Bestuurder trekt B.V. leeg na veroordeling in kort geding, met frustratie van verhaal als gevolg

Dit is een samenvatting van de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 21 februari 2018

Eiser heeft na een procedure in kort geding een vordering op Flynnagan B.V., waarvan gedaagde bestuurder is. Dit vonnis was uitvoerbaar bij voorraad. Wegens een hangend hoger beroep, heeft eiser gewacht met het executeren van het vonnis. In de tussentijd heeft gedaagde Flynnagan leeg getrokken, waardoor er geen verhaalsmogelijkheden meer waren. Bovendien heeft gedaagde/Flynnagan dit geheim gehouden voor eiser, door de jaarrekeningen van Flynnagan niet te deponeren en publiceren. Dit levert een onrechtmatige daad op.

Samenvatting van de feiten

Het geding speelt zich af tussen eiser (een B.V.) enerzijds en gedaagde en Flynnagan B.V. anderzijds. Gedaagde is bestuurder van Flynnagan. Voorafgaand aan deze uitspraak heeft een kortgedingprocedure plaatsgevonden. In de kortgedingprocedure is Flynnagan veroordeeld tot de betaling van EUR 110.000,-. Deze uitspraak was uitvoerbaar bij voorraad. Eiser heeft de uitspraak echter niet meteen ten uitvoer gelegd, aangezien in de zaak hoger beroep ingesteld was en hij de afdoening in hoger beroep wilde afwachten. In de tussentijd heeft gedaagde de onderneming leeg getrokken, onder andere door kortlopende schulden te voldoen. Hierdoor zijn de verhaalsmogelijkheden voor eiser uitgehold en heeft Flynnagan de vordering nooit aan eiser voldaan. Flynnagan heeft dit bovendien voor eiser verborgen gehouden. Ondanks haar wettelijke verplichting op grond van artikel 2:394 BW heeft Flynnagan nooit de jaarrekeningen over de jaren 2009, 2010 en 2011 gedeponeerd en openbaar gemaakt en de jaarrekening van 2012 pas in 2014 gedeponeerd. Uit de jaarrekening van 2014 bleek vervolgens dat Flynnagan onvoldoende verhaal bood voor de vordering in kort geding. Uit latere publicatiestukken blijkt dat dit in de jaren erna alleen maar slechter is geworden. Eiser stelt gedaagde/Flynnagan in deze procedure vervolgens aansprakelijk wegens frustratie van verhaal op zijn B.V.

Samenvatting van de rechtsoverwegingen

Uit overlegde stukken blijkt dat Flynnagan ten tijde van het kort geding en hangende het hoger beroep daarvan volgens de gepubliceerde balansen een eigen vermogen had van EUR 500.720,- in 2007 en van EUR 549.895,- in 2008. Bovendien stonden daar tegenover aan de activa kant materiele en financiële activa met een boekwaarde van EUR 777.198,- en EUR 798.988,- in totaal. Daarmee bood Flynnagan dus ruim voldoende verhaal voor de in kort geding toegewezen veroordeling tot betaling van EUR 110.000,- met rente en kosten. Gedaagde betwist dit door zich te beroepen op foutieve boekingen van zijn ondergeschikte. De rechtbank vindt dit echter onaanvaardbaar, zeker gezien het feit dat gedaagde zelf belastingadviseur is. De rechtbank is dan ook van mening dat Flynnagan en gedaagde (als enig bestuurder) in zullen moeten staan voor de getrouwheid van de door hen openbaar gemaakte stukken. Vervolgens stelt de rechtbank vast dat Flynnagan in strijd met de wettelijke plicht uit artikel 2:394 BW gehandeld heeft door de jaarrekeningen over de jaren 2009, 2010, 2011 en 2012 niet (tijdig) te deponeren en openbaar te maken. Dit wordt gezien als een ernstig feit en levert zonder meer een onrechtmatige daad op. Eiser is hierdoor benadeeld, aangezien eiser gewacht heeft met de executie van het vonnis in kort geding om de uitspraak in hoger beroep af te wachten. Indien eiser geweten zou hebben dat gedaagde bezig was Flynnagan leeg te trekken, had eiser eerder en daadkrachtiger executiemaatregelen genomen, met een betere kans van slagen.  Eiser zou eerder executoriaal beslag gelegd hebben, niet alleen op de aandelen in de dochtervennootschap maar ook op de materiele vaste activa, vorderingen en liquide middelen van Flynnagan. Gezien de gepubliceerde balans van 2007 en 2008 waren er op dat moment namelijk nog voldoende verhaalsmogelijkheden bij Flynnagan. Het voorgaande leidt ertoe dat gedaagde persoonlijk aansprakelijk gehouden kan worden voor de schade die eiser geleden heeft doordat zij de veroordeling in het kortgedingvonnis niet heeft kunnen verhalen op Flynnagan. De totale schade wordt hierbij begroot op EUR 121.077,41. De rechter gaat hier in mee en vordert gedaagde om voorgenoemd bedrag aan eiser te betalen.

Deze samenvatting is gemaakt in het kader van auteurswerk voor Kluwer Smartnewz.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze samenvatting, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Maxim Hodak, advocaat bij Law & More via maxim.hodak@lawandmore.nl of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via tom.meevis@lawandmore.nl, of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Share