Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 31 oktober 2026
Geweld tegen een politieagent, brandweerman of andere ambtenaar tijdens zijn werk wordt zwaarder gestraft: het wettelijk strafmaximum voor mishandeling gaat met een derde omhoog (artikel 304 Wetboek van Strafrecht). Sinds 1 oktober 2026 eist het Openbaar Ministerie bij fysiek geweld tegen iemand met een publieke taak in principe een gevangenisstraf; of de wettelijke verhoging ook geldt voor ambulance- of zorgpersoneel, hangt af van de vraag of zij ambtenaar zijn in de zin van het strafrecht.
Hieronder leest u welke strafbepalingen gelden, wat de nieuwe OM-richtlijn betekent, hoe rechters oordelen over spugen en over het begrip ambtenaar, en wat er politiek speelt.
Inhoudsopgave
Welke delicten spelen bij agressie tegen hulpverleners?
Er is geen apart delict “geweld tegen hulpverleners”. Agressie valt onder de gewone strafbepalingen uit het Wetboek van Strafrecht:
| Delict | Wetsartikel | Wettelijk maximum |
|---|---|---|
| Mishandeling | 300 Sr | 3 jaar; 4 jaar bij zwaar lichamelijk letsel |
| Mishandeling van een ambtenaar in functie | 300 jo. 304 Sr | maximum plus een derde (bij gewone mishandeling 4 jaar) |
| Zware mishandeling | 302 Sr | 8 jaar |
| Openlijke geweldpleging | 141 Sr | 4 jaar en 6 maanden; hoger bij letsel |
| Bedreiging met onder meer zware mishandeling of doodslag | 285 Sr | 2 jaar |
| Wederspannigheid | 180 Sr | 1 jaar |
| Belediging van een ambtenaar in functie | 266 jo. 267 Sr | straf voor eenvoudige belediging plus een derde |
| Belemmeren van hulpverleners | 426ter Sr | overtreding, 3 maanden hechtenis |
Bron: wetteksten op wetten.overheid.nl, geraadpleegd 29 oktober 2026. Ook spugen, het gooien van vuurwerk of het blokkeren van een ambulance kan onder een van deze bepalingen vallen. Hoe u aangifte doet, leest u bij aangifte doen bij de politie.
Wanneer geldt de wettelijke strafverhoging van een derde?
De verhoging geldt bij mishandeling (artikelen 300 tot en met 303 Sr) van een ambtenaar gedurende of vanwege de rechtmatige uitoefening van zijn functie (artikel 304 Sr). Voor gewone mishandeling stijgt het maximum dan van drie naar vier jaar gevangenisstraf.
Het gaat om een verhoging van het maximum. De rechter hoeft niet zwaarder te straffen, maar moet zijn straf wel motiveren (artikel 359 lid 5 Wetboek van Strafvordering).
Wie is ambtenaar in de zin van artikel 304 Sr?
Ambtenaar is in het strafrecht iemand die onder toezicht en verantwoordelijkheid van de overheid is aangesteld voor een publieke taak. Politieagenten, brandweerlieden en boa’s vallen daaronder. Bij zorgpersoneel hangt het af van de taak die op dat moment wordt uitgevoerd.
De Rechtbank Den Haag oordeelde op 22 maart 2024 dat verpleegkundigen in een GGZ-instelling ambtenaar zijn wanneer zij verplichte zorg verlenen op grond van een zorgmachtiging onder de Wet verplichte ggz. Voor een eerder incident, waarbij geen zorgmachtiging gold, sprak de rechtbank de verdachte op dit punt vrij: toen waren dezelfde verpleegkundigen geen ambtenaar.
Valt het slachtoffer niet onder het begrip ambtenaar, dan geldt de wettelijke verhoging niet. De rechter kan de publieke taak dan nog wel meewegen bij de hoogte van de straf.
Wat verandert er door de OM-richtlijn van 1 oktober 2026?
Het College van procureurs-generaal heeft de Richtlijn voor strafvordering fysiek geweld tegen functionarissen met een publieke taak (2026R005) vastgesteld. Die geldt voor feiten gepleegd vanaf 1 oktober 2026 en gaat over openlijke geweldpleging, mishandeling en poging tot zware mishandeling.
