Gepubliceerd op 8 juli 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
De conclusie van antwoord is het eerste processtuk waarin u als gedaagde in een civiele dagvaardingsprocedure verweer voert tegen de vordering van de eiser. Artikel 128 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering schrijft voor dat u daarin al uw excepties en uw antwoord ten principale tegelijk naar voren brengt, op straffe van verval. Wat u hier weglaat, kunt u later in beginsel niet meer inbrengen. Het stuk bepaalt daarmee het speelveld voor de rest van de procedure.
Inhoudsopgave
Wat is een conclusie van antwoord?
Een civiele bodemprocedure begint met een dagvaarding: het exploot waarmee de eiser u oproept om op een bepaalde roldatum voor de rechtbank te verschijnen en waarin hij zijn vordering en de gronden daarvan uiteenzet. Verschijnt u, dan krijgt u vervolgens de gelegenheid om schriftelijk te antwoorden. Dat antwoord heet de conclusie van antwoord en is uw eerste en belangrijkste kans om het verhaal van de eiser te weerspreken.
Het stuk heeft drie functies tegelijk. Het bepaalt welke feiten in de procedure vaststaan en welke in geschil zijn: op grond van artikel 149 Rv mag de rechter feiten die niet of onvoldoende gemotiveerd zijn betwist als vaststaand aannemen. Het legt vast welke juridische verweren u voert. En het maakt duidelijk welk bewijs u hebt en welk bewijs u aanbiedt te leveren.
De conclusie van antwoord is geen samenvatting van uw ongenoegen maar een juridisch stuk met een vaste opbouw. De rechter leest het naast de dagvaarding en zoekt naar de punten waarop u het oneens bent. Wat u niet bespreekt, wordt geacht niet in geschil te zijn. Dat maakt de volledigheid van dit stuk belangrijker dan de welsprekendheid ervan.
De procedure die volgt is de gewone dagvaardingsprocedure. Wordt uw zaak juist met een verzoekschrift ingeleid, bijvoorbeeld bij ontbinding van een arbeidsovereenkomst of in familiezaken, dan heet uw stuk een verweerschrift en gelden andere termijnen. Hoe die route loopt, leest u in ons artikel over de verzoekschriftprocedure in Nederland.
Welke termijn geldt voor de conclusie van antwoord?
De dagvaarding noemt de roldatum waarop u moet verschijnen. Bij de rechtbank, sector civiel, verschijnt u door een advocaat zich te laten stellen; bij de kantonrechter kunt u dat zelf doen. Op die eerste roldatum wordt de zaak vervolgens verwezen naar een latere roldatum voor de conclusie van antwoord. Het landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bepaalt hoeveel tijd u daarvoor krijgt en onder welke voorwaarden uitstel wordt verleend; in de regel gaat het om een termijn van enkele weken, met beperkte mogelijkheden tot verlenging.
Verschijnt u helemaal niet, dan verleent de rechter verstek. Artikel 139 Rv bepaalt dat de vordering dan wordt toegewezen, tenzij die de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De rechter toetst dus wel marginaal, maar zonder uw verweer is de kans op afwijzing klein. Wat een verstekvonnis precies inhoudt en welke gevolgen het heeft, behandelen wij in ons artikel over het verstekvonnis.
Bent u bij verstek veroordeeld, dan staat verzet open. Op grond van artikel 143 Rv moet u het verzet instellen binnen vier weken nadat het vonnis aan u in persoon is betekend, of nadat u een daad hebt verricht waaruit blijkt dat u van het vonnis op de hoogte bent, of anders binnen vier weken na de tenuitvoerlegging. Die termijn is fataal. De verzetprocedure in een civiele zaak is in feite een herkansing waarin u alsnog verweer voert, maar u begint dan wel met een executoriale titel tegen u.
Verschijnt u wél maar dient u geen conclusie van antwoord in, dan kan de rechtbank het recht daarop als vervallen beschouwen en de zaak op de stukken beslissen. Van verstek is dan geen sprake, dus verzet staat niet open; u bent aangewezen op hoger beroep. Dat is een aanzienlijk minder aantrekkelijke positie, en het onderstreept waarom deze termijn geen zachte termijn is.
Welke onderdelen horen in een conclusie van antwoord?
