Gepubliceerd op 13 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 28 september 2026
Sinds 1 september 2025 kan de Autoriteit Consument en Markt (ACM) ook kleine overnames achteraf toetsen aan het verbod op misbruik van een economische machtspositie. Dat geldt alleen als de koper al een machtspositie heeft en de mededinging door de transactie wezenlijk wordt belemmerd; een groot marktaandeel alleen is niet genoeg. In dit artikel leest u wat er is veranderd, hoe de ACM een machtspositie vaststelt, welke vormen van misbruik er zijn en wat dit betekent voor uw onderneming.
Met die wetswijziging en een bredere blik op wat misbruik van macht inhoudt, krijgen ondernemingen met een sterke marktpositie strengere controles. Bedrijven kunnen er niet meer van uitgaan dat een overname buiten beeld blijft omdat die te klein is om vooraf te melden.
Deze aanpak raakt iedere onderneming met een stevige positie in haar markt. De criteria voor machtsmisbruik en de praktijkvoorbeelden hieronder laten zien dat de spelregels verschuiven.
Inhoudsopgave
Wat is er veranderd in de aanpak van de ACM?
De ACM mag het misbruikverbod nu ook toepassen op concentraties die onder de meldingsdrempels blijven. Aanleiding waren een Europees arrest en een wijziging van de Mededingingswet.
Daardoor kan de ACM kleinere fusies en overnames aanpakken die eerder buiten schot bleven. Hieronder leest u de achtergrond.
Wat hield de wetswijziging in?
Artikel 24 van de Mededingingswet verbiedt ondernemingen misbruik te maken van hun economische machtspositie. Tot 1 september 2025 stond in lid 2 van dat artikel dat het tot stand brengen van een concentratie geen misbruik kon opleveren.
Die uitzondering is geschrapt. Een overname die niet gemeld hoefde te worden, kan daardoor nu wel als misbruik worden beoordeeld.
Gevolgen van de wetswijziging:
- de ACM mag niet-meldingsplichtige fusies en overnames achteraf onderzoeken;
- kleinere overnames vallen onder toezicht als de koper een machtspositie heeft;
- sancties zijn mogelijk voor transacties onder de omzetdrempels.
De wijziging is op 1 september 2025 in werking getreden. Bedrijven met hoge marktaandelen krijgen daardoor meer onzekerheid, ook bij kleinere overnames.
Voor de stappen bij een fusie zelf verwijzen wij naar ons stappenplan voor een juridische fusie. Voor ondernemingen met een sterke marktpositie hoort een mededingingstoets daar voortaan bij.
Welke rol speelde het Towercast-arrest?
Het Hof van Justitie van de Europese Unie wees op 16 maart 2023 het Towercast-arrest (zaak C-449/21). Dat arrest bracht de Nederlandse wetswijziging op gang.
Kernbeslissing van het Hof:
- nationale mededingingsautoriteiten mogen artikel 102 VWEU toepassen op concentraties;
- dat geldt ook voor transacties onder de meldingsdrempels;
- voorwaarde is dat de transactie niet naar de Europese Commissie is verwezen.
Het arrest maakt ook duidelijk dat alleen het versterken van een machtspositie niet genoeg is om van misbruik te spreken. Er moet worden aangetoond dat de mate van overheersing de mededinging wezenlijk belemmert.
Dat is het geval als op de markt alleen ondernemingen overblijven die in hun marktgedrag afhankelijk zijn van de dominante onderneming. De ACM kan dus niet zomaar elke overname door een marktleider aanpakken. Er is bewijs nodig van echte marktbeheersing, niet alleen van marktmacht.
Wat is het verschil met de eerdere handhaving?
De ACM kan nu anders optreden dan voorheen. Eerder kon de toezichthouder concentraties alleen beoordelen als ze meldingsplichtig waren en boven de omzetdrempels uitkwamen.
