Gepubliceerd op 12 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 september 2026
Ook bij co-ouderschap kan kinderalimentatie verschuldigd zijn. Artikel 1:404 BW verplicht beide ouders naar draagkracht bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen. Verdeelt u de zorg gelijk maar verschillen uw inkomens, dan betaalt de ouder met de meeste draagkracht een aanvulling. De verdeling van de dagen verlaagt dat bedrag via de zorgkorting, maar heft het niet automatisch op.
Inhoudsopgave
Wat betekent co-ouderschap juridisch?
Co-ouderschap is geen wettelijke term. De wet kent gezamenlijk gezag, dat na een scheiding in beginsel gewoon doorloopt, en zij kent de zorg- en opvoedingsregeling die u in het ouderschapsplan vastlegt. Wat mensen co-ouderschap noemen, is de praktijk waarin de kinderen ongeveer even vaak bij beide ouders verblijven en beide ouders een gelijkwaardig aandeel hebben in de dagelijkse zorg en de besluitvorming.
Dat het geen wettelijke figuur is, betekent niet dat het begrip nergens toe doet. Voor de toeslagen bestaat wel een harde grens: Dienst Toeslagen merkt u als co-ouder aan wanneer u met uw ex-partner heeft afgesproken de dagelijkse opvang en opvoeding op jaarbasis ongeveer gelijk te verdelen, waarbij het kind ten minste honderdzesenvijftig dagen per kalenderjaar bij ieder van u is. Onder die grens gelden de gewone regels voor de ouder bij wie het kind staat ingeschreven.
Voor het gezag geldt iets anders. Gezamenlijk gezag betekent dat u samen beslist over school, medische behandeling, verblijfplaats en de aanvraag van een paspoort. Die verplichting staat los van de verblijfsverdeling en blijft ook bestaan wanneer een van beiden veel minder zorgt. Wat dat gezag inhoudt, leest u in ons artikel over ouderlijk gezag in Nederland.
Waarom is er ook bij co-ouderschap kinderalimentatie?
Omdat de wet niet naar dagen kijkt maar naar draagkracht. Artikel 1:404 BW bepaalt dat ouders naar draagkracht voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding. Twee ouders die de zorg exact gelijk verdelen maar sterk uiteenlopende inkomens hebben, dragen dus niet vanzelf een gelijk deel van de kosten. De ouder met de grotere draagkracht betaalt het verschil bij, zodat het kind in beide huishoudens op een vergelijkbaar niveau kan leven.
Andersom geldt het ook: verdienen beide ouders ongeveer evenveel en verdelen zij de zorg gelijk, dan komt de berekening vaak uit op nul. Dat is dan geen uitzondering op de regel maar de uitkomst ervan. Wat telt is niet de afspraak die u co-ouderschap noemt, maar de rekensom die daarachter zit.
Die rekensom kent drie stappen die de expertgroep alimentatienormen van de Rechtspraak heeft uitgewerkt in het rapport alimentatienormen, in de praktijk nog altijd het Tremarapport genoemd. Eerst de behoefte van het kind, dan de draagkracht van beide ouders, dan de verdeling van die behoefte over beide ouders met een correctie voor de zorgverdeling. Het rapport is geen wet en de rechter mag ervan afwijken, maar in de praktijk is het de maatstaf.
Hoe wordt de behoefte van het kind vastgesteld?
De behoefte is het bedrag dat het kind maandelijks kost. Die wordt afgeleid uit het netto besteedbaar gezinsinkomen zoals dat was toen het gezin nog samenleefde, gecombineerd met tabellen die zijn gebaseerd op onderzoek van het Nibud naar wat gezinnen aan hun kinderen uitgeven. Die tabellen houden rekening met het aantal kinderen en met hun leeftijd, en worden jaarlijks geactualiseerd.
Het uitgangspunt is dat het kind er financieel niet op achteruit gaat door de scheiding. Bijzondere kosten die structureel zijn en niet in de tabel zitten, zoals kosten van speciaal onderwijs, een chronische aandoening of oppas die nodig is omdat beide ouders werken, kunnen aan de behoefte worden toegevoegd. Incidentele uitgaven horen daar niet in thuis; die regelt u apart.
Van de behoefte gaat het kindgebonden budget af dat een van de ouders ontvangt. Dat is een van de redenen waarom de vraag wie dat budget aanvraagt niet alleen een fiscale maar ook een alimentatiekwestie is. Wilt u de rekenwijze in detail zien, dan helpt ons artikel over kinderalimentatie berekenen.
Hoe wordt de draagkracht van beide ouders berekend?