Het stuk opent met een kop waarin de rechtbank, het zaak- en rolnummer en de partijen worden genoemd, gevolgd door de mededeling dat de gedaagde voor antwoord concludeert. Daarna volgt doorgaans een korte inleiding waarin u in enkele alinea’s de kern van uw verweer benoemt. Die inleiding is geen opsmuk: de rechter leest hier waar de zaak volgens u werkelijk over gaat.
Vervolgens komt de feitelijke uiteenzetting. U geeft uw eigen versie van wat er is gebeurd, met verwijzingen naar producties, en u betwist per onderdeel de feiten uit de dagvaarding die niet kloppen. Doe dat gericht: een algemene zin dat alles wordt betwist wat niet uitdrukkelijk wordt erkend, wordt door rechters als onvoldoende gemotiveerd gepasseerd.
Daarna volgen de verweren, geordend van formeel naar inhoudelijk, elk met de feiten en de juridische grondslag waarop zij rusten. Het stuk sluit af met een bewijsaanbod en met het petitum: de precieze formulering van wat u de rechter vraagt, doorgaans afwijzing van de vordering met veroordeling van de eiser in de proceskosten, uitvoerbaar bij voorraad. Tot slot voegt u een genummerde productielijst toe.
Waarom moet u alle verweren tegelijk voeren?
Artikel 128 Rv bevat de regel van de concentratie van verweer: alle excepties en het antwoord ten principale moeten tegelijk worden voorgedragen, op straffe van verval. Een exceptie is een formeel verweer dat de rechter belet aan de inhoud toe te komen, zoals de nietigheid van de dagvaarding of de onbevoegdheid van de aangezochte rechter. Bewaart u zo-n verweer voor later, dan bent u het kwijt.
Voor één verweer geldt een nog strengere volgorde. Een beroep op de relatieve onbevoegdheid van de rechtbank moet op grond van artikel 110 Rv vóór alle weren ten principale worden gedaan, op straffe van verval. Wie eerst inhoudelijk verweer voert en pas daarna opmerkt dat de zaak bij een andere rechtbank hoort, heeft de bevoegdheid van die rechter stilzwijgend aanvaard.
De concentratie van verweer betekent niet dat u geen enkel argument meer mag toevoegen. Nieuwe feiten en nieuwe stellingen kunt u in beginsel nog naar voren brengen bij conclusie van repliek en dupliek of op de mondelinge behandeling, zolang de eisen van een goede procesorde dat toelaten en de wederpartij daar redelijkerwijs op kan reageren. De grens ligt bij de excepties en bij verweren waarvan het verzuim in de wet met verval wordt bedreigd.
Praktisch betekent dit dat u vóór het schrijven een volledige inventarisatie maakt: klopt de dagvaarding formeel, is deze rechter bevoegd, is de vordering verjaard, is er tijdig geklaagd, bestaat er een opschortingsrecht, is er verrekend, is er een exoneratiebeding, is er eigen schuld. Alles wat op die lijst staat en enige kans maakt, hoort in het stuk.
Formele en inhoudelijke verweren: welke zijn er?
De formele verweren gaan over de procedure zelf. De dagvaarding kan gebreken vertonen die op grond van artikel 120 Rv tot nietigheid leiden, al herstelt de rechter een gebrek doorgaans wanneer u niet in uw belangen bent geschaad. De rechter kan absoluut onbevoegd zijn, bijvoorbeeld omdat de zaak op grond van artikel 93 Rv bij de kantonrechter thuishoort. Bij een geldvordering tot 25.000 euro en bij arbeids-, huur-, pacht- en consumentenkoopzaken is de kantonrechter bevoegd, ongeacht het belang.
Bij de inhoudelijke verweren begint u bij de vraag of de gestelde grondslag klopt. Is er wel een overeenkomst tot stand gekomen, en zo ja met welke inhoud? Is de eiser wel de rechthebbende? Is er sprake van een tekortkoming, en is daarvoor een ingebrekestelling vereist geweest die niet is gestuurd? Ontbreekt het verzuim, dan bestaat er geen recht op schadevergoeding op grond van artikel 6:74 BW.
