Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026
Het Pieter Baan Centrum (PBC) in Almere onderzoekt in opdracht van de rechter of een verdachte van een ernstig misdrijf een psychische stoornis had en in hoeverre die het delict heeft beïnvloed. De verdachte verblijft daarvoor zes weken in het centrum; het rapport is een advies, en de rechter beslist zelf of de verdachte volledig, verminderd of niet toerekenbaar is.
Dat oordeel heeft grote gevolgen. Het kan leiden tot een lagere straf, tot ontslag van alle rechtsvervolging of tot terbeschikkingstelling (tbs). Hieronder leest u wanneer een verdachte naar het PBC gaat, hoe de observatie verloopt, welke rechten de verdachte heeft en wat de advocaat met het rapport kan doen.
Inhoudsopgave
Wat is het Pieter Baan Centrum?
Het PBC is de observatiekliniek van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP), dat valt onder het ministerie van Justitie en Veiligheid. Verdachten van ernstige misdrijven worden er klinisch onderzocht als een onderzoek buiten de kliniek niet volstaat.
Het centrum is in 1949 in Utrecht opgericht en zit sinds 2018 in Almere. Het is een beveiligde justitiële instelling: de verdachte zit er in voorlopige hechtenis, maar met een bijzonder doel. Het PBC doet geen uitspraak over de vraag of de verdachte het feit heeft gepleegd, en ook niet over de straf. Het onderzoek gaat alleen over de psychische toestand van de verdachte en de samenhang met het delict.
De meeste gedragskundige rapportages in strafzaken worden niet in het PBC gemaakt. In de regel onderzoeken een psychiater en een psycholoog de verdachte ambulant, bijvoorbeeld in het huis van bewaring. Een klinische observatie in het PBC is bedoeld voor de zwaardere en ingewikkelder zaken.
Is het Pieter Baan Centrum een tbs-kliniek?
Nee. Het PBC onderzoekt en adviseert, maar behandelt niet. Legt de rechter tbs op, dan volgt de behandeling in een forensisch psychiatrisch centrum, ook wel tbs-kliniek genoemd.
Het PBC is ook iets anders dan een penitentiair psychiatrisch centrum (PPC). Een PPC is een afdeling van een gevangenis of huis van bewaring van de Dienst Justitiële Inrichtingen, waar gedetineerden met psychische problemen zorg krijgen tijdens hun detentie. In het PBC gaat het niet om zorg, maar om een onafhankelijk onderzoek voor de rechter.
Wanneer wordt een verdachte naar het PBC gestuurd?
Als er aanwijzingen zijn dat de verdachte een psychische stoornis heeft en een onderzoek op een andere manier niet voldoende is. Het gaat vrijwel altijd om ernstige misdrijven, zoals levens-, zeden- en zware geweldsdelicten, waarbij ook tbs in beeld is.
Tijdens het vooronderzoek beveelt de rechter-commissaris de observatie, volgens artikel 196 van het Wetboek van Strafvordering. Dat kan ambtshalve, op vordering van de officier van justitie of op verzoek van de verdachte zelf. Voorwaarde is dat tegen de verdachte voorlopige hechtenis is bevolen. Ook de rechtbank kan tijdens de behandeling van de zaak nog een observatie gelasten.
Aanwijzingen voor een stoornis kunnen blijken uit het gedrag tijdens verhoren, uit de aard van het delict, uit een eerdere psychiatrische voorgeschiedenis of uit informatie van familie of hulpverleners. Vaak is er eerst een ambulant onderzoek, waarin de deskundigen adviseren om klinisch verder te onderzoeken.
De verdachte beslist niet zelf of hij wordt opgenomen, maar kan via zijn advocaat wel standpunten over het onderzoek naar voren brengen, bijvoorbeeld over de noodzaak ervan of over de vragen die aan de deskundigen worden gesteld. Hoe het vooronderzoek verder verloopt, leest u in ons overzicht van het verloop van een strafzaak.
Hoe verloopt de observatie in het PBC?
De verdachte verblijft zes weken in het PBC en wordt in die periode dag en nacht geobserveerd door een multidisciplinair team. Het team schrijft daarna één gezamenlijk pro Justitia-rapport voor de rechter.
Het onderzoek bestaat uit verschillende onderdelen. Een psychiater doet psychiatrisch onderzoek naar mogelijke stoornissen. Een psycholoog onderzoekt de persoonlijkheid en de cognitieve functies, zo nodig ook met neuropsychologische tests. Daarnaast wordt de levensgeschiedenis van de verdachte in kaart gebracht, vaak met informatie van familie, eerdere hulpverleners en dossiers. Ook lichamelijk en neurologisch onderzoek kan deel uitmaken van de observatie.
