facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Veiligheid En Justitie: Aandeelhouders Geïdentificeerd | L&M
Nieuws, Strafrecht

Nederlandse minister Blok (Veiligheid en Justitie) heeft in een nieuw wetsvoorstel

Veiligheid en Justitie bestrijdt witwassen

Nederlandse minister Blok (Veiligheid en Justitie) heeft in een nieuw wetsvoorstel, dat vandaag voor consultatie op internet is geplaats, de wens opgenomen de houders van aandelen aan toonder niet langer anoniem te laten zijn. Zij zijn straks te identificeren via hun effectenrekening. De aandelen kunnen dan alleen nog worden verhandeld via een effectenrekening die wordt aangehouden bij een tussenpersoon. Op deze wijze wordt het opsporen van personen die betrokken zijn bij bijvoorbeeld witwassen of de financiering van terrorisme vergemakkelijkt. Hiermee volgt het Nederlandse kabinet de aanbevelingen van het FATF.

14-04-2017

Regels Voor Drones In Nederland | Law And More
Actualiteiten, Nieuws

Drones zijn tegenwoordig al bijna niet meer weg te denken

Drones kopen? Ken de regels!

Drones zijn tegenwoordig al bijna niet meer weg te denken. Zo kon Nederland al genieten van indrukwekkende dronebeelden van het vervallen zwembad Tropicana en werden er zelfs al verkiezingen voor het mooiste drone-filmpje gehouden. Omdat drones echter niet alleen maar leuk zijn, maar ook serieuze overlast kunnen veroorzaken, is het voor elke Nederlandse drone-eigenaar belangrijk op de hoogte te zijn van de geldende regels. Een greep uit het assortiment van regels: een drone mag niet hoger dan 120 meter vliegen en ook mag niet in de nabijheid van een vliegveld of ’s-nachts worden gevlogen. Ook zijn er regels voor bedrijfsmatig gebruikers.

13-04-2017

Overlast Eindhoven Airport? Lees Meer | Law And More
Actualiteiten, Nieuws

Eindhoven staat onder meer bekend om haar luchthaven ‘Eindhoven Airport’…

Eindhoven Airport: Feiten en rechten

Eindhoven staat onder meer bekend om haar luchthaven ‘Eindhoven Airport’. Wie ervoor kiest om in de nabijheid van Eindhoven Airport te gaan wonen, zal dan ook rekening dienen te houden met de mogelijke overlast van overvliegende vliegtuigen. Eén van de omwonenden van de luchthaven vond de overlast echter te ernstig geworden en eiste nadeelcompensatie. De rechtbank Oost-Brabant was het hier echter niet mee eens: voor nadeelcompensatie is pas ruimte als de schade niet voorzienbaar was op het moment dat de omwonende zijn twee huizen kocht (1993 en 2009). En dit was het wel: al sinds 1979 was de geluidsnorm bekend. Ondanks een toename van vliegbewegingen van 18.000 tot 30.000 bewegingen was de geluidsnorm namelijk niet overschreden.

12-04-2017

het voorlopig getuigenverhoor 840px
Blog, Procesrecht

Het voorlopig getuigenverhoor

Samenvatting

Voorlopig getuigenverhoor

Volgens de Nederlandse wet kan de rechtbank zowel voorafgaand aan een procedure als tijdens een aanhangige procedure een voorlopig getuigenverhoor gelasten op verzoek van een belanghebbende (bijvoorbeeld een der partijen). Tijdens een voorlopig getuigenverhoor is men verplicht te getuigen en bovendien de waarheid te spreken. Op meineed staat niet voor niets een gevangenisstraf van zes jaar. Op de plicht te getuigen bestaan evenwel een aantal uitzonderingen.

De Nederlandse wet kent bijvoorbeeld het professionele en familiale verschoningsrecht. Een verzoek om een voorlopig getuigenverhoor mag daarnaast worden afgewezen als het verzoek gepaard gaat met een gebrek aan belang, wanneer er sprake is van misbruik van recht, in geval van strijdigheid met de  goede procesorde of in geval van een ander zwaarwichtig belang. Een verzoek kan bijvoorbeeld worden afgewezen wanneer men op deze manier achter bedrijfsgeheimen van de concurrent tracht te komen of wanneer men een fishing expedition tracht te initiëren. Ondanks deze regels kunnen zich schrijnende situaties voordoen, bijvoorbeeld in de trustsector.

Trustsector

In de trustsector is een aanzienlijk deel van de in omloop zijnde informatie doorgaans vertrouwelijk; niet in de laatste plaats informatie van de cliënten van het trustkantoor. Een trustkantoor krijgt  bovendien vaak toegang tot bankrekeningen, hetgeen vanzelfsprekend een grote mate van vertrouwelijkheid vereist. In een belangrijke uitspraak is bepaald dat het trustkantoor zelf geen (afgeleid) verschoningsrecht toekomt. Gevolg hiervan is dat het “trustgeheim” kan worden omzeild door het verzoeken van een voorlopig getuigenverhoor. De reden dat de rechter de trustsector en haar werknemers geen afgeleid verschoningsrecht heeft willen toekennen is uiteraard dat het belang van de waarheidsvinding in dit geval het zwaarst weegt, maar ergens wringt dit wel.

Zo kan een wederpartij, bijvoorbeeld de Belastingdienst, terwijl zij over onvoldoende bewijs beschikt om een procedure te starten middels het instellen van een voorlopig getuigenverhoor onder een scala aan medewerkers van het trustkantoor zoveel (notabene geclassificeerde) informatie verzamelen dat een procedure kansrijk(er) wordt. Overigens kan een belastingplichtige zelf wel weigeren inzage in zijn gegevens als bedoeld in art. 47 AWR te geven op grond van de vertrouwelijkheid van zijn contact met de door hem benaderde geheimhouder.

Het administratiekantoor kan dan een beroep doen op dit weigeringsrecht van de belastingplichtige, maar dan moet het administratiekantoor wel bekendmaken om welke belastingplichtige het gaat. Deze manier van omzeiling van het trustgeheim wordt vaak gezien als een groot probleem en op dit moment zijn er slechts beperkte mogelijkheden voor werknemers van een trustkantoor om te weigeren vertrouwelijke informatie prijs te geven tijdens een voorlopig getuigenverhoor.

