Gepubliceerd op 27 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Toepasselijk recht is het nationale rechtsstelsel dat een overeenkomst met een internationaal karakter beheerst. Binnen de Europese Unie wijst de Rome I-verordening (Verordening (EG) nr. 593/2008) dat recht aan: partijen mogen het zelf kiezen (artikel 3), en doen zij dat niet, dan bepaalt artikel 4 welk recht geldt. Die vraag staat los van de vraag welke rechter bevoegd is.
Inhoudsopgave
Wat regelt het toepasselijk recht, en wat niet?
Het toepasselijk recht bepaalt hoe uw contract wordt uitgelegd, welke verplichtingen daaruit voortvloeien, wanneer sprake is van een tekortkoming, hoe schade wordt begroot, welke verjaringstermijnen gelden en of een exoneratie of boetebeding standhoudt. Het bepaalt met andere woorden de inhoudelijke uitkomst van een geschil. Twee identieke contracten kunnen onder Nederlands en onder Duits recht tot verschillende uitkomsten leiden, niet omdat de feiten verschillen maar omdat de dwingende regels en de uitlegmaatstaven verschillen.
Het toepasselijk recht regelt niet welke rechter over uw zaak gaat, niet of een vonnis in het buitenland kan worden erkend en niet welke procesregels gelden. Procesrecht volgt altijd het recht van de aangezochte rechter. Een Nederlandse rechter procedeert dus volgens het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, ook wanneer hij Duits of Spaans materieel recht moet toepassen. Voor de bevoegdheidsvraag binnen de EU geldt de Brussel Ia-verordening (Verordening (EU) nr. 1215/2012), met een aparte regeling voor forumkeuze in artikel 25.
Rome I geldt bovendien niet voor alles. Buiten het bereik vallen onder meer arbitrage- en forumkeuzeovereenkomsten, het vennootschapsrecht en familierechtelijke betrekkingen (artikel 1). Valt uw rechtsverhouding buiten Rome I, dan valt u terug op Boek 10 van het Burgerlijk Wetboek, het Nederlandse commune internationaal privaatrecht, dat de systematiek van Rome I grotendeels overneemt.
Rechtskeuze: wat artikel 3 Rome I u toestaat
Artikel 3 Rome I geeft partijen vergaande vrijheid. U mag ieder rechtsstelsel kiezen, ook dat van een land waar geen van beide partijen is gevestigd. De keuze moet uitdrukkelijk zijn gedaan of duidelijk blijken uit de bepalingen van de overeenkomst of de omstandigheden van het geval. U mag de keuze beperken tot een deel van de overeenkomst, en u mag hem later in onderling overleg wijzigen.
Die vrijheid kent twee begrenzingen die in de praktijk vaak worden overzien. De eerste staat in artikel 3 zelf: is de situatie feitelijk volledig verbonden met één land en kiest u toch het recht van een ander land, dan blijven de dwingende bepalingen van dat eerste land onverkort gelden. Een rechtskeuze maakt een zuiver Nederlandse verhouding dus niet internationaal. De tweede begrenzing staat in artikel 9: bepalingen van bijzonder dwingend recht van het land van de rechter gelden ongeacht welk recht u kiest. Denk aan sanctiewetgeving, mededingingsrecht en bepaalde vormen van marktordening.
Formuleer de clausule daarom zonder ruimte voor discussie. Kies voor Nederlands recht met uitsluiting van het conflictenrecht, zodat renvoi is uitgesloten, en bepaal afzonderlijk of het Weens Koopverdrag van toepassing is. Een enkele zin die alleen “Dutch law” noemt, laat te veel open. Wat er misgaat als deze bepalingen ontbreken, beschrijven wij in ons overzicht van de meest gemaakte fouten bij internationale commerciële contracten.
Welk recht geldt als u geen rechtskeuze heeft gemaakt?
Zonder rechtskeuze geeft artikel 4 Rome I per contractsoort een vaste aanknoping. Bij koop van roerende zaken is dat het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft. Bij dienstverlening het recht van het land van de dienstverlener. Bij een overeenkomst over onroerend goed het recht van het land waar het goed ligt. Bij franchise het recht van het land van de franchisenemer en bij distributie het recht van het land van de distributeur.