Groepsleiders observeren het dagelijkse gedrag van de verdachte: hoe hij omgaat met andere onderzochten en met personeel, hoe hij reageert op regels en spanning, en hoe zijn stemming zich ontwikkelt. Het team bespreekt de bevindingen regelmatig en komt samen tot een conclusie.
De vragen die het team beantwoordt, komen van de rechter-commissaris of de rechtbank. In de kern gaat het om drie vragen. Had de verdachte ten tijde van het delict een psychische stoornis? Heeft die stoornis het delict beïnvloed, en in welke mate? En hoe groot is het risico op herhaling, en welke behandeling of maatregel is nodig om dat te verkleinen?
Welke rechten heeft de verdachte tijdens de observatie?
De verdachte behoudt al zijn procesrechten, waaronder het recht op een advocaat en het zwijgrecht. Hij is niet verplicht mee te werken aan de gesprekken en tests.
De advocaat kan zijn cliënt tijdens de observatie bezoeken en met hem overleggen. Het zwijgrecht geldt ook tegenover de deskundigen van het PBC. Voor lichamelijk onderzoek, zoals bloedafname of een hersenscan, is in beginsel toestemming van de verdachte nodig. Familie kan binnen de regels van de instelling op bezoek komen.
Weigert de verdachte mee te werken, dan gaat de observatie wel door. Het team observeert dan wat het wel kan waarnemen en gebruikt informatie uit het dossier en van derden. Of het team daarna nog iets kan zeggen over een stoornis en de invloed ervan op het delict, hangt van de zaak af. Soms lukt dat niet, en dan meldt het rapport dat de vragen niet kunnen worden beantwoord.
Moet een verdachte meewerken aan het onderzoek?
Nee, maar weigeren heeft gevolgen. De advocaat bespreekt vooraf met zijn cliënt wat meewerken en weigeren betekenen voor de strafzaak.
Wie weigert, voorkomt niet altijd tbs. Volgens artikel 37a Sr kan de rechter bij een weigering ook andere gegevens gebruiken, zoals eerdere rapporten of een rapport op basis van het dossier. Omgekeerd kan wie wel meewerkt, informatie geven die in zijn voordeel werkt, zoals een stoornis die de straf kan verminderen. Er is geen standaardantwoord: het hangt af van het delict, het bewijs, de voorgeschiedenis van de verdachte en de verdedigingsstrategie.
Weigert een verdachte van een geweldsmisdrijf mee te werken, dan kan de officier van justitie nog een stap zetten. Hij kan een multidisciplinaire commissie laten adviseren over medische gegevens die eerdere behandelaars over de verdachte hebben. Die gegevens mogen pas naar de gedragsdeskundigen als de penitentiaire kamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden daarvoor een machtiging geeft, na de verdachte te hebben gehoord (artikel 37a lid 6 tot en met 8 Sr).
Wat staat er in het PBC-rapport?
Het pro Justitia-rapport beschrijft of de verdachte een psychische stoornis had, of en in welke mate die het delict heeft beïnvloed, hoe groot het recidiverisico is en welke behandeling of maatregel de deskundigen adviseren. Over schuld en strafmaat zegt het rapport niets.
De deskundigen onderbouwen hun conclusies met hun gesprekken, observaties, testresultaten en de informatie uit het dossier. Een goed rapport laat zien hoe de bevindingen tot de conclusie leiden, en ook waar de onzekerheden zitten. Het advies over de toerekenbaarheid wordt in de praktijk verwoord als volledig toerekenbaar, verminderd toerekenbaar of ontoerekenbaar.
Het rapport gaat naar de rechter-commissaris of de rechtbank, de officier van justitie en de advocaat. Het is een processtuk, en de verdachte kan het met zijn advocaat doornemen. Op de zitting kunnen de deskundigen worden gehoord om hun bevindingen toe te lichten.
Welke gevolgen heeft het rapport voor de straf?
De rechter beslist zelf over de toerekenbaarheid, maar volgt het advies in de praktijk vaak. Bij verminderde toerekenbaarheid kan de straf lager uitvallen; bij ontoerekenbaarheid is de verdachte niet strafbaar.
