Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 10 oktober 2026
Bij grensoverschrijdende criminaliteit werken landen samen op basis van verdragen en Europese regels: zij wisselen bewijs uit, leveren verdachten aan elkaar over en voeren soms één gezamenlijk onderzoek. Binnen de Europese Unie gaat dat via het Europees aanhoudingsbevel en het Europees onderzoeksbevel, daarbuiten via uitleveringsverdragen en verzoeken om rechtshulp.
Voor u als verdachte betekent dit dat een onderzoek in het ene land gevolgen kan hebben in een ander land. Tegelijk biedt het recht waarborgen, zoals het verbod om twee keer voor hetzelfde feit te worden vervolgd en een toets door de Nederlandse rechter voordat u wordt overgeleverd.
Inhoudsopgave
Welke verdragen zijn het belangrijkst?
Het VN-Verdrag tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (UNTOC), gesloten in 2000 in Palermo, is de wereldwijde basis. Het verdrag verplicht staten onder meer om deelname aan een criminele organisatie en witwassen strafbaar te stellen en elkaar rechtshulp te verlenen bij ernstige misdrijven, waarop een maximumstraf van ten minste vier jaar staat.
- Bij UNTOC horen protocollen over mensenhandel, mensensmokkel en illegale vuurwapenhandel.
- Het Verdrag van de Raad van Europa inzake cybercriminaliteit (Boedapest, 2001) regelt samenwerking bij het veiligstellen van digitaal bewijs.
- Het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken (1959) is de basis voor rechtshulp met landen van de Raad van Europa.
Een verdragsbepaling die zich daarvoor leent, werkt in Nederland rechtstreeks door en gaat voor op strijdige Nederlandse wetgeving (artikelen 93 en 94 Grondwet). De meeste strafrechtelijke verdragen werken echter via Nederlandse wetten, zoals het Wetboek van Strafvordering en de Overleveringswet.
Hoe werkt samenwerking binnen de Europese Unie?
Binnen de EU erkennen lidstaten elkaars strafrechtelijke beslissingen grotendeels zonder nieuwe inhoudelijke toetsing. De regels daarvoor staan sinds 1 juli 2017 in Boek 5 van het Wetboek van Strafvordering en in de Overleveringswet.
Het Europees aanhoudingsbevel
Met een Europees aanhoudingsbevel (EAB) vraagt een lidstaat Nederland om een verdachte of veroordeelde over te leveren. In Nederland beslist alleen de rechtbank Amsterdam (de Internationale Rechtshulpkamer) over overlevering, in de regel binnen 60 dagen na de aanhouding (artikel 22 Overleveringswet).
Een Nederlander wordt voor vervolging alleen overgeleverd als de andere lidstaat garandeert dat een eventuele gevangenisstraf in Nederland mag worden uitgezeten (artikel 6 Overleveringswet). De rechter weigert de overlevering onder meer als u in een andere lidstaat al onherroepelijk voor hetzelfde feit bent berecht.
Het Europees onderzoeksbevel
Met een Europees onderzoeksbevel vraagt een officier van justitie een andere lidstaat om onderzoek te doen, zoals een doorzoeking, het horen van een getuige of het opvragen van bankgegevens. Het bevel is gebaseerd op Richtlijn 2014/41/EU en vervangt binnen de EU grotendeels de klassieke rechtshulpverzoeken.
Europol, Eurojust en het Europees Openbaar Ministerie
Europol ondersteunt politiediensten met informatie en analyse, Eurojust coördineert onderzoeken van officieren van justitie uit verschillende lidstaten. Het Europees Openbaar Ministerie (EOM) vervolgt sinds 1 juni 2021 zelf fraude met EU-geld, zoals btw-fraude boven € 10 miljoen, ook in Nederland.
Hoe werkt samenwerking met landen buiten de EU?
Met landen buiten de EU verloopt de samenwerking via verdragen en rechtshulpverzoeken, die meer tijd kosten. Uitlevering naar zo’n land kan alleen op grond van een verdrag (artikel 2 lid 3 Grondwet en de Uitleveringswet).
Nederland levert eigen onderdanen in de regel niet uit voor vervolging buiten de EU, tenzij de verzoekende staat toezegt dat een straf in Nederland mag worden uitgezeten (artikel 4 Uitleveringswet). Over uitlevering beslist eerst de rechtbank over de toelaatbaarheid en daarna de minister van Justitie en Veiligheid.
Gezamenlijke onderzoeksteams
Bij grote zaken vormen landen soms een gezamenlijk onderzoeksteam (Joint Investigation Team, JIT), waarin opsporingsdiensten rechtstreeks informatie delen. Een bekend voorbeeld is het JIT naar het neerhalen van vlucht MH17, waarin Nederland, Australië, België, Maleisië en Oekraïne samenwerkten.
Welk land mag u vervolgen?
Nederland kan strafbare feiten vervolgen die in Nederland zijn gepleegd (artikel 2 Wetboek van Strafrecht). Voor feiten in het buitenland geldt Nederlandse rechtsmacht onder meer als een Nederlander een feit pleegt dat ook in dat land strafbaar is (artikel 7 Sr).