Valt uw contract niet onder een van die categorieën, of onder meerdere tegelijk, dan geldt het recht van het land waar de partij die de kenmerkende prestatie verricht haar gewone verblijfplaats heeft. De kenmerkende prestatie is de prestatie waarvoor betaald wordt, niet de betaling zelf. Bij een gemengde overeenkomst is dat niet altijd eenvoudig vast te stellen, en juist daar loont een expliciete rechtskeuze. Voor distributieverhoudingen werkten wij dit uit in internationale distributiecontracten: toepasselijk recht en forumkeuze.
Voor de gewone verblijfplaats van een vennootschap kijkt Rome I naar de plaats van haar hoofdbestuur; sluit u het contract via een filiaal of agentschap, dan telt de vestigingsplaats daarvan. Dat is iets anders dan het incorporatierecht, dat de interne verhoudingen binnen de rechtspersoon beheerst.
Wanneer geeft een nauwere band de doorslag?
Artikel 4 bevat een exceptieclausule: blijkt uit alle omstandigheden dat de overeenkomst een kennelijk nauwere band heeft met een ander land dan het land dat de hoofdregel aanwijst, dan geldt het recht van dat andere land. Belangrijk is dat deze clausule uitsluitend werkt bij gebreke van een rechtskeuze. Een geldige rechtskeuze wordt er niet door opzijgezet; dat gebeurt alleen langs de weg van artikel 3, artikel 6, artikel 8 of artikel 9.
De drempel ligt hoog. Het woord kennelijk betekent dat de band met het andere land duidelijk sterker moet zijn; een enkele omstandigheid, zoals de plaats van uitvoering of de valuta van betaling, is onvoldoende. Kan het toepasselijke recht met de hoofdregels helemaal niet worden vastgesteld, dan geldt het recht van het land waarmee de overeenkomst het nauwst verbonden is.
Consumenten en werknemers: bescherming die blijft gelden
Bij consumentenovereenkomsten geldt artikel 6 Rome I. Richt de ondernemer zijn activiteiten op het land waar de consument zijn gewone verblijfplaats heeft, dan beheerst het recht van dat land de overeenkomst. Partijen mogen wel een rechtskeuze maken, maar die keuze mag de consument niet de bescherming ontnemen van de dwingende bepalingen van zijn eigen woonland. Een Nederlandse webshop die op België levert, ontkomt dus niet aan het Belgische dwingende consumentenrecht door Nederlands recht te kiezen.
Voor arbeidsovereenkomsten geldt hetzelfde mechanisme in artikel 8. Uitgangspunt is het recht van het land waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht, en een rechtskeuze mag hem niet de bescherming ontnemen van de dwingende bepalingen van dat recht. Werkt iemand gewoonlijk in Nederland, dan blijft het Nederlandse ontslagrecht van Boek 7 BW gelden, ongeacht welk recht in de arbeidsovereenkomst staat. Voor grensoverschrijdende arbeidsverhoudingen zetten wij de aandachtspunten op een rij in arbeidscontract voor internationale werknemers.
Het Weens Koopverdrag geldt vaak automatisch
Bij internationale koop van roerende zaken tussen professionele partijen komt het Weens Koopverdrag in beeld. Nederland is verdragsstaat, evenals de meeste EU-lidstaten. Het verdrag is van toepassing wanneer beide partijen zijn gevestigd in verdragsstaten, en ook wanneer het internationaal privaatrecht naar het recht van een verdragsstaat verwijst. Consumentenkoop, diensten en onroerend goed vallen erbuiten. Het Verenigd Koninkrijk is geen verdragsstaat.
Het verdrag werkt als ongeschreven onderdeel van het gekozen recht: kiest u Nederlands recht voor een internationale B2B-koop, dan kiest u in beginsel mede voor het Weens Koopverdrag, omdat dat verdrag deel uitmaakt van het Nederlandse recht. Wilt u dat niet, dan moet u het uitdrukkelijk uitsluiten; het verdrag laat die uitsluiting toe. Dat is een bewuste keuze, want het verdrag kent onder meer een eigen regeling voor conformiteit, klachttermijnen en ontbinding die afwijkt van Boek 7 BW. Wij bespreken de afwegingen in ons artikel over het Weens Koopverdrag.