De draagkracht laat zien wat elke ouder na de scheiding kan missen. Vertrekpunt is het netto besteedbaar inkomen. Daarvan gaat een forfaitair bedrag af voor de eigen noodzakelijke lasten; wat overblijft is de draagkrachtruimte. Boven een bepaald inkomensniveau rekent het rapport alimentatienormen met een draagkrachtpercentage van zeventig procent: dat deel van de draagkrachtruimte is beschikbaar voor kinderalimentatie. Onder dat niveau gelden lagere, in een tabel vastgelegde bedragen.
De behoefte wordt vervolgens over beide ouders verdeeld naar verhouding van hun draagkracht. Verdient de ene ouder aanzienlijk meer, dan draagt die ouder ook een groter deel van de kosten. Is de gezamenlijke draagkracht kleiner dan de behoefte, dan is er een tekort en wordt de behoefte niet volledig gedekt; dat tekort speelt bij de verdere berekening een rol.
Wat de draagkracht drukt, is beperkt en geformaliseerd. Een hoge hypotheek of een dure auto verlaagt de draagkracht niet zomaar, omdat het rapport met forfaits werkt in plaats van met werkelijke lasten. Andere onderhoudsverplichtingen tellen wel mee. Heeft u kinderen uit meerdere relaties, dan wordt de draagkracht over al die kinderen verdeeld; hoe dat uitpakt, beschrijven wij in ons artikel over kinderalimentatie bij samengestelde gezinnen.
Wat is de zorgkorting en hoe pakt die uit bij co-ouderschap?
De zorgkorting corrigeert voor het feit dat de betalende ouder tijdens de dagen dat het kind bij hem of haar is, zelf al kosten maakt. Het rapport alimentatienormen koppelt die korting aan de gemiddelde zorgverdeling: vijf procent bij gedeelde zorg gedurende minder dan een dag per week, vijftien procent bij gemiddeld een dag per week, vijfentwintig procent bij gemiddeld twee dagen per week en vijfendertig procent bij gemiddeld drie dagen per week. Bij een gelijke verdeling geldt dus de hoogste categorie.
De korting wordt toegepast op de behoefte van het kind, niet op het inkomen van de ouder, en zij wordt in mindering gebracht op het bedrag dat de betalende ouder verschuldigd is. Dat verklaart waarom bij co-ouderschap de uitkomst vaak laag of nihil is: de betalende ouder verzorgt het kind al de helft van de tijd en die zorg wordt in geld gewaardeerd.
Er zit een addertje onder het gras. Is er een tekort, dus is de gezamenlijke draagkracht onvoldoende om de behoefte te dekken, dan wordt de zorgkorting niet volledig toegepast. Het tekort komt dan gedeeltelijk ten laste van de zorgkorting van de betalende ouder. Dat is de reden dat een berekening bij lage inkomens hoger kan uitvallen dan ouders op grond van de dagenverdeling verwachten.
Hoe lang loopt de onderhoudsplicht door?
Tot het kind eenentwintig jaar wordt. Artikel 1:395a BW verplicht ouders tot het voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen tot die leeftijd. Tot achttien jaar loopt de bijdrage via de andere ouder; vanaf achttien jaar wordt het kind zelf de schuldeiser en betaalt u in beginsel rechtstreeks aan het kind.
Die overgang wordt vaak vergeten. Een beschikking of convenant dat spreekt van betaling aan de ouder, verliest bij het achttiende jaar zijn adressaat, terwijl de verplichting zelf blijft bestaan. Neem daarom in het ouderschapsplan op wat er op de achttiende verjaardag gebeurt en aan wie er dan wordt betaald.
Bij co-ouderschap speelt daarnaast dat de zorgkorting bij een studerend, uitwonend kind zijn feitelijke grondslag verliest. Woont het kind niet meer afwisselend bij u beiden, dan verandert de rekensom en is een nieuwe afspraak of een verzoek aan de rechter op zijn plaats.
Kinderbijslag, kindgebonden budget en toeslagen
Deze regelingen lopen langs een ander spoor dan de alimentatie, maar beïnvloeden haar wel. De kinderbijslag wordt door de Sociale Verzekeringsbank uitbetaald. Zijn beide ouders aanvrager, dan kunt u samen afspreken hoe u die verdeelt en kunt u dat ook per kind regelen; maakt u geen afspraak, dan krijgt ieder de helft. Wijzigingen in uw gezinssituatie moet u binnen vier weken aan de SVB doorgeven.
Het kindgebonden budget ligt anders. Bij co-ouderschap ontvangt maar een van beide ouders dat budget, namelijk degene die bij de SVB als aanvrager van de kinderbijslag geregistreerd staat. U kiest samen wie dat is, en die keuze heeft financiële gevolgen: het kindgebonden budget wordt bij de behoefte van het kind in mindering gebracht en telt mee bij de draagkracht van de ontvangende ouder. Reken beide varianten door voordat u kiest.
