Gepubliceerd op 13 september 2022 · Laatst bijgewerkt op 4 oktober 2026
Beslagleggen bij wanbetaling kan op twee manieren. Conservatoir beslag legt u vóór een vonnis, met verlof van de voorzieningenrechter (artikel 700 Rv); het bevriest vermogen zodat er straks nog iets te halen valt. Executoriaal beslag legt u pas als u een executoriale titel heeft, meestal een vonnis, en leidt tot verkoop of uitbetaling. Beide vormen worden gelegd door een gerechtsdeurwaarder, nooit door uzelf.
Inhoudsopgave
Conservatoir of executoriaal beslag: het verschil
Het onderscheid gaat over het moment en het doel. Conservatoir beslag is een bewaringsmaatregel: het legt vermogen vast zolang nog niet vaststaat dat u gelijk heeft. De beslagen zaken mogen niet worden verkocht, weggegeven of bezwaard, maar u krijgt er nog niets van. Executoriaal beslag is een verhaalsmaatregel: het leidt tot openbare verkoop of uitbetaling, en de opbrengst gaat naar de schuldeisers.
Praktisch loopt de ene vorm meestal over in de andere. Wint u de bodemprocedure, dan gaat het conservatoire beslag van rechtswege over in executoriaal beslag zodra het vonnis is betekend. U hoeft dan niet opnieuw beslag te leggen. Dat is precies waarom een tijdig gelegd conservatoir beslag zoveel waard is.
Wanneer kunt u conservatoir beslag leggen?
U kunt conservatoir beslag leggen zodra u een opeisbare vordering aannemelijk kunt maken. Een vonnis is niet nodig; een onderbouwde vordering en het risico dat verhaal illusoir wordt, zijn dat wel. De voorzieningenrechter toetst summier: niet of u de zaak zult winnen, maar of de vordering en de gestelde noodzaak op het eerste gezicht deugdelijk zijn.
Voor beslag op roerende zaken die de schuldenaar zelf onder zich heeft, geldt een extra eis: gegronde vrees voor verduistering, dus voor het wegmaken van die zaken (artikel 711 Rv). Bij beslag op een onroerende zaak of onder een derde, zoals een bank of een debiteur van uw schuldenaar, geldt die eis niet. Wie dat verschil niet kent, vraagt te veel of te weinig en krijgt zijn verlof niet.
Het beslagrekest: wat de voorzieningenrechter wil zien
Beslagleggen begint met een verzoekschrift, het beslagrekest, dat een advocaat indient bij de voorzieningenrechter van de bevoegde rechtbank. Daarin omschrijft u de vordering, onderbouwt u waarom die aannemelijk is, begroot u het bedrag inclusief rente en kosten en benoemt u precies waarop u beslag wilt leggen. De rechter beslist doorgaans binnen enkele dagen, en meestal zonder de schuldenaar te horen, zodat het verrassingseffect behouden blijft.
Onderschat de eisen aan dat verzoekschrift niet. U moet de rechter volledig informeren, ook over feiten die tegen u pleiten en over eerdere procedures tussen partijen. Verzwijgt u die, dan kan het beslag later worden opgeheven en blijft u mogelijk met de kosten zitten. De uitwerking van deze stappen leest u in ons artikel over conservatoir beslag leggen.
Na het beslag: de eis in de hoofdzaak en de termijn
Hier gaat het in de praktijk het vaakst mis. Conservatoir beslag is geen einddoel: bij het verlof bepaalt de voorzieningenrechter een termijn waarbinnen u de eis in de hoofdzaak moet instellen. Die termijn bedraagt ten minste acht dagen na het beslag (artikel 700 lid 3 Rv). De wet schrijft geen vaste termijn van veertien dagen voor: bepalend is wat in uw beschikking staat.
Wordt de termijn overschreden, dan vervalt het beslag. U kunt de voorzieningenrechter wel vóór het verstrijken van de termijn om verlenging vragen, mits u daarvoor een reden heeft. Zet de datum uit uw beschikking dus meteen in de agenda, en niet een vuistregel die u ergens heeft gelezen.
