Strafvermindering bij overschrijding van de redelijke termijn

Gepubliceerd op 15 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

De redelijke termijn geeft iedere verdachte op grond van artikel 6, eerste lid, van het EVRM het recht binnen aanvaardbare tijd te worden berecht. Uitgangspunt is twee jaar per instantie. Wordt die termijn overschreden, dan compenseert de rechter dat met strafvermindering: vijf procent bij een overschrijding tot zes maanden en tien procent daarboven, met een maximum van zes maanden gevangenisstraf.

Wat houdt de redelijke termijn in het strafrecht in?

Artikel 6, eerste lid, EVRM waarborgt dat een strafzaak binnen een redelijke termijn wordt behandeld. Achter dat recht zit meer dan comfort. Een verdachte die jarenlang in het ongewisse blijft, kan geen baan zoeken, geen hypotheek afsluiten en geen streep zetten onder een periode die hij achter zich wil laten. Tegelijk verslechtert het bewijs: getuigen herinneren zich minder, camerabeelden verdwijnen en deskundigenonderzoek wordt lastiger. Tijdsverloop raakt dus zowel de positie van de verdachte als de kwaliteit van de waarheidsvinding.

Het EVRM zegt niet hoeveel tijd redelijk is. Die invulling komt van de rechter. De Nederlandse maatstaf staat in het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 17 juni 2008. Dat arrest bepaalt wanneer de termijn begint, welke duur als uitgangspunt geldt, welke factoren meewegen en welk rechtsgevolg een overschrijding heeft. Het is in 2024 aangevuld, maar in de kern nog altijd de leidraad voor iedere strafrechter in Nederland.

Belangrijk is dat de rechter dit ambtshalve onderzoekt. U hoeft er dus niet om te vragen; de rechter hoort zelf na te gaan of de zaak te lang heeft geduurd. Dat betekent niet dat zwijgen verstandig is, zoals verderop blijkt.

De redelijke termijn is bovendien een zelfstandige waarborg. Zij staat los van de verjaring van het recht tot strafvordering: een feit kan nog ruim binnen de verjaringstermijn liggen terwijl de behandeling van de zaak al veel te lang heeft geduurd. Andersom loopt de redelijke termijn door zolang de vervolging voortduurt, ook als er in een dossier maandenlang niets gebeurt.

Wanneer begint de redelijke termijn te lopen?

De termijn begint volgens de Hoge Raad op het moment dat vanwege de Nederlandse Staat jegens de betrokkene een handeling is verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kan ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit strafvervolging zal worden ingesteld. Het gaat dus niet om het moment van het delict en ook niet om het moment waarop het dossier bij de rechtbank binnenkomt, maar om het moment waarop u redelijkerwijs kon aannemen dat u vervolgd zou worden.

Twee handelingen gelden altijd als zo een startpunt: de inverzekeringstelling en de betekening van de dagvaarding. Het eerste politieverhoor is dat niet automatisch. Wordt u als getuige gehoord, dan gaat de klok niet lopen. Wordt u als verdachte gehoord over een concreet feit, dan meestal wel. Ook een doorzoeking van uw woning of een beslag op uw administratie kan het startsein zijn. Wanneer u formeel de status van verdachte krijgt en wat dat betekent, leggen wij uit bij de vraag wanneer u officieel verdachte bent.

Het aanvangsmoment is geen formaliteit. Elke maand die u aan de voorkant kunt aantonen, telt mee aan de achterkant. In dossiers waarin de politie al vroeg dwangmiddelen inzette maar de dagvaarding pas jaren later volgde, ligt het verschil tussen wel en geen strafvermindering vaak precies op dit punt.

Welke termijnen gelden als uitgangspunt?

De behandeling in eerste aanleg moet in beginsel binnen twee jaar na aanvang van de termijn zijn afgerond met een eindvonnis. Voor de behandeling in hoger beroep geldt opnieuw hetzelfde uitgangspunt van twee jaar. Wilt u weten wat een beroep verder betekent voor de duur en de uitkomst, dan leest u dat bij hoger beroep in strafzaken.

Er is een kortere variant. Zit de verdachte in verband met de zaak in voorlopige hechtenis, of is het jeugdstrafrecht toegepast, dan moet de zaak binnen zestien maanden zijn afgedaan. De gedachte daarachter is eenvoudig: wie vastzit of nog jong is, heeft er meer belang bij dat er snel duidelijkheid komt. Wat voorlopige hechtenis inhoudt en hoe lang die mag duren, zetten wij uiteen in ons artikel over de duur van voorlopige hechtenis en uw rechten.

Ook de cassatiefase kent een eigen termijn. Vertraging die daar ontstaat, verrekent de Hoge Raad zelf, omdat hij op dat punt niet als cassatierechter maar als feitenrechter naar zijn eigen doorlooptijd kijkt. In de praktijk telt een zaak dus per instantie, en stapelen de fasen zich niet automatisch tot een enkel totaal.

