Jeugdstrafrecht: straffen, leeftijdsgrenzen en rechten van jongeren

Een tiener zit nadenkend op een bankje, met aan de ene kant een ondersteunende persoon en aan de andere kant een rechtershamer op een boek.

Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 30 oktober 2026

Het jeugdstrafrecht geldt voor jongeren die bij het strafbare feit 12 tot 18 jaar oud waren. De straffen zijn lichter dan bij volwassenen: jeugddetentie duurt maximaal één jaar voor 12- tot en met 15-jarigen en maximaal twee jaar voor 16- en 17-jarigen. Er zijn twee belangrijke uitzonderingen. De rechter kan een 16- of 17-jarige bij een ernstig feit volgens het volwassenenstrafrecht berechten (artikel 77b Wetboek van Strafrecht). En hij kan een 18- tot 23-jarige juist volgens het jeugdstrafrecht berechten (artikel 77c Sr).

Op deze pagina leest u voor welke leeftijden welk strafrecht geldt, welke straffen en maatregelen de kinderrechter kan opleggen, hoe een jeugdstrafzaak verloopt en wat de uitspraak betekent voor de justitiële documentatie. De regels staan in titel VIIIA van het Wetboek van Strafrecht (artikel 77a tot en met 77hh) en in het Wetboek van Strafvordering (artikel 486 en verder).

Welk strafrecht geldt bij welke leeftijd?

Een tiener zit samen met een advocaat in een rechtszaal terwijl een rechter op de achtergrond aanwezig is.

Bepalend is de leeftijd op het moment van het feit, niet de leeftijd op de dag van de zitting. Een jongen die op zijn zeventiende een inbraak pleegt en op zijn negentiende voor de kinderrechter staat, valt dus in beginsel onder het jeugdstrafrecht (artikel 77a Sr).

Leeftijd bij het feitUitgangspuntUitzondering
Jonger dan 12 jaarGeen strafvervolging mogelijkWel hulp of een kinderbeschermingsmaatregel via de civiele rechter
12 tot en met 15 jaarAltijd jeugdstrafrechtGeen
16 en 17 jaarJeugdstrafrechtVolwassenenstrafrecht bij ernst van het feit, persoonlijkheid of omstandigheden (art. 77b Sr)
18 tot 23 jaarVolwassenenstrafrechtJeugdstrafrecht als persoonlijkheid of omstandigheden daartoe aanleiding geven (art. 77c Sr)

De ruimere toepassing voor jongvolwassenen heet het adolescentenstrafrecht. Het is op 1 april 2014 in werking getreden. Sindsdien kan de rechter bij verdachten tussen 16 en 23 jaar kiezen tussen jeugd- en volwassenenstraffen. Het WODC houdt in de Monitor Jeugdcriminaliteit bij hoeveel jongeren een straf of maatregel krijgen.

Wanneer wordt een 16- of 17-jarige als volwassene berecht?

Artikel 77b Sr noemt drie gronden: de ernst van het feit, de persoonlijkheid van de dader en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd. Eén grond is genoeg. In de praktijk gaat het vooral om zware geweldsdelicten, zoals moord of doodslag. De rechter moet uitleggen waarom hij voor het volwassenenstrafrecht kiest. Vaak steunt hij daarbij op rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en gedragsdeskundigen.

Hoe dat uitpakt, ziet u in een zaak die de Hoge Raad op 5 maart 2024 afdeed (ECLI:NL:HR:2024:169). Een verdachte die 17 jaar was toen hij in 2019 in Amstelveen meermaals op iemand schoot, kreeg van het hof met toepassing van artikel 77b Sr tien jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord. De verdediging klaagde in cassatie over die keuze. De Hoge Raad verwierp het beroep zonder nadere motivering (artikel 81 Wet op de rechterlijke organisatie). In de conclusie bij die zaak legt de advocaat-generaal uit dat de ernst van het feit op zichzelf al een zelfstandige grond is (ECLI:NL:PHR:2024:64).

Wanneer krijgt een 18- tot 23-jarige een jeugdstraf?

Artikel 77c Sr werkt de andere kant op. De rechter kan het jeugdstrafrecht toepassen als de persoonlijkheid van de jongvolwassene of de omstandigheden van het feit daartoe aanleiding geven. Belangrijk is of er nog ruimte is voor pedagogische beïnvloeding. De reclassering gebruikt hiervoor een landelijk wegingskader en adviseert de rechter.

Een voorbeeld uit de rechtspraak: het gerechtshof Amsterdam paste op 25 januari 2024 het jeugdstrafrecht toe op een verdachte die 18 jaar was bij een diefstal met geweld met zwaar letsel als gevolg (ECLI:NL:GHAMS:2024:185). Het hof woog mee dat hij jong was, een licht verstandelijke beperking had en beïnvloedbaar was. Het volgde de adviezen van een psychiater, een GZ-psycholoog en de reclassering. Het legde 18 maanden jeugddetentie op, met een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel.