Voor de huurtoeslag mogen beide co-ouders het kind meetellen. Voor de kinderopvangtoeslag kan ieder de door hem of haar betaalde opvangkosten opgeven, mits ieder een eigen contract met de opvang heeft; samen geldt een maximum van tweehonderddertig uur per maand per kind. Dienst Toeslagen wil van co-ouders een gezamenlijke brief waarin de verdeling staat. Laat de fiscale gevolgen van dit alles doorrekenen door een fiscalist voordat u de afspraken vastlegt.
Werkt een kinderrekening?
Een kinderrekening is een gezamenlijke betaalrekening waarop beide ouders maandelijks storten, naar verhouding van hun draagkracht, en waarvan de kosten van het kind worden betaald. Het voordeel is transparantie: er is geen discussie meer over wie welke bon voorschoot. Het werkt goed wanneer ouders redelijk met elkaar overweg kunnen en bereid zijn de uitgaven inzichtelijk te houden.
Er zit wel een juridisch risico aan. Een kinderrekening is een afspraak tussen ouders, geen vervanging van de wettelijke onderhoudsplicht. Stopt de ene ouder met storten, dan kunt u niet zonder meer terugvallen op een executoriale titel, tenzij u de onderliggende bijdrage ook als alimentatiebedrag heeft vastgelegd in het convenant of in de beschikking. Leg daarom altijd vast welk bedrag ieder verschuldigd is, en gebruik de kinderrekening als uitvoeringsafspraak daarnaast.
Spreek daarbij expliciet af welke kosten van de rekening worden betaald en welke ieder zelf draagt. De gebruikelijke lijn is dat eten, dagelijkse verzorging en het wonen tijdens het verblijf voor rekening komen van de ouder van dat moment, en dat schoolkosten, zorgverzekering, sport en kleding uit de gezamenlijke pot gaan.
Wat legt u vast in het ouderschapsplan?
Het ouderschapsplan is bij een scheiding met minderjarige kinderen verplicht en wordt bij het verzoekschrift gevoegd. Voor de financiële kant horen daarin ten minste: het bedrag aan kinderalimentatie en de ingangsdatum, de wijze van indexering, wie de kinderbijslag aanvraagt en wie het kindgebonden budget ontvangt, hoe bijzondere kosten worden verdeeld en wat er gebeurt als het kind achttien wordt.
Voeg daar een herzieningsafspraak aan toe. Kinderen worden duurder, inkomens veranderen en zorgregelingen schuiven op. Een afspraak om de bedragen jaarlijks tegen het licht te houden, voorkomt dat er jarenlang met verouderde cijfers wordt gewerkt. Hoe u het plan later aanpast, beschrijven wij in ons artikel over het ouderschapsplan jaren later aanpassen.
Wees ook concreet over de zorgverdeling zelf, want daar hangt de zorgkorting aan. Werkt u in ploegendienst of met wisselende roosters, leg dan vast hoe u de dagen middelt over het jaar; ons artikel over co-ouderschap met onregelmatige diensten gaat daarop in. Vakanties en feestdagen verdienen een eigen regeling, zoals wij toelichten in ons artikel over co-ouderschap en vakanties.
Wanneer kunt u de kinderalimentatie laten wijzigen?
Artikel 1:401 BW geeft twee ingangen. De eerste is een wijziging van omstandigheden waardoor de bijdrage niet meer voldoet aan de wettelijke maatstaven: een ander inkomen, een andere zorgverdeling, een nieuw kind of het wegvallen van werk. De tweede is dat de afspraak of beschikking van meet af aan niet aan de wettelijke maatstaven voldeed doordat er van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan.
Los daarvan wordt de alimentatie jaarlijks per 1 januari van rechtswege geïndexeerd met een percentage dat de minister vaststelt (artikel 1:402a BW). Die indexering geldt ook als niemand erom vraagt, en ook als de betalende ouder haar nooit heeft toegepast; achterstallige indexering kan later worden nagevorderd.
Begin bij een wijziging met overleg, eventueel via een mediator. Komt u er niet uit, dan dient uw advocaat een verzoekschrift in bij de rechtbank. Onderbouw dat met cijfers: jaaropgaven, loonstroken en de nieuwe zorgverdeling. Houd er rekening mee dat rechters terughoudend zijn met verlaging met terugwerkende kracht, omdat het geld doorgaans al aan het kind is besteed.
Wat als er niet wordt betaald?
Is de kinderalimentatie vastgelegd in een rechterlijke beschikking, dan heeft u een executoriale titel en kunt u de deurwaarder inschakelen. Daarnaast kunt u de inning uit handen geven aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, dat voor de onderhoudsgerechtigde int en de kosten bij de niet-betalende ouder in rekening brengt.