Volgens het OM-bericht van 30 september 2026 eist de officier van justitie bij fysiek geweld voortaan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een geldboete of taakstraf vindt het OM in deze zaken geen passende eis meer, en de verdachte moet altijd voor de rechter verschijnen. Afwijken mag alleen bij hoge uitzondering en met motivering.
De richtlijn geldt voor een brede groep: opsporingsambtenaren, ambulance- en medisch personeel, brandweer, beveiligers, conducteurs en buschauffeurs, onderwijzend personeel, advocaten, rechters, deurwaarders en bestuurders. Ook geweld tegen journalisten valt eronder.
Enkele uitgangspunten voor de strafeis uit de richtlijn (first offender, zonder strafverzwarende omstandigheden):
| Feit (vanaf 1 oktober 2026) | Uitgangspunt strafeis | Bij recidive |
|---|---|---|
| Mishandeling zonder letsel, wel pijn (klap of schop) | 4 weken gevangenisstraf | 6 weken |
| Mishandeling met licht letsel (slagen of schoppen) | 2 maanden | 3 maanden |
| Mishandeling met zwaarder letsel (slagen of schoppen) | 14 weken | 5 maanden |
| Openlijke geweldpleging zonder letsel | 5 maanden | 7 maanden |
| Poging zware mishandeling zonder wapen en zonder letsel | 3 maanden | 4 maanden |
Bron: OM-richtlijn 2026R005, geldend vanaf 1 oktober 2026. Het blijft de rechter die de straf bepaalt; de richtlijn bindt alleen het OM.
Tegelijk zijn de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) tussen politie en OM herzien. Die moeten zorgen voor voorrang, snelle afdoening en betere informatie aan slachtoffer en werkgever.
Hoe oordelen rechters over spugen?
Spugen is niet automatisch mishandeling. Voor mishandeling is pijn, letsel of een lichamelijk onaangename ervaring nodig (artikel 300 Sr). Een psychisch onprettig gevoel is niet genoeg.
Het Gerechtshof Den Haag oordeelde op 1 maart 2021 dat spugen in het gezicht van een agente in die zaak geen mishandeling was: zij voelde zich vies en beledigd, maar een lichamelijke onlust bleek niet uit het dossier. Het hof achtte wel belediging van een ambtenaar in functie bewezen.
De Rechtbank Noord-Nederland kwam op 29 juni 2026 in een andere zaak wel tot mishandeling van een ambtenaar in functie. De verdachte had van dichtbij in het gezicht en de mond van een medewerker van een interventieteam in een gevangenis gespuugd. Volgens de rechtbank nam hij bewust de aanmerkelijke kans op een diep onaangenaam lichamelijk gevoel. Het verschil zit dus in de feiten en in wat het slachtoffer verklaart.
Mag de rechter nog een taakstraf opleggen?
Ja, de wet staat dat in de meeste gevallen nog toe. Het taakstrafverbod van artikel 22b Sr geldt alleen voor misdrijven met een strafmaximum van zes jaar of meer die een ernstige inbreuk op de lichamelijke integriteit opleveren, voor bepaalde zedenmisdrijven en bij herhaling binnen vijf jaar.
Bij gewone mishandeling van een hulpverlener, met een maximum van vier jaar na verhoging, mag de rechter dus een taakstraf opleggen. De nieuwe OM-richtlijn verandert dat niet: het OM eist een gevangenisstraf, maar de rechter beslist. Meer over directe vrijheidsstraffen leest u bij de onvoorwaardelijke straf.
Welke wetsvoorstellen liggen er (stand 29 oktober 2026)?
Een eerder kabinetsvoorstel voor een ruimer taakstrafverbod (Kamerstukken 35528) is op 4 oktober 2022 in de Eerste Kamer behandeld en daarna verworpen. In de Tweede Kamer ligt het initiatiefwetsvoorstel Wet uitbreiding taakstrafverbod (Kamerstukken 36693) van de leden Eerdmans en Martens-America. Daarover is nog niet gestemd.
