Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 oktober 2026
De curator beheert en vereffent de failliete boedel ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers (artikel 68 Faillissementswet). Hij werkt dus niet voor de failliet en ook niet voor één individuele schuldeiser, en hij staat onder toezicht van een rechter-commissaris.
De rechtbank stelt de curator aan in het vonnis waarin zij het faillissement uitspreekt en benoemt daarbij de rechter-commissaris (artikel 14 Fw). Hieronder leest u welke taken en bevoegdheden de curator heeft en wat dat betekent voor bestuurders, werknemers, verhuurders en schuldeisers.
Inhoudsopgave
Wanneer wordt een curator aangesteld?
Een curator wordt aangesteld zodra de rechtbank het faillissement uitspreekt. Dat gebeurt op eigen aangifte van de schuldenaar, op verzoek van een of meer schuldeisers of op vordering van het openbaar ministerie.
De rechtbank toetst of de schuldenaar in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, zoals artikel 1 Fw het formuleert. In de rechtspraak geldt daarnaast de eis van pluraliteit: er moeten meer schuldeisers zijn en ten minste één vordering moet opeisbaar zijn. In de praktijk is de curator een advocaat die de rechtbank op een lijst van insolventieadvocaten heeft geplaatst.
Het faillissement wordt gepubliceerd in het Centraal Insolventieregister. Daar kunnen schuldeisers en handelspartners nagaan wie de curator is en welke verslagen er liggen.
Verwar het faillissement niet met curatele. Ondercuratelestelling is een beschermingsmaatregel uit Boek 1 BW voor meerderjarigen die hun belangen niet zelf kunnen behartigen; de kantonrechter spreekt die uit. Het faillissement is een procedure over vermogen uit de Faillissementswet. De woorden lijken op elkaar, maar de gevolgen hebben niets met elkaar te maken.
Wat verliest de failliet door de faillietverklaring?
De failliet verliest van rechtswege de beschikking en het beheer over zijn vermogen, vanaf het begin van de dag waarop het vonnis wordt uitgesproken (artikel 23 Fw). Vanaf dat moment kan alleen de curator nog rechtsgeldig over de boedel beschikken.
Omdat de dag vanaf nul uur telt, vallen ook betalingen die eerder op die dag zijn gedaan onder het faillissement. Rechtshandelingen die de failliet daarna nog verricht, binden de boedel niet, tenzij de boedel erdoor is gebaat (artikel 24 Fw).
Lopende executies en gelegde beslagen vervallen door het faillissement. Dat heet het fixatiebeginsel: het vermogen wordt bevroren op de datum van faillietverklaring. Een individuele schuldeiser kan dan niet meer voorrang halen door snel te handelen.
Bij een eenmanszaak is er geen scheiding tussen zakelijk en privévermogen; het faillissement raakt beide. Het faillissement van een vennootschap onder firma brengt niet vanzelf het faillissement van de vennoten mee. Dat besliste de Hoge Raad op 6 februari 2015 (ECLI:NL:HR:2015:251): de positie van iedere vennoot moet afzonderlijk worden beoordeeld. Bij een bv blijft het privévermogen van de bestuurder in beginsel buiten schot, tenzij er grond is voor bestuurdersaansprakelijkheid.
Welke taken heeft de curator?
De curator brengt eerst in kaart wat er is, verkoopt daarna de bezittingen en verdeelt de opbrengst over de schuldeisers. Daarnaast onderzoekt hij hoe het faillissement is ontstaan.
Hij maakt een boedelbeschrijving en een staat van baten en schulden, met de bezittingen, de vorderingen en de bekende schuldeisers. Hij neemt de administratie onder zich, blokkeert de bankrekeningen en beoordeelt welke overeenkomsten nog lopen. De failliet en de bestuurders moeten hem alle inlichtingen geven die hij vraagt.
Vervolgens verzilvert hij de boedel. Voorraad, machines, voertuigen, vorderingen op afnemers, intellectuele eigendom en vastgoed worden te gelde gemaakt, onderhands of bij openbare verkoop. Voor een onderhandse verkoop heeft hij machtiging van de rechter-commissaris nodig. Levert de verkoop van de onderneming als geheel meer op dan een verkoop in onderdelen, dan onderzoekt de curator een doorstart.