Welke straffen en maatregelen kent het jeugdstrafrecht?

Het jeugdstrafrecht maakt onderscheid tussen straffen en maatregelen (artikel 77h Sr). Een straf is een reactie op wat de jongere heeft gedaan. Een maatregel is vooral gericht op behandeling, gedragsverandering of beveiliging. De rechter kan beide combineren en een straf geheel of deels voorwaardelijk opleggen, vaak met begeleiding door de jeugdreclassering als bijzondere voorwaarde.

SanctieSoortWat houdt het in?
GeldboeteStrafBetalen van een bedrag; de rechter houdt rekening met het beperkte inkomen van een jongere
TaakstrafStrafWerkstraf (onbetaald werk) of leerstraf (training of cursus), of een combinatie
JeugddetentieStrafVerblijf in een justitiële jeugdinrichting: maximaal 12 maanden bij 12 tot en met 15 jaar, maximaal 24 maanden bij 16 en 17 jaar
Gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM)MaatregelVerplicht behandel- of trainingsprogramma, terwijl de jongere thuis woont
Plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ)MaatregelBehandeling in een gesloten jeugdinrichting bij ernstige feiten en een groot herhalingsrisico; de rechter beoordeelt periodiek of verlenging nodig is
Vrijheidsbeperkende maatregelMaatregelBijvoorbeeld een contact- of gebiedsverbod

Bij een PIJ-maatregel stelt de wet extra eisen: er moet sprake zijn van een ernstig misdrijf, en de veiligheid van anderen of de ontwikkeling van de jongere moet de maatregel vereisen. Meestal is een advies van gedragsdeskundigen nodig. In de zaak bij het hof Amsterdam hierboven speelde mee dat eerdere hulp niet had gewerkt en dat de deskundigen het herhalingsrisico hoog vonden.

Wat is een Halt-afdoening?

Bij lichte feiten, zoals winkeldiefstal of vernieling, kan de politie een jongere doorverwijzen naar Halt. De jongere doet dan een opdracht of leerproject en maakt de schade goed. Ouders worden er altijd bij betrokken. Volgens de politie kan een jongere maximaal twee keer naar Halt worden verwezen, tenzij de officier van justitie toestemming geeft voor een derde keer. Rondt de jongere Halt goed af, dan volgt geen strafzaak.

Kan het OM zelf een straf opleggen?

Ja. Bij minder ernstige feiten kan de officier van justitie een strafbeschikking geven, bijvoorbeeld een taakstraf of geldboete. Dan komt er geen zitting. Is de jongere het er niet mee eens, dan kan hij binnen twee weken verzet doen; de zaak gaat dan alsnog naar de kinderrechter. Het verschil tussen een strafbeschikking, een transactie en een dagvaarding heeft gevolgen voor wat later in de documentatie staat.

Welke rechten heeft een minderjarige verdachte bij de politie?

Een vrouw praat met een tienerjongen in een helder kantoor, ze luisteren aandachtig naar elkaar.

Een minderjarige verdachte heeft dezelfde basisrechten als een volwassene, met extra waarborgen. De belangrijkste staan in het Wetboek van Strafvordering vanaf artikel 486:

  • Het zwijgrecht geldt ook voor jongeren. De politie moet de jongere daarop wijzen in begrijpelijke taal.
  • Een aangehouden jongere heeft recht op een gesprek met een advocaat vóór het verhoor en op bijstand tijdens het verhoor. Die rechtsbijstand wordt voor een aangehouden minderjarige vergoed.
  • De ouders moeten zo snel mogelijk worden ingelicht over de aanhouding.
  • Naast de advocaat kan in sommige gevallen een ouder of andere vertrouwenspersoon bij het verhoor aanwezig zijn.
  • Jongeren die geen Nederlands spreken of doof zijn, krijgen een tolk.

Na de aanhouding meldt de politie de zaak bij de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad onderzoekt de achtergrond van de jongere en adviseert de officier van justitie en later de rechter. Volgens de politie adviseert de Raad altijd over de sanctie.

Hoe verloopt een zaak bij de kinderrechter?

Een jeugdstrafzaak verloopt in vier stappen. Elke stap heeft eigen regels die afwijken van een gewone strafzaak.

  1. Dagvaarding. Het OM dagvaardigt de jongere. De ouders of voogd krijgen een oproep. De Raad voor de Kinderbescherming en zo nodig de jeugdreclassering leveren vooraf een rapport aan.
  2. Eventueel een voorbereidende zitting. In grotere zaken kan eerst een regiezitting of pro-formazitting plaatsvinden, bijvoorbeeld als de jongere in voorlopige hechtenis zit of als er nog onderzoek nodig is.
  3. Inhoudelijke zitting. De kinderrechter behandelt de zaak, meestal alleen (enkelvoudige kamer). Bij zwaardere zaken oordelen drie rechters, onder wie een kinderrechter.
  4. Uitspraak en hoger beroep. Tegen de uitspraak staat binnen 14 dagen hoger beroep open bij het gerechtshof.