Daarnaast zijn er de zelfstandige, bevrijdende verweren: verweren die de vordering ook bij juistheid van de gestelde feiten doen stranden. De belangrijkste zijn verjaring, waarvoor bij een vordering tot nakoming van een verbintenis uit overeenkomst de termijn van vijf jaar van artikel 3:307 BW geldt; het opschortingsrecht van artikel 6:52 BW; verrekening op grond van artikel 6:127 BW; en de klachtplicht van artikel 6:89 BW, met de bijzondere tweemaandentermijn van artikel 7:23 BW bij consumentenkoop van een roerende zaak.
Let er goed op wie wat moet stellen en bewijzen. Artikel 150 Rv legt de bewijslast bij de partij die zich op de rechtsgevolgen van de door haar gestelde feiten beroept. Voert u een bevrijdend verweer, dan draagt u daarvan zelf de bewijslast. Dat maakt het onderscheid tussen betwisten en zelfstandig verweren voeren niet alleen theoretisch: het bepaalt wie het risico draagt als het bewijs uiteindelijk niet rond komt.
Feiten betwisten en de waarheidsplicht
Artikel 21 Rv verplicht partijen om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Sinds de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht op 1 januari 2025 in werking is getreden, is die waarheidsplicht uitgebreid en wordt van partijen verwacht dat zij ook de feiten noemen die hun eigen standpunt niet ondersteunen. Houdt u informatie achter, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht: van het passeren van een stelling tot het aannemen van het tegendeel.
Betwisten doet u gemotiveerd. Tegenover de stelling dat een factuur onbetaald is gebleven, plaatst u niet dat u dat betwist, maar dat op een genoemde datum een betaling is gedaan waarvan het bankafschrift als productie is bijgevoegd. Tegenover de stelling dat een levering gebrekkig was, plaatst u het opleveringsrapport en de correspondentie waaruit blijkt dat de klacht pas maanden later kwam. Feiten weerlegt u met stukken, niet met bijvoeglijke naamwoorden.
Koppel elke betwisting aan een juridisch gevolg. Het is niet voldoende om vast te stellen dat een machine niet werkte; u moet uitleggen dat dit een tekortkoming oplevert, dat de eiser niet in verzuim is gesteld en dat daarom geen schadevergoeding verschuldigd is. Die verbinding tussen feit, bewijs en rechtsgevolg is precies wat een rechter zoekt en wat in zwakke stukken ontbreekt.
Hoe biedt u bewijs aan?
Bewijsstukken heten in een procedure producties. U nummert ze doorlopend, voegt een productielijst toe en verwijst in de tekst telkens naar het nummer, bijvoorbeeld naar de e-mail van 15 maart als productie 3. Een stapel bijlagen zonder verwijzing in de tekst wordt in de praktijk niet gelezen; het is aan u om de rechter naar het juiste stuk te leiden.
Naast schriftelijke stukken kent het bewijsrecht getuigenverklaringen, deskundigenberichten, de partijverklaring en de gerechtelijke plaatsopneming. Welke stukken in de praktijk het zwaarst wegen, bespreken wij in ons artikel over de rol van bewijs in civiele procedures. Beschikt u zelf niet over een cruciaal document, dan kunt u sinds 1 januari 2025 inzage, afschrift of uittreksel vorderen op grond van de artikelen 194 tot en met 195a Rv, de bepalingen die het oude artikel 843a Rv hebben vervangen.
Sluit altijd af met een uitdrukkelijk bewijsaanbod. Daarin biedt u aan uw stellingen te bewijzen met alle middelen rechtens, in het bijzonder door het horen van met name genoemde getuigen, met vermelding van wat zij kunnen verklaren. Een algemeen en niet gespecificeerd aanbod mag de rechter passeren. Een concreet aanbod houdt de deur open naar een bewijsopdracht en een getuigenverhoor, en dat kan in een zaak die op de stukken twijfelachtig staat het verschil maken.
Wanneer stelt u een eis in reconventie in?
Hebt u zelf een vordering op de eiser, dan kunt u die als tegenvordering in dezelfde procedure inbrengen. Dat heet een eis in reconventie. Artikel 137 Rv bepaalt dat die eis dadelijk bij het antwoord moet worden ingesteld; doet u dat niet, dan bent u aangewezen op een afzonderlijke procedure met eigen dagvaarding, eigen griffierecht en eigen doorlooptijd.
