Officieel verdachte: wanneer bent u het en welke rechten heeft u?

Een advocaat legt juridische documenten uit aan een bezorgde cliënt in een kantooromgeving.

Gepubliceerd op 15 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 6 oktober 2026

U bent officieel verdachte zodra uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit (artikel 27 Wetboek van Strafvordering). Dat kan al zo zijn voordat u wordt aangehouden of verhoord, en de politie hoeft het u pas te vertellen als zij u wil horen of aanhouden.

Er is geen formeel besluit nodig om verdachte te worden. Verdachte zijn is ook niet hetzelfde als schuldig zijn. Wel krijgt u vanaf dat moment rechten, zoals het zwijgrecht en het recht op een advocaat, en mogen politie en Openbaar Ministerie (OM) dwangmiddelen tegen u inzetten. Hieronder leest u wat de status van verdachte inhoudt, welke rechten en plichten u heeft en hoe de zaak verder verloopt.

Wat zegt de wet over het begrip verdachte?

Volgens artikel 27 Wetboek van Strafvordering is verdachte degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. Na het begin van de vervolging is verdachte degene tegen wie de vervolging is gericht.

Het redelijk vermoeden moet steunen op concrete, objectieve aanwijzingen. Een vaag gevoel van een agent is niet genoeg. De aanwijzingen moeten ook voor een buitenstaander aannemelijk maken dat u bij het feit betrokken bent. Denk aan:

  • een getuigenverklaring die u aanwijst;
  • sporen zoals vingerafdrukken of DNA;
  • camerabeelden waarop u te zien bent;
  • voorwerpen die bij u worden aangetroffen;
  • betalingen of berichten die u met het feit verbinden.

Het vermoeden hoeft niet bewezen te zijn. Het is een drempel om onderzoek te mogen doen, geen oordeel over schuld. Wie op grond van zo’n vermoeden wordt verdacht, maar onschuldig is, leest meer in ons artikel verdacht maar onschuldig.

Wat is een strafbaar feit?

Een strafbaar feit is een gedraging die in de wet strafbaar is gesteld. Daarnaast moet de gedraging wederrechtelijk zijn en moet de dader schuld hebben.

Alleen wat vooraf in een wet als strafbaar is omschreven, is strafbaar (artikel 1 Wetboek van Strafrecht). Dat kan in het Wetboek van Strafrecht staan, maar ook in bijzondere wetten, zoals de Opiumwet of de Wegenverkeerswet 1994. De wet onderscheidt misdrijven en overtredingen.

Een gedraging is niet strafbaar als er een rechtvaardigingsgrond is, zoals noodweer. De dader is niet strafbaar als er een schulduitsluitingsgrond is, zoals ontoerekeningsvatbaarheid. Voorbeelden van strafbare feiten zijn diefstal, mishandeling, fraude en rijden onder invloed.

Wat is het verschil tussen verdachte en dader?

Een verdachte is iemand tegen wie een redelijk vermoeden bestaat. Pas als de rechter het feit bewezen verklaart, staat vast dat u de dader bent.

Tot die tijd geldt de onschuldpresumptie uit artikel 6 lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. U bent onschuldig totdat uw schuld in rechte is vastgesteld. Het OM kan bij lichtere feiten ook zelf een straf opleggen met een strafbeschikking. Daartegen kunt u verzet doen, waarna de rechter alsnog oordeelt.

Het traject van verdachte naar veroordeelde loopt meestal zo: onderzoek door de politie, verhoor, een beslissing van het OM over vervolging, een zitting en een uitspraak. Eindigt de zaak in vrijspraak, dan staat vast dat het feit niet is bewezen.

Hoe merkt u dat u verdachte bent?

De politie hoeft u niet te vertellen dat het onderzoek zich op u richt, zolang zij u niet wil verhoren of aanhouden. Er kan dus al weken een dossier over u liggen voordat u iets hoort.

In de praktijk merkt u het op een van deze manieren:

  • u wordt aangehouden; de politie moet u dan meedelen waarvan u wordt verdacht;
  • u krijgt een uitnodiging voor een verhoor als verdachte, ook als u zelf naar het bureau mag komen en daarna weer naar huis gaat;
  • u merkt het aan het onderzoek: er wordt beslag gelegd op uw telefoon, uw bankrekening wordt geblokkeerd of mensen in uw omgeving worden over u gehoord.