Moeten de ouders naar de zitting komen?

Ja. Ouders met gezag of de voogd zijn verplicht op de zitting te verschijnen (artikel 496a Sv). Blijven zij zonder goede reden weg, dan kan de rechter de zaak aanhouden en een bevel tot medebrenging geven. Dat geldt ook voor de jongere zelf: komt hij niet, dan kan de politie hem naar de volgende zitting brengen. Het doel is dat de rechter een goed beeld krijgt van de thuissituatie, school en vrije tijd.

Is de zitting openbaar?

Nee. Een jeugdstrafzaak wordt in beginsel achter gesloten deuren behandeld (artikel 495b Sv). Alleen de betrokkenen zijn aanwezig, zoals de ouders, de advocaat, de Raad voor de Kinderbescherming, de jeugdreclassering en het slachtoffer. De rechter kan de zitting openbaar maken als het belang van de openbaarheid zwaarder weegt dan de bescherming van de jongere. Ook de uitspraak wordt geanonimiseerd gepubliceerd.

Welke rol heeft het slachtoffer?

Het slachtoffer mag bij de zitting zijn en kan bij zwaardere feiten spreekrecht gebruiken. Hij kan zich ook als benadeelde partij voegen en schadevergoeding vragen. Bij een kind jonger dan 14 jaar zijn de ouders in de regel aansprakelijk voor de schade (artikel 6:169 Burgerlijk Wetboek). Bij 14- en 15-jarigen zijn ouders aansprakelijk, tenzij hun niet kan worden verweten dat zij het gedrag niet hebben verhinderd.

Wat blijft er na een jeugdstrafzaak over?

Ook jeugdzaken worden vastgelegd in de justitiële documentatie. Voor feiten die iemand als minderjarige pleegde, gelden kortere bewaartermijnen dan voor volwassenen. De termijnen staan in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens en hangen af van de afdoening en de zwaarte van het feit. Een Halt-afdoening komt niet op het strafblad.

De justitiële documentatie is niet openbaar. Een werkgever of opleiding ziet het strafblad dus niet zelf. Het belang zit in de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG). Justis beoordeelt bij een aanvraag of de vastgelegde feiten een risico vormen voor de functie. Voor werk in de zorg, het onderwijs, de kinderopvang of bij de politie kan een jeugdzaak daardoor nog jaren gevolgen hebben. Bij de beoordeling houdt Justis wel rekening met de leeftijd ten tijde van het feit.

Daarom loont het om al vroeg te kijken naar de afdoening. Een sepot of vrijspraak heeft andere gevolgen dan een veroordeling. Ook het verschil tussen een onvoorwaardelijke straf en een voorwaardelijke straf telt mee.

Wat gebeurt er na jeugddetentie of een PIJ-maatregel?

De jeugdreclassering en de jeugdinrichting maken al tijdens het verblijf een plan voor de terugkeer. Daarin staan school of werk, woonruimte en contact met het gezin. Na een PIJ-maatregel volgt in de regel een periode van voorwaardelijke beëindiging, waarin de jongere zich aan voorwaarden moet houden. Houdt hij zich daar niet aan, dan kan de rechter de maatregel weer laten uitvoeren.

Wat doet een advocaat in een jeugdstrafzaak?

Als strafrechtadvocaat staan wij jongeren en hun ouders bij, onder meer zo:

  • Wij bereiden de jongere voor op het politieverhoor en zijn bij het verhoor aanwezig.
  • Wij bespreken de rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en de jeugdreclassering en reageren daarop.
  • Wij voeren verweer als het OM vraagt om toepassing van het volwassenenstrafrecht (artikel 77b Sr), of vragen om jeugdstrafrecht voor een 18- tot 23-jarige (artikel 77c Sr).
  • Wij beoordelen wat de afdoening betekent voor de justitiële documentatie en een latere VOG.

Jeugdstrafrecht in vijf punten

  • De leeftijd op het moment van het feit bepaalt welk strafrecht geldt; onder de 12 jaar is geen vervolging mogelijk.
  • Jeugddetentie duurt maximaal 12 maanden (12 tot en met 15 jaar) of 24 maanden (16 en 17 jaar).
  • Bij een ernstig feit kan een 16- of 17-jarige toch een volwassenenstraf krijgen, zoals de tien jaar in de zaak die de Hoge Raad op 5 maart 2024 afdeed.
  • Ouders zijn verplicht op de zitting aanwezig en de zitting is in beginsel besloten.
  • Een jeugdzaak kan later meetellen bij een VOG-aanvraag; de afdoening maakt daarbij verschil.

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina strafrecht advocaat.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Wilt u weten of wij u kunnen helpen?

Plan een gratis kennismaking. Daarin bespreken wij of wij u kunnen helpen en wat dat kost. Inhoudelijk advies valt er niet onder. Wij beoordelen geen zaken of stukken per e-mail zonder opdracht.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.