Inkomenseis bij gezinshereniging: harde grenzen en uitzonderingen

Gepubliceerd op 8 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

De inkomenseis bij gezinshereniging houdt in dat de referent in Nederland een zelfstandig, duurzaam en voldoende inkomen moet hebben voordat de IND een gezinslid toelaat. Artikel 3.74 van het Vreemdelingenbesluit 2000 koppelt dat inkomen aan het bruto wettelijk minimumloon. Blijft u daaronder, dan volgt niet automatisch een afwijzing: het Unierecht verplicht de IND om naar uw persoonlijke situatie te kijken.

Wat houdt de inkomenseis bij gezinshereniging in?

De inkomenseis is een financiele toelatingsvoorwaarde die rust op de persoon in Nederland, niet op het gezinslid in het buitenland. Die persoon heet in het vreemdelingenrecht de referent. De referent moet aantonen dat hij of zij het gezin kan onderhouden zonder een beroep te doen op de algemene middelen. De IND toetst daarbij drie dingen los van elkaar: is het inkomen zelfstandig verdiend, is het duurzaam, en is het hoog genoeg.

De grondslag ligt in de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000, die samen de Europese Gezinsherenigingsrichtlijn (Richtlijn 2003/86/EG) uitvoeren. Die richtlijn staat lidstaten toe een inkomensvoorwaarde te stellen, maar begrenst tegelijk hoe streng die voorwaarde mag uitpakken. Dat spanningsveld verklaart waarom de Nederlandse praktijk op papier hard oogt en in individuele zaken toch ruimte laat.

Een misverstand dat hardnekkig blijft rondzingen, is dat gezinsvorming een zwaardere inkomenseis kent dan gezinshereniging. Dat onderscheid bestaat niet meer. Of de relatie nu ontstond voordat de referent naar Nederland kwam of daarna: het normbedrag is hetzelfde. De achtergrond daarvan komt verderop aan bod bij het arrest Chakroun. Wilt u eerst het bredere plaatje, lees dan de voorwaarden voor gezinshereniging en het algemene overzicht van de regels voor gezinshereniging in Nederland.

Welke normbedragen hanteert de IND?

Het normbedrag is gelijk aan het bruto wettelijk minimumloon inclusief vakantiegeld. De minister stelt het minimumloon twee keer per jaar opnieuw vast, op 1 januari en op 1 juli, en het normbedrag beweegt automatisch mee. Voor de periode van 1 juli tot en met 31 december 2026 hanteert de IND voor verblijf bij een partner een bedrag van 2.337,00 euro bruto per maand zonder vakantiegeld, oftewel 2.523,96 euro bruto per maand inclusief vakantiegeld.

Staat een alleenstaande ouder garant voor een ander gezinslid dan een partner, dan geldt een lager normbedrag van 70 procent daarvan: 1.635,90 euro bruto per maand zonder vakantiegeld, of 1.766,77 euro inclusief vakantiegeld. Omdat deze bedragen elk half jaar wijzigen, controleert u ze vlak voor het indienen van de aanvraag bij de actuele normbedragen van de IND. Een aanvraag die op een verouderd bedrag is gebaseerd, sneuvelt op de rekensom.

Voor werknemers rekent de IND met het sociaal verzekeringsloon, het loon waarover premies werknemersverzekeringen worden afgedragen. Dat bedrag staat op de loonstrook en wijkt af van het brutoloon dat in de arbeidsovereenkomst is afgesproken. Structureel overwerk, een dertiende maand en vaste toeslagen kunnen meetellen, maar alleen als zij aantoonbaar terugkeren en niet eenmalig zijn. Onregelmatige bonussen laat de IND buiten beschouwing.

De toetsing gebeurt op het moment dat de aanvraag binnenkomt. Verandert uw inkomen daarna, dan is dat in beginsel niet meer van belang voor het besluit, al kan de IND bij een lange behandelduur om geactualiseerde gegevens vragen.

Wanneer is uw inkomen zelfstandig en duurzaam?

Zelfstandig inkomen is inkomen dat u zelf verwerft en waarover u belasting en premies betaalt. Loon uit dienstbetrekking telt mee, evenals winst uit onderneming en uitkeringen waarvoor premie is afgedragen, zoals WW, Ziektewet en WIA. Inkomsten uit de openbare kas tellen niet mee. Bijstand, studiefinanciering en toeslagen vallen daarmee af, hoe stabiel ze in de praktijk ook zijn.