Wordt u gebeld of uitgenodigd en is niet duidelijk in welke hoedanigheid, vraag dat dan voordat u naar het bureau gaat. Het antwoord bepaalt of u zwijgrecht heeft en of u recht heeft op een advocaat. Een getuige moet in beginsel naar waarheid verklaren; een verdachte hoeft niets te zeggen. Die rol kan tijdens het onderzoek veranderen.

Wordt u verdacht van fraude, dan speelt vaak een lang financieel onderzoek. Wat u dan doet, leest u in ons artikel over verdenking van fraude.

Welke rechten heeft u als verdachte?

U heeft het recht om te zwijgen, recht op een advocaat, recht op inzage in het dossier en recht op een tolk. Die rechten gelden vanaf het eerste verhoor tot het einde van de zaak.

Wanneer heeft u recht op een advocaat?

U mag vóór het eerste verhoor met een advocaat overleggen, en uw advocaat mag bij het verhoor aanwezig zijn. Wordt u aangehouden voor een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, dan heeft u recht op kosteloze bijstand van een piketadvocaat, zowel vóór als tijdens het verhoor.

U mag ook zelf een advocaat kiezen. Blijft u in voorlopige hechtenis, dan krijgt u een advocaat toegevoegd die de overheid betaalt. Buiten die situatie kunt u, afhankelijk van uw inkomen en vermogen, een toevoeging aanvragen via de Raad voor Rechtsbijstand. Hoe u zich op een verhoor voorbereidt, leest u in ons artikel arrestatie of verhoor: wat u wel en niet moet zeggen.

Hoe werkt het zwijgrecht?

U hoeft geen vragen van politie of rechter te beantwoorden. De politie moet u vóór het verhoor op dat recht wijzen. Die mededeling heet de cautie en staat in artikel 29 Wetboek van Strafvordering.

Blijft de cautie achterwege, dan kan dat later een rol spelen bij de vraag of uw verklaring als bewijs mag worden gebruikt. Zwijgen mag op zichzelf niet als bewijs tegen u worden gebruikt. Meer leest u in ons artikel over het zwijgrecht.

Wanneer mag u het dossier inzien?

U heeft recht op kennisneming van de processtukken (artikel 30 Wetboek van Strafvordering). Het dossier bevat onder meer processen-verbaal, verklaringen, rapporten en foto’s.

De officier van justitie kan inzage in bepaalde stukken tijdelijk weigeren als dat het onderzoek zou schaden. Privégegevens van anderen kunnen worden afgeschermd. Het proces-verbaal van uw eigen verhoor mag u nooit worden onthouden. Uiterlijk bij de zitting moet het volledige dossier beschikbaar zijn.

Wanneer heeft u recht op een tolk en vertaling?

Beheerst u het Nederlands onvoldoende, dan heeft u recht op een kosteloze tolk tijdens het verhoor. U heeft ook recht op een schriftelijke vertaling van de stukken die u nodig heeft voor uw verdediging, zoals de dagvaarding.

Hoe laat u zelf onderzoek doen?

U hoeft niet af te wachten wat politie en justitie verzamelen. U kunt verzoeken om getuigen te horen, gegevens op te vragen of een tegenonderzoek te laten doen. Dat verzoek richt u aan de officier van justitie of de rechter-commissaris. Doe dat bij voorkeur via een advocaat, want een slecht onderbouwd of verkeerd gericht verzoek kan in uw nadeel uitpakken.

Zwijgen of praten?

Daar bestaat geen algemeen antwoord op. Zwijgen is verstandig zolang u niet weet wat er tegen u ligt; praten kan verstandig zijn als u een verklaring heeft die het dossier ontkracht en die te controleren is.

U kunt niet uitleggen wat u niet kent, en een verklaring die u eenmaal heeft afgelegd, krijgt u er niet meer uit. In het eerste verhoor weet u meestal niet wat de politie heeft. Een alibi dat klopt, een betaalbewijs of een appgesprek dat de context laat zien, kan wel juist in uw voordeel werken.