Het onderzoek naar de oorzaken is een kerntaak. Sinds de Wet versterking positie curator (2017) moet de curator volgens artikel 68 Fw nagaan of er onregelmatigheden zijn die tot het faillissement hebben geleid. Hij informeert de rechter-commissaris daarover en doet zo nodig melding of aangifte. Bij zijn beheer weegt de curator ook maatschappelijke belangen mee, zoals werkgelegenheid bij een mogelijke doorstart.
Welke bevoegdheden heeft de curator tegenover derden?
De curator kan handelingen van vóór het faillissement die schuldeisers hebben benadeeld, vernietigen met de faillissementspauliana. Ook kan hij bestuurders aansprakelijk stellen voor het tekort in de boedel.
Een rechtshandeling die de schuldenaar onverplicht verrichtte en waarvan hij en, bij een handeling om baat, de wederpartij wisten of behoorden te weten dat schuldeisers zouden worden benadeeld, kan hij vernietigen op grond van artikel 42 Fw. Voor de betaling van een opeisbare schuld geldt de strengere maatstaf van artikel 47 Fw. Die betaling is alleen aantastbaar als de ontvanger wist dat het faillissement al was aangevraagd, of als de betaling het gevolg was van overleg om die schuldeiser te bevoordelen. Meer hierover leest u in ons artikel over de actio pauliana.
Tegenover de bestuurder kan de curator een vordering instellen wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling (artikel 2:248 BW). Heeft het bestuur de boekhoudplicht of de publicatieplicht van de jaarrekening niet nageleefd, dan staat vast dat het zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld. Er wordt dan ook vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Alleen onbehoorlijk bestuur in de drie jaar vóór het faillissement telt mee. Daarnaast kan de curator een civielrechtelijk bestuursverbod vorderen (artikel 106a Fw), dat maximaal vijf jaar duurt.
Wat gebeurt er met huur en andere lopende contracten?
Lopende overeenkomsten eindigen niet automatisch door het faillissement. Voor huur geldt een eigen regeling; voor andere wederkerige overeenkomsten kan de wederpartij de curator dwingen te kiezen.
Volgens artikel 39 Fw kunnen zowel de curator als de verhuurder de huurovereenkomst tussentijds opzeggen. Daarbij geldt de overeengekomen of gebruikelijke termijn, maar een termijn van drie maanden is in elk geval voldoende. Is de huur vooruitbetaald, dan kan niet eerder worden opgezegd dan tegen het einde van de betaalde periode. De huur vanaf de dag van faillietverklaring is een boedelschuld.
Voor andere overeenkomsten, zoals lease, licenties, abonnementen en leveringscontracten, geldt artikel 37 Fw. De wederpartij kan de curator een redelijke termijn stellen om te verklaren of hij de overeenkomst nakomt. Reageert de curator niet, dan verliest hij het recht om nakoming te vorderen. Kiest hij voor nakoming, dan moet hij zekerheid stellen en wordt de verplichting een boedelschuld. Veel contracten bevatten ook een beding dat de wederpartij bij faillissement mag ontbinden. Of zo’n beding standhoudt, hangt af van de formulering en van de vraag of het de boedel onaanvaardbaar benadeelt.
Leveranciers met een eigendomsvoorbehoud kunnen hun goederen in beginsel terugvorderen. De goederen moeten dan nog herkenbaar aanwezig zijn en mogen niet zijn verwerkt of opgegaan in een andere zaak. Meld dat recht direct bij de curator, met de overeenkomst en de algemene voorwaarden. Wie wacht tot de verkoop rond is, komt te laat.
Wat betekent het faillissement voor werknemers?
De curator kan de arbeidsovereenkomsten opzeggen met machtiging van de rechter-commissaris. Een opzegtermijn van zes weken is daarbij in elk geval voldoende (artikel 40 Fw).
Een ontslagvergunning van het UWV is niet nodig. Ook het opzegverbod tijdens ziekte staat niet aan de opzegging in de weg. Het loon en de premies vanaf de dag van faillietverklaring zijn boedelschulden, die met voorrang worden betaald voor zover de boedel toereikend is.
In de praktijk neemt het UWV de betaling over via de loongarantieregeling. Het UWV betaalt dan het achterstallige loon over ten hoogste dertien weken vóór de opzegging, het loon over de opzegtermijn tot ten hoogste zes weken, en het vakantiegeld en de niet-opgenomen vakantiedagen over ten hoogste een jaar. Meld u daarvoor tijdig bij het UWV.