De duurzaamheidseis is in de praktijk de grootste struikelsteen. Artikel 3.75 van het Vreemdelingenbesluit 2000 vraagt dat het inkomen op het moment van de aanvraag nog ten minste een jaar beschikbaar is. Een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voldoet daaraan, en een tijdelijk contract alleen als het op de aanvraagdatum nog minstens twaalf maanden doorloopt. Een intentieverklaring waarin de werkgever zegt te willen verlengen, is geen bewijs van duurzaamheid.

Voldoet uw contract niet aan die twaalf maanden, dan bestaat er een tweede route. Wie in de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag gemiddeld voldoende inkomen uit arbeid had en in die periode geen bijstand ontving, kan het inkomen langs die weg als duurzaam laten aanmerken. Voor een uitkering geldt een eigen maatstaf: die moet vanaf de aanvraagdatum nog ten minste twaalf maanden doorlopen. De IND legt de eisen per inkomensbron uit op de pagina over zelfstandig, duurzaam en voldoende inkomen.

Vermogen speelt een beperktere rol dan veel aanvragers hopen. Een spaarsaldo op zichzelf is geen inkomen: de IND kijkt naar het inkomen dat het vermogen oplevert, en ook dat inkomen moet aan de duurzaamheidseis voldoen. In de praktijk betekent dit dat u het rendement al een jaar moet ontvangen en dat het op de aanvraagdatum nog loopt. Een eenmalige schenking, een erfenis of de verkoopopbrengst van een woning brengt u dus niet over de streep, hoe hoog het bedrag ook is. Wel kan vermogen indirect meewegen in de individuele beoordeling, omdat het aannemelijk maakt dat u geen beroep op de bijstand hoeft te doen.

Hoe beoordeelt de IND het inkomen van zelfstandigen en zzp’ers?

Zelfstandigen krijgen een zwaardere bewijslast dan werknemers. De IND merkt inkomen uit onderneming pas als duurzaam aan wanneer u dat inkomen op het moment van de aanvraag al achttien maanden verwerft. Die termijn is bewust langer dan de twaalf maanden voor loondienst, omdat winst uit onderneming sterker schommelt en geen contractuele zekerheid kent.

De berekening loopt via de brutowinst uit onderneming, gedeeld door het aantal maanden waarop die winst betrekking heeft. Een boekhouder of accountant bevestigt die cijfers op een door de IND voorgeschreven formulier. Daarnaast vraagt de IND doorgaans om aangiften inkomstenbelasting, jaarcijfers en een recent uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel.

Directeuren-grootaandeelhouders vormen een tussencategorie: zij zijn formeel in loondienst bij hun eigen vennootschap, maar de IND kijkt door de constructie heen naar de continuiteit van de onderneming. Werkt u als zzp’er voor een beperkt aantal opdrachtgevers, houd er dan rekening mee dat de kwalificatie van uw arbeidsrelatie ook fiscaal en arbeidsrechtelijk speelt; bij twijfel over uw positie is de vraag naar verblijf op grond van ondernemerschap soms een reeler alternatief dan verblijf bij partner.

Wie is vrijgesteld van de inkomenseis?

Een aantal groepen hoeft in het geheel niet aan het normbedrag te voldoen. De vrijstellingen zijn beperkt en worden strikt uitgelegd:

  • de referent die de AOW-leeftijd heeft bereikt;
  • de referent die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is;
  • de referent die al tien jaar onafgebroken rechtmatig verblijf in Nederland heeft;
  • de houder van een asielvergunning die de aanvraag voor nareis binnen drie maanden na verlening van die vergunning indient.

De tweede vrijstelling leidt het vaakst tot discussie. Duurzame en volledige arbeidsongeschiktheid sluit in de praktijk aan bij een IVA-uitkering, waarbij herstel niet of nauwelijks wordt verwacht. Bij een WGA-uitkering ligt dat anders: daar gaat het UWV uit van gedeeltelijke of tijdelijke arbeidsongeschiktheid met uitzicht op herstel, en volgt geen automatische vrijstelling. U zult dan met medische stukken moeten onderbouwen dat de situatie feitelijk blijvend is.