Is de verdachte volledig toerekenbaar, dan legt de rechter een gewone straf op. Bij verminderde toerekenbaarheid weegt de rechter mee dat het delict de verdachte minder kan worden verweten. Vaak volgt dan een lagere gevangenisstraf, soms in combinatie met tbs of met bijzondere voorwaarden, zoals een behandeling onder toezicht van de reclassering. Hoe de rechter verder tot de straf komt, leest u in ons artikel over de factoren die de strafmaat bepalen.
Is de verdachte ontoerekenbaar, dan is hij volgens artikel 39 van het Wetboek van Strafrecht niet strafbaar. Het feit kan hem dan wegens een psychische stoornis, psychogeriatrische aandoening of verstandelijke handicap niet worden toegerekend. De rechter ontslaat hem van alle rechtsvervolging. Dat betekent niet dat de verdachte vrij naar huis gaat: de rechter kan tbs opleggen of een plaatsing in een psychiatrisch ziekenhuis bevelen.
De rechter is niet aan het rapport gebonden. Hij kan afwijken als hij de conclusies niet overtuigend vindt, maar moet dat dan motiveren. Heeft de verdediging een onderbouwd standpunt over het rapport ingenomen, dan moet de rechter daar in zijn vonnis op ingaan.
Wanneer kan de rechter tbs opleggen?
Tbs is alleen mogelijk als de verdachte ten tijde van het delict een psychische stoornis had, het gaat om een misdrijf waarop vier jaar gevangenisstraf of meer staat (of een aantal specifiek genoemde misdrijven), en de veiligheid van anderen de maatregel eist.
Dat staat in artikel 37a Sr. De rechter moet daarnaast beschikken over een recent, met redenen omkleed advies van ten minste twee gedragsdeskundigen van verschillende disciplines, van wie één psychiater is. Een PBC-rapport voldoet daar in de regel aan. Weigert de verdachte mee te werken, dan kan de rechter ook op andere gegevens afgaan.
Tbs kan met voorwaarden worden opgelegd of met dwangverpleging. Bij tbs met dwangverpleging wordt de verdachte in een forensisch psychiatrisch centrum behandeld. Bij een geweldsmisdrijf kan de maatregel steeds worden verlengd, zolang de rechter dat nodig vindt voor de veiligheid. Hoe tbs in de praktijk werkt, leest u in ons artikel over tbs in Nederland.
Wat betekent een PBC-observatie voor de duur van de strafzaak?
Een observatie vertraagt de strafzaak meestal met enkele maanden. Er is vaak een wachtlijst voor opname, en na de zes weken observatie volgt nog de tijd die het team nodig heeft om het rapport te schrijven.
In die periode loopt de voorlopige hechtenis door. De zaak komt tussentijds op zogenoemde pro-formazittingen, waarop de rechtbank onder meer beoordeelt of de hechtenis moet voortduren. De advocaat kan daar aandringen op voortgang en, als de duur van de hechtenis onevenredig wordt, om schorsing of opheffing vragen. De inhoudelijke behandeling volgt pas als het rapport er is en alle partijen het hebben kunnen bestuderen.
Omdat een PBC-rapport zo bepalend kan zijn, wordt het vaak pas op die inhoudelijke zitting echt besproken. Laat de verdediging daarvoor voldoende tijd, zodat een eventuele contra-expertise of het horen van de deskundigen nog kan worden gepland.
Wat kan de advocaat met het PBC-rapport doen?
De advocaat toetst het rapport kritisch en kan de rechter-commissaris of de rechtbank vragen om een contra-expertise door een andere deskundige. Ook kan hij verzoeken de PBC-deskundigen op de zitting te horen.
Bij de beoordeling kijkt de advocaat of de conclusies logisch volgen uit de bevindingen, of alle relevante informatie is meegenomen en of de deskundigen buiten hun vakgebied zijn getreden, bijvoorbeeld door uitspraken te doen die eigenlijk over het bewijs gaan. Ook de feiten waarvan het rapport uitgaat, verdienen aandacht. Gaan de deskundigen uit van een lezing van het delict die de verdachte betwist, dan kan dat de conclusies kleuren.
Een contra-expertise is een onderzoek door een andere, onafhankelijke psychiater of psycholoog. Zo een verzoek moet goed worden onderbouwd: de rechter wil weten waarom het bestaande rapport tekortschiet. De verdediging kan ook zelf een deskundige inschakelen, al weegt een door de rechter benoemde deskundige in de praktijk vaak zwaarder.