Belangrijke veranderingen in handhaving:
| Vroeger | Nu |
|---|---|
| Alleen meldingsplichtige fusies | Ook kleine, niet-gemelde transacties |
| Voorafgaand toezicht | Achteraf onderzoek mogelijk |
| Duidelijke drempelwaarden | Beoordeling van de marktmacht zelf |
De focus ligt bij deze transacties op de economische machtspositie zelf. Een marktaandeel boven 50% geeft volgens vaste Europese rechtspraak een vermoeden van een machtspositie, maar dat vermoeden is weerlegbaar.
Bij marktaandelen tussen 40 en 50% zijn aanvullende aanwijzingen nodig. Onder de 40% is een machtspositie volgens de richtsnoeren van de Europese Commissie meestal onwaarschijnlijk.
De ACM startte al in maart 2025, nog vóór de wetswijziging, een onderzoek naar een niet-meldingsplichtige transactie in de geldtransportsector. Het ging om de overname van de Nederlandse tak van Ziemann door Brink’s. De ACM had reële zorgen over de concurrentie en baseerde het onderzoek op het Europese misbruikverbod.
Hoe stelt de ACM een economische machtspositie vast?
De ACM kijkt naar meer dan alleen het marktaandeel. Doorslaggevend is of een onderneming zich in belangrijke mate onafhankelijk kan gedragen van concurrenten, afnemers en leveranciers.
Hieronder leest u welke factoren daarbij een rol spelen.
Wat zegt het marktaandeel?
Een hoog marktaandeel is vaak de eerste aanwijzing voor een economische machtspositie, maar het zegt niet alles. Een marktaandeel vanaf 50% geldt als een sterke aanwijzing.
Bij het beoordelen van het marktaandeel kijkt de ACM naar verschillende factoren:
- de stabiliteit van het marktaandeel door de tijd heen;
- de hoogte van het aandeel ten opzichte van concurrenten;
- de ontwikkeling van de marktaandelen van andere spelers.
Een bedrijf met 40% marktaandeel kan soms meer marktmacht hebben dan een concurrent met 60% in een andere markt. Dat hangt af van de marktdynamiek, zoals het aantal en de sterkte van de concurrenten.
De ACM analyseert of het bedrijf zijn prijzen kan verhogen zonder klanten te verliezen. Zij kijkt ook naar de concurrentiedruk van kleinere spelers. Veel kleine concurrenten kunnen de machtspositie van een groot bedrijf beperken.
In gereguleerde sectoren speelt de ACM daarnaast een eigen rol, bijvoorbeeld bij geschillen op het gebied van energierecht.
Hoe wegen afhankelijkheid en marktafbakening mee?
De ACM onderzoekt of een onderneming zich onafhankelijk van anderen kan gedragen. Die onafhankelijkheid blijkt uit het marktgedrag en uit de afhankelijkheid van afnemers en leveranciers.
Afhankelijkheidsrelaties zijn belangrijk:
- Kunnen afnemers gemakkelijk overstappen naar een andere leverancier?
- Hebben leveranciers alternatieven voor hun afzet?
- Zijn er overstapmogelijkheden tussen producten?
De ACM kijkt ook naar toetredingsdrempels voor nieuwe concurrenten. Hoge investeringskosten, regelgeving of technische barrières kunnen een machtspositie versterken.
Bij de marktafbakening beoordeelt de ACM welke producten of diensten echt met elkaar concurreren. Een smal afgebakende markt leidt sneller tot een machtspositie dan een brede markt.
Welke rol spelen de product- en geografische markt?
De productmarkt bestaat uit goederen of diensten die afnemers als uitwisselbaar zien. Die substitutiemogelijkheden bepalen de grenzen van de concurrentie.
Bij de afbakening van de productmarkt wordt vaak de SSNIP-test gebruikt (Small but Significant Non-transitory Increase in Price). De vraag is dan: zouden afnemers overstappen bij een kleine maar blijvende prijsstijging van 5 tot 10%?
De geografische markt bepaalt waar de concurrentie zich afspeelt:
- lokale markten, zoals detailhandel of openbaar vervoer;
- nationale markten, zoals telecom of energie;
- Europese markten, bijvoorbeeld luchtvaart of farmacie.