De nareistermijn van drie maanden is een harde termijn. Dient de statushouder later in, dan vervalt de vrijstelling en gelden de gewone voorwaarden, inclusief het normbedrag. Wie asiel en gezinshereniging combineert, doet er daarom goed aan de aanvraag direct na de statusverlening in gang te zetten.

Wat betekenen de arresten Chakroun en Khachab voor een te laag inkomen?

Een inkomen onder het normbedrag betekent niet zonder meer dat de aanvraag strandt. In het arrest Chakroun van 4 maart 2010 (zaak C-578/08) oordeelde het Hof van Justitie van de Europese Unie dat de toenmalige Nederlandse norm van 120 procent van het minimumloon zich niet verdroeg met de Gezinsherenigingsrichtlijn. Het Hof bepaalde bovendien dat een lidstaat geen verschillende inkomenseisen mag stellen naargelang de gezinsband voor of na de komst van de referent is ontstaan. Sindsdien geldt een norm van honderd procent van het minimumloon en is het onderscheid tussen gezinsvorming en gezinshereniging op dit punt verdwenen.

Even belangrijk is de tweede lijn uit Chakroun: de richtlijn staat niet toe dat gezinshereniging wordt geweigerd aan iemand met stabiele inkomsten die hooguit een marginaal beroep op bijzondere bijstand zou hoeven doen. Daarin ligt de opening voor een individuele beoordeling. De IND moet meewegen wat uw werkelijke lasten en inkomsten zijn, en mag zich niet blindstaren op een rekenkundig tekort.

Die opening is geen vrijbrief. In het arrest Khachab van 21 april 2016 (zaak C-558/14) bevestigde het Hof dat een lidstaat een aanvraag mag afwijzen op grond van een prospectieve beoordeling: de autoriteiten mogen inschatten of de referent de stabiele en regelmatige inkomsten ook in het jaar na de aanvraag zal behouden, en mogen daarbij naar het inkomensverloop in de voorafgaande maanden kijken. Het is dus onjuist te veronderstellen dat een tijdelijk contract per definitie voldoende is zodra het op de aanvraagdatum loopt. U kunt de tekst van het arrest Khachab zelf nalezen.

Praktisch betekent dit dat u bij een grensgeval een dossier opbouwt in plaats van alleen een loonstrook overlegt: een aaneengesloten arbeidsverleden, een werkgeversverklaring over de bestendigheid van de functie, een overzicht van uw vaste lasten en bewijs dat u nooit bijstand hebt ontvangen. Dat verschuift de discussie van een rekensom naar een beoordeling van uw situatie.

Welke voorwaarden gelden er naast het inkomen?

Het inkomen is de bekendste voorwaarde, maar niet de enige. Voor verblijf bij een partner schrijft artikel 3.14 van het Vreemdelingenbesluit 2000 voor dat de vreemdeling 21 jaar of ouder is; dezelfde leeftijdsgrens geldt voor de referent. Daarnaast moet er sprake zijn van een naar Nederlands internationaal privaatrecht geldig huwelijk of geregistreerd partnerschap, dan wel van een duurzame en exclusieve relatie die u aannemelijk maakt.

De partner in het buitenland legt in beginsel het basisexamen inburgering buitenland af voordat de machtiging tot voorlopig verblijf wordt afgegeven. Er bestaan vrijstellingen, onder meer voor onderdanen van een aantal landen en voor wie om medische redenen niet aan het examen kan deelnemen. Verder tekent iedereen boven de twaalf jaar een antecedentenverklaring en kan een tuberculoseonderzoek worden gevraagd.

Wat er niet is, verdient net zo goed vermelding. Anders dan in sommige andere lidstaten kent het Nederlandse gezinsherenigingsrecht geen zelfstandige huisvestingseis met een minimumaantal vierkante meters woonoppervlak. De voorwaarden draaien om de relatie, de leeftijd, het inburgeringsexamen en het inkomen. Voor kinderen geldt een eigen set voorwaarden, waarbij de feitelijke gezinsband met de ouder in Nederland en de minderjarigheid op het moment van de aanvraag centraal staan. Welke vergunning bij uw situatie past, hangt af van uw relatievorm; het verschil is uitgewerkt in het artikel over een verblijfsvergunning op basis van huwelijk of relatie.