In de Kamerbrief van 30 september 2026 schrijft de minister van Justitie en Veiligheid dat de nieuwe richtlijn over ongeveer drie jaar wordt geëvalueerd. Blijven hogere straffen uit, dan komen minimumstraffen opnieuw in beeld. Tot een wetswijziging in werking treedt, gelden artikel 22b en 304 Sr zoals ze nu luiden.
Welke rechten heeft u als slachtoffer?
U kunt aangifte doen, u voegen als benadeelde partij om schadevergoeding te vragen (artikel 51f Wetboek van Strafvordering) en spreekrecht uitoefenen op de zitting (artikel 51e Sv). Wijst de rechter uw vordering toe, dan kan hij een schadevergoedingsmaatregel opleggen; de Staat int het bedrag dan bij de dader (artikel 36f Sr).
U hoeft uw privéadres niet in de aangifte te zetten; u kunt het adres van uw werkgever opgeven. De werkgever kan ook zelf aangifte doen namens de organisatie. Volgens de herziene ELA informeren politie en OM waar nodig ook de werkgever over de zaak.
Bij ernstig letsel door een opzettelijk geweldsmisdrijf kunt u daarnaast een uitkering vragen bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Meer over de positie van slachtoffers leest u bij slachtofferhulp in het strafrecht en rechtsbijstand na een geweldsmisdrijf.
Welke zorgplicht heeft de werkgever van een hulpverlener?
De werkgever moet beleid voeren om agressie en geweld te voorkomen en de gevolgen te beperken. Agressie en geweld vallen onder psychosociale arbeidsbelasting (artikel 3 lid 2 Arbeidsomstandighedenwet).
Dat betekent onder meer: de risico’s opnemen in de RI&E, voorlichting en training geven, een meldprocedure inrichten en nazorg bieden na een incident. Schiet de werkgever tekort, dan kan hij aansprakelijk zijn voor de schade van de werknemer (artikel 7:658 BW). Meer hierover leest u bij grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer.
Wat betekent dit voor u als verdachte?
- U heeft het recht om te zwijgen en recht op een advocaat vóór het eerste verhoor (artikelen 28c en 29 Sv).
- Sinds 1 oktober 2026 moet u bij fysiek geweld tegen een functionaris met een publieke taak rekenen op een dagvaarding en een eis van gevangenisstraf, ook bij een eerste feit.
- Of het slachtoffer ambtenaar was en rechtmatig optrad, bepaalt of artikel 304 Sr van toepassing is. Dat is een juridische toets, geen formaliteit.
- Bij spugen hangt de kwalificatie (mishandeling of belediging) af van wat er in het dossier staat over de lichamelijke ervaring van het slachtoffer.
- Een veroordeling kan gevolgen hebben voor een VOG en uw werk. Zie de gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling voor werk of reizen.
Wat wij doen bij geweld tegen hulpverleners
- U als verdachte bijstaan bij het verhoor, op een snelrechtzitting en in de verdere strafzaak.
- Toetsen of artikel 304 Sr terecht ten laste is gelegd en of het slachtoffer ambtenaar was.
- U als slachtoffer bijstaan bij de aangifte en het voegen als benadeelde partij.
- Werkgevers adviseren over agressiebeleid en hun zorgplicht.
Meer over onze werkzaamheden leest u op de pagina van onze advocaat strafrecht.
Veelgestelde vragen
Moet de dader weten dat het slachtoffer een hulpverlener was?
Voor artikel 304 Sr moet vaststaan dat het slachtoffer ambtenaar was en dat het feit tijdens of vanwege zijn werk is gepleegd. In de praktijk blijkt de herkenbaarheid meestal uit een uniform of een duidelijk gemarkeerd voertuig.
Geldt de OM-richtlijn ook voor geweld buiten werktijd?
Ja, voor hulpverleners en opsporingsambtenaren geldt de richtlijn ook als het geweld in hun vrije tijd met hun werk samenhangt, en ook bij geweld tegen hun gezinsleden om die reden. Dat staat in richtlijn 2026R005.