Daardoor kunnen meerdere landen tegelijk bevoegd zijn. Officieren van justitie stemmen dan af, vaak via Eurojust, welk land de zaak vervolgt. Een strafzaak kan ook worden overgedragen aan het land waar de verdachte woont; lees meer over grensoverschrijdende strafzaken.
Niet twee keer voor hetzelfde feit
Bent u in een Schengenland onherroepelijk berecht, dan mag u in een ander Schengenland niet opnieuw voor dezelfde feiten worden vervolgd (artikel 54 Schengen Uitvoeringsovereenkomst). Voor Nederland is dat beginsel ook vastgelegd in artikel 68 Sr.
Kan een buitenlandse straf in Nederland worden uitgezeten?
Ja, onder voorwaarden. Een straf uit een andere EU-lidstaat kan op grond van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafrechtelijke sancties (WETS) in Nederland worden tenuitvoergelegd; voor landen buiten de EU geldt een vergelijkbare regeling op basis van verdragen.
De Nederlandse rechter kan de buitenlandse straf daarbij aanpassen als die niet past bij het Nederlandse recht. Voor overdracht is in de regel nodig dat u Nederlander bent of in Nederland woont.
Welke rechten heeft u als verdachte in een internationale zaak?
U heeft in elk EU-land recht op een advocaat en op een tolk en vertaling van essentiële stukken, op grond van Europese richtlijnen die in Nederland zijn omgezet in het Wetboek van Strafvordering. Bij een Europees aanhoudingsbevel kunt u zowel in Nederland als in het land dat het bevel uitvaardigt een advocaat inschakelen.
Bewijs dat in het buitenland is verzameld, kan in een Nederlandse strafzaak worden gebruikt. De Nederlandse rechter toetst in beginsel niet of het buitenlandse onderzoek aan het buitenlandse recht voldeed, maar wel of uw recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM) is gewaarborgd.
Waar let u op als u in het buitenland wordt gezocht?
- Vraag direct na een aanhouding op grond van een EAB om een advocaat; de termijnen van de Overleveringswet zijn kort.
- Ga na of u al eerder voor hetzelfde feit bent berecht of vervolgd.
- Laat beoordelen of een terugkeergarantie is gegeven als u Nederlander bent of in Nederland woont.
- Zorg dat uw advocaat contact legt met een advocaat in het land dat het bevel uitvaardigde.
Wat kunnen wij voor u doen bij een internationale strafzaak?
Onze advocaten strafrecht staan verdachten bij in zaken met een internationaal karakter, van een rechtshulpverzoek tot een overleveringsprocedure.
- Wij staan u bij in een overleveringsprocedure bij de Internationale Rechtshulpkamer in Amsterdam.
- Wij beoordelen of een Europees aanhoudingsbevel of uitleveringsverzoek aan de wettelijke eisen voldoet.
- Wij voeren verweer tegen het gebruik van buitenlands bewijs in uw strafzaak.
- Wij beoordelen of overdracht van strafvervolging of tenuitvoerlegging naar Nederland mogelijk is.
- Wij werken samen met advocaten in het andere land.
Samengevat
- Landen werken bij grensoverschrijdende criminaliteit samen op basis van verdragen zoals UNTOC en Europese regels.
- Over overlevering op grond van een Europees aanhoudingsbevel beslist alleen de rechtbank Amsterdam, in de regel binnen 60 dagen.
- Nederlanders worden voor vervolging alleen overgeleverd of uitgeleverd met een terugkeergarantie.
- Na een onherroepelijk vonnis in een Schengenland mag u niet opnieuw voor hetzelfde feit worden vervolgd (artikel 54 SUO).
- Het Europees Openbaar Ministerie vervolgt sinds 1 juni 2021 fraude met EU-middelen.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen overlevering en uitlevering?
Overlevering is de overdracht van een persoon binnen de EU op basis van een Europees aanhoudingsbevel. Uitlevering is de overdracht aan een land buiten de EU op basis van een verdrag; daarbij beslist ook de minister.
Kan Nederland een Nederlander uitleveren aan de Verenigde Staten?
Voor vervolging alleen als de Verenigde Staten garanderen dat een eventuele straf in Nederland mag worden uitgezeten. Voor de tenuitvoerlegging van een daar al opgelegde straf levert Nederland eigen onderdanen niet uit.
Welke rol spelen internationale gerechtshoven?
Het Internationaal Strafhof in Den Haag berecht alleen de ernstigste misdrijven, zoals genocide en oorlogsmisdrijven. Gewone grensoverschrijdende criminaliteit, zoals drugshandel en witwassen, wordt door nationale rechters berecht.
Hoe lang duurt een rechtshulpverzoek?
Binnen de EU geldt voor een Europees onderzoeksbevel een beslistermijn van 30 dagen en een uitvoeringstermijn van 90 dagen. Bij verzoeken aan landen buiten de EU kan het maanden of langer duren.