Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026
Een strafzaak in Nederland doorloopt vaste fasen: aanhouding en verhoor door de politie, de beslissing van het Openbaar Ministerie (OM) over vervolging, de zitting bij de rechter en de uitspraak, met daarna hoger beroep en cassatie. Lang niet elke zaak komt bij de rechter: het OM kan een zaak ook seponeren of zelf afdoen met een strafbeschikking.
Per fase gelden eigen termijnen en rechten. De belangrijkste staan in het Wetboek van Strafvordering (Sv) en het Wetboek van Strafrecht (Sr). Hieronder leest u wat er in elke fase gebeurt en waar u als verdachte of als slachtoffer op moet letten.
Inhoudsopgave
Hoe begint een strafzaak?
Een strafzaak begint met een verdenking: na een aangifte of doordat de politie zelf een strafbaar feit ontdekt. Het opsporingsonderzoek staat onder gezag van de officier van justitie.
Verdachte is degene tegen wie uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit (artikel 27 Sv). De politie hoort getuigen, verzamelt sporen en camerabeelden en legt alles vast in processen-verbaal. Die stukken vormen samen het dossier dat naar het OM gaat.
Hoe lang mag de politie u vasthouden na een aanhouding?
Na een aanhouding mag de politie u voor onderzoek ophouden: maximaal negen uur bij een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, en zes uur bij andere feiten (artikel 56a Sv). De uren tussen middernacht en 9.00 uur tellen niet mee, zodat het ophouden in de praktijk tot 18 uur kan duren.
Daarna wordt u vrijgelaten of in verzekering gesteld. Inverzekeringstelling duurt maximaal drie dagen en kan bij dringende noodzaak één keer met drie dagen worden verlengd (artikel 58 Sv). Uiterlijk drie dagen en vijftien uur na de aanhouding moet u worden voorgeleid aan de rechter-commissaris, die de rechtmatigheid toetst (artikel 59a Sv).
Welke rechten heeft u tijdens het politieverhoor?
U hoeft geen vragen te beantwoorden en de politie moet u dat vóór het verhoor meedelen (artikel 29 lid 2 Sv). Sinds 1 maart 2017 heeft u recht op overleg met een advocaat vóór het eerste verhoor en op bijstand tijdens het verhoor (artikelen 28c en 28d Sv).
- U krijgt te horen van welk strafbaar feit u wordt verdacht (artikel 27c Sv).
- U heeft recht op een tolk als u de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst.
- Bij inverzekeringstelling wijst de Raad voor Rechtsbijstand een piketadvocaat aan; u mag ook een eigen advocaat kiezen.
Wanneer volgt voorlopige hechtenis?
Voorlopige hechtenis is alleen mogelijk bij ernstige bezwaren tegen u en een misdrijf waarop vier jaar gevangenisstraf of meer staat, of een feit dat in de wet apart is genoemd (artikel 67 Sv). Daarnaast moet er een grond zijn, zoals vluchtgevaar, kans op herhaling of het risico dat u het onderzoek belemmert (artikel 67a Sv).
De rechter-commissaris kan bewaring bevelen voor maximaal veertien dagen (artikel 64 Sv). Daarna beslist de raadkamer van de rechtbank over gevangenhouding, voor maximaal negentig dagen in totaal (artikel 66 Sv). Meer hierover leest u in ons artikel over de duur van voorlopige hechtenis en uw rechten.
De rechter kan de hechtenis schorsen onder voorwaarden, zoals een meldplicht of een contactverbod (artikel 80 Sv); zie ook de voorwaarden voor schorsing van voorlopige hechtenis. Bij een veroordeling wordt de tijd in voorarrest van de straf afgetrokken (artikel 27 Sr). Eindigt de zaak zonder straf of maatregel, dan kunt u schadevergoeding voor het voorarrest vragen (artikel 533 Sv); dat verzoek moet binnen drie maanden na het einde van de zaak worden ingediend.
Wat beslist het Openbaar Ministerie na het onderzoek?
De officier van justitie beslist of en hoe de zaak wordt vervolgd. Hij kan dagvaarden, seponeren of de zaak zelf afdoen met een strafbeschikking (artikel 257a Sv).
- Dagvaarding: de zaak gaat naar de politierechter, de meervoudige strafkamer of de kantonrechter.
- Sepot: geen vervolging, bijvoorbeeld bij onvoldoende bewijs of omdat vervolging niet in het algemeen belang is (artikel 167 Sv).
- Strafbeschikking: het OM legt zelf een straf op, zoals een geldboete, een taakstraf van maximaal 180 uur of een rijontzegging van maximaal zes maanden. Een gevangenisstraf of een voorwaardelijke straf kan het OM niet opleggen.