Welke factoren bepalen of de termijn is overschreden?

Twee jaar is een uitgangspunt, geen harde grens. Overschrijding daarvan betekent niet zonder meer dat artikel 6 EVRM is geschonden. De Hoge Raad noemt drie omstandigheden die de rechter afweegt:

  • de ingewikkeldheid van de zaak, waaronder de omvang van het onderzoek, het aantal verdachten, internationale rechtshulp en de inzet van deskundigen;
  • de invloed van de verdachte en zijn raadsman op het procesverloop, zoals verzoeken om nadere onderzoekshandelingen of aanhoudingen;
  • de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld, dus de voortvarendheid van politie, Openbaar Ministerie en gerecht.

Die derde factor is voor de verdediging de interessantste. Structurele capaciteitsproblemen bij het Openbaar Ministerie of bij een gerecht komen voor rekening van de Staat. Een zaak die twee jaar stil ligt omdat er geen zittingsruimte was, levert dus wel degelijk een overschrijding op, hoe begrijpelijk de achtergrond ook is.

Omgekeerd werkt de tweede factor tegen u. Wie zelf om drie aanhoudingen vraagt, elke keer een nieuwe getuige opvoert of niet verschijnt zodat de zaak opnieuw moet worden aangebracht, kan zich daarna moeilijk beklagen over de doorlooptijd. Het is dan ook zaak dat de verdediging bij elk uitstel laat vastleggen op wiens verzoek dat gebeurde.

De weging is bovendien niet mechanisch. De rechter kijkt naar het geheel: een omvangrijk fraudeonderzoek met rechtshulpverzoeken naar het buitenland en tienduizenden pagina’s aan financiele stukken verdraagt eenvoudigweg meer tijd dan een eenvoudige winkeldiefstal die op camera staat. Wat in de ene zaak ruim binnen de marge valt, is in de andere al een schending. Daarom is het voor de verdediging zinvol om niet alleen de totale duur te noemen, maar ook te laten zien welke concrete periodes ongebruikt zijn verstreken: de maanden tussen het laatste verhoor en het inzenden van het dossier, of tussen de eerste pro-formazitting en de inhoudelijke behandeling.

Hoeveel strafvermindering levert een overschrijding op?

De Hoge Raad hanteert vaste uitgangspunten. Bij een overschrijding van zes maanden of minder wordt de straf met vijf procent verminderd. Bij een overschrijding van meer dan zes maar niet meer dan twaalf maanden is dat tien procent. Duurt de overschrijding langer dan twaalf maanden, dan beslist de rechter naar bevind van zaken; er bestaat dan geen vaste sleutel meer.

Op die percentages zitten plafonds. Bij gevangenisstraf of hechtenis is de vermindering nooit groter dan de duur van de overschrijding zelf, en in geen geval meer dan zes maanden. Bij een taakstraf bedraagt de vermindering ten hoogste 25 uur; hoe het taakstrafstelsel verder werkt, leest u bij het Nederlandse systeem van taakstraffen. Bij een geldboete is het maximum 2.500 euro.

De korting wordt toegepast op het onvoorwaardelijke deel van de straf. Legt de rechter een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op, dan verschuift de vermindering dus alleen het gedeelte dat u daadwerkelijk zou moeten uitzitten. Dat verklaart waarom een op papier forse overschrijding in de uitspraak soms neerkomt op een verschil van enkele weken.

Een rekenvoorbeeld maakt het concreet. Stel dat de rechter zonder termijnoverschrijding dertig maanden gevangenisstraf passend zou vinden en dat de termijn met acht maanden is overschreden. Dan geldt het uitgangspunt van tien procent, wat neerkomt op drie maanden. Die drie maanden blijven onder de duur van de overschrijding en onder het plafond van zes maanden, dus de straf wordt zevenentwintig maanden. Zou de rechter een straf van vier maanden hebben willen opleggen, dan levert dezelfde overschrijding nog geen halve maand op en kan de rechter volstaan met de constatering.

Wanneer volstaat de rechter met de enkele constatering?

Niet elke schending leidt tot een lagere straf. De Hoge Raad noemt gevallen waarin de rechter kan volstaan met de vaststelling dat artikel 6 EVRM is geschonden. Er volgt dan erkenning, maar geen korting.

  • een geheel voorwaardelijke straf;
  • een straf waarvan het onvoorwaardelijke deel minder bedraagt dan een maand gevangenisstraf of hechtenis, minder dan honderd uur taakstraf of minder dan 1.000 euro geldboete;
  • straffen en maatregelen die zich naar hun aard niet voor vermindering lenen, zoals de levenslange gevangenisstraf, de terbeschikkingstelling en de plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.