Met het indienen van de aanvraag wordt u formeel referent, en daaraan hangen doorlopende verplichtingen. U hebt een informatieplicht: wijzigingen die van belang zijn voor het verblijfsrecht, zoals het einde van de relatie, een verhuizing of het vertrek van het gezinslid, meldt u aan de IND. Daarnaast geldt een administratieplicht, wat betekent dat u de gegevens en documenten over het verblijf bewaart en op verzoek overlegt. Deze verplichtingen komen voort uit de Wet modern migratiebeleid en gelden zolang het verblijfsrecht op uw referentschap berust.

Hoe verloopt de aanvraag en wat kunt u doen bij een afwijzing?

De procedure heet Toegang en Verblijf, kortweg TEV. De referent in Nederland dient de aanvraag in bij de IND voor het gezinslid dat nog in het buitenland verblijft. De IND toetst eerst of de referent aan de voorwaarden voldoet, waarna het gezinslid de machtiging tot voorlopig verblijf ophaalt bij een Nederlandse ambassade of consulaat en na aankomst de verblijfsvergunning ontvangt.

De beslistermijn bedraagt negentig dagen. De IND kan die termijn verlengen, bijvoorbeeld wanneer aanvullend onderzoek nodig is naar de gezinsband of naar de echtheid van documenten. Beslist de IND te laat, dan levert dat sinds 15 april 2025 geen dwangsom meer op: de bestuursrechtelijke dwangsom bij niet tijdig beslissen is voor deze procedures afgeschaft. De route die overblijft is de IND schriftelijk in gebreke stellen en daarna beroep instellen wegens niet tijdig beslissen.

Wijst de IND af, dan staat bezwaar open. De beschikking vermeldt binnen welke termijn u dat bezwaar moet indienen; laat die termijn niet verstrijken, want een te laat bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard. Belangrijk is dat een bezwaar in vreemdelingenzaken niet vanzelf betekent dat u de uitkomst in Nederland mag afwachten; over dat punt gaat het artikel over de opschortende werking van bezwaar en beroep in het vreemdelingenrecht.

Naast bezwaar bestaan er praktische wegen. U kunt wachten tot uw inkomen aan de duurzaamheidseis voldoet en opnieuw indienen, onderzoeken of een vrijstellingsgrond van toepassing is, of nagaan of een andere verblijfsgrond passender is. Betaalde leges worden bij een afwijzing niet terugbetaald, en een nieuwe aanvraag betekent opnieuw leges en opnieuw een volledig dossier. Een afwijzing leidt overigens niet tot een verbod om opnieuw een aanvraag te doen.

Loopt de reguliere route vast op het inkomen, ga dan na of een andere grondslag bestaat waarvoor de inkomenseis niet geldt. Familieleden van een burger van de Unie die gebruik heeft gemaakt van het vrij verkeer, worden getoetst aan het Unierecht en niet aan het nationale normbedrag. Ook de ouder van een Nederlands minderjarig kind kan onder omstandigheden een afgeleid verblijfsrecht ontlenen aan het Unierecht, de zogeheten Chavez-toets, waarbij de vraag centraal staat of het kind bij weigering feitelijk gedwongen zou zijn de Unie te verlaten. Deze routes kennen eigen voorwaarden en zijn geen achterdeur, maar ze worden in de praktijk te vaak over het hoofd gezien.

Wat geldt er na aankomst in Nederland?

De vergunning voor verblijf bij partner wordt afgegeven voor vijf jaar wanneer de referent Nederlander is of een vergunning voor onbepaalde tijd heeft. Heeft de referent zelf een tijdelijke vergunning, dan loopt de vergunning van het gezinslid niet langer door dan die van de referent. Bij verlenging toetst de IND opnieuw of aan de voorwaarden wordt voldaan.

Het gezinslid is na aankomst in beginsel inburgeringsplichtig op grond van de Wet inburgering 2021 en heeft daarvoor drie jaar de tijd. Het traject omvat de Nederlandse taal, kennis van de Nederlandse maatschappij en een module arbeidsmarkt en participatie. Wie de termijn zonder geldige reden laat verlopen, riskeert een boete en een verlenging van de termijn. De achtergrond staat in het artikel over de inburgeringsplicht in Nederland.