Tegen een strafbeschikking kunt u binnen veertien dagen verzet doen; dan beoordeelt de rechter de zaak alsnog (artikel 257e Sv). Het verschil tussen deze afdoeningen leest u in ons artikel over transactie, strafbeschikking en dagvaarding.
Wat staat er in de dagvaarding?
De dagvaarding vermeldt het feit waarvan u wordt beschuldigd (de tenlastelegging), de rechter en de datum en tijd van de zitting. Voor een zaak bij de rechtbank moet tussen de betekening en de zitting ten minste tien dagen liggen (artikel 265 Sv); bij de kantonrechter is die termijn korter.
In grotere zaken gaat aan de inhoudelijke behandeling vaak een pro-formazitting of een regiezitting vooraf. Daar worden onderzoekswensen besproken, zoals het horen van getuigen. Verschijnt u niet op de zitting, dan kan de rechter bij verstek uitspraak doen. Lees ook wat u doet na ontvangst van een dagvaarding.
Hoe verloopt de zitting?
De zitting is in beginsel openbaar en volgt een vaste volgorde. Na de inhoudelijke behandeling eist de officier van justitie een straf, voert de verdediging het woord en krijgt u als verdachte het laatste woord (artikel 311 Sv).
- De rechter controleert uw identiteit en wijst u erop dat u niet verplicht bent vragen te beantwoorden.
- De officier van justitie leest de tenlastelegging voor of vat die samen.
- De rechter bespreekt het dossier en uw persoonlijke omstandigheden, zoals werk, inkomen en woonsituatie.
- Getuigen of deskundigen worden gehoord als zij zijn opgeroepen.
- Het slachtoffer kan gebruikmaken van spreekrecht en een benadeelde partij licht haar vordering toe.
- De officier houdt zijn requisitoir met de strafeis, de advocaat houdt het pleidooi en u krijgt het laatste woord.
De politierechter doet vaak direct mondeling uitspraak. De meervoudige kamer doet in de regel binnen veertien dagen schriftelijk uitspraak (artikel 345 Sv).
Welke uitspraak kan de rechter doen?
De rechter veroordeelt alleen als hij op grond van wettige bewijsmiddelen ervan overtuigd is dat u het feit heeft begaan (artikel 338 Sv). Lukt dat niet, dan volgt vrijspraak (artikel 352 lid 1 Sv).
Is het bewezen feit niet strafbaar, of bent u zelf niet strafbaar (bijvoorbeeld bij noodweer), dan volgt ontslag van alle rechtsvervolging (artikel 352 lid 2 Sv). Een vormverzuim in het onderzoek leidt niet vanzelf tot vrijspraak: de rechter kan bewijs uitsluiten, de straf verminderen of in zeer ernstige gevallen het OM niet-ontvankelijk verklaren (artikel 359a Sv).
Welke straffen en maatregelen zijn mogelijk?
Het Wetboek van Strafrecht kent vier hoofdstraffen: gevangenisstraf, hechtenis, taakstraf en geldboete (artikel 9 Sr). Een taakstraf bedraagt maximaal 240 uur (artikel 22c Sr); een straf kan geheel of gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd, met een proeftijd en bijzondere voorwaarden (artikel 14a Sr).
Naast straffen bestaan maatregelen, zoals de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) en tbs. Voor minderjarigen gelden aparte straffen en maatregelen (artikelen 77a en verder Sr). Het verschil met bestuurlijke sancties leest u in ons artikel over boete, dwangsom en strafrechtelijke sanctie.
Wat zijn de gevolgen voor uw strafblad?
Een veroordeling, maar ook een strafbeschikking of sepot, wordt opgenomen in de justitiële documentatie. Hoe lang die gegevens worden bewaard, hangt af van het feit en de straf (Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens).
Bij een aanvraag voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) beoordeelt Justis of uw justitiële gegevens een risico vormen voor de functie; daarbij kijkt Justis in de regel vier jaar terug. Wat dat betekent voor uw baan of reizen, leest u in ons artikel over de gevolgen van een veroordeling voor werk en reizen.
Welke rechten heeft het slachtoffer?
Een slachtoffer kan zich als benadeelde partij voegen in de strafzaak om schadevergoeding te vorderen (artikel 51f Sv). Bij ernstige misdrijven heeft het slachtoffer ook spreekrecht op de zitting (artikel 51e Sv).
De rechter wijst de vordering alleen toe als de schade rechtstreeks door het strafbare feit is veroorzaakt en de beoordeling geen onevenredige belasting van het strafproces oplevert (artikel 361 Sv). Wordt de vordering niet-ontvankelijk verklaard, dan kan het slachtoffer nog naar de burgerlijke rechter.
Hoe werken hoger beroep en cassatie?