Op 26 maart 2024 heeft de Hoge Raad dat rijtje aangevuld in het arrest ECLI:NL:HR:2024:492. Ook bij een overschrijding van minder dan een maand kan de rechter volstaan met de constatering. Hetzelfde geldt bij korte gevangenisstraffen waarbij de vermindering, uitgedrukt in hele weken en naar beneden afgerond, op nul uitkomt.

In de zaak die tot dat arrest leidde, was de redelijke termijn met ruim twee jaar overschreden. Toch bleef het bij een constatering, omdat de opgelegde straf elf dagen gevangenisstraf en zestig uur taakstraf bedroeg. Dat illustreert het uitgangspunt: de compensatie is gekoppeld aan de straf, niet aan het ongemak.

Leidt een te lange procedure tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie?

Nee. De Hoge Raad heeft dat uitdrukkelijk beslist: overschrijding van de redelijke termijn leidt niet tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de strafvervolging, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Hoe lang uw zaak ook heeft stilgelegen, de vervolging gaat door en het rechtsgevolg is strafvermindering.

Hier gaat online veel mis. Teksten over verval van de strafvordering wegens een zwaarwichtige miskenning van de redelijke termijn, over eenvoudige schuldigverklaring of over onderzoeksgerechten die de vervolging beeindigen, beschrijven Belgisch recht. Dat stelsel kent inderdaad een wettelijke regeling met die sancties en een Hof van Cassatie dat daarover oordeelt. Nederland kent die figuren niet, en een beroep erop bij de Nederlandse strafrechter loopt vast.

Niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie bestaat in Nederland wel, maar op een andere grondslag: als sanctie op een ernstig vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, en alleen wanneer daardoor geen sprake meer kan zijn van een eerlijk proces. Dat is een uitzonderlijke uitkomst met een eigen toetsingskader. Hoe de rechter met fouten in het opsporingsonderzoek omgaat, beschrijven wij bij vormverzuim in het strafrecht.

Hoe voert u verweer over de redelijke termijn?

De rechter toetst ambtshalve, maar een uitdrukkelijk onderbouwd verweer dwingt hem tot een gemotiveerde beslissing. Dat is de praktische winst: zonder verweer kan een rechter de kwestie kort afdoen, met verweer moet hij aangeven waarom hij de termijn wel of niet overschreden acht en welk gevolg hij daaraan verbindt. Dat oordeel is in cassatie vervolgens alleen op begrijpelijkheid te toetsen, dus de winst moet bij de feitenrechter worden gehaald.

Een bruikbaar verweer is een tijdlijn, geen klacht. Noteer de datum van de inverzekeringstelling of van het verhoor waarin u als verdachte werd aangemerkt, de datum van de dagvaarding, elke zittingsdatum, elke aanhouding en de reden daarvoor, en de perioden waarin aantoonbaar niets is gebeurd. Voeg daar de processtukken bij waaruit dat blijkt. Hoe een strafzaak normaal gesproken verloopt en welke stappen daarin zitten, beschrijven wij in ons overzicht van aanhouding tot vrijspraak.

Let ook op de vervolgfase. Stelt u hoger beroep in, dan begint voor die instantie een nieuwe termijn te lopen. Een overschrijding in eerste aanleg die het gerechtshof al heeft gecompenseerd, wordt niet nog een keer verrekend, maar nieuwe vertraging in hoger beroep telt wel opnieuw mee. Bij een lange procesgang loont het dus om de berekening bij elke instantie opnieuw te maken.

Wat kunt u doen terwijl de zaak stilligt?

Wachten is geen strategie. Zolang een zaak op de plank ligt, loopt de termijn wel door, maar gebeurt er verder niets. Het Wetboek van Strafvordering biedt daarvoor een instrument dat weinig verdachten kennen: artikel 36 Sv. Op verzoek van de verdachte kan het gerecht in feitelijke aanleg waar de zaak het laatst werd vervolgd, verklaren dat de zaak is geeindigd. Ook de rechter-commissaris kan die beslissing voordragen.

Het rechtsgevolg is stevig. Is de beschikking eenmaal aan de verdachte betekend, dan kan hij voor hetzelfde feit alleen nog worden vervolgd onder de beperkte voorwaarden van artikel 256 Sv, dus in beginsel alleen bij nieuwe bezwaren. Daarmee is artikel 36 Sv iets anders dan strafvermindering: het beeindigt de onzekerheid in plaats van die te compenseren.