Het voordeel is dat één rechter beide geschillen tegelijk beoordeelt en dat toegewezen bedragen tegen elkaar kunnen worden weggestreept. Ook uw onderhandelingspositie verandert: een eiser die zelf een vordering tegen zich krijgt, wordt doorgaans schikkingsbereider. Nadelen zijn er ook: de procedure wordt zwaarder, u draagt de stelplicht en bewijslast voor uw eigen vordering, en bij afwijzing riskeert u een proceskostenveroordeling in reconventie.
Onderscheid de reconventie van de verrekening. Wilt u alleen dat uw tegenvordering in mindering komt op wat u verschuldigd bent, dan volstaat een beroep op verrekening als verweer. Wilt u dat de rechter uw eigen vordering toewijst, bijvoorbeeld tot betaling van een restant of tot ontbinding van de overeenkomst, dan hebt u een eis in reconventie nodig. Formuleer het petitum in reconventie net zo precies als een dagvaarding zou doen, met de gevorderde bedragen, de wettelijke rente en de ingangsdatum daarvan.
Verweren bij een incassovordering
Een groot deel van de dagvaardingen bij de kantonrechter betreft onbetaalde facturen. In die zaken loont het om verder te kijken dan de hoofdsom. Naast de vraag of de vordering bestaat, zijn de nevenvorderingen vaak vatbaar voor verweer: de buitengerechtelijke incassokosten, de gevorderde rente en de toepasselijkheid van algemene voorwaarden.
De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is genormeerd in artikel 6:96 BW en het daarop gebaseerde Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Bij een consument moet de schuldeiser eerst een aanmaning sturen waarin een betaaltermijn van veertien dagen wordt gegeven, die begint te lopen op de dag na ontvangst, met vermelding van het bedrag aan incassokosten dat daarna verschuldigd wordt. Ontbreekt zo-n brief of klopt de termijn niet, dan wijst de kantonrechter de incassokosten af. Rechters toetsen dit ambtshalve.
Ook de rente verdient aandacht. Bij een consument geldt de wettelijke rente van artikel 6:119 BW; tussen ondernemingen de hogere handelsrente van artikel 6:119a BW, maar alleen bij een handelsovereenkomst en pas vanaf het moment dat de betalingstermijn is verstreken. Wordt handelsrente gevorderd over een vordering die geen handelsovereenkomst betreft, of vanaf de factuurdatum in plaats van vanaf het verstrijken van de termijn, dan is dat een concreet verweer.
Tot slot de algemene voorwaarden. Beroept de eiser zich op een boetebeding, een exoneratie of een forumkeuze, controleer dan of de voorwaarden zijn overeengekomen en of zij vóór of bij het sluiten van de overeenkomst ter hand zijn gesteld. Is dat niet gebeurd, dan kan een beding op grond van artikel 6:233 BW worden vernietigd. Voor consumenten geldt bovendien de zwarte en grijze lijst van de artikelen 6:236 en 6:237 BW, die de rechter eveneens ambtshalve toetst wanneer de consument niet verschijnt of geen advocaat heeft.
Wat gebeurt er na de conclusie van antwoord?
In de meeste zaken bepaalt de rechtbank na de conclusie van antwoord een mondelinge behandeling. De rechter stelt daar vragen, onderzoekt of een schikking mogelijk is en geeft aan welke punten hem nog onduidelijk zijn. Van die zitting wordt een proces-verbaal opgemaakt. Bereid u erop voor dat de rechter zich baseert op de stukken zoals ze er liggen: wat niet in uw conclusie van antwoord staat, moet ter zitting alsnog worden geïntroduceerd en dat lukt niet altijd.
Komt het niet tot een schikking en acht de rechter nadere schriftelijke ronde nodig, dan volgen een conclusie van repliek van de eiser en een conclusie van dupliek van u. Daarna kan de rechter een bewijsopdracht geven, een deskundige benoemen of vonnis wijzen. Tegen een eindvonnis van de rechtbank staat hoger beroep open bij het gerechtshof, in beginsel binnen drie maanden na de uitspraak.
De partij die in het ongelijk wordt gesteld, wordt op grond van artikel 237 Rv doorgaans veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij. Dat gaat om het griffierecht, de explootkosten en een forfaitair bedrag aan salaris voor de advocaat volgens het liquidatietarief, dat vrijwel altijd lager ligt dan de werkelijke kosten. Wat u in de praktijk terugkrijgt en wat u zelf draagt, zetten wij uiteen in ons artikel over de proceskostenveroordeling.
