Gepubliceerd op 5 oktober 2016 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
De Wet DBA regelt sinds 1 mei 2016 hoe een opdrachtgever en een zzp’er hun arbeidsrelatie moeten beoordelen. Niet het etiket op het contract is beslissend, maar de manier waarop partijen zich feitelijk gedragen, getoetst aan de definitie van de arbeidsovereenkomst in artikel 7:610 BW. Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst weer volledig op schijnzelfstandigheid: wie een zzp’er inhuurt die feitelijk werknemer is, riskeert een naheffingsaanslag loonheffingen.
Inhoudsopgave
Wat regelt de Wet DBA en wat is er van de VAR geworden?
De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties, kortweg de Wet DBA, verving op 1 mei 2016 de Verklaring arbeidsrelatie. Onder de VAR kon een opdrachtgever afgaan op een verklaring van de Belastingdienst en had hij daarmee vrijwaring: bleek de relatie achteraf toch een dienstbetrekking, dan was alleen de zzp’er het haasje. Die verklaring zei alleen niets over de werkelijkheid op de werkvloer, en leverde daarmee schijnzekerheid op.
De Wet DBA heeft die eenzijdige vrijwaring geschrapt en de verantwoordelijkheid bij beide partijen gelegd. Wat de wet niet heeft gedaan, is een nieuwe toets invoeren. De vraag of iemand werknemer of zelfstandige is, wordt nog altijd beantwoord aan de hand van artikel 7:610 BW en de rechtspraak daarover. Dat is de kern van de verwarring die sinds 2016 bestaat: de Wet DBA schafte een instrument af, maar veranderde de norm niet.
Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst?
Van een arbeidsovereenkomst is sprake als iemand zich verbindt om in dienst van een ander, tegen loon, gedurende zekere tijd arbeid te verrichten (artikel 7:610 BW). De drie kernelementen zijn dus arbeid, loon en een gezagsverhouding. Ontbreekt er één, dan is er geen arbeidsovereenkomst; zijn ze alle drie aanwezig, dan ontstaat die van rechtswege, ook als partijen iets anders hebben opgeschreven.
De Hoge Raad heeft dat in twee arresten scherp gemaakt. In zijn arrest van 6 november 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1746) besliste hij dat de bedoeling van partijen bij de kwalificatie geen rol speelt. Eerst wordt uitgelegd welke rechten en plichten partijen zijn overeengekomen, en pas daarna wordt beoordeeld of die afspraken voldoen aan de wettelijke definitie. Het opschrift boven de overeenkomst is voor die tweede stap irrelevant.
In het Deliveroo-arrest van 24 maart 2023 (ECLI:NL:HR:2023:443) somde de Hoge Raad op waar de rechter naar kijkt: de aard en duur van de werkzaamheden, de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald, de inbedding van het werk en van de werkende in de organisatie, het al dan niet bestaan van een verplichting tot persoonlijke arbeid, de wijze waarop de contractuele regeling tot stand is gekomen, de hoogte en de wijze van uitbetaling van de beloning, de mate van commercieel risico en de vraag of de werkende zich in het handelsverkeer als ondernemer gedraagt. Geen van die gezichtspunten is doorslaggevend; ze worden in onderling verband gewogen. Wie wil weten hoe die weging uitpakt bij digitale platforms, leest verder over schijnzelfstandigheid bij platformwerk.
Hoe handhaaft de Belastingdienst sinds 1 januari 2025?
Tussen 2016 en 2024 gold een handhavingsmoratorium: de Belastingdienst legde alleen naheffingen op bij kwaadwillendheid of bij het negeren van een eerder gegeven aanwijzing. Dat moratorium is per 1 januari 2025 beëindigd. De Belastingdienst kan sindsdien direct correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen loonheffingen opleggen wanneer hij vaststelt dat een opdrachtnemer in werkelijkheid in dienstbetrekking werkt.