Transportkosten, regelgeving en voorkeuren van afnemers beïnvloeden die afbakening. Welke markt het is, verschilt per zaak; de voorbeelden hierboven zijn alleen een indicatie.
Een bedrijf kan regionaal dominant zijn zonder nationale marktmacht te hebben. De ACM past deze criteria toe om te beoordelen of een onderneming haar economische machtspositie misbruikt door de concurrentie te beperken.
Hoe past de ACM artikel 24 Mededingingswet toe op fusies en overnames?
De ACM kan het misbruikverbod nu ook toepassen op overnames onder de meldingsdrempels. Ondernemingen met marktmacht kunnen daardoor achteraf worden gecontroleerd en riskeren sancties.
Hieronder leest u onder welke voorwaarden dat gebeurt en wat de gevolgen kunnen zijn.
Wanneer toetst de ACM een transactie achteraf?
De ACM mag sinds 1 september 2025 kleine fusies en overnames achteraf onderzoeken. Het gaat om transacties die onder de gewone omzetdrempels voor melding vallen.
Artikel 24 lid 2 Mededingingswet beschermde eerder alle concentraties tegen het misbruikverbod. Die bescherming geldt nu niet meer voor niet-meldingsplichtige transacties.
Voorwaarden voor onderzoek:
- de koper moet een economische machtspositie hebben;
- vaak betekent dat een marktaandeel boven 50%;
- bij 40 tot 50% zijn aanvullende aanwijzingen nodig;
- onder 40% is een machtspositie weinig waarschijnlijk.
De wijziging volgt uit het Towercast-arrest van het Hof van Justitie van de EU. Volgens dat arrest mogen nationale autoriteiten artikel 102 VWEU toepassen op kleine transacties. De Europese Commissie kan zulke zaken ook zelf oppakken; meer over de verhouding tussen de ACM en de Commissie leest u in ons artikel over de mededingingsautoriteit.
Welke sancties zijn mogelijk bij misbruik binnen overnames?
Stelt de ACM misbruik vast, dan kan zij een boete opleggen. Zij kan ook een last onder dwangsom opleggen om het misbruik te beëindigen.
Een onderzoek alleen kan bedrijven al flink raken. Onzekerheid en negatieve publiciteit zorgen er in de praktijk soms voor dat partijen een transactie stopzetten of terugdraaien.
Criteria voor misbruik:
- alleen versterking van de machtspositie is niet genoeg;
- er moet sprake zijn van een wezenlijke belemmering van de mededinging;
- op de markt blijven dan in feite alleen ondernemingen over die afhankelijk zijn van de dominante speler.
De ACM moet aantonen dat de transactie leidt tot een overheersing die de mededinging op die manier schaadt.
Welke voorbeelden zijn er uit de praktijk?
Er zijn al Europese voorbeelden die de impact van deze bevoegdheid laten zien. In België zagen partijen af van een transactie of draaiden zij die terug nadat de Belgische Mededingingsautoriteit een onderzoek was gestart.
Belgische voorbeelden:
- Proximus/EDPnet: de telecomaanbieder verkocht het overgenomen EDPnet door aan Citymesh na het ingrijpen van de mededingingsautoriteit.
- Dossche Mills/Ceres: partijen zagen af van de transactie in de meelsector.
In Nederland is de ACM gestart met een onderzoek in de geldtransportsector naar de overname van Ziemann door Brink’s. Dat onderzoek moet uitwijzen of er een overtreding is.
Welke vormen van misbruik van een machtspositie zijn er?
Een onderneming misbruikt haar machtspositie als zij haar positie gebruikt om concurrenten uit te sluiten of afnemers uit te buiten. Voorbeelden zijn leveringsweigering, uitsluitende kortingen, roofprijzen en buitensporige prijzen.
Hieronder leest u per vorm wat het inhoudt en welke bekende zaken er zijn. De grote boetes die worden genoemd, zijn opgelegd door de Europese Commissie; de ACM past dezelfde maatstaven toe.