Reken er tegelijk niet op dat enkel tijdsverloop volstaat. Rechtbanken wijzen zo een verzoek af wanneer het Openbaar Ministerie laat weten de vervolging alsnog voort te zetten, met de overweging dat overschrijding van de redelijke termijn nu eenmaal via strafvermindering wordt gecompenseerd en niet via beeindiging van de zaak. De praktische winst zit dan ook elders: het verzoek dwingt de officier van justitie om binnen afzienbare tijd kleur te bekennen. Vaak volgt daarop alsnog een dagvaarding of een sepot, en in beide gevallen weet u waar u aan toe bent.

Houd daarnaast uw eigen dossier bij. Vraag schriftelijk naar de stand van zaken bij het parket, bewaar de antwoorden en noteer de data waarop u niets hoorde. Dat papier is later het bewijsmateriaal onder uw verweer over de redelijke termijn, en het onderscheidt een onderbouwd betoog van een algemene klacht dat het allemaal lang duurde.

Veelgestelde vragen

Wanneer begint de redelijke termijn te lopen?

Vanaf het moment waarop de Nederlandse Staat jegens u een handeling verricht waaraan u in redelijkheid de verwachting kunt ontlenen dat tegen u strafvervolging wordt ingesteld. Dat is de maatstaf uit het overzichtsarrest van de Hoge Raad van 17 juni 2008.

De inverzekeringstelling en de betekening van de dagvaarding gelden altijd als zo een handeling. Het eerste politieverhoor hoeft dat niet te zijn: als u nog als getuige wordt gehoord, gaat de klok niet lopen.

Hoeveel strafvermindering staat er tegenover een overschrijding?

Bij een overschrijding van zes maanden of minder is het uitgangspunt vijf procent van de straf. Bij een overschrijding van meer dan zes maar niet meer dan twaalf maanden is dat tien procent. Boven de twaalf maanden beslist de rechter naar bevind van zaken.

Er gelden harde plafonds. Bij gevangenisstraf is de vermindering nooit groter dan de overschrijding zelf en nooit meer dan zes maanden. Bij een taakstraf is het maximum 25 uur en bij een geldboete 2.500 euro.

Krijg ik altijd korting als mijn zaak te lang duurt?

Nee. De Hoge Raad noemt situaties waarin de rechter kan volstaan met de constatering dat artikel 6 EVRM is geschonden. Dat geldt bij een geheel voorwaardelijke straf en bij een onvoorwaardelijk deel van minder dan een maand gevangenisstraf, minder dan honderd uur taakstraf of minder dan 1.000 euro boete.

Ook straffen die zich naar hun aard niet voor vermindering lenen, zoals de levenslange gevangenisstraf, tbs en de ISD-maatregel, blijven buiten schot. Sinds het arrest van 26 maart 2024 geldt hetzelfde bij een overschrijding van minder dan een maand.

Kan het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk worden verklaard omdat de zaak te lang duurde?

Nee. De Hoge Raad heeft uitdrukkelijk beslist dat overschrijding van de redelijke termijn niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Strafvermindering is het rechtsgevolg.

Informatie over verval van de strafvordering wegens tijdsverloop gaat over Belgisch recht en geldt hier niet. Niet-ontvankelijkheid kan in Nederland wel volgen uit andere ernstige vormverzuimen, maar dan op een andere grondslag.

Moet mijn advocaat het verweer voeren of kijkt de rechter er zelf naar?

De rechter beoordeelt ambtshalve of de redelijke termijn is overschreden. In de praktijk loont een uitdrukkelijk onderbouwd verweer toch, want daarop moet de rechter gemotiveerd beslissen.

Bouw daarvoor een tijdlijn op: de datum waarop u verdachte werd, de zittingsdata, de aanhoudingen en de vraag op wiens verzoek die aanhoudingen plaatsvonden. Vertraging die de verdediging zelf heeft veroorzaakt, telt namelijk niet mee.

Telt de tijd in hoger beroep en cassatie mee?

Elke instantie heeft een eigen termijn. Voor de behandeling in hoger beroep geldt opnieuw het uitgangspunt van twee jaar, en zestien maanden wanneer u in voorlopige hechtenis zit of het jeugdstrafrecht is toegepast.

Voor vertraging in de cassatiefase compenseert de Hoge Raad zelf, omdat hij op dat punt als feitenrechter oordeelt. Het oordeel van de feitenrechter over de fasen daarvoor toetst hij alleen op begrijpelijkheid.

Bijstand van Law & More

Duurt uw strafzaak ongewoon lang, dan is de vraag niet of daar iets tegenover staat, maar hoeveel en op welke grondslag. Dat vergt een precieze reconstructie van het dossier: wanneer de termijn begon, welke fasen hoe lang duurden en wie welke vertraging veroorzaakte. De strafrechtadvocaten van Law & More maken die analyse en voeren het verweer op zitting. Wanneer bijstand daadwerkelijk verschil maakt, leest u bij wanneer u een strafrechtadvocaat nodig hebt. U bereikt ons op +31 40 369 06 80.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.