Er zit wel een grens aan het terugkijken. Bij een constatering van schijnzelfstandigheid gaat de Belastingdienst met corrigeren niet verder terug dan 1 januari 2025. Alleen bij kwaadwillendheid, of wanneer een eerder gegeven aanwijzing niet is opgevolgd, kan verder worden teruggegaan, in beginsel tot vijf jaar. Over het kalenderjaar 2025 zijn bovendien geen vergrijpboetes opgelegd; vanaf 1 januari 2026 kan een vergrijpboete er wel bij komen. Het besluit hierover is door de rijksoverheid gepubliceerd. Wat het handhavingskader in de praktijk betekent, staat uitgewerkt in ons artikel over het strengere toezicht op zzp-constructies.
Wat kost een herkwalificatie u als opdrachtgever?
Wordt de relatie alsnog als dienstbetrekking aangemerkt, dan bent u met terugwerkende kracht inhoudingsplichtig. De Belastingdienst legt een naheffingsaanslag loonheffingen op, vermeerderd met belastingrente. De loonbelasting en de premie volksverzekeringen kunt u in beginsel verhalen op de werkende, omdat die bedragen materieel van hem zijn. De premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing voor de Zorgverzekeringswet komen daarentegen voor uw rekening en mogen niet worden verhaald.
De fiscale rekening is meestal niet het grootste probleem. Wie werknemer blijkt te zijn, heeft ook recht op loondoorbetaling bij ziekte, op vakantiedagen en vakantiebijslag, op ontslagbescherming en op een transitievergoeding bij beëindiging. Bovendien telt de ketenregeling mee: een reeks opdrachten kan achteraf een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd blijken te zijn. Een werkende die dat vaststelt, kan de bijbehorende aanspraken alsnog opeisen.
Wat betekent herkwalificatie voor de zzp’er?
Voor de opdrachtnemer snijdt het mes aan twee kanten. Hij krijgt de bescherming van het arbeidsrecht, maar verliest de ondernemersfaciliteiten waarop hij zijn tarief had gebaseerd: de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek en de mkb-winstvrijstelling staan onder druk zodra hij niet langer als ondernemer voor de inkomstenbelasting wordt gezien. Ook het urencriterium raakt uit beeld. Omdat de fiscale doorwerking per situatie verschilt en samenhangt met eerdere aangiften, is dat een vraag voor een fiscalist, niet voor uw advocaat.
Voor de werkende zelf is de belangrijkste les dat hij niet volledig afhankelijk is van de keuze van zijn opdrachtgever. Hij kan zich bij de kantonrechter beroepen op het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Wie meerdere opdrachtgevers heeft, eigen materiaal gebruikt, zijn eigen tarief bepaalt en echt commercieel risico loopt, staat daarbij aan de andere kant van de streep. Meer over de contractuele valkuilen leest u in ons artikel voor freelancers en zzp’ers.
Zijn modelovereenkomsten nog bruikbaar?
De modelovereenkomst was jarenlang het standaardantwoord op de onzekerheid rond de Wet DBA. Dat instrument is uitgefaseerd. Sinds 6 september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe overeenkomsten meer. Modelovereenkomsten die op die datum goedgekeurd en geldig waren, mogen nog worden gebruikt tot en met 31 december 2029. Daarna vervalt ook die route.
Belangrijker is wat een modelovereenkomst nooit heeft gedaan. Zij gaf zekerheid over de tekst, niet over de praktijk. Werd er in werkelijkheid gewerkt met vaste roosters, functioneringsgesprekken en een verbod op vervanging, dan hielp geen enkel model. De Belastingdienst wijst voor de beoordeling nu naar de webmodule beoordeling arbeidsrelatie, een hulpmiddel zonder juridische status: de uitkomst bindt niemand.
Wat verandert er met het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief?
De wetgever heeft een aanvulling op het systeem klaarliggen. Het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst op basis van het uurtarief is gepubliceerd in het Staatsblad van 29 juni 2026; de inwerkingtreding volgt bij koninklijk besluit. Werkt iemand onder het in die regeling vastgelegde uurtarief, dan kan hij zich bij de rechter op het vermoeden beroepen dat er een arbeidsovereenkomst is. Het is dan aan de opdrachtgever om het tegendeel aannemelijk te maken.
Het deel van het oorspronkelijke wetsvoorstel dat de open norm “werken in dienst van” wilde verduidelijken, heeft het niet gehaald. Voor de kwalificatievraag blijft de rechtspraak van de Hoge Raad dus leidend. Het rechtsvermoeden verschuift alleen de bewijspositie, en uitsluitend in een civiele procedure; voor de loonheffingen verandert er niets.