Executoriaal beslag: u heeft eerst een titel nodig
Voor executoriaal beslag heeft u een executoriale titel nodig: een grosse van een vonnis, een beschikking, een arbitraal vonnis na verlof tot tenuitvoerlegging, of een notariële akte. De deurwaarder betekent die titel aan de schuldenaar en beveelt hem te betalen. Blijft betaling uit, dan volgt beslag op roerende zaken, op een onroerende zaak, op loon of uitkering, of onder de bank.
Beslag op roerende zaken loopt uit op een openbare verkoop; de opbrengst gaat via de deurwaarder naar de schuldeisers. Bij bankbeslag en loonbeslag ligt het anders: de derde onder wie beslag is gelegd, moet eerst verklaren wat hij onder zich heeft en aan wie hij dat verschuldigd is (artikel 475 Rv), en betaalt pas daarna aan de deurwaarder. Hoe die fase verloopt, leest u in ons artikel over wat er na het vonnis gebeurt en in ons artikel over de executie van een vonnis.
Waarop kunt u beslag leggen, en waarop niet?
Het uitgangspunt is ruim: een schuldenaar is met zijn hele vermogen aansprakelijk voor zijn schulden (artikel 3:276 BW). Beslag kan dus op een bankrekening, op voorraden en bedrijfsmiddelen, op een auto, op een woning, op aandelen op naam en op vorderingen die uw schuldenaar op anderen heeft.
De Wet herziening beslag- en executierecht heeft die ruimte sinds 2020 begrensd. Sinds 1 oktober 2020 mag de deurwaarder geen beslag meer leggen op roerende zaken wanneer redelijkerwijs voorzienbaar is dat de kosten de opbrengst overtreffen; kleding, levensmiddelen en artikelen voor persoonlijke verzorging zijn uitgezonderd, terwijl kunst en sieraden wel vatbaar blijven. Sinds 1 januari 2021 geldt bij beslag op een bankrekening van een natuurlijk persoon een beslagvrij bedrag, zodat er geld overblijft om van te leven. Bij loonbeslag geldt de beslagvrije voet: het deel van het inkomen dat buiten het beslag blijft. Voor een schuldenaar die een onderneming drijft, betekent dit vooral dat beslag op inboedel zelden nog zin heeft, en dat bankbeslag en derdenbeslag de effectieve middelen zijn.
De grenzen: opheffing, aansprakelijkheid en faillissement
Beslagleggen is een zwaar middel, en de wet geeft de schuldenaar een snelle uitweg. Hij kan in kort geding opheffing van het beslag vorderen (artikel 705 Rv). De rechter heft het beslag onder meer op als summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van de vordering, als het beslag onnodig is, of als voldoende andere zekerheid wordt gesteld. Dat kort geding kan binnen enkele weken dienen.
Blijkt achteraf dat de vordering niet bestond, dan bent u in beginsel aansprakelijk voor de schade die het beslag heeft veroorzaakt, ook als u te goeder trouw handelde. Bij een handelsrelatie kan die schade fors zijn: een geblokkeerde bankrekening legt een bedrijf in dagen stil. Beslag dat kennelijk buitensporig is ten opzichte van de vordering kan bovendien misbruik van bevoegdheid opleveren; die grens beschrijven wij in ons artikel over misbruik van executiemiddelen. Wie zelf met een beslag wordt geconfronteerd, vindt de tegenmaatregelen in ons artikel over onterecht beslag en verzet tegen de executie.
Belangrijk voor uw verwachtingen: beslag geeft geen voorrang. U wordt er geen separatist door en u schuift niet voor andere schuldeisers in de rij; de hoofdregel blijft dat schuldeisers een gelijke rang hebben (artikel 3:277 BW). Gaat uw schuldenaar failliet, dan vervalt het gelegde beslag. Wie zekerheid wil die een faillissement wel overleeft, denkt aan pandrecht, hypotheek of eigendomsvoorbehoud; de onderlinge rangorde daarvan behandelen wij in ons artikel over pandrecht of eigendomsvoorbehoud.