Bespreek de keuze met uw advocaat vóór het verhoor. De rechter kan uw zwijgen onder omstandigheden meenemen bij de beoordeling van het bewijs, bijvoorbeeld als het bewijs om een verklaring vraagt die u niet geeft. Het is dus een keuze met gevolgen.

Praktische punten voor het verhoor:

  • neem de tijd voordat u antwoordt;
  • weet u iets niet zeker, zeg dat dan letterlijk en controleer of het zo in de verklaring staat;
  • lees de verklaring helemaal door voordat u tekent en laat fouten aanpassen;
  • tekent u niet, geef dan de reden op en vraag dat die wordt genoteerd.

Welke plichten heeft u als verdachte?

U hoeft niet mee te werken aan uw eigen veroordeling, maar u moet bepaalde onderzoekshandelingen dulden. U moet ook uw identiteit opgeven.

Denk aan het nemen van vingerafdrukken en foto’s, het onderzoek aan uw kleding en een doorzoeking op grond van een bevel. De plicht om uw identiteit op te geven staat in artikel 27a Wetboek van Strafvordering. In het verkeer geldt een actieve plicht: wie wordt verdacht van rijden onder invloed, moet meewerken aan een blaastest (artikel 163 Wegenverkeerswet 1994).

Een uitnodiging voor een verhoor is geen bevel om te verschijnen. De politie kan u wel aanhouden als u wordt verdacht van een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Wegblijven is dus zelden een oplossing. Overleg liever met een advocaat hoe u op de uitnodiging reageert.

Welke dwangmiddelen mogen worden ingezet?

Bij een verdenking mogen politie en justitie dwangmiddelen inzetten, zoals aanhouding, fouillering, doorzoeking en inbeslagneming. Hoe zwaarder het middel, hoe zwaarder de verdenking moet zijn.

Wanneer mag de politie u aanhouden?

Op heterdaad mag iedereen u aanhouden (artikel 53 Wetboek van Strafvordering). Buiten heterdaad mag de politie u alleen aanhouden als u wordt verdacht van een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (artikel 54 Wetboek van Strafvordering). Het bevel komt dan in beginsel van de officier van justitie.

Na de aanhouding wordt u naar het bureau gebracht en voorgeleid aan de (hulp)officier van justitie. Die beoordeelt of u mag worden vastgehouden. De politie moet u vertellen waarvan u wordt verdacht en welke rechten u heeft. Bent u jonger dan achttien, dan worden uw ouders zo snel mogelijk ingelicht. Volgens artikel 61a Wetboek van Strafvordering kunnen daarna maatregelen in het belang van het onderzoek worden genomen, zoals het nemen van vingerafdrukken en foto’s.

Wanneer mag de politie uw woning of auto doorzoeken?

Een woning mag in beginsel alleen worden doorzocht op bevel van de rechter-commissaris, of in dringende gevallen van de officier van justitie. De regels zijn streng, omdat de woning bijzondere bescherming geniet.

Een auto mag de politie zonder bevel doorzoeken als er een verdenking bestaat van een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (artikel 96b Wetboek van Strafvordering). Voor sommige wetten, zoals de Opiumwet, gelden aparte bevoegdheden. Wanneer de politie uw huis zonder toestemming mag betreden, leest u in ons artikel wanneer mag de politie uw huis doorzoeken.

Hoe lang mag de politie u vasthouden?

De duur verschilt per fase. Het ophouden voor onderzoek staat in artikel 56a Wetboek van Strafvordering, de inverzekeringstelling in de artikelen 57 en 58. Daarna beslist de rechter.

FaseMaximale duurWie beslist
Ophouden voor onderzoekNegen uur bij een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, zes uur bij de overige feiten. De uren tussen middernacht en negen uur ’s ochtends tellen niet mee.(Hulp)officier van justitie
InverzekeringstellingDrie dagen, eenmaal te verlengen met drie dagenOfficier van justitie
BewaringVeertien dagenRechter-commissaris
GevangenhoudingNegentig dagenRaadkamer van de rechtbank

Bewaring en gevangenhouding vormen samen de voorlopige hechtenis. Die is alleen mogelijk bij zwaardere feiten en als er een grond is, zoals vluchtgevaar of gevaar voor herhaling. De meeste zaken blijven in de eerste fase: u wordt gehoord en dezelfde dag heengezonden. Dat betekent niet dat de zaak voorbij is. Het onderzoek loopt door, en een dagvaarding kan maanden later volgen. Uw advocaat kan de rechter vragen de voorlopige hechtenis op te heffen of te schorsen.