De rol van de advocaat begint al voor de observatie. Hij kan meedenken over de vragen die aan het PBC worden gesteld, zijn cliënt adviseren over meewerken of weigeren, en tijdens de zes weken contact houden. Juist omdat het rapport zo zwaar kan wegen, loont het om daar vroeg bij betrokken te zijn.
Wat kunnen wij voor u doen bij een observatie in het Pieter Baan Centrum?
Wij staan verdachten bij voor, tijdens en na het onderzoek in het PBC.
- Wij bespreken met u of u meewerkt aan de observatie en wat een weigering kan betekenen voor de beslissing over tbs.
- Wij denken mee over de vragen aan de deskundigen en voeren zo nodig het woord bij de rechter-commissaris over het bevel tot observatie (artikel 196 Sv).
- Wij houden tijdens de observatie contact met u en bewaken uw rechten als verdachte in voorlopige hechtenis.
- Wij toetsen het PBC-rapport op de onderbouwing van de conclusies en op de feiten waarvan de deskundigen uitgaan.
- Wij vragen zo nodig om een contra-expertise of om het horen van de PBC-deskundigen op de zitting.
- Wij bepleiten op de zitting wat het rapport betekent voor de toerekenbaarheid, de straf en een eventuele tbs-maatregel.
Samengevat
- Het Pieter Baan Centrum in Almere is de observatiekliniek van het NIFP en onderzoekt verdachten van ernstige misdrijven zes weken lang.
- De rechter-commissaris beveelt de observatie tijdens voorlopige hechtenis (artikel 196 Sv); ook de rechtbank kan haar gelasten.
- Het rapport adviseert over stoornis, toerekenbaarheid, recidiverisico en behandeling, maar de rechter beslist.
- Ontoerekenbaarheid leidt tot ontslag van rechtsvervolging (artikel 39 Sr), maar tbs blijft mogelijk; bij verminderde toerekenbaarheid kan de straf lager zijn.
- De verdachte hoeft niet mee te werken, maar weigeren voorkomt tbs niet altijd; de advocaat kan contra-expertise vragen.
Veelgestelde vragen
Hoe beoordeelt het Pieter Baan Centrum de toerekenbaarheid?
Het team onderzoekt of de verdachte ten tijde van het delict een psychische stoornis had en of die stoornis zijn gedrag bij het delict heeft beïnvloed. Daarvoor gebruikt het gesprekken, observatie, psychologische tests en informatie uit het dossier en van derden.
Het advies wordt in de praktijk verwoord als volledig toerekenbaar, verminderd toerekenbaar of ontoerekenbaar. De rechter neemt de uiteindelijke beslissing.
Hoe lang duurt een observatie in het PBC?
De observatie duurt zes weken. De verdachte verblijft in die periode in het centrum en wordt dag en nacht geobserveerd door een team met onder meer een psychiater, een psycholoog en groepsleiders.
Welke invloed heeft het PBC-rapport op het vonnis?
Het rapport is een advies. De rechter is er niet aan gebonden, maar volgt het in de praktijk vaak. Bij verminderde toerekenbaarheid kan de straf lager uitvallen, en het rapport kan adviseren over tbs of een behandeling als bijzondere voorwaarde.
Moet ik meewerken aan de observatie?
Nee. U behoudt uw zwijgrecht, ook tegenover de deskundigen. De observatie gaat bij weigering wel door, en de rechter kan voor tbs ook andere gegevens gebruiken. Bespreek daarom vooraf met uw advocaat wat meewerken of weigeren voor uw zaak betekent.
Wanneer wordt een verdachte naar het PBC gestuurd?
Als er aanwijzingen zijn voor een psychische stoornis en een ambulant onderzoek niet volstaat. Het gaat vrijwel altijd om ernstige misdrijven waarbij ook tbs in beeld is. De rechter-commissaris beveelt de observatie; de verdachte moet dan in voorlopige hechtenis zitten.
Kan de verdediging het PBC-rapport betwisten?
Ja. De advocaat kan het rapport inhoudelijk bestrijden, de deskundigen laten horen op de zitting en de rechter om een contra-expertise vragen. Zo een verzoek moet goed worden onderbouwd.
Waar vindt u hulp bij een strafzaak met een gedragskundig onderzoek?
Law & More staat verdachten bij in strafzaken waarin een pro Justitia-onderzoek of observatie in het PBC speelt, van het advies over meewerken tot het bestrijden van het rapport op de zitting. Meer over onze werkwijze leest u op de pagina van onze strafrechtadvocaat.