Zijn payroll en uitzenden een veilig alternatief?
Een opdrachtgever die het risico niet wil dragen, kan de werkende laten inlenen via een payroll- of uitzendonderneming. Die onderneming wordt dan de juridisch werkgever en draagt de loonheffingen en premies af. Sinds de Wet arbeidsmarkt in balans heeft een payrollkracht wel recht op dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die bij de inlener zelf in dienst zijn, waardoor payroll geen goedkope constructie meer is.
De constructie is bovendien niet onaantastbaar. Wordt payroll uitsluitend gebruikt om de ontslagbescherming of de ketenregeling te omzeilen, terwijl de inlener in werkelijkheid werft, selecteert en aanstuurt, dan kan de rechter de inlener alsnog als werkgever aanmerken. De verschillen tussen de drie vormen zetten wij op een rij in ons artikel over payroll, uitzendkracht of zzp’er.
Wat kunt u nu doen om schijnzelfstandigheid te voorkomen?
Begin bij de opdracht zelf. Omschrijf een afgebakend resultaat met een begin- en einddatum in plaats van een functie met een takenpakket. Laat vervanging daadwerkelijk toe en leg vast dat de zzp’er zijn eigen werktijden en werkwijze bepaalt. Neem hem niet op in het rooster, het werkoverleg of de beoordelingscyclus, en geef hem geen bedrijfs-e-mailadres of leaseauto die hem van uw eigen personeel niet te onderscheiden maakt.
Kijk daarna naar de feiten. Loopt de zzp’er commercieel risico, factureert hij per resultaat, heeft hij meer opdrachtgevers en investeert hij in eigen middelen? Leg die punten vast in een dossier per opdracht en toets het jaarlijks opnieuw, want een relatie die begint als opdracht kan door verlenging en inbedding langzaam verschuiven. Ziet u die verschuiving, grijp dan in vóór de Belastingdienst dat doet: het aanpassen van de werkwijze werkt vooruit, een naheffing werkt terug. Ons overzicht van flexibele contracten en de blik van de Belastingdienst helpt daarbij.
Veelgestelde vragen
Geldt de Wet DBA nog?
Ja. De Wet DBA is nooit ingetrokken. Wat is veranderd, is de handhaving: het moratorium is per 1 januari 2025 vervallen, waardoor de Belastingdienst weer volledig kan naheffen.
Kan de Belastingdienst naheffen over jaren vóór 2025?
In beginsel niet. Bij een nieuwe constatering gaat de Belastingdienst niet verder terug dan 1 januari 2025. Bij kwaadwillendheid of het negeren van een eerdere aanwijzing kan dat wel, tot maximaal vijf jaar terug.
Is een goedgekeurde modelovereenkomst nog iets waard?
Een modelovereenkomst die op 6 september 2024 geldig was, mag tot en met 31 december 2029 worden gebruikt. Zij biedt alleen zekerheid zolang er ook feitelijk conform die overeenkomst wordt gewerkt.
Wie betaalt de naheffing: de opdrachtgever of de zzp’er?
De naheffingsaanslag loonheffingen gaat naar de opdrachtgever. De loonbelasting en premie volksverzekeringen kan hij verhalen op de werkende; de premies werknemersverzekeringen en de werkgeversheffing Zvw niet.
Beschermt een inschrijving bij de KVK tegen herkwalificatie?
Nee. Een inschrijving in het handelsregister, een btw-nummer of een eigen website zeggen iets over de presentatie in het handelsverkeer, maar zijn slechts enkele van de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest.
Uw opdrachtrelaties laten toetsen
De vraag of een samenwerking een opdracht of een dienstbetrekking is, laat zich zelden met een blik op het contract beantwoorden. Law & More beoordeelt uw overeenkomsten en de feitelijke uitvoering daarvan, adviseert over aanpassingen die het risico verkleinen en staat u bij wanneer de Belastingdienst een correctieverplichting of naheffingsaanslag aankondigt. Neem gerust contact op via +31 40 369 06 80.