Een verwant probleem doet zich voor wanneer beide partijen naar hun eigen algemene voorwaarden verwijzen. Nederland kent op grond van artikel 6:225 BW de first shot-regel: het eerste verwijzende aanbod wint, tenzij de wederpartij de toepasselijkheid van die voorwaarden uitdrukkelijk van de hand wijst. Onder het Weens Koopverdrag wordt daar anders over gedacht. Hoe u dat oplost, leest u in battle of forms in internationale maakcontracten.
Niet-contractuele claims vallen onder Rome II
Een rechtskeuze in uw contract dekt niet automatisch vorderingen buiten dat contract. Voor onrechtmatige daad, productaansprakelijkheid, oneerlijke concurrentie en ongerechtvaardigde verrijking geldt de Rome II-verordening (Verordening (EG) nr. 864/2007). De hoofdregel is het recht van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht waar de schadeveroorzakende gebeurtenis plaatsvond en ongeacht waar de indirecte gevolgen intreden. Voor productaansprakelijkheid kent Rome II een eigen getrapte regeling.
Rome II laat een rechtskeuze toe, maar in commerciële verhoudingen alleen als partijen die vooraf vrijelijk zijn overeengekomen en beiden een commerciële activiteit uitoefenen. Neem een rechtskeuze daarom breed op, zodat die ook vorderingen uit onrechtmatige daad bestrijkt die met de overeenkomst samenhangen. Anders kunt u zich in één geschil geconfronteerd zien met twee rechtsstelsels tegelijk.
Toepasselijk recht en bevoegde rechter zijn twee losse vragen
De meest voorkomende misvatting is dat een forumkeuze voor de Nederlandse rechter meebrengt dat Nederlands recht geldt. Dat is niet zo. De Nederlandse rechter is bevoegd op grond van Brussel Ia of van Boek 1 Rv, en past vervolgens het recht toe dat de conflictregels aanwijzen. Dat kan buitenlands recht zijn. Andersom kan een buitenlandse rechter Nederlands recht toepassen. Regel beide punten dus afzonderlijk in uw contract.
De Nederlandse rechter past de conflictregels en het aangewezen recht ambtshalve toe: hij hoeft niet te wachten tot een partij zich erop beroept. In de praktijk zal hij partijen wel om voorlichting over dat buitenlandse recht vragen, bijvoorbeeld via een legal opinion of een deskundigenbericht. Dat kost tijd en geld, en het is een reden om een rechtskeuze en een forumkeuze op elkaar af te stemmen. Wie zich op een buitenlands rechtsstelsel beroept, moet er bovendien rekening mee houden dat een onjuiste toepassing van vreemd recht in Nederland geen zelfstandige cassatiegrond oplevert.
Kiest u voor arbitrage, dan gelden weer andere regels: de arbitrageovereenkomst valt buiten Rome I en het scheidsgerecht bepaalt zijn eigen bevoegdheid. Wat dat betekent voor de afwikkeling van grensoverschrijdende geschillen, beschrijven wij in handelsconflicten en arbitrage.
Hoe u het in uw contract vastlegt
Een werkbare bepaling regelt vier dingen in één adem. Zorg dat de volgende punten allemaal aan bod komen:
- welk recht de overeenkomst beheerst, met uitsluiting van het conflictenrecht van dat land;
- of het Weens Koopverdrag van toepassing is of uitdrukkelijk wordt uitgesloten;
- welke rechter of welk scheidsgerecht bevoegd is, en of die bevoegdheid exclusief is;
- of de rechtskeuze ook geldt voor vorderingen uit onrechtmatige daad die met de overeenkomst verband houden.
Controleer daarnaast of de gekozen combinatie werkbaar is. Een rechtskeuze voor een rechtsstelsel dat geen van beide partijen kent, leidt tot dure procedures over de inhoud van dat recht. En houd er rekening mee dat de proceskostenveroordeling per land sterk verschilt: in Nederland veroordeelt de rechter de verliezende partij weliswaar in de kosten, maar het salaris van de advocaat wordt forfaitair begroot volgens het liquidatietarief, zodat u zelden uw volledige kosten vergoed krijgt.