Wanneer is leveringsweigering misbruik?
Leveringsweigering is aan de orde als een dominant bedrijf zonder goede reden niet levert aan bepaalde afnemers. Dat kan de concurrentie flink schaden.
Microsoft kreeg in 2004 een boete van bijna 500 miljoen euro van de Europese Commissie. Het bedrijf deelde essentiële interface-informatie niet met makers van concurrerende serversoftware, waardoor hun producten slecht samenwerkten met Windows-computers.
Leveringsweigering is volgens de rechtspraak misbruik als:
- het bedrijf een economische machtspositie heeft;
- er geen objectieve rechtvaardiging is voor de weigering;
- de weigering de concurrentie beperkt of uitsluit.
Ook het weigeren van toegang tot onmisbare infrastructuur kan hieronder vallen. Onredelijke contractvoorwaarden die in feite op een weigering neerkomen, kunnen eveneens misbruik zijn.
Let op: leveringsweigering is iets anders dan werkweigering door een werknemer. Dat laatste is een arbeidsrechtelijk begrip.
Wat zijn uitsluitende kortingen, prijsdiscriminatie en marge-uitholling?
Dominante bedrijven mogen geen prijzen of kortingen hanteren die de concurrentie verstoren. Denk aan kortingen die afnemers aan zich binden, of aan prijsverschillen zonder zakelijke reden.
Bij marge-uitholling hanteert een verticaal geïntegreerd dominant bedrijf een zo klein verschil tussen de groothandelsprijs voor concurrenten en de eigen eindprijs dat concurrenten geen winst meer kunnen maken. Zo wordt hun winstmarge weggenomen.
Mogelijk verboden praktijken:
- selectieve kortingen die concurrenten benadelen;
- loyaliteitskortingen die exclusiviteit afdwingen;
- discriminerende prijzen zonder geldige reden;
- marge-uitholling bij toegang tot een onmisbare dienst.
De ACM kijkt of prijsverschillen te verklaren zijn uit kostenverschillen. Prijsdiscriminatie die vooral bedoeld is om concurrenten te beperken, kan tot een boete leiden.
Wat zijn buitensporige prijzen en roofprijzen?
Dominante bedrijven mogen hun positie niet misbruiken door buitensporig hoge of juist onredelijk lage prijzen te vragen. Beide kunnen misbruik zijn.
De ACM legde farmaceut Leadiant een miljoenenboete op voor een buitensporige prijs van een geneesmiddel voor een zeldzame ziekte. Het bedrijf verhoogde de prijs fors zonder dat de productiekosten waren gestegen, terwijl patiënten geen alternatief hadden.
Roofprijzen zijn prijzen onder de kostprijs om concurrenten uit de markt te drukken. Het bedrijf accepteert tijdelijk verlies om later de prijzen te kunnen verhogen.
Zo legde de Europese Commissie Qualcomm in 2019 een boete op van 242 miljoen euro, omdat het chips onder de kostprijs verkocht om concurrent Icera uit de markt te drukken. De ACM onderzoekt bij zulke prijzen of ze economisch te rechtvaardigen zijn en of ze de concurrentie schaden.
Hoe handhaaft de ACM en met wie werkt zij samen?
De ACM kiest met een prioriteringsbeleid welke zaken zij onderzoekt. Bij grensoverschrijdende zaken werkt zij samen met de Europese Commissie en andere mededingingsautoriteiten.
Meer over de manier waarop toezichthouders optreden, leest u in ons artikel over bestuursrechtelijke handhaving.
Hoe kiest de ACM welke zaken zij oppakt?
De ACM ontvangt meer signalen en handhavingsverzoeken dan zij kan onderzoeken. Daarom stelt zij prioriteiten volgens een gepubliceerd prioriteringsbeleid.
De ACM weegt daarbij onder meer:
- de schade aan markten: hoe groot is de schade voor de werking van de markt en voor afnemers?
- het maatschappelijk belang: welk publiek belang heeft ingrijpen?