Tegen een vonnis van de rechtbank kunnen u en de officier van justitie binnen veertien dagen hoger beroep instellen bij de griffie van de rechtbank die uitspraak deed (artikelen 408 en 449 Sv). Het gerechtshof behandelt de zaak dan opnieuw, op een zitting.
Binnen veertien dagen na het instellen van hoger beroep kunt u een schriftuur met uw bezwaren en onderzoekswensen indienen (artikel 410 Sv). Wie dat niet doet, loopt het risico dat het hof verzoeken om getuigen te horen strenger beoordeelt. Het hof kan de straf ook verhogen, zeker als het OM eveneens in hoger beroep gaat.
Tegen een arrest van het hof staat binnen veertien dagen cassatie open bij de Hoge Raad (artikel 432 Sv). De Hoge Raad onderzoekt de feiten niet opnieuw, maar toetst alleen of het recht juist is toegepast en of de uitspraak voldoende is gemotiveerd. De cassatiemiddelen moeten door een advocaat in een schriftuur worden ingediend (artikel 437 Sv). Vernietigt de Hoge Raad het arrest, dan verwijst hij de zaak meestal terug naar hetzelfde hof of naar een ander hof.
Waar let u als verdachte op?
- Vraag vóór het eerste verhoor om overleg met een advocaat (artikel 28c Sv).
- Controleer bij een strafbeschikking de verzettermijn van veertien dagen.
- Vraag tijdig het dossier op, zodat onderzoekswensen vóór de zitting kunnen worden ingediend.
- Noteer de dag van de uitspraak: de termijn voor hoger beroep is veertien dagen.
- Na vrijspraak of sepot: dien binnen drie maanden een verzoek om vergoeding van voorarrest en advocaatkosten in.
Waar let u als slachtoffer op?
- Geef bij de aangifte aan dat u op de hoogte wilt blijven van de zaak.
- Onderbouw uw schade met stukken, zoals facturen en loonstroken, vóór de zitting.
- Dien het voegingsformulier tijdig in bij het OM (artikel 51g Sv).
- Ga na of u spreekrecht heeft en of u dat zelf wilt uitoefenen.
Wat kunnen wij voor u doen bij een strafzaak?
- Uw positie beoordelen na een aanhouding, oproep voor verhoor of dagvaarding.
- Het dossier bestuderen en onderzoekswensen indienen bij de rechter-commissaris of de rechtbank.
- Verzet doen tegen een strafbeschikking en de termijn daarvoor bewaken.
- Uw verdediging voeren op de zitting, ook in hoger beroep.
- Een verzoek om schadevergoeding na voorarrest of vrijspraak opstellen.
- Als strafrechtadvocaat u bijstaan als verdachte of als slachtoffer met een vordering tot schadevergoeding.
Samengevat
- Na aanhouding mag de politie u maximaal negen uur ophouden, nachturen niet meegerekend, en daarna maximaal 3 + 3 dagen in verzekering stellen.
- Het OM kiest tussen dagvaarden, seponeren en een strafbeschikking.
- De rechter veroordeelt alleen op wettig en overtuigend bewijs; anders volgt vrijspraak.
- Hoger beroep en cassatie moeten binnen veertien dagen worden ingesteld.
- Het slachtoffer kan zich als benadeelde partij voegen en heeft bij ernstige feiten spreekrecht.
Veelgestelde vragen
Moet ik antwoord geven tijdens het politieverhoor?
Nee. U heeft zwijgrecht en de politie moet u daarop wijzen (artikel 29 Sv). Of zwijgen verstandig is, bespreekt u vooraf met uw advocaat.
Hoe lang kan voorarrest in totaal duren?
Inverzekeringstelling (maximaal zes dagen), bewaring (veertien dagen) en gevangenhouding (negentig dagen) samen komen uit op ongeveer 110 dagen vóór de eerste zitting. Daarna kan de rechtbank de gevangenhouding verlengen tot de uitspraak.
Wat is het verschil tussen vrijspraak en ontslag van alle rechtsvervolging?
Bij vrijspraak is het feit niet bewezen. Bij ontslag van alle rechtsvervolging is het feit wel bewezen, maar is het niet strafbaar of bent u niet strafbaar (artikel 352 Sv).
Kan het OM mij zonder rechter een straf opleggen?
Ja, met een strafbeschikking, bijvoorbeeld een geldboete of een taakstraf tot 180 uur. Bent u het er niet mee eens, dan doet u binnen veertien dagen verzet en beoordeelt de rechter de zaak.
Kan mijn straf in hoger beroep hoger uitvallen?
Ja. Het hof beoordeelt de zaak opnieuw en is niet gebonden aan de straf van de rechtbank. Dat risico weegt u mee bij de beslissing om binnen veertien dagen hoger beroep in te stellen.