Oplossingen

Zoals reeds besproken, bestaat één van deze mogelijkheden uit het stellen dat de wederpartij een fishing expedition tracht te initiëren, dat de wederpartij achter bedrijfsgeheimen probeert te komen of dat de wederpartij onvoldoende belang heeft bij het voorlopig getuigenverhoor. Bovendien hoeft men onder bepaalde omstandigheden niet tegen zichzelf te getuigen.

Vaak zullen deze gronden in het specifieke geval echter niet relevant zijn. In één van haar rapporten uit 2008 heeft de “Adviescommissie van het Burgerlijk Procesrecht” een aanvullende grond voorgesteld: proportionaliteit. Volgens de Adviescommissie zou het mogelijk moeten zijn om een verzoek tot medewerking te weigeren wanneer dit kennelijk disproportioneel uitpakt. Dit is een redelijk criterium. Het blijft evenwel nog steeds de vraag of dit criterium effectief zou zijn. Echter, zolang de rechter dit spoor überhaupt niet oppikt, zal het strenge regime van de wet en de rechtspraak gehanteerd blijven worden. Streng maar rechtvaardig? Dat blijft de vraag.

Contact

Mocht u na het lezen van dit artikel nog vragen of opmerkingen hebben, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected] of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Werknemersrechten Bij Stakingen In Nederland | Law & More
Arbeidsrecht, Nieuws

In Nederland wordt veel waarde gehecht aan het stakingsrecht van werknemers…

Werknemers bescherming tijdens stakingen

In Nederland wordt veel waarde gehecht aan het stakingsrecht van werknemers. Nederlandse werkgevers moeten stakingen, inclusief de negatieve gevolgen die dit voor hen kan hebben, dan ook dulden zolang aan de “spelregels” wordt voldaan. Om te zorgen dat werknemers niet worden weerhouden van de gebruikmaking van dit recht, heeft de Nederlandse Centrale Raad van Beroep bepaald dat een staking geen gevolgen mag hebben voor de hoogte van de WW-uitkering. Dit betekent dat het dagloon van een werknemer, op basis waarvan de WW-uitkering wordt berekend, niet meer negatief beïnvloed mag worden door een staking.

voorlopige zekerheid in geval van een niet betalende wederpartij 840
Blog, Civiel Recht

Conservatoir beslag : voorlopige zekerheid in geval van een niet betalende wederpartij

Conservatoir beslag kan worden gezien als een bewarend, tijdelijk beslag. Conservatoir beslag wordt ingezet om ervoor te zorgen dat de schuldenaar zijn bezittingen niet kwijt maakt vóór het moment dat via executoriaal beslag, waarvoor via de rechter een executoriale titel moet worden verkregen, eventueel daadwerkelijk verhaal kan worden gezocht op de bezittingen van de schuldenaar. Conservatoir beslag leidt namelijk niet direct tot voldoening van de vordering.

Conservatoir beslag is een veelgebruikt middel, dat bovendien als pressiemiddel kan worden ingezet om ervoor te zorgen dat de schuldenaar toch ‘om’ gaat en betaalt. In vergelijking met beslaglegging in andere landen, is het leggen van beslag in Nederland relatief simpel. Hoe kan conservatoir beslag worden gelegd en wat zijn hiervan de implicaties?

Conservatoir beslag

Wil men conservatoir beslag leggen, dan zal men met behulp van een advocaat een daarop ziend verzoekschrift in moeten dienen bij de voorzieningenrechter. Dit verzoekschrift zal moeten voldoen aan een aantal vereisten. Zo moet in het verzoekschrift worden vastgelegd wat de aard is van het te leggen beslag, welk recht wordt ingeroepen (bijvoorbeeld het eigendomsrecht of het recht op vergoeding van schade) en het bedrag waarvoor men beslag wil laten leggen.

Wanneer de rechter beslist op het verzoekschrift, doet hij geen uitgebreid onderzoek. Het onderzoek is summier. Wel wordt een verzoek om conservatoir beslag te leggen in principe pas toegewezen op het moment dat er aangetoond kan worden dat er een gegronde vrees bestaat dat de schuldenaar, of een derde partij waaraan de goederen toebehoren, de goederen verduistert. Mede om deze reden wordt de schuldenaar niet op de hoogte gesteld van het verzoek tot het leggen van conservatoir beslag; het beslag komt als een verrassing.

Op het moment dat het conservatoir beslag wordt toegewezen, moet binnen een door de rechter gestelde termijn van ten minste 8 dagen een gerechtelijke procedure (de hoofdprocedure) worden gestart met betrekking tot de vordering. Doorgaans bedraagt die termijn 14 dagen. Het beslag wordt aan de schuldenaar bekend gemaakt door middel van een beslagexploit dat door de deurwaarder aan hem wordt betekend.

Normaal gesproken zal het conservatoir beslag in stand blijven tot een executoriale titel wordt verkregen. Wanneer deze executoriale titel is verkregen, wordt het conservatoir beslag omgezet in executoriaal beslag en kan de schuldeiser zich verhalen op de goederen waarop het beslag rust. Op het moment dat er geen executoriale titel wordt verkregen, zal het conservatoir beslag vervallen. Overigens is het niet zo dat de schuldenaar de goederen tijdens conservatoir beslag niet kan verkopen. In dat geval blijft het beslag wel op de goederen rusten.

Waarop kan beslag worden gelegd?

Het gehele vermogen van de schuldenaar komt voor beslag in aanmerking. Zo kan er beslag worden gelegd op inventaris, loon, een bankrekening, huizen, auto’s etc. Loonbeslag is een vorm van conservatoir derdenbeslag. Het loon bevindt zich immers onder een derde: de werkgever.