Bij faillissement bestaat geen recht op een transitievergoeding (artikel 7:673c BW). Wordt de onderneming doorgestart, dan bepaalt de overnemende partij zelf wie zij een nieuw contract aanbiedt. De regels over overgang van onderneming gelden bij faillissement in beginsel niet. Wat dat voor u betekent, staat in ons artikel over een doorstart na faillissement.
Hoe worden schuldeisers betaald en in welke volgorde?
Schuldeisers melden hun vordering aan bij de curator. De opbrengst wordt daarna verdeeld volgens een vaste rangorde, en in veel faillissementen blijft er voor gewone schuldeisers weinig of niets over.
Meld uw vordering met onderbouwende stukken en een opgave van eventuele voorrang. De curator plaatst de vordering op de lijst van voorlopig erkende of betwiste vorderingen. Over betwiste vorderingen beslist uiteindelijk de rechter in een zogenoemde renvooiprocedure.
Tot wanneer kunt u uw vordering indienen?
De rechter-commissaris bepaalt de uiterste datum voor het indienen van vorderingen en de datum van de verificatievergadering (artikel 108 Fw). Tussen die twee data liggen ten minste veertien dagen.
Dient u later in, dan kan uw vordering nog worden geverifieerd als u haar uiterlijk twee dagen vóór de verificatievergadering bij de curator indient (artikel 127 Fw). De curator en de aanwezige schuldeisers kunnen daar dan wel bezwaar tegen maken.
Bovenaan staan de separatisten: pand- en hypotheekhouders kunnen hun recht uitoefenen alsof er geen faillissement is (artikel 57 Fw). Daarna komen de boedelschulden, de kosten die na de faillietverklaring zijn ontstaan, waaronder het salaris van de curator en het loon over de opzegtermijn. Vervolgens komen de preferente vorderingen, zoals die van de Belastingdienst en het UWV. Pas daarna volgen de concurrente schuldeisers, die volgens artikel 3:277 BW naar evenredigheid delen in wat overblijft.
Zijn er niet genoeg baten om zelfs de boedelschulden te voldoen, dan wordt het faillissement opgeheven wegens gebrek aan baten (artikel 16 Fw) of vereenvoudigd afgewikkeld (artikel 137a Fw). Wat u als schuldeiser nog kunt doen, leest u in ons artikel over de gevolgen van een faillissement voor schuldeisers.
Hoe verloopt de afwikkeling en wanneer eindigt het faillissement?
De curator brengt elke drie maanden openbaar verslag uit en verdeelt de opbrengst uiteindelijk via een uitdelingslijst. Het faillissement eindigt met de slotuitdeling, een akkoord of een opheffing.
De verslagen (artikel 73a Fw) staan in het Centraal Insolventieregister. Ze geven schuldeisers zicht op de opbrengsten, de kosten en de te verwachten uitkering. Is er iets te verdelen, dan roept de rechter-commissaris een verificatievergadering bijeen waarop de vorderingen definitief worden vastgesteld. Daarna stelt de curator een uitdelingslijst op, die de rechter-commissaris goedkeurt en die een tijd ter inzage ligt. Schuldeisers kunnen daartegen in verzet komen.
Wordt de slotuitdelingslijst verbindend, dan eindigt het faillissement. Een rechtspersoon houdt dan op te bestaan, tenzij er later nog baten blijken te zijn. Een andere uitweg is het akkoord: de failliet biedt zijn schuldeisers een percentage van hun vordering aan tegen finale kwijting. Wordt het akkoord met de vereiste meerderheid aangenomen en door de rechtbank gehomologeerd, dan is het bindend voor alle concurrente schuldeisers, ook voor wie tegenstemde.
Wat doet de rechter-commissaris?
De rechter-commissaris houdt toezicht op het beheer en de vereffening door de curator. Hij is geen tweede curator, maar een controleur die machtigingen verleent en bevelen kan geven.
Voor een reeks handelingen heeft de curator machtiging nodig, onder meer voor het voeren van een procedure, het opzeggen van arbeidsovereenkomsten en de onderhandse verkoop van bezittingen. Bent u het als schuldeiser of als failliet oneens met een handeling van de curator, dan kunt u de rechter-commissaris vragen de curator een bevel te geven. Tegen een beschikking van de rechter-commissaris staat binnen vijf dagen beroep open bij de rechtbank (artikel 67 Fw). Die route wordt weinig gebruikt, maar kan bij een echt geschilpunt effectief zijn.
