kunnen alle deelnemers civielrechtelijk hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade, ook als niet vaststaat wie welke klap gaf (artikel 6:166 BW). Hieronder leest u wanneer dat zo is, welke straffen gelden en welke verweren er zijn.
Inhoudsopgave
Wat is openlijke geweldpleging?
Artikel 141 Sr stelt strafbaar: zij die openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen. Voor een veroordeling moeten drie elementen bewezen zijn.
- Openlijk: het geweld is voor het publiek waarneembaar, bijvoorbeeld op straat, in een uitgaansgebied of in een stadion. Ook geweld op privéterrein kan openlijk zijn als het vanaf de openbare weg zichtbaar is.
- In vereniging: ten minste twee personen plegen samen het geweld. Een afspraak vooraf is niet nodig; de samenwerking kan ter plekke ontstaan.
- Geweld tegen personen of goederen: bijvoorbeeld slaan, schoppen, gooien met stenen of het vernielen van een bushokje.
Bent u als verdachte aangemerkt, lees dan ook ons artikel over verdacht van openlijke geweldpleging: uw rechten en kansen.
Wat is het verschil met mishandeling en vernieling?
Mishandeling (artikel 300 Sr) en vernieling (artikel 350 Sr) zijn delicten tegen het slachtoffer of de eigenaar en kunnen door één persoon worden gepleegd. Openlijke geweldpleging staat in de titel over misdrijven tegen de openbare orde: het gaat om het gezamenlijke optreden in het openbaar.
Het OM kan deze feiten naast elkaar ten laste leggen. Meer over de straffen voor vernieling leest u in ons artikel over vernieling of vandalisme.
Wanneer levert u een wezenlijke bijdrage aan het geweld?
U pleegt geweld in vereniging als u een voldoende significante of wezenlijke bijdrage levert aan het geweld; die bijdrage hoeft zelf niet gewelddadig te zijn (HR 11 november 2003, ECLI:NL:HR:2003:AL6209). Alleen aanwezig zijn bij een groep die geweld pleegt, is daarvoor niet voldoende.
Dat bleek in een zaak waarin de verdachte een steen oppakte en met de groep meeliep, maar een ander de steen gooide. De Hoge Raad oordeelde dat het hof daaruit niet zonder meer een wezenlijke bijdrage aan het geweld kon afleiden (HR 26 mei 2015, ECLI:NL:HR:2015:1328).
Een wezenlijke bijdrage kan bijvoorbeeld bestaan uit:
- zelf slaan, schoppen of gooien;
- het slachtoffer vasthouden of de weg afsnijden terwijl anderen slaan;
- wapens of voorwerpen aanreiken;
- onder omstandigheden: actief aanmoedigen of de groep aansturen, als dat het geweld daadwerkelijk versterkt.
Is uw bijdrage te gering voor openlijke geweldpleging, dan kan het OM nog kijken naar medeplegen of medeplichtigheid aan een ander delict; zie ons artikel over wanneer u medeplichtig bent.
Welke straffen gelden bij openlijke geweldpleging?
Op de basisvorm staat maximaal vier jaar en zes maanden gevangenisstraf of een geldboete van de vierde categorie (artikel 141 lid 1 Sr). Het tweede lid verhoogt het maximum als het door de schuldige gepleegde geweld ernstigere gevolgen heeft.
- Maximaal zes jaar als hij opzettelijk goederen vernielt of het geweld lichamelijk letsel tot gevolg heeft.
- Maximaal negen jaar als het geweld zwaar lichamelijk letsel tot gevolg heeft.
- Maximaal twaalf jaar als het geweld de dood tot gevolg heeft.
Dit zijn maximumstraffen; de rechter bepaalt de straf aan de hand van de ernst van het feit, de rol van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden. Naast gevangenisstraf, taakstraf of geldboete kan de rechter een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden opleggen, zoals een locatieverbod.
Voor de zwaardere vormen van artikel 141 lid 2 Sr, waarop zes jaar of meer staat, geldt een taakstrafverbod als het geweld een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer heeft veroorzaakt: een taakstraf is dan alleen mogelijk naast een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf (artikel 22b Sr). Hetzelfde geldt als u in de vijf jaar vóór het feit al een taakstraf kreeg voor een soortgelijk misdrijf. Bij voetbalgeweld of rellen kan ook een gedragsmaatregel met een gebiedsverbod volgen (artikel 38v Sr). Een veroordeling komt in de justitiële documentatie en kan gevolgen hebben voor werk en reizen.
Bent u civielrechtelijk aansprakelijk voor schade door de groep?