Hebt u een advocaat nodig?
Dat hangt af van de rechter die uw zaak behandelt. Bij de kantonrechter geldt geen verplichte procesvertegenwoordiging: u mag zelf procederen of iemand machtigen. Bij alle andere civiele zaken bij de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad schrijft artikel 79 Rv voor dat partijen zich door een advocaat laten vertegenwoordigen. Stelt zich geen advocaat, dan wordt tegen u verstek verleend, ook als u wel wilde verschijnen.
Ook waar het niet verplicht is, is het zelden verstandig om zonder bijstand te antwoorden. De concentratie van verweer maakt dat een vergeten exceptie definitief verloren is, de bewijslastverdeling bepaalt de uitkomst vaker dan de feiten zelf, en de formulering van het petitum bepaalt wat de rechter überhaupt kan toewijzen. Dat zijn precies de punten waarop een zelf geschreven stuk het meestal laat afweten.
Veelgestelde vragen over de conclusie van antwoord
Is een advocaat verplicht voor een conclusie van antwoord?
Bij de kantonrechter niet: daar mag u zelf procederen of iemand machtigen. De kantonrechter behandelt onder meer geldvorderingen tot 25.000 euro en alle arbeids-, huur- en consumentenkoopzaken. Bij alle andere civiele zaken bij de rechtbank en in hoger beroep schrijft artikel 79 Rv verplichte procesvertegenwoordiging door een advocaat voor. Stelt zich geen advocaat, dan wordt tegen u verstek verleend.
Wat gebeurt er als ik de termijn voor de conclusie van antwoord mis?
Verschijnt u helemaal niet, dan verleent de rechter verstek en wijst hij de vordering toe tenzij die hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt (artikel 139 Rv). Tegen dat verstekvonnis kunt u verzet instellen binnen vier weken na betekening in persoon, na een daad van bekendheid of na de tenuitvoerlegging. Verschijnt u wel maar antwoordt u niet, dan vervalt uw recht op de conclusie van antwoord en staat verzet niet open.
Kan ik mijn verweer later nog aanvullen?
Gedeeltelijk. Nieuwe feiten en stellingen kunt u in beginsel nog inbrengen bij dupliek of op de mondelinge behandeling, mits de goede procesorde dat toelaat. Excepties zoals de nietigheid van de dagvaarding en de onbevoegdheid van de rechter zijn echter definitief verloren als u ze niet in de conclusie van antwoord voert; artikel 128 Rv verbindt daaraan verval. Een beroep op relatieve onbevoegdheid moet zelfs vóór elk inhoudelijk verweer worden gedaan.
Wat is het verschil tussen een exceptie en een inhoudelijk verweer?
Een exceptie is een formeel verweer dat de rechter belet aan de inhoud van de zaak toe te komen, bijvoorbeeld een beroep op onbevoegdheid, nietigheid van de dagvaarding of litispendentie. Een inhoudelijk verweer richt zich op de vordering zelf: er is geen overeenkomst, er is geen tekortkoming, de vordering is verjaard of er is al betaald. Beide moeten in hetzelfde stuk worden opgenomen.
Moet ik een eis in reconventie meteen instellen?
Ja. Artikel 137 Rv bepaalt dat een tegenvordering dadelijk bij het antwoord moet worden ingesteld. Doet u dat niet, dan kunt u uw vordering alleen nog in een aparte procedure aanhangig maken, met een eigen dagvaarding en een eigen griffierecht. Wilt u uw tegenvordering alleen in mindering brengen op de vordering van de eiser, dan volstaat een beroep op verrekening als verweer.
Hulp bij uw conclusie van antwoord
De conclusie van antwoord bepaalt de rest van uw procedure. De verweren die u hier voert, staan; de verweren die u vergeet, zijn weg. Het loont daarom om te beginnen bij een volledige inventarisatie van formele en inhoudelijke verweren, elk feit met een productie te onderbouwen en het bewijsaanbod concreet te maken in plaats van standaard.
De advocaten civiel recht van Law & More stellen uw conclusie van antwoord op, beoordelen of een eis in reconventie in uw situatie meerwaarde heeft en bewaken de rol- en verzettermijnen. Bent u gedagvaard of hebt u een verstekvonnis ontvangen, neem dan contact op voordat de termijn verstrijkt.