De rechtbank stelt het salaris van de curator vast. Dat salaris is een boedelschuld en gaat dus voor op de vorderingen van gewone schuldeisers. Daarom gaat in kleine faillissementen de opbrengst vaak grotendeels op aan de afwikkeling zelf.
Wanneer wordt een faillissement een strafzaak?
Als er sprake is van faillissementsfraude. Die is strafbaar gesteld in titel XXVI van het Wetboek van Strafrecht, over benadeling van schuldeisers.
Het gaat dan bijvoorbeeld om het wegsluizen van goederen uit de boedel, het bevoordelen van één schuldeiser vlak voor het faillissement of het niet voeren en niet afgeven van een deugdelijke administratie. Ook wie weigert de curator de gevraagde inlichtingen te geven, kan strafrechtelijk worden aangepakt.
De melding van onregelmatigheden door de curator leidt niet automatisch tot vervolging, maar is vaak wel het begin van een onderzoek door de FIOD of de politie. Los daarvan kan de curator langs civiele weg het bestuursverbod van artikel 106a Fw vorderen. Een bestuurder mag dan maximaal vijf jaar geen bestuurder of commissaris van een rechtspersoon zijn.
Wat als de failliet een natuurlijke persoon is?
Een natuurlijke persoon houdt na het faillissement zijn restschulden. Voor hem bestaat daarom de wettelijke schuldsaneringsregeling, die kan eindigen met een schone lei.
Een bv verdwijnt na afwikkeling van het faillissement, een mens niet. Sinds 1 juli 2023 duurt een schuldsaneringstraject in beginsel achttien maanden in plaats van drie jaar. In die periode staat de schuldenaar onder toezicht van een bewindvoerder en een rechter-commissaris. Hij moet zich inspannen om inkomen te verwerven en draagt af wat boven het vrij te laten bedrag uitkomt. De rechtbank kan een lopend faillissement op verzoek omzetten in een schuldsanering. Wat dat voor schuldeisers betekent, leest u in ons artikel over schuldsanering en schuldeisers.
Wat kunt u als schuldeiser of bestuurder nu doen?
Bepaal uw positie zo vroeg mogelijk. De eerste weken na de faillietverklaring bepalen vaak hoeveel er nog te redden valt.
Een schuldeiser met een zekerheidsrecht staat sterk, maar moet dat recht wel direct melden. Een concurrente schuldeiser heeft er belang bij na te gaan of de curator paulianeuze transacties onderzoekt en of er grond is voor bestuurdersaansprakelijkheid. Beide sporen kunnen de boedel vergroten en daarmee de uitkering aan schuldeisers. Een onderbouwd verzoek aan de curator om een bepaald spoor te onderzoeken, is toegestaan en wordt in de praktijk serieus genomen.
Een bestuurder doet er goed aan volledig mee te werken, de administratie compleet over te dragen en vragen van de curator schriftelijk en tijdig te beantwoorden. Ontvangt u een aansprakelijkstelling, laat die dan beoordelen voordat u inhoudelijk reageert. Een voorbeeld: een bestuurder die de jaarrekening te laat heeft gedeponeerd, krijgt te maken met het bewijsvermoeden van artikel 2:248 BW. Hij kan dat weerleggen door aan te tonen dat het faillissement door andere oorzaken is ontstaan, maar dat vraagt een goede onderbouwing. De tekst van de genoemde bepalingen vindt u in de Faillissementswet.
Waar let u als schuldeiser op?
- Meld uw vordering schriftelijk bij de curator vóór de uiterste indieningsdatum die de rechter-commissaris heeft bepaald (artikel 108 Fw).
- Voeg factuur, overeenkomst en algemene voorwaarden toe en vermeld of u voorrang, pand of hypotheek claimt (artikel 110 Fw).
- Roep een eigendomsvoorbehoud direct in, zolang de goederen nog herkenbaar aanwezig zijn.
- Stel de curator bij een lopend contract een redelijke termijn om te kiezen of hij nakomt (artikel 37 Fw).