- de effectiviteit: kan de ACM het probleem met haar instrumenten echt oplossen?
Deze criteria sluiten aan bij het doel van de ACM: markten moeten goed werken voor mensen en bedrijven.
De ACM krijgt signalen via verschillende kanalen. Ondernemers melden rechtstreeks bij de ACM, consumenten kunnen terecht bij ACM ConsuWijzer, en informanten kunnen ook anoniem signalen delen.
Hoe werkt de ACM samen met de Europese Commissie?
De ACM werkt samen met de Europese Commissie en met de mededingingsautoriteiten van andere lidstaten. Dat is vooral belangrijk bij grensoverschrijdende zaken.
Grote Europese concentraties beoordeelt de Europese Commissie zelf. Nationale autoriteiten zoals de ACM leveren daarbij marktkennis en kunnen zaken naar de Commissie verwijzen of van haar overnemen.
Belangrijke vormen van samenwerking:
- uitwisseling van informatie binnen het Europees mededingingsnetwerk;
- afstemming over welke autoriteit een zaak behandelt;
- bijstand bij onderzoeken in andere lidstaten;
- afstemming van maatregelen, zodat beslissingen elkaar niet tegenspreken.
De ACM heeft ook een rol bij het toezicht op digitale diensten onder de Digital Services Act (DSA). Daarbij werkt zij samen met andere Nederlandse en Europese toezichthouders.
Welke uitdagingen zijn er bij de handhaving?
De ACM staat voor flinke uitdagingen bij de handhaving van de mededingingsregels. Digitale markten veranderen snel en vragen om nieuwe aanpakken.
Belangrijkste uitdagingen:
- beperkte onderzoekscapaciteit;
- de complexiteit van de digitale economie;
- grensoverschrijdende aspecten;
- de benodigde technische expertise.
De ACM richt zich daarom op zaken met de grootste impact. Prioritering zorgt voor een efficiënter gebruik van middelen.
Door samen te werken met andere autoriteiten vergroot de ACM haar effectiviteit. Gezamenlijke expertise helpt bij lastige onderzoeken, en gecoördineerde handhaving voorkomt tegenstrijdige beslissingen.
De ACM past haar werkwijze aan als de markt verandert. Nieuwe technologieën vragen om aangepaste toezichtmethoden.
Wat betekent dit voor ondernemingen en de markt?
Voor dominante ondernemingen nemen de risico’s toe, vooral bij overnames. Tegelijk krijgen kleinere concurrenten en afnemers meer bescherming.
Hieronder leest u wat dit in de praktijk betekent voor dominante ondernemingen, voor de concurrentieverhoudingen en voor consumenten.
Welke risico’s en verplichtingen hebben dominante ondernemingen?
Een onderneming met een economische machtspositie heeft volgens de rechtspraak een bijzondere verantwoordelijkheid. Zij mag met haar gedrag de mededinging niet verder beperken.
Boeterisico’s vormen een belangrijk aandachtspunt. Boetes kunnen oplopen tot 10% van de jaaromzet van de onderneming.
Ondernemingen doen er goed aan hun prijsstelling te kunnen onderbouwen. Uitzonderlijk hoge prijzen zonder goede reden kunnen tot sancties leiden, vooral bij essentiële producten of diensten.
Leveringsweigering wordt kritisch beoordeeld. Een dominant bedrijf mag niet zomaar weigeren te leveren aan concurrenten; de Microsoft-zaak laat zien hoe dat kan uitpakken.
Koppelverkoop staat eveneens onder toezicht. De Europese Commissie legde Google in 2018 een boete van ruim 4 miljard euro op, onder meer omdat fabrikanten van Android-telefoons de Play Store alleen kregen als zij ook Google-apps voorinstalleerden. Het Gerecht van de EU verlaagde de boete later iets, maar bevestigde de kern.
De ACM kan nu ook achteraf kleine overnames onderzoeken op machtsmisbruik. Dat vergroot de risico’s bij overnames.
Hoe veranderen de concurrentieverhoudingen?