Samenwonen op hetzelfde adres hoort bij het verblijfsdoel. Schrijft u zich op verschillende adressen in, dan kan de IND daaruit afleiden dat het gezinsleven is geeindigd en de vergunning intrekken. Ook een beroep op bijstand kan gevolgen hebben, maar de voorstelling dat elke bijstandsaanvraag onmiddellijk tot verlies van verblijfsrecht leidt, is te absoluut: de IND weegt de omstandigheden en de duur, en de lijn uit Chakroun over marginale bijstand speelt ook hier.

Voor situaties waarin de relatie eindigt bestaat de figuur van voortgezet verblijf. Bij huiselijk geweld of eergerelateerd geweld kan het slachtoffer onder voorwaarden verblijfsrecht behouden, ook als samenwonen niet langer mogelijk is. Loopt de relatie op een echtscheiding uit, dan raken verblijfsrecht en scheiding verweven; die samenloop is beschreven in het artikel over scheiden als expat en de gevolgen voor de verblijfsvergunning. Een overzicht van de verschillende vergunningsvormen vindt u bij de IND onder familie en partner.

Veelgestelde vragen

Hoe hoog is de inkomenseis bij gezinshereniging?

Het normbedrag is gelijk aan het bruto wettelijk minimumloon inclusief vakantiegeld. Voor verblijf bij een partner is dat van 1 juli tot en met 31 december 2026 2.337,00 euro bruto per maand zonder vakantiegeld, of 2.523,96 euro inclusief vakantiegeld. Voor een alleenstaande ouder die garant staat voor een ander gezinslid dan een partner geldt 70 procent daarvan. De bedragen wijzigen elk half jaar.

Telt een tijdelijk contract mee voor de inkomenseis?

Ja, mits het contract op de aanvraagdatum nog ten minste twaalf maanden doorloopt. Is dat niet zo, dan kan de IND kijken naar de drie jaar voorafgaand aan de aanvraag: had u in die periode gemiddeld voldoende inkomen uit arbeid zonder bijstand te ontvangen, dan kan het inkomen alsnog als duurzaam gelden. Een intentieverklaring van de werkgever volstaat niet.

Wat gebeurt er als mijn inkomen net onder het normbedrag ligt?

Een tekort leidt niet automatisch tot afwijzing. Op grond van het arrest Chakroun moet de IND uw individuele situatie beoordelen en mag zij geen aanvraag weigeren van iemand met stabiele inkomsten die hooguit marginaal een beroep op bijzondere bijstand zou doen. U onderbouwt dat met uw arbeidsverleden, uw vaste lasten en bewijs dat u geen bijstand hebt ontvangen.

Geldt de inkomenseis ook bij nareis van gezinsleden van een asielstatushouder?

Nee, mits de aanvraag binnen drie maanden na verlening van de asielvergunning wordt ingediend. Die termijn is hard. Wordt hij overschreden, dan gelden de reguliere voorwaarden, inclusief het normbedrag en de duurzaamheidseis.

Hoe lang duurt de behandeling van de aanvraag?

De wettelijke beslistermijn is negentig dagen en kan door de IND worden verlengd. Beslist de IND te laat, dan bestaat sinds 15 april 2025 geen recht meer op een dwangsom; u stelt de IND dan in gebreke en kunt daarna beroep instellen wegens niet tijdig beslissen.

Advies bij een aanvraag gezinshereniging

De inkomenseis is zelden het probleem wanneer u een vast contract en een ruim salaris hebt. Het schuurt bij tijdelijke contracten, wisselende inkomsten uit onderneming, uitzendwerk en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. Juist in die zaken loont het om het dossier vooraf op te bouwen in plaats van pas in bezwaar te repareren. Law & More adviseert referenten en gezinsleden over de opbouw van het bewijs, de keuze tussen wachten en indienen, en de procedure bij de IND en de rechtbank. Wilt u weten wanneer inschakeling van een advocaat gezinshereniging zinvol is, neem dan contact met ons op via +31 40 369 06 80.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.