Wat doet u als het geschil al is ontstaan?
Is er al een conflict en ontbreekt een rechtskeuze, dan begint het werk met het reconstrueren van de aanknopingspunten. Bepaal eerst wie de kenmerkende prestatie levert en waar die partij haar gewone verblijfplaats of vestiging heeft. Ga daarna na of er alsnog een impliciete rechtskeuze te lezen valt in de bepalingen van de overeenkomst, bijvoorbeeld doordat het contract verwijst naar Nederlandse wetsartikelen of naar algemene voorwaarden die een rechtskeuze bevatten. Ook eerdere overeenkomsten tussen dezelfde partijen kunnen die keuze duidelijk maken.
Vervolgens toetst u de correspondentie. Offertes, orderbevestigingen, inkoopvoorwaarden en e-mails bepalen niet alleen welk recht geldt, maar ook of de algemene voorwaarden van de ene of de andere partij deel uitmaken van de overeenkomst. In grensoverschrijdende leveringsrelaties is die vraag vaak beslissend, omdat exoneraties, klachttermijnen en boetebedingen juist in die voorwaarden staan.
Bewaar ten slotte uw processtrategie voor het einde. Welk recht voor u gunstig uitpakt, is pas te beoordelen als u weet welke dwingende bepalingen en verjaringstermijnen in beide stelsels gelden. Een verjaringstermijn kan per rechtsstelsel jaren schelen, en een te laat ingestelde vordering herstelt u niet. Laat de analyse van het toepasselijk recht daarom uitvoeren voordat u een dagvaarding of ingebrekestelling de deur uit doet.
Veelgestelde vragen
Kan ik altijd Nederlands recht kiezen?
In commerciële verhoudingen vrijwel altijd. De grenzen liggen bij consumenten en werknemers, die de bescherming van hun eigen dwingende recht behouden (artikelen 6 en 8 Rome I), bij zuiver nationale situaties (artikel 3) en bij bepalingen van bijzonder dwingend recht (artikel 9).
Wat gebeurt er als het contract geen rechtskeuze bevat?
Dan wijst artikel 4 Rome I het recht aan, in beginsel dat van de partij die de kenmerkende prestatie levert: de verkoper, de dienstverlener, de distributeur. Alleen bij een kennelijk nauwere band met een ander land geldt het recht van dat land.
Geldt mijn rechtskeuze ook voor productaansprakelijkheid?
Niet vanzelf. Niet-contractuele vorderingen vallen onder Rome II, met als hoofdregel het recht van het land waar de schade intreedt. Alleen een uitdrukkelijk daarop gerichte rechtskeuze tussen commerciële partijen kan dat wijzigen.
Moet ik het Weens Koopverdrag uitsluiten?
Dat hangt af van uw positie. Voor verkopers kan het verdrag gunstig zijn, onder meer door het vereiste dat de koper binnen redelijke termijn klaagt. Voor kopers is Boek 7 BW soms aantrekkelijker. Maak in elk geval een expliciete keuze in plaats van het aan het toeval over te laten.
Past de Nederlandse rechter buitenlands recht echt toe?
Ja. Hij past de conflictregels en het aangewezen recht ambtshalve toe en stelt de inhoud van dat buitenlandse recht zelf vast, zo nodig met behulp van partijen of een deskundige.
Advies over uw internationale contracten
De keuze voor een toepasselijk recht is geen slotbepaling die u aan het einde snel invult, maar een beslissing die de uitkomst van een toekomstig geschil mede bepaalt. De advocaten van Law & More beoordelen uw contractmodellen en algemene voorwaarden op rechtskeuze, forumkeuze en de werking van het Weens Koopverdrag, en staan u bij wanneer een buitenlandse wederpartij zich op een ander rechtsstelsel beroept. Neem gerust contact met ons op. De volledige tekst van de Rome I-verordening, van de Rome II-verordening en van Boek 10 BW vindt u online.