- Volg de openbare verslagen van de curator in het Centraal Insolventieregister.
Waar let u als bestuurder op?
- Draag de volledige administratie over en beantwoord vragen van de curator schriftelijk en tijdig.
- Controleer of de jaarrekeningen van de laatste drie jaar vóór het faillissement op tijd zijn gedeponeerd (artikel 2:248 lid 2 BW).
- Ga na of betalingen aan uzelf of aan verbonden partijen vlak voor het faillissement aantastbaar zijn (artikel 42 en 47 Fw).
- Reageer niet inhoudelijk op een aansprakelijkstelling voordat die is beoordeeld.
Wat kunnen wij voor u doen bij een faillissement?
Wij staan bestuurders en schuldeisers bij in faillissementen; meer daarover leest u op de pagina van onze advocaat faillissement. Concreet doen wij het volgende.
- Wij melden uw vordering bij de curator aan, met de juiste onderbouwing en een beroep op voorrang of zekerheden (artikel 110 Fw).
- Wij beoordelen of u een eigendomsvoorbehoud, pandrecht of retentierecht kunt uitoefenen en maken dat recht bij de curator geldend.
- Wij toetsen of een betaling of overdracht die de curator terugvordert, werkelijk paulianeus is (artikel 42 en 47 Fw).
- Wij beoordelen een aansprakelijkstelling op grond van artikel 2:248 BW en bereiden het verweer voor, ook tegen het bewijsvermoeden.
- Wij voeren het overleg met de curator en vragen zo nodig de rechter-commissaris om de curator een bevel te geven; tegen diens beschikking staat binnen vijf dagen beroep open (artikel 67 Fw).
Samengevat
- De curator beheert en vereffent de boedel voor de gezamenlijke schuldeisers en staat onder toezicht van de rechter-commissaris.
- Vanaf de dag van faillietverklaring verliest de failliet het beheer en de beschikking over zijn vermogen; beslagen vervallen.
- De curator kan benadelende handelingen vernietigen (artikel 42 en 47 Fw) en bestuurders aansprakelijk stellen (artikel 2:248 BW).
- Huur en arbeidsovereenkomsten kan de curator met verkorte termijnen opzeggen: drie maanden voor huur, zes weken voor werknemers.
- Schuldeisers worden betaald volgens een vaste rangorde; concurrente schuldeisers krijgen vaak weinig of niets.
Veelgestelde vragen
Voor wie werkt de curator?
Voor de gezamenlijke schuldeisers. Hij behartigt niet het belang van de failliet en ook niet dat van één schuldeiser. Wel weegt hij maatschappelijke belangen mee, zoals werkgelegenheid bij een mogelijke doorstart.
Moet u meewerken als de curator informatie vraagt?
Ja. De failliet en de bestuurders hebben een wettelijke inlichtingenplicht en moeten de volledige administratie afgeven. Weigeren kan leiden tot dwangmaatregelen, een bestuursverbod en strafrechtelijke vervolging.
Hoe meldt u uw vordering aan?
Schriftelijk bij de curator. Vermeld de aard en het bedrag van de vordering, voeg de bewijsstukken toe, zoals factuur en overeenkomst, en geef aan of u voorrang, pand, hypotheek of retentierecht claimt (artikel 110 Fw). Meld ook een eigendomsvoorbehoud, pandrecht of retentierecht meteen; anders kunt u die rechten in de praktijk vaak niet meer uitoefenen.
Hoe lang duurt een faillissement?
Dat verschilt sterk. Een klein faillissement zonder baten kan binnen enkele maanden worden opgeheven. Een faillissement met vastgoed, procedures of een paulianaonderzoek duurt soms jaren. De verslagen van de curator geven zicht op de voortgang.
Kan de curator uw betaling terugvorderen?
Dat kan, als de betaling paulianeus was. Bij betaling van een opeisbare schuld gelden de strenge eisen van artikel 47 Fw: wetenschap van de faillissementsaanvraag of overleg om u te bevoordelen. Bij onverplichte handelingen ligt de drempel lager.
Bent u als bestuurder automatisch aansprakelijk?
Nee. Aansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW vereist kennelijk onbehoorlijk bestuur dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Was de administratie of de publicatie van de jaarrekening niet op orde, dan geldt wel een bewijsvermoeden tegen u.
Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina ondernemingsrecht advocaat.