Welke andere dwangmiddelen bestaan er?

Andere dwangmiddelen zijn fouillering, inbeslagneming, het vorderen van gegevens, observatie, het tappen van telefoons en DNA-onderzoek. De zwaardere middelen, zoals een telefoontap, zijn alleen toegestaan bij ernstige misdrijven en met een machtiging van de rechter-commissaris.

Elk dwangmiddel moet in verhouding staan tot de verdenking. Uw advocaat kan de rechtmatigheid ervan aanvechten. Is daarbij een vormverzuim begaan dat niet meer te herstellen is, dan kan de rechter daar gevolgen aan verbinden (artikel 359a Wetboek van Strafvordering): strafvermindering, uitsluiting van het bewijs of, in uitzonderlijke gevallen, niet-ontvankelijkheid van het OM.

Wat gebeurt er na de verdenking?

Na het onderzoek beslist de officier van justitie over vervolging. Hij kan de zaak seponeren, zelf een strafbeschikking opleggen of u dagvaarden voor de rechter.

Bij een sepot stopt de zaak, bijvoorbeeld wegens onvoldoende bewijs. Een voorwaardelijk sepot betekent dat de zaak stopt als u zich aan voorwaarden houdt. Wat een beslissing om niet te vervolgen voor u betekent, leest u in ons artikel wanneer de politie of het OM niet verder gaat met uw zaak.

Bij een strafbeschikking legt het OM zelf een straf op, zoals een geldboete of een taakstraf. Tegen een strafbeschikking kunt u verzet doen, binnen veertien dagen nadat u haar heeft ontvangen of er op andere wijze van weet (artikel 257e Wetboek van Strafvordering). De zaak komt dan alsnog bij de rechter.

Bij een dagvaarding komt de zaak voor de rechter. In de dagvaarding staan de datum en plaats van de zitting, de rechter die de zaak behandelt en de tenlastelegging: de precieze omschrijving van het feit waarvan u wordt beschuldigd.

Hoe verloopt de zitting?

De rechter leidt de zitting, stelt vragen, hoort zo nodig getuigen en deskundigen en beoordeelt het bewijs. Het laatste woord is altijd aan de verdachte.

Overtredingen komen meestal bij de kantonrechter. Eenvoudige misdrijven behandelt de politierechter, die ten hoogste één jaar gevangenisstraf kan opleggen. Zwaardere zaken gaan naar de meervoudige strafkamer van drie rechters.

Voor jongeren gelden aparte regels. Het jeugdstrafrecht geldt voor verdachten van twaalf tot en met zeventien jaar. Via het adolescentenstrafrecht kan de rechter het jeugdstrafrecht ook toepassen op jongvolwassenen van achttien tot drieëntwintig jaar, en omgekeerd het volwassenenstrafrecht op zestien- en zeventienjarigen.

De rechter kan u vrijspreken, u ontslaan van alle rechtsvervolging of u veroordelen tot een straf of maatregel. Tegen de uitspraak kunnen u en het OM hoger beroep instellen, binnen veertien dagen. Daarna is nog cassatie bij de Hoge Raad mogelijk.

Welke rol speelt de reclassering?

De reclassering adviseert de officier van justitie en de rechter over uw persoonlijke situatie en over een passende straf of voorwaarden. Zij houdt ook toezicht op mensen met een voorwaardelijke straf of een taakstraf.

Een reclasseringsrapport beschrijft uw achtergrond, uw situatie en het risico op herhaling. De medewerker spreekt met u en soms met mensen uit uw omgeving, zoals familie of werk. Het rapport eindigt met een advies, bijvoorbeeld over een werkstraf, een training of bijzondere voorwaarden zoals een contactverbod.