Wat u doet voordat u naar de rechter stapt
Beslag is zelden de eerste stap. Stuur eerst een aanmaning en stel de schuldenaar zo nodig schriftelijk in gebreke met een redelijke termijn; pas daarna treedt verzuim in en gaat de wettelijke rente lopen. Bij handelsovereenkomsten tussen ondernemingen geldt de hogere wettelijke handelsrente (artikel 6:119a BW), en de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte komen voor vergoeding in aanmerking (artikel 6:96 BW). Hoe u die kosten berekent, leest u in ons artikel over incassokosten berekenen.
Verzamel in dezelfde fase uw bewijs: de overeenkomst, de facturen, de leveringsbonnen, en correspondentie waarin de schuldenaar de schuld erkent of niet betwist. Dat dossier toetst de voorzieningenrechter later summier, en u heeft het nodig in de bodemprocedure. Breng ook in kaart waar verhaal te halen valt: een bankrekening, debiteuren, een bedrijfspand. Beslagleggen zonder te weten waarop, kost geld en levert niets op.
Samengevat
- Conservatoir beslag legt u vóór een vonnis, met verlof van de voorzieningenrechter; executoriaal beslag pas met een executoriale titel.
- Na conservatoir beslag moet u binnen de door de rechter bepaalde termijn, minstens acht dagen, de eis in de hoofdzaak instellen (artikel 700 lid 3 Rv). Te laat betekent: het beslag vervalt.
- Sinds 2020 gelden grenzen aan beslag op roerende zaken en geldt een beslagvrij bedrag bij bankbeslag van een particulier.
- Blijkt de vordering later ongegrond, dan kunt u aansprakelijk zijn voor de schade van het beslag; de schuldenaar kan bovendien opheffing vorderen in kort geding.
- Gaat uw schuldenaar failliet, dan vervalt het beslag; alleen pandrecht, hypotheek en eigendomsvoorbehoud houden dan stand.
Veelgestelde vragen
Heb ik een advocaat nodig om beslag te leggen?
Voor conservatoir beslag wel: het beslagrekest wordt door een advocaat ingediend bij de voorzieningenrechter. Voor executoriaal beslag heeft u een gerechtsdeurwaarder nodig, die het beslag legt op basis van uw executoriale titel.
Hoe snel kan een conservatoir beslag worden gelegd?
Een beslagrekest kan doorgaans binnen enkele dagen worden ingediend en beoordeeld; bij spoed kan dat sneller. Omdat de schuldenaar meestal niet wordt gehoord, kan de deurwaarder het beslag leggen zodra het verlof er is.
Binnen welke termijn moet ik daarna procederen?
Binnen de termijn die de voorzieningenrechter in het verlof heeft bepaald. Die bedraagt ten minste acht dagen na het beslag (artikel 700 lid 3 Rv). Wordt de termijn overschreden zonder tijdig verlengingsverzoek, dan vervalt het beslag.
Kan ik beslag leggen op de inboedel van een particulier?
Alleen binnen de grenzen die sinds 2020 gelden. Beslag op roerende zaken is niet toegestaan als redelijkerwijs voorzienbaar is dat de kosten de opbrengst overtreffen, en op kleding, levensmiddelen en persoonlijke verzorgingsartikelen kan geen beslag worden gelegd.
Wat gebeurt er met mijn beslag als de schuldenaar failliet gaat?
Het beslag vervalt. De curator neemt het beheer over, en uw vordering wordt ter verificatie ingediend. Alleen zekerheidsrechten zoals pand en hypotheek, en een geldig eigendomsvoorbehoud, houden in een faillissement stand.
Law & More stelt beslagrekesten op, begeleidt de deurwaarder en voert de hoofdzaak die daarop moet volgen. Ook als u zelf met een beslag wordt geconfronteerd, adviseren wij over het kort geding tot opheffing. De genoemde bepalingen staan in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op wetten.overheid.nl; over de wijzigingen sinds 2020 publiceerde de Rijksoverheid een toelichting op de herziening van het beslag- en executierecht.
Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina civiel recht advocaat.