Ja, als u deel uitmaakte van een groep waarvan een lid onrechtmatig schade toebrengt, en de kans daarop u had moeten weerhouden van uw gedraging in groepsverband (artikel 6:166 lid 1 BW). Iedere deelnemer is dan hoofdelijk aansprakelijk voor de hele schade.
Het slachtoffer kan dus één deelnemer voor het volledige bedrag aanspreken. Onderling dragen de groepsleden de schade in beginsel voor gelijke delen (artikel 6:166 lid 2 BW). Voor deze aansprakelijkheid is geen strafrechtelijke veroordeling nodig; het slachtoffer kan zich ook als benadeelde partij in de strafzaak voegen (artikel 51f Wetboek van Strafvordering).
Welke verweren zijn mogelijk?
Het meest voorkomende verweer is dat uw bijdrage niet wezenlijk was of dat u niet tot de groep behoorde. Daarnaast kan een beroep op noodweer slagen als u zich verdedigde tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding (artikel 41 Sr).
- Geen wezenlijke bijdrage: u was alleen aanwezig, liep mee of probeerde anderen tegen te houden.
- Geen openlijkheid: het geweld vond plaats op een plek die niet voor publiek waarneembaar was.
- Noodweer: de verdediging was noodzakelijk en in verhouding tot de aanval. Zie ons artikel over noodweer of mishandeling.
- Noodweerexces: u ging verder dan nodig door een hevige gemoedsbeweging die door de aanranding werd veroorzaakt (artikel 41 lid 2 Sr).
- Putatief noodweer: u dacht verschoonbaar dat u werd aangevallen; slaagt dat verweer, dan volgt ontslag van alle rechtsvervolging.
Bij groepsgeweld berust het bewijs vaak op camerabeelden en getuigenverklaringen. Een kritische toets van wat er precies op de beelden te zien is, kan bepalend zijn; lees ook ons artikel over bewijs in de rechtszaal.
Waar let u als verdachte op?
- Leg geen verklaring af voordat u met een advocaat heeft overlegd (artikel 28c Wetboek van Strafvordering).
- Vraag na welke camerabeelden er zijn en laat ze beoordelen op uw eigen rol.
- Noteer namen van getuigen die kunnen verklaren dat u niet meedeed of werd aangevallen.
- Reageer op een civiele aansprakelijkstelling pas na advies, ook als de strafzaak nog loopt.
Waar let u als slachtoffer op?
- Doe aangifte en noem alle betrokkenen die u herkent.
- Bewaar facturen, foto’s en medische stukken als onderbouwing van uw schade.
- Voeg u tijdig als benadeelde partij in de strafzaak.
- Bedenk dat u op grond van artikel 6:166 BW elk groepslid voor de hele schade kunt aanspreken.
Wat kunnen wij voor u doen bij openlijke geweldpleging?
- U bijstaan bij het politieverhoor en het dossier en de camerabeelden analyseren.
- Beoordelen of uw bijdrage voldoende wezenlijk was en of een beroep op noodweer kansrijk is.
- Onderzoekswensen indienen, zoals het horen van getuigen.
- Als strafrechtadvocaat uw verdediging voeren bij de politierechter, de meervoudige kamer en in hoger beroep.
- Een vordering van een benadeelde partij of een civiele claim beoordelen vanuit ons aansprakelijkheidsrecht.
Samengevat
- Openlijke geweldpleging is in het openbaar en in vereniging geweld plegen tegen personen of goederen (artikel 141 Sr).
- Strafbaar bent u alleen bij een voldoende significante of wezenlijke bijdrage; aanwezigheid is niet genoeg.
- Het strafmaximum is vier jaar en zes maanden, oplopend tot twaalf jaar bij dodelijk geweld.
- Civielrechtelijk kan elk groepslid hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de hele schade (artikel 6:166 BW).
Veelgestelde vragen
Ben ik strafbaar als ik alleen bij de groep stond?
Nee, alleen aanwezig zijn is volgens de Hoge Raad onvoldoende. Het OM moet bewijzen dat u een voldoende significante of wezenlijke bijdrage aan het geweld leverde.
Kan aanmoedigen al genoeg zijn?
Onder omstandigheden wel, bijvoorbeeld als u de groep actief aanstuurt en het geweld daardoor toeneemt. De rechter beoordeelt dit per geval aan de hand van de bewijsmiddelen.
Telt een vechtpartij in een woning als openlijke geweldpleging?
Meestal niet, omdat het geweld dan niet voor publiek waarneembaar is. Dan komt eerder mishandeling (artikel 300 Sr) in beeld.
Moet ik de hele schade betalen als ik maar één klap gaf?
Tegenover het slachtoffer mogelijk wel, op grond van groepsaansprakelijkheid (artikel 6:166 BW). U kunt het deel boven uw aandeel daarna verhalen op de andere groepsleden.