U bent niet verplicht mee te werken. Toch is het vaak verstandig, omdat de rechter anders een onvollediger beeld heeft. Bespreek dat met uw advocaat. Ook bij een schorsing van de voorlopige hechtenis speelt het advies van de reclassering vaak een rol.

Wanneer bent u geen verdachte meer?

De status van verdachte eindigt bij een onvoorwaardelijk sepot, een vrijspraak, een ontslag van alle rechtsvervolging of verjaring van het feit. Een veroordeling maakt van de verdachte een veroordeelde.

Een sepot betekent niet dat er niets over u is vastgelegd. De zaak blijft geregistreerd in de justitiële documentatie en kan meewegen bij een aanvraag voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG). Wat daarin staat en hoe lang, leest u in ons artikel over het strafblad en de justitiële documentatie.

Een onderzoek kan weken tot maanden duren, bij omvangrijke zaken langer dan een jaar. In die tijd kan een verdenking al gevolgen hebben voor uw werk of reputatie, bijvoorbeeld als u een VOG nodig heeft. Uw advocaat kan bij het OM naar de stand van zaken vragen en aandringen op een beslissing. Duurt de zaak te lang, dan kan dat bij een veroordeling leiden tot strafvermindering.

Kan een bedrijf verdachte zijn?

Ja. Ook een rechtspersoon, zoals een bv of stichting, kan een strafbaar feit plegen en dus verdachte zijn (artikel 51 Wetboek van Strafrecht). Naast het bedrijf kunnen ook de personen die opdracht gaven tot het feit of er feitelijk leiding aan gaven, worden vervolgd.

Dat speelt vooral bij fraude, milieudelicten, overtredingen van arbeidsomstandighedenregels en economische delicten. Een bestuurder kan dan zowel namens het bedrijf worden gehoord als in eigen persoon verdachte zijn. Dat vraagt om een zorgvuldige voorbereiding. De belangen van het bedrijf en van de bestuurder lopen niet altijd gelijk. Soms is het verstandig dat beide een eigen advocaat hebben.

Ook voor een rechtspersoon geldt het zwijgrecht. De rechtspersoon wordt op zitting vertegenwoordigd door een bestuurder of een daartoe gemachtigde.

Heeft u recht op vergoeding na een onterechte verdenking?

Eindigt de zaak zonder straf of maatregel, dan kunt u een vergoeding vragen voor de tijd die u in verzekering of voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. U kunt ook een vergoeding vragen voor de kosten van uw advocaat.

Het verzoek moet u binnen drie maanden na het einde van de zaak indienen bij de rechtbank of het gerechtshof. De rechter beslist naar billijkheid. Hij kijkt daarbij naar alle omstandigheden, ook naar de vraag of de zaak eindigde omdat u onschuldig bleek of omdat het bewijs tekortschoot.

Een vergoeding voor reputatieschade of verlies van werk valt niet onder deze regeling. Daarvoor is een aparte civiele procedure tegen de Staat nodig. Zo’n procedure slaagt alleen als het optreden van politie of justitie onrechtmatig was. Laat die kans vooraf goed inschatten.

Wat betekent een verdenking voor uw werk?

Een verdenking is geen veroordeling, maar kan wel gevolgen hebben op het werk. Uw werkgever mag u in beginsel niet ontslaan alleen omdat u verdachte bent.

Of u uw werkgever moet informeren, hangt af van uw functie, uw arbeidsovereenkomst en de aard van de verdenking. In functies waarvoor een VOG nodig is, zoals in het onderwijs, de zorg of de kinderopvang, kan een verdenking directe gevolgen hebben. Soms volgt een schorsing of non-actiefstelling in afwachting van de uitkomst. Bespreek met uw advocaat wat u wel en niet vertelt, voordat u het gesprek met uw werkgever aangaat.

Wat kunnen wij voor u doen bij een verdenking?