De handhaving van de mededingingsregels beïnvloedt hoe bedrijven concurreren. Kleinere spelers worden beschermd tegen uitsluitingspraktijken van dominante bedrijven.
Roofprijzen worden aangepakt; de Qualcomm-zaak is daarvan een voorbeeld.
Exclusieve afspraken kunnen onder druk komen te staan. Van den Bergh Foods moest ophouden met het uitsluiten van ijsjes van concurrenten uit de diepvrieskisten die het aan winkeliers uitleende. Dat opende de deur voor andere aanbieders.
Online platforms krijgen speciale aandacht. Zij mogen hun eigen diensten niet oneerlijk bevoordelen boven die van concurrenten. Google moest de weergave van Google Shopping aanpassen na een boete van 2,4 miljard euro, die het Hof van Justitie in 2024 heeft bevestigd. Welke regels verder gelden voor online verkoop, leest u in ons artikel over e-commercewetgeving.
Naast het misbruikverbod blijft het kartelverbod van artikel 6 Mededingingswet gelden. Afspraken tussen ondernemingen die de concurrentie beperken, zoals prijsafspraken, marktverdeling en productieafspraken, zijn verboden.
Hoe worden consumenten beschermd?
Consumenten profiteren van goede handhaving door meer keuzemogelijkheden en betere prijzen. De ACM richt zich ook op praktijken die consumenten rechtstreeks benadelen.
Buitensporige prijzen voor essentiële producten kunnen worden aangepakt. Vooral bij geneesmiddelen en andere noodzakelijke producten let de ACM scherp op.
Toegang tot alternatieven wordt beter gewaarborgd. Consumenten kunnen gemakkelijker kiezen tussen aanbieders als uitsluitende afspraken niet zijn toegestaan.
Online bescherming krijgt extra aandacht. Platforms mogen afnemers niet misleiden door eigen producten zonder duidelijke reden prominenter te tonen. Dat maakt vergelijken eerlijker.
Innovatie krijgt ruimte doordat nieuwe bedrijven eerlijker kunnen concurreren. Zonder blokkades van dominante spelers kunnen meer vernieuwende producten en diensten ontstaan.
Samengevat
- Sinds 1 september 2025 kan de ACM ook overnames onder de meldingsdrempels toetsen aan het misbruikverbod van artikel 24 Mededingingswet.
- Dat kan alleen als de koper een machtspositie heeft en de transactie de mededinging wezenlijk belemmert.
- Een marktaandeel boven 50% geeft een weerlegbaar vermoeden van een machtspositie; onder 40% is die meestal onwaarschijnlijk.
- Bekende vormen van misbruik zijn leveringsweigering, koppelverkoop, uitsluitende kortingen, roofprijzen en buitensporige prijzen.
- Heeft uw onderneming een sterke marktpositie, laat een voorgenomen overname dan vooraf op mededingingsrisico’s toetsen.
Veelgestelde vragen
De ACM beoordeelt economische machtsposities met vaste maatstaven, die nu ook op kleinere overnames van toepassing zijn. Hieronder vindt u antwoorden op vragen die wij vaak krijgen.
Welke criteria hanteert de ACM?
De ACM kijkt niet alleen naar het marktaandeel om een economische machtspositie vast te stellen. De vraag is of een onderneming weinig of geen rekening hoeft te houden met concurrenten, leveranciers of afnemers.
Bij digitale bedrijven let de ACM op netwerkeffecten: de waarde van een dienst stijgt als meer mensen die gebruiken.
De ACM beoordeelt ook of andere bedrijven gemakkelijk tot de markt kunnen toetreden. Hoge toetredingsdrempels wijzen vaak op een machtspositie.
Toegang tot essentiële voorzieningen speelt eveneens een rol. Heeft een bedrijf controle over infrastructuur die concurrenten nodig hebben, dan kan dat op een machtspositie wijzen.
Wat betekent dit voor digitale markten?
Online platforms krijgen extra aandacht van toezichthouders. Voor de grootste platforms gelden daarnaast Europese regels, zoals de Digital Markets Act.