Opheffing van het beslag

Een gelegd beslag kan ook weer worden opgeheven. Dit kan ten eerste gebeuren als de rechter in de hoofdzaak beslist dat het beslag dient te worden opgeheven. Ook kan een belanghebbende (vaak de schuldenaar) vragen om opheffing. Redenen hiervoor kunnen zijn dat de schuldenaar vervangende zekerheid biedt, dat uit summier onderzoek blijkt dat het beslag onnodig is of dat er sprake is van een bepaalde procedurele vormfout.

Nadelen conservatoir beslag

Ondanks het feit dat conservatoir beslag een mooie optie lijkt, zal men ook rekening moeten houden met het feit dat er gevolgen verbonden kunnen zijn aan het te lichtvaardig laten leggen van conservatoir beslag. Op het moment dat de vordering waar het beslag op ziet wordt afgewezen, is de beslaglegger aansprakelijk voor de door de schuldenaar geleden schade. Bovendien kost het leggen van conservatoir beslag geld (denk aan deurwaarderskosten, griffierecht en advocaatkosten), hetgeen niet allemaal zal worden vergoed door de schuldenaar.

Daarnaast bestaat er voor de schuldeiser altijd het risico dat er niets is om zich uiteindelijk op te verhalen, bijvoorbeeld omdat er een hypotheek op het goed rust die de waarde van het goed overstijgt en die bij executie van het goed voorrang krijgt  of – in geval van bankbeslag – omdat er geen geld op de bankrekening van de schuldenaar staat.

Contact

Mocht u na het lezen van dit artikel nog vragen of opmerkingen hebben, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected] of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Hoe Beïnvloedt Regelgeving Nederlandse Radiozenders? | L & M
Actualiteiten, Nieuws

Nederland kent een hoop radiozenders, die er bijna allemaal om bekend staan dat…

Nederland : Regels voor radiozenders en promoties

Nederland kent een hoop radiozenders, die er bijna allemaal om bekend staan dat zij ter promotie geregeld concerttickets weggeven. Toch mogen niet alle radiozenders dit zomaar doen. Het Commissariaat voor de Media heeft daarom onlangs NPO Radio 2 en 3FM op de vingers getikt. De reden hiervoor? Een publieke omroep wordt gekenmerkt door onafhankelijkheid. De programma’s van een publieke omroep mogen niet gekleurd worden door commerciële belangen en men mag niet dienstbaar zijn aan het maken van meer dan normale winst door derden. Publieke omroepen mogen daarom alleen concerttickets weggeven wanneer de zenders zelf voor de tickets hebben betaald.

07-04-2017

transportbedrijf beginnen 840px
Blog, Ondernemingsrecht

Transportbedrijf beginnen?

Transportbedrijf nodig? Snelle en veilige oplossingen

Introductie

Iedereen die een transportbedrijf wil beginnen, zal zich bewust moeten zijn van het feit dat dit niet zomaar kan. Voordat men een transportbedrijf kan starten, zal namelijk eerst het nodige papierwerk in orde gemaakt moeten worden. Zo heeft elk bedrijf dat actief is in het beroepsgoederenvervoer over de weg, dat wil zeggen elk bedrijf dat tegen betaling goederen (over de weg) vervoert in opdracht van derden, een Eurovergunning nodig op het moment dat dit vervoer plaatsvindt met voertuigen met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Om deze Eurovergunning te krijgen, moet er flink wat werk verzet worden. Wat er moet gebeuren? Dat lees je hier.

Vergunning

Om een Eurovergunning te verkrijgen, zal deze aangevraagd moeten worden bij de NIWO (Nationale en Internationale Wegvervoer Organisatie). Zoals in de inleiding aangegeven geldt de vergunningsplicht voor nationaal en internationaal transport met voertuigen met een laadvermogen van meer dan 500 kg. Een transportbedrijf met een vergunning moet ten minste één voertuig hebben, waarvoor ook een vergunningsbewijs moet worden afgegeven.

Met een vergunningsbewijs aan boord mag het voertuig (met een enkele uitzondering) goederen vervoeren binnen de grenzen van de EU. Buiten de EU gelden andere vergunningen (bijvoorbeeld een CEMT-vergunning of aanvullende ritmachtigingen). De Eurovergunning is geldig voor een periode van 5 jaar. Na deze periode kan de vergunning worden verlengd. Afhankelijk van het type transport (bijvoorbeeld transport van gevaarlijke stoffen), is het mogelijk dat er ook nog andere vergunningen nodig zijn.

Voorwaarden

Er zijn vier hoofdvoorwaarden waaraan moet worden voldaan wil men een vergunning kunnen krijgen:

  • Het bedrijf moet in Nederland een reële vestiging hebben, betekenend een werkelijke en duurzame vestiging. Bovendien moet er zoals gezegd sprake zijn van minimaal één voertuig.

 

  • Het bedrijf moet kredietwaardig zijn, inhoudend dat het bedrijf een toereikende hoeveelheid financiële middelen ter beschikking moet hebben om haar opstart en continuïteit te waarborgen. Concreet houdt dit in dat het bedrijfskapitaal (in de vorm van risicodragend vermogen) minimaal 9.000 euro moet omvatten in geval gewerkt wordt met één voertuig. Hier komt een aanvullende 5.000 euro bij per extra voertuig. Als bewijs voor kredietwaardigheid moet er een (openings)balans worden overlegd, eventueel met vermogensopstelling, evenals een verklaring van een accountant (AA of RA), een lid van NOAB of een lid van het Register Belastingadviseurs. Voor deze verklaring gelden enkele specifieke vereisten.

 

  • Bovendien moet degene die de vervoerswerkzaamheden aanstuurt (de vervoersmanager) zijn vakbekwaamheid aantonen door het overleggen van een erkend vakdiploma ‘Ondernemer beroepsgoederenvervoer over de weg’. Voor dit diploma zal men de handen uit de mouwen moeten steken, nu dit diploma pas wordt verkregen door het afleggen en halen van zes examens, georganiseerd door een specifieke tak van het CBR. Niet elke leidinggevende hoeft dit diploma echter te behalen; er geldt een ondergrens van minimaal één leidinggevende. Er gelden bovendien een aantal aanvullende eisen. Zo moet de vervoersmanager woonachtig zijn in de EU. De transportmanager kan de directeur of eigenaar van het bedrijf zijn, maar de functie kan ook worden vervuld door een ‘extern’ persoon (bijvoorbeeld een procuratiehouder of bedrijfsleider), zolang de NIWO maar kan vaststellen dat de vervoersmanager permanent en daadwerkelijk leiding geeft aan de vervoerswerkzaamheden en dat er bovendien een reële band kan worden aangenomen met de onderneming. In geval van een ‘extern’ persoon is er een ‘verklaring inbreng vakbekwaamheid’ nodig.