Wij staan u bij vanaf het eerste contact met de politie tot en met een eventueel hoger beroep. Concreet doen wij het volgende:

  • Wij bespreken vóór het verhoor met u of zwijgen of verklaren in uw situatie verstandig is.
  • Wij vragen het dossier op bij het OM en beoordelen welk bewijs er tegen u ligt (artikel 30 Wetboek van Strafvordering).
  • Wij toetsen of aanhouding, doorzoeking en inbeslagneming rechtmatig waren en voeren zo nodig verweer op vormverzuimen (artikel 359a Wetboek van Strafvordering).
  • Wij dienen onderzoekswensen in bij de officier van justitie of de rechter-commissaris, bijvoorbeeld het horen van getuigen.
  • Wij doen binnen veertien dagen verzet tegen een strafbeschikking of stellen hoger beroep in tegen een vonnis.
  • Wij dienen binnen drie maanden na afloop van de zaak een verzoek in om vergoeding van advocaatkosten en vrijheidsbeneming.

Samengevat

  • U bent verdachte zodra er een redelijk vermoeden van schuld is (artikel 27 Wetboek van Strafvordering), ook als u dat nog niet weet.
  • Als verdachte heeft u recht op een advocaat, zwijgrecht, inzage in het dossier en een tolk.
  • U moet wel bepaalde onderzoekshandelingen dulden en uw identiteit opgeven.
  • Hoe lang u mag worden vastgehouden, hangt af van de fase; na zes dagen beslist de rechter.
  • Een sepot blijft geregistreerd en kan meewegen bij een VOG-aanvraag.

Veelgestelde vragen

Wanneer wordt u als verdachte aangemerkt?

Zodra uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit (artikel 27 Wetboek van Strafvordering). Het gaat om concrete aanwijzingen, zoals een getuigenverklaring of camerabeelden, niet om een vaag vermoeden.

Welke rechten heeft u als verdachte?

U heeft het recht om te zwijgen, recht op een advocaat vóór en tijdens het verhoor, recht op inzage in het dossier en recht op een tolk. Op de zitting heeft u bovendien het laatste woord.

Op welk moment wordt u door de politie als verdachte gezien?

Zodra er een redelijk vermoeden van schuld is. Dat kan al lang voor het eerste contact zijn, bijvoorbeeld na een aangifte of een melding die naar u wijst. De politie hoeft het u pas te vertellen als zij u wil horen of aanhouden.

Wat is het verschil tussen een getuige en een verdachte?

Een getuige heeft informatie over een strafbaar feit, maar wordt er niet van verdacht, en moet in beginsel naar waarheid verklaren. Een verdachte wordt verdacht van het feit zelf en heeft zwijgrecht. Die rol kan tijdens het onderzoek veranderen.

Hoe gaat de politie te werk als iemand verdachte wordt?

De politie verzamelt aanwijzingen en besluit dan tot een uitnodiging voor verhoor of een aanhouding. Het OM houdt toezicht op het onderzoek en beslist uiteindelijk over vervolging.

Hoe hoort u dat u verdachte bent?

Bij een aanhouding moet de politie u direct zeggen waarvan u wordt verdacht. Bij een uitnodiging voor verhoor staat meestal vermeld dat u als verdachte wordt gehoord. Voor het verhoor krijgt u de cautie: de mededeling dat u niet tot antwoorden verplicht bent.

Bent u verdachte als de politie u belt?

Niet noodzakelijk. U kunt ook als getuige worden benaderd. Vraag altijd in welke hoedanigheid u wordt gehoord, want daar hangen uw zwijgrecht en uw recht op een advocaat van af.

Hoe lang mag de politie u vasthouden?

Voor onderzoek maximaal negen uur bij een feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten, en zes uur bij andere feiten; de uren tussen middernacht en negen uur ’s ochtends tellen niet mee. Daarna kan de officier van justitie u drie dagen in verzekering stellen, eenmaal te verlengen met drie dagen. Langer vasthouden kan alleen na een beslissing van de rechter.

Komt een verdenking op uw strafblad?

Een verdenking is geen veroordeling. De zaak wordt wel geregistreerd in de justitiële documentatie en kan, ook na een sepot, meewegen bij een aanvraag voor een verklaring omtrent het gedrag.

Law & More staat verdachten bij vanaf het eerste verhoor tot en met de zitting. Meer leest u op de pagina van onze strafrechtadvocaten.

Twijfelt u over uw positie? Leg uw situatie aan ons voor. Wij laten u binnen één werkdag weten wat uw opties zijn.

Meer over hoe Law & More u hierbij helpt, leest u op de pagina strafrecht advocaat.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.