Een platform dat eigen producten zonder objectieve reden prominenter toont dan die van concurrenten, kan misbruik maken van zijn positie.
Algoritmes die bepalen wat gebruikers zien, worden belangrijker bij het beoordelen van machtsmisbruik. Toezichthouders kijken of die voor alle aanbieders eerlijk werken.
Ook koppelverkoop krijgt meer aandacht in digitale markten. Een bedrijf mag zijn dominante positie niet gebruiken om andere producten mee te verkopen.
Wat betekent dit voor marktleiders?
Marktleiders dragen een bijzondere verantwoordelijkheid onder de mededingingsregels. De ACM moet misbruik bewijzen, maar een dominante onderneming doet er goed aan haar gedrag objectief te kunnen rechtvaardigen.
Boetes kunnen hoog uitvallen bij overtredingen. Volgens de Mededingingswet kan de ACM een boete opleggen tot 10% van de jaaromzet van een onderneming.
De ACM kan bij een onderzoek inzage vragen in contracten en interne documenten. Een goed gedocumenteerde onderbouwing van prijzen en voorwaarden helpt dan.
Fusies en overnames krijgen meer controle. Ook kleinere transacties kunnen achteraf worden onderzocht op machtsmisbruik.
Hoe weegt de ACM data en algoritmes?
Toegang tot grote hoeveelheden data kan bijdragen aan een machtspositie. Bedrijven die veel gebruikersgegevens verzamelen, hebben voordelen die concurrenten missen.
Of een dominante onderneming data met concurrenten moet delen, hangt af van de omstandigheden. Een weigering kan in uitzonderlijke gevallen misbruik zijn, bijvoorbeeld als de data onmisbaar zijn om te kunnen concurreren. Bij het delen van persoonsgegevens gelden daarnaast de privacyregels; zie ons artikel over de AVG en het delen van klantdata.
Algoritmes die markten beïnvloeden, kunnen worden getoetst op eerlijkheid. Toezichthouders letten erop dat zij niet discrimineren tegen bepaalde aanbieders.
Ook machine learning en AI-systemen krijgen aandacht, omdat deze technologieën marktmacht kunnen versterken.
Wat betekent dit voor het mkb?
Kleine bedrijven worden beschermd tegen uitsluitingspraktijken van grote concurrenten. Zij kunnen een melding doen bij de ACM als zij benadeeld worden.
Toegang tot essentiële diensten kan eerlijker worden. Dominante bedrijven mogen kleinere concurrenten niet zonder rechtvaardiging uitsluiten van belangrijke platforms of infrastructuur.
Contractvoorwaarden van dominante bedrijven moeten redelijk zijn. Zij mogen geen onredelijke eisen stellen aan kleinere partners.
Zo wordt het gemakkelijker voor nieuwe bedrijven om tot een markt toe te treden. De ACM ziet erop toe dat gevestigde spelers nieuwe concurrenten niet op oneerlijke wijze tegenhouden.
Een mkb-bedrijf dat zelf wil overnemen, hoeft zich meestal geen zorgen te maken: het misbruikverbod speelt alleen als de koper een machtspositie heeft.
Hoe weegt de ACM invloed van buiten Nederland?
De ACM werkt samen met andere Europese toezichthouders bij internationale zaken. Grote Amerikaanse en Aziatische techbedrijven krijgen vaak gezamenlijke aandacht.
De mededingingsregels gelden ook voor buitenlandse bedrijven die in Nederland actief zijn. Zij moeten zich aan de Nederlandse en Europese mededingingsregels houden.
De ACM deelt informatie met toezichthouders in andere landen. Zo wordt voorkomen dat bedrijven verschillende regels tegen elkaar uitspelen.
Wereldwijde marktposities kunnen meewegen bij de beoordeling. Beslissend blijft wel de positie op de relevante markt, die ook groter dan Nederland kan zijn.
Law & More adviseert ondernemingen over mededingingsrecht bij overnames en samenwerking. Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.