 

  • De vierde voorwaarde is dat het bedrijf betrouwbaar dient te zijn. Dit kan worden aangetoond met een ‘Verklaring omtrent gedrag (VOG) voor NP en/of RP’. De VOG RP is nodig in het geval de onderneming is gegoten in de vorm van een B.V., V.o.f. of maatschap. De VOG NP is benodigd in het geval er sprake is van een eenmanszaak en/of een externe vervoersmanager. In geval van bestuurders die niet in Nederland woonachtig zijn en die niet in het bezit zijn van de Nederlandse nationaliteit moet er een aparte VOG NP worden aangevraagd in het land van woonplaats of nationaliteit.

(Overige) afwijzingsgronden

Een Eurovergunning kan worden geweigerd of ingetrokken op het moment dat dit wordt geadviseerd door het Bureau Bibob. Dit kan het geval zijn wanneer er een mogelijkheid bestaat dat de vergunning zal worden gebruikt voor bijvoorbeeld criminele activiteiten.

Aanvraag

De vergunning kan worden aangevraagd via het digitale loket van de NIWO. Het aanvragen van een vergunning kost € 235,-. Het aanvragen van een vergunningsbewijs kost € 28,35. Ook wordt er jaarlijks een bedrag van € 23,70 aan heffing per vergunningsbewijs in rekening gebracht.

Conclusie

Om in Nederland een transportbedrijf te starten is een Eurovergunning nodig. Deze vergunning kan worden verleend op het moment dat er aan vier voorwaarden is voldaan: er moet sprake zijn van een reële vestiging, het bedrijf moet kredietwaardig zijn, de vervoersmanager moet in het bezit zijn van een diploma ‘Ondernemer beroepsgoederenvervoer over de weg’ en het bedrijf moet betrouwbaar zijn. Een vergunningsaanvraag kan, naast de gevallen waarin er niet wordt voldaan aan bovengenoemde voorwaarden, ook worden afgewezen op het moment dat het risico bestaat dat de vergunning zal worden misbruikt. De kosten voor de aanvraag bedragen € 235,-. Een vergunningsbewijs kost € 28,35.

Bron: www.niwo.nl

Contact

Mocht u na het lezen van dit artikel nog vragen of opmerkingen hebben, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected] of bel ons op +31 (0)40-3690680.

 

Vennootschuld: Belangrijke Lessen Voor Vennoten | Law & More
Blog, Ondernemingsrecht

Vennoot van een vof hoofdelijk aansprakelijk voor door eerdere vennoot gemaakte schulden

Vennoot bij een vof? Ontdek uw aansprakelijkheid

Dit is een samenvatting van de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 5 april 2017. 

De rechtbank veroordeelt CvV Beheer B.V. tot betaling van € 735.738,25, welke bedrag voortkomt uit een door zijn voorganger verstrekt pandrecht inzake een leningsovereenkomst. Uitschrijving van de vennoot bij de KvK met terugwerkende kracht doet niet tevens de hoofdelijke aansprakelijkheid vervallen.

Samenvatting van de feiten

Op 30 december 2015 sloten eiser en de heer X en vier van zijn vennootschappen een geldleningsovereenkomst voor een bedrag van € 435.465,-. Bij geregistreerde stampandakte is door de heer X en zeven van zijn vennootschappen (“pandgever”) aan eiser een pandrecht verstrekt ter meerdere zekerheid voor deze vordering en voor alle vorderingen die op dat moment bestaan en nog zullen ontstaan uit de tussen partijen bestaande rechtsverhoudingen. Eén van deze vennootschappen is Vof X. Hiervan waren de heer X, zijn echtgenote en de heer Y vennoten.

Per 1 maart 2016 trad de heer Y uit als vennoot. Op 2 maart 2016 traden de heer X en zijn echtgenote uit als vennoot. Op diezelfde datum zijn N&B Holding B.V., waarvan de heer X en zijn echtgenote bestuurders zijn, en CvV Beheer B.V. toegetreden als vennoten. Op 4 april is CvV uitgetreden als vennoot, met als uittredingsdatum volgens opgave aan de Kamer van Koophandel 3 maart.

Op enig moment heeft eiser bovenop het eerdergenoemde bedrag ook een bedrag van €270.000,- van pandgever te vorderen. Op 16 maart 2016 is ter betaling een vaststellingsovereenkomst tot stand gekomen tussen eiser en pandgever. Als deze niet wordt nagekomen, vordert eiser van CvV betaling van het bedrag van inmiddels € 735.738,25.

Samenvatting van de rechtsoverwegingen

Rb.: de Hoge Raad heeft eerder bepaald dat de strekking van art. 18 WvK meebrengt dat de hoofdelijke verbondenheid van vennoten alle schulden betreft die ten tijde van hun toetreding tot de vennootschap bestaan, of nadien bestaan. Het feit dat de bestaande schuldeisers er derhalve een extra verhaalsmogelijkheid bij krijgen, maakt dit volgens de rechtbank niet anders.

Hiervoor bestaat een deugdelijke (wettelijke) grond en bovendien dient het aanvaarden van hoofdelijke aansprakelijkheid van de vennoten van een Vof voor bij toetreding al bestaande verbintenissen de rechtszekerheid.

Derhalve is CvV als zijnde vennoot hoofdelijk aansprakelijk voor de schuld van inmiddels € 735.738,25. Het feit dat CvV zich op 4 april 2016 met terugwerkende kracht heeft uitgeschreven bij de KvK per 3 maart 2016, wil niet zeggen dat ook de hoofdelijke aansprakelijkheid met terugwerkende kracht komt te vervallen.

De rechtbank verwerpt tevens het verweer dat eiser op had moeten merken dat de heer X zijn tekeningsbevoegdheid bij de vaststellingsovereenkomst had overschreden. De akte waarin zijn vertegenwoordigingsbevoegdheid werd beperkt was namelijk niet ingeschreven bij de KvK, hetgeen voor rekening en risico van CvV dient te blijven.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze samenvatting, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected], of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Relevante rechtsgebieden: samenwerkingsovereenkomst | ondernemingsrecht | bedrijfsjurist

Het Kort Geding: Snel Juridische Hulp Bij Spoed | L & M
Blog, Procesrecht

Het kort geding : eerste hulp bij spoed

Het kort geding : Spoedeisende oplossing voor uw zaak

Procederen is helaas iets dat net wat meer tijd in beslag neemt dan menig advocaat en cliënt wenst. In sommige zaken is het vanwege spoed niet mogelijk het vonnis van een normale procedure af te wachten. Indien dit ook het geval is in uw geschil, is het indien de zaak zich daartoe leent mogelijk een kort geding te starten. Dit is een zelfstandige gerechtelijke procedure in het burgerlijk recht, bedoeld voor zaken met een spoedeisend karakter. Hierin kunt u een voorlopige maatregel vorderen, zoals de opheffing van een beslag of een verbod van publicatie.

Snelle procedure

Op het moment dat de zaak zich daartoe leent, wordt het kort geding vaak gezien als een geschikte procedure aangezien deze snel tot resultaat kan leiden. In tegenstelling tot een normale procedure, die soms jaren in beslag kan nemen, behandelt de rechter een kort geding binnen één tot twee maanden na aanvraag. Het doel van een kort geding is het snel verkrijgen van een voorlopige beslissing van de rechter. Deze beslissing is voorlopig aangezien deze vooruit loopt op de beslissing in een volledige procedure, de bodemprocedure genoemd. Het is echter doorgaans niet vereist dat er al een bodemprocedure is gestart of ooit zal worden gestart.

Spoedeisendheid

Volgens de wet is het kort geding een procedure ‘waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist’. Spoedeisendheid in de procedure is dus een vereiste. De rechter beoordeelt of dit het geval is, waarbij hij doorgaans redelijk soepel is. Bij zijn beoordeling zijn de belangen van u en uw wederpartij bepalend. De eisende partij heeft belang bij een snelle uitspraak, terwijl de gedaagde hierdoor minder tijd heeft om zich op de zaak voor te bereiden. Deze belangen weegt de rechter tegen elkaar af.

Verloop van de procedure

Een kort geding vindt plaats ten overstaan van een alleensprekende rechter. Deze wordt de voorzieningenrechter genoemd. Vanwege het spoedeisend karakter in de procedure zijn niet alle regels van het algemene procesrecht van toepassing. De eiser roept de gedaagde doorgaans op door middel van een dagvaarding. Hiervoor kan een verkorte dagvaardingstermijn gelden. Na ontvangst van een ingevuld aanvraagformulier en een conceptdagvaarding, bepaalt de voorzieningenrechter wanneer de zitting plaatsvindt. De rechter is niet gebonden aan de wettelijke bewijsregels: er zijn geen verplichte bewijsmiddelen, dus elk bewijsmiddel is toegestaan.

Gelet op het voorlopige karakter van de maatregel en het spoedeisende karakter van de procedure, kan de rechter ervoor kiezen de wettelijke regels van bewijsrecht niet toe te passen. Daarnaast vindt er geen schriftelijke behandeling, een zogeheten conclusiewisseling, plaats zoals in een gewone procedure. Tot slot kan de voorzieningenrechter de behandeling van de zaak weigeren indien deze niet geschikt is om in kort geding tot een voorlopige beslissing te leiden. Dit kan bijvoorbeeld als de zaak te gecompliceerd is of de rechter de gevolgen van zijn beslissing onvoldoende kan voorzien.

Na de zitting

De rechter spreekt het vonnis van het kort geding doorgaans twee weken na de zitting uit, of eerder als dit nodig is. De rechter stelt de datum van uitspraak aan het einde van de zitting vast. Indien u of uw wederpartij het niet eens zijn met het vonnis is het mogelijk in hoger beroep te gaan. Hoger beroep kan in sommige soorten zaken zijn uitgesloten. Voor hoger beroep geldt een verkorte beroepstermijn van vier weken. U kunt er ook voor kiezen het oordeel in de bodemprocedure af te wachten. Hoewel de voorzieningenrechter zich moet richten naar de waarschijnlijke uitkomst in de bodemprocedure, is de bodemrechter hier niet aan gebonden.

Is bijstand door een advocaat verplicht?

Tenzij u een zaak start bij de kantonrechter, bent u als eiser verplicht u te laten bijstaan door een advocaat. Bent u gedaagde in een kort geding? Dan is het in principe niet verplicht u te laten bijstaan door een advocaat. Uiteraard bent u van harte welkom om contact met ons op te nemen als u vragen hebt over een (dreigend) kort geding, of als u wenst dat een van onze advocaten u hierin bijstaat. Tijdens een kort geding is een met expertise opgestelde dagvaarding of verweer aan de hand van een vooraf met aandacht uitgestippelde strategie namelijk een must.

Wat kost het u?

De griffierechten en de eventuele kosten van een advocaat zijn voornamelijk bepalend voor de kosten van een kort geding. Een van de partijen kan ook in de kosten van de procedure worden veroordeeld. De kosten van de wederpartij zijn daarbij (gedeeltelijk) inbegrepen. Uiteraard bent u van harte welkom om contact met ons op te nemen als u vragen hebt over een (dreigend) kort geding, of als u wenst dat een van onze advocaten u hierin bijstaat. Wij kunnen u dan een schatting geven van de verwachte kosten in uw zaak.

Contact

Mocht u na het lezen van dit artikel nog vragen of opmerkingen hebben, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected] of bel ons op +31 (0)40-3690680.

SBR En Elektronische Deponering Voor Internationale Cliënten
Blog, Ondernemingsrecht

SBR en elektronische deponering voor internationale cliënten

Internationale cliënten : De nieuwe regels voor jaarrekeningen

Introductie

Het bijstaan van internationale cliënten met een onderneming in Nederland behoort tot mijn dagelijkse praktijk. Nederland is immers een geweldig land om in te ondernemen, maar het leren van de taal of het bekend worden met de Nederlandse gebruiken kan door buitenlandse organisaties nog wel eens als lastig worden ervaren. Daarom wordt een helpende hand vaak gewaardeerd. Het bereik van mijn hulp strekt zich uit van het verlenen van bijstand in complexe processen tot het bijstaan in de communicatie met de Nederlandse autoriteiten.

Recentelijk ontving ik van een cliënt de vraag of ik de precieze inhoud van een brief van de Kamer van Koophandel kon verduidelijken. Deze korte, maar toch belangrijke informatieve brief betrof een ontwikkeling in het deponeren van de jaarrekening, wat binnenkort alleen nog maar elektronisch zal kunnen gebeuren. De brief is het gevolg van de wens van de regering om met de tijd mee te gaan, om de voordelen van elektronische data-uitwisseling te benutten en om een gestandaardiseerde manier van dit jaarlijks terugkerende proces in te voeren.

Om deze reden dient de jaarrekening vanaf het jaar 2016 of 2017 elektronisch te worden ingediend, zoals is neergelegd in de Wet deponering in handelsregisters langs elektronische weg, die gelijktijdig met het Besluit elektronische deponering handelsregisters werd geïntroduceerd, welke laatste zorgt voor een set aanvullende, gedetailleerde(re) regels. Nog een behoorlijke mond vol, maar wat houden deze Wet en dit Besluit precies in?

Toen en nu

Vroeger kon de jaarrekening zowel elektronisch als op papier worden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Het Burgerlijk Wetboek kent nog steeds grotendeels bepalingen die gebaseerd zijn op het deponeren van de jaarrekening langs de papieren weg. Tegenwoordig kan deze methode worden gezien als gedateerd en ik was zelfs lichtelijk verrast door het feit dat deze ontwikkeling zich niet eerder heeft ingezet.

Het is niet moeilijk om jezelf voor te stellen dat het indienen van de jaarrekening via de papieren weg een hoop nadelen heeft vergeleken met het elektronisch indienen van deze stukken, kijkend vanuit een kosten- en tijdsperspectief. Denk maar aan de kosten voor het papier zelf, de kosten en tijd die nodig zijn om de jaarrekening op papier te stellen en deze – tevens op papier – in te dienen, waarna de Kamer van Koophandel deze documenten moet verwerken, nog niet sprekend over de tijd en kosten die gemoeid gaan met het laten opstellen en/of controleren van de (niet-gestandaardiseerde) jaarrekening door een accountant.

Als gevolg hiervan, heeft de regering voorgesteld gebruik te gaan maken van “SBR” (kort voor: Standard Business Report). SBR is een gestandaardiseerde elektronische methode gebruikt om financiële informatie en documenten te creëren en te deponeren, gebaseerd op een datacatalogus (de Nederlandse Taxonomie). Deze catalogus bevat definities van data, die kunnen worden gebruikt om een jaarrekening op te stellen.

Een ander voordeel van de SBR-methode is dat niet alleen de uitwisseling van data tussen onderneming en de Kamer van Koophandel vereenvoudigd kan worden, maar, als gevolg van deze standaardisatie, ook de uitwisseling van data met derden eenvoudiger kan worden. Kleine ondernemingen kunnen hun jaarrekening reeds sinds 2007 elektronisch deponeren met gebruikmaking van de SBR-methode. Voor middelgrote en grote ondernemingen is deze mogelijkheid pas in 2015 geïntroduceerd.

Dus: wanneer en voor wie?

De regering heeft duidelijk gemaakt dat het antwoord op deze vraag een typisch gevalletje “size matters” is. Kleine ondernemingen zullen verplicht worden hun jaarrekening elektronisch via SBR in te dienen vanaf het financiële jaar 2016. Als alternatief, kunnen kleine ondernemingen die de jaarrekening zelf (opstellen en) indienen de jaarrekening deponeren door middel van een gratis onlineservice – de service “zelf deponeren jaarrekening”-, welke in werking is sinds 2014.

Het voordeel van deze service is dat de onderneming hierdoor geen SBR-compatibele software hoeft aan te schaffen. Middelgrote ondernemingen dienen de jaarrekening elektronisch via SBR in te dienen vanaf het financiële jaar 2017. Ook voor deze ondernemingen geldt dat er een tijdelijke, alternatieve onlineservice (“opstellen jaarrekening”) zal worden geïntroduceerd.

Met behulp van deze service kunnen middelgrote ondernemingen de jaarrekeningen zelf opstellen in XBRL-formaat. Daarna kan de jaarrekening gedeponeerd worden door middel van een online portaal (“Digipoort”). Dit betekent dat de middelgrote onderneming niet verplicht is per direct SBR-compatibele software aan te schaffen. Deze service zal tijdelijk in werking zijn en zal na vijf jaar ophouden te bestaan, te rekenen vanaf 2017.

Voor grote ondernemingen en middelgrote groepsstructuren bestaat er nog geen verplichting om de jaarrekening via SBR in te dienen. Dit omdat deze ondernemingen te maken hebben met een zeer complexe set aan regels en vereisten. De verwachting is dat deze ondernemingen vanaf 2019 de kans krijgen om te kiezen tussen deponering via SBR of via een specifiek Europees format.

Geen regels zonder uitzonderingen

Een regel zou geen regel zijn als er geen uitzonderingen op zouden worden gemaakt. Twee om precies te zijn. De nieuwe regels die betrekking hebben op het elektronisch deponeren zijn niet van toepassing op rechtsvormen en ondernemingen met een statutaire zetel buiten Nederland die op basis van het Handelsregisterbesluit 2008 de verplichting hebben om de jaarstukken bij de Kamer van Koophandel te deponeren, voor zover en in de vorm waarin deze documenten openbaar moeten worden gemaakt in het land van statutaire zetel.

De tweede uitzondering wordt gemaakt voor uitgevende instellingen zoals gedefinieerd in artikel 1:1 van de Wft en voor dochterondernemingen daarvan, voor zover deze zelf ook uitgevende instellingen zijn. Een uitgevende instelling is eenieder die effecten heeft uitgegeven of die voornemens is effecten uit te geven.

Overige aandachtspunten

Dat is nog niet alles. Rechtspersonen zelf dienen een aantal aanvullende aspecten in het achterhoofd te houden. Een van die aspecten is het feit dat een rechtspersoon zelf verantwoordelijk zal blijven voor het deponeren van een jaarrekening die in overeenstemming is met de wet. Dit betekent onder meer dat de jaarrekening een dermate duidelijk inzicht geeft dat men op voldoende wijze de financiële positie van de rechtspersoon kan beoordelen. Ik adviseer iedere ondernemer daarom om de gegevens in de jaarrekening te allen tijde zorgvuldig te controleren voor deze wordt gedeponeerd.

Schenk tenslotte aandacht aan het feit dat het weigeren de jaarrekening op de voorgeschreven wijze te deponeren resulteert in een economisch delict in de zin van de Wet op de Economische Delicten. Gelukkig is reeds bevestigd dat een jaarrekening die is opgesteld met behulp van de SBR-methode kan worden gebruikt voor de vaststelling daarvan in de vergadering van aandeelhouders. Deze stukken kunnen ook onderworpen worden aan een accountantscontrole in overeenstemming met artikel 2:393 BW.

Conclusie

Met de invoering van de Wet deponering in handelsregisters langs elektronische weg en het daaraan verbonden Besluit, heeft de regering een mooi stukje progressiviteit tentoongesteld. Als gevolg wordt het verplicht voor kleine en middelgrote ondernemingen om de jaarrekening elektronisch te deponeren vanaf respectievelijk 2016 en 2017, tenzij de onderneming binnen het bereik van een van de uitzonderingen kan worden gebracht. De voordelen zijn oneindig. Nochtans, adviseer ik elke onderneming om het hoofd erbij te houden nu de eindverantwoordelijkheid blijft rusten bij de deponeringsplichtige ondernemingen en u als bestuurder zeker niet met de gevolgen geconfronteerd wil worden.

Contact

Mocht u na het lezen van dit artikel nog vragen of opmerkingen hebben, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected] of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Relevante rechtsgebieden: samenwerkingsovereenkomst | ondernemingsrecht | bedrijfsjurist

Internet Een Aanbieding: Wat Als De Prijs Te Laag Is? | L&M
Civiel Recht, Nieuws

Stel: je ziet op internet een aanbieding die eigenlijk te mooi is om waar te zijn…

Internet een aanbieding: Wat als de prijs te laag is?

Stel: je ziet op internet een aanbieding die eigenlijk te mooi is om waar te zijn. En dat blijkt ook zo te zijn. Door een typefout kost die mooie laptop geen 1500 euro, maar 150 euro. Je besluit hier snel van te profiteren en slaat je slag. Kan de winkel de koop nog annuleren? Dat hangt er van af hoeveel de prijs afwijkt van de werkelijke prijs. Ontstaat er door de grootte van het prijsverschil het vermoeden dat de prijs echt niet klopt, dan wordt er van de consument verwacht dat deze enig onderzoek zal doen. Bij prijsverschillen die niet direct argwaan wekken kan dit anders zijn.

 

Mag Een Stichting Over Gedoneerd Geld Beschikken? | L. & M.
Blog, Ondernemingsrecht

Stichting mag vrijelijk over overgeboekte gelden beschikken ten behoeve van het vervullen van haar doelstellingen

Rechtbank Beslist : Stichting Mag Geld Niet Uitbetalen

Dit is een samenvatting van de uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 20 maart 2017.

Vrouw vordert uitkering van een door een crowdfundings-actie opgebracht en aan een stichting uitgekeerd bedrag. Uitbetaling van het gevorderde bedrag past niet binnen de doelstelling van de stichting.

Samenvatting van de feiten

Bij eiseres is leverkanker geconstateerd. Zij is in Nederland uitbehandeld. Omdat zij geen uitvaartverzekering kan afsluiten, is door middel van een crowdfundings-actie geld opgehaald om haar uitvaart te kunnen bekostigen. Een vriend van eiseres heeft hiertoe de hulp ingeroepen van stichting X, die de binnenkomende gelden zou beheren tot deze konden worden uitgekeerd aan een door de vrienden van eiseres opgerichte stichting (‘de Stichting’). Op enig moment krijgt eiseres te horen dat zij kan worden doorbehandeld in België.

Eiseres verzoekt vervolgens om uitbetaling van het opgehaalde bedrag, wat door stichting X wordt geweigerd. Het geld wordt door stichting X vervolgens overgemaakt aan de door de vrienden van eiseres inmiddels opgerichte Stichting, op verzoek van deze Stichting. De Stichting heeft twee doelstellingen: het bijdragen aan de uitvaartkosten van eiseres en het mogelijk maken van een waardige uitvaart voor jongeren zonder uitvaartverzekering.

Ook de Stichting betaalt niet uit. Eiseres beschouwt zichzelf als rechthebbende en vordert in kort geding onder meer uitbetaling van het bedrag met een omvang van € 55.564,69.

Samenvatting van de rechtsoverwegingen

Rb.: het staat vast dat uitbetaling van het gehele bedrag, zonder dat duidelijk is waaraan dit zal worden besteed, niet past binnen de doelstelling van de Stichting. De vordering kan pas dan worden toegewezen wanneer met grote mate van waarschijnlijkheid kan worden gezegd dat de bedragen aan eiseres toebehoren en de Stichting deze gelden zonder recht of titel onder zich houdt. Dit is volgens de rechtbank niet het geval.

Er is geen sprake van rechtsreeks aan eiseres geschonken gelden, die zij vrijelijk zou kunnen besteden. Immers werd het geld opgehaald met het oog op bekostiging van de uitvaart van eisers en zou het geld beheerd worden door de Stichting, die, wanneer er geld zou overblijven, dit zou aanwenden om jongeren in situaties vergelijkbaar aan die van eiseres te helpen. Bovendien is het geld geheel volgens plan eerst door stichting X beheerd en vervolgens aan de Stichting uitgekeerd, die doelstellingen gelijk aan de beoogde doelstellingen hanteerde. De gelden mochten daarom worden overgeboekt en volgens de doelstellingen van de Stichting worden besteed.

Het feit dat eiseres deze gelden nodig zou hebben voor (onvoorziene) zorgkosten en het feit dat de statuten van de Stichting voordat deze na twee dagen weer gewijzigd werden ook een hierop gerichte doelstelling bevatten, doet hier niet aan af, nu deze doelstelling niet aansloot op hetgeen aan de donateurs is gecommuniceerd.

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze samenvatting, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected], of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Spelende Problemen Groningen: Wat U Moet Weten
Actualiteiten, Nieuws

Spelende Problemen Groningen: Wat U Moet Weten

Spelende Problemen in Nederland: Oplossingen en Gevolgen

Er zullen maar weinig Nederlanders zijn die niet op de hoogte zijn van de al jarenlang spelende problemen omtrent de door gasboringen ontstane Groningse aardbevingen. De rechtbank heeft bepaald dat de Nederlandse Aardolie Maatschappij aan een deel van de inwoners van het Groningenveld immateriële schadevergoeding moet betalen. Ook de Staat werd aangesproken wegens onvoldoende toezicht, maar de rechtbank oordeelde dat, ondank het feit dat het onvoldoende toezicht werd aangenomen, niet kon worden gezegd dat de geleden schade hiervan het gevolg was.

Veelgehoorde Klachten Over Juridisch Jargon Opgelost? | L&M
Actualiteiten, Nieuws

Een veelgehoorde klacht in de juridische wereld is dat juristen doorgaans…

Veelgehoorde kritiek op juridisch taalgebruik uitgelegd

Een veelgehoorde klacht in de juridische wereld is dat juristen doorgaans geneigd zijn onbegrijpelijk juridisch jargon te hanteren. Toch blijkt dit niet altijd een probleem. Rechter Hansje Loman en griffier Hans Braam van de rechtbank Amsterdam ontvingen recentelijk de Klare Taalbokaal 2016, omdat zij de in de meest begrijpelijke taal opgestelde rechterlijke uitspraak hebben geschreven. De uitspraak gaat over de schorsing van een rijbewijs bij vermoeden van drugsgebruik.

Wat Is De Snowden-affaire? Lees De Volledige Uitleg | L & M
Blog, Strafrecht

Wat is de Snowden-affaire? Lees de volledige uitleg

Snowden : de zaak die digitale privacy veranderde

Introductie

Medio september van vorig jaar kwam de film ‘Snowden’ uit. Zoals velen al weten en de film zelfs misschien al gezien hebben, vertelt de film het waargebeurde verhaal van Edward Snowden. Edward Snowden verwierf brede bekendheid als klokkenluider, toen hij een grote hoeveelheid vertrouwelijke informatie over de “spionageactiviteiten” van de CIA, NSA en GCHQ aan de pers lekte. De film toont onder meer de inzet van het programma “PRISM”, waarmee de NSA op grote schaal en zonder voorafgaande, individuele rechterlijke toestemming telecommunicatie kon onderscheppen. Velen zullen deze gebeurtenissen zien als een ver-van-mijn-bed-show of als een afspiegeling van Amerikaanse taferelen. Wat de meesten echter niet weten is dat vergelijkbare situaties vaker voorkomen dan men zou denken. Zelfs in Nederland. Zo is op 20 december 2016 door de Tweede Kamer het tamelijk privacygevoelige wetsvoorstel “Computercriminaliteit III” aangenomen.

Computercriminaliteit III

Het wetsvoorstel Computercriminaliteit III, dat nog door de Eerste Kamer moet worden aangenomen en waarvan velen al vurig hopen op afwijzing, is bedoeld om opsporingsambtenaren (politie, de Koninklijke Marechaussee en zelfs speciale opsporingsinstanties zoals de FIOD) de mogelijkheid te geven om geautomatiseerde werken (voor de leek: apparaten zoals computers en mobiele telefoons) te onderzoeken (dat wil zeggen informatie op die geautomatiseerde werken te kopiëren, observeren, onderscheppen en ontoegankelijk te maken) teneinde ernstige criminaliteit op te sporen.  Volgens de regering is het noodzakelijk gebleken om opsporingsambtenaren de mogelijkheid te geven om – bot gezegd – haar burgers te bespioneren nu de moderne wereld ervoor heeft gezorgd dat het opsporen van criminaliteit zeer moeilijk is geworden als gevolg van een toegenomen anonimiteit en versleuteling van data. De Memorie van Toelichting die samen met het wetsvoorstel is gepubliceerd en die bestaat uit een groot, moeilijk leesbaar boekwerk van 114 pagina’s, beschrijft vijf doelen op grond waarvan de opsporingsbevoegdheden kunnen worden gebruikt:

  • De vaststelling van bepaalde kenmerken van het geautomatiseerde werk of van de gebruiker, zoals de identiteit of locatie, en de vastlegging daarvan: meer specifiek betekent dit dat opsporingsambtenaren heimelijk toegang tot computers, routers en mobiele telefoons kunnen krijgen om informatie zoals een IP-adres of IMEI-nummer te verkrijgen.
  • Het vastleggen van gegevens die in het geautomatiseerde werk zijn of worden opgeslagen: opsporingsambtenaren mogen gegevens vastleggen die nodig zijn om ‘achter de waarheid te komen’ en ernstige strafbare feiten op te lossen. Men kan daarbij denken aan het vastleggen van strafbare afbeeldingen, bijvoorbeeld kinderpornografie, of inloggegevens van besloten online gemeenschappen.
  • Het ontoegankelijk maken van gegevens: het zal mogelijk worden om gegevens met behulp waarvan strafbare feiten worden gepleegd ontoegankelijk te maken om het strafbare feit te beëindigen of nieuwe strafbare feiten te voorkomen. Volgens de Memorie