Staat het bedrag alleen in een convenant zonder dat dit in een beschikking is opgenomen, dan heeft u die titel niet en moet u eerst naar de rechter. Dat is een goede reden om afspraken over kinderalimentatie altijd in de beschikking te laten opnemen, ook wanneer u het op dat moment volledig eens bent. Welke route in de praktijk werkt, zetten wij uiteen in ons artikel over niet betalen van alimentatie.
Het niet nakomen van de omgangsregeling en het niet betalen van alimentatie zijn juridisch losse kwesties. U mag de omgang niet opschorten omdat er niet wordt betaald, en omgekeerd is uitblijvende omgang geen grond om de betaling te staken. Wie dat toch doet, verzwakt zijn eigen positie in de procedure die daarop volgt.
Zo maakt u werkbare afspraken
Begin met cijfers in plaats van met standpunten: het netto besteedbaar inkomen van beide ouders, de behoefte van de kinderen volgens de tabellen en de feitelijke zorgverdeling over een heel jaar. Laat op basis daarvan een berekening maken en bespreek de uitkomst, ook wanneer die u tegenvalt. Een afspraak die afwijkt van de norm kan prima, zolang u weet waarvan u afwijkt en waarom.
Leg de uitkomst vast in het ouderschapsplan en laat dat in de beschikking opnemen. Regel de indexering, de toeslagen en het moment waarop het kind achttien wordt. Law & More rekent uw situatie door, stelt het ouderschapsplan en het convenant op en procedeert waar een gesprek niet meer volstaat. U bereikt ons kantoor in Eindhoven op +31 40 369 06 80.
Waar u de regels zelf kunt nalezen
De onderhoudsplicht van ouders staat in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. De rekenmethode publiceert de Rechtspraak in het rapport alimentatienormen. Wat co-ouderschap voor de toeslagen betekent, legt Dienst Toeslagen uit; de verdeling van de kinderbijslag regelt u met de Sociale Verzekeringsbank.
Veelgestelde vragen over kinderalimentatie bij co-ouderschap
Moet ik kinderalimentatie betalen als wij de zorg precies gelijk verdelen?
Dat hangt niet af van de dagen maar van de draagkracht. Artikel 1:404 BW verplicht beide ouders naar draagkracht bij te dragen. Verschillen de inkomens sterk, dan betaalt de ouder met de grotere draagkracht een aanvulling, ook bij een gelijke zorgverdeling. Zijn de inkomens vergelijkbaar, dan komt de berekening vaak op nul uit.
Hoeveel zorgkorting geldt er bij co-ouderschap?
Het rapport alimentatienormen koppelt de korting aan de gemiddelde zorgverdeling: vijf procent bij minder dan een dag per week, vijftien procent bij gemiddeld een dag, vijfentwintig procent bij twee dagen en vijfendertig procent bij drie dagen per week. Bij een gelijke verdeling geldt de hoogste categorie.
Waarom valt mijn alimentatie hoger uit dan de zorgkorting doet vermoeden?
Waarschijnlijk is er een tekort: de gezamenlijke draagkracht is onvoldoende om de behoefte van het kind te dekken. In dat geval wordt de zorgkorting niet volledig toegepast en komt het tekort deels ten laste van de korting van de betalende ouder.
Wie krijgt bij co-ouderschap het kindgebonden budget?
Slechts een van beide ouders, namelijk degene die bij de Sociale Verzekeringsbank als aanvrager van de kinderbijslag staat geregistreerd. U kiest samen wie dat is. De keuze werkt door in de berekening, want het kindgebonden budget wordt op de behoefte van het kind in mindering gebracht.
Tot welke leeftijd moet ik kinderalimentatie betalen?
Tot het kind eenentwintig jaar wordt (artikel 1:395a BW). Tot achttien jaar betaalt u aan de andere ouder; daarna wordt het kind zelf de schuldeiser en betaalt u in beginsel rechtstreeks aan het kind. Leg in het ouderschapsplan vast wat er op de achttiende verjaardag gebeurt.
Wordt de kinderalimentatie automatisch verhoogd?
Ja. Op grond van artikel 1:402a BW wordt de bijdrage jaarlijks per 1 januari van rechtswege geïndexeerd met een door de minister vastgesteld percentage. Dat gebeurt ook als niemand erom vraagt; niet toegepaste indexering kan later worden nagevorderd.
Kan ik de omgang stopzetten als er niet wordt betaald?
Nee. Het niet nakomen van de omgangsregeling en het niet betalen van alimentatie zijn juridisch losstaande kwesties. Voor de inning kunt u een deurwaarder inschakelen of de zaak overdragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, mits het bedrag in een rechterlijke beschikking staat.
Vergeet daarbij de jaarlijkse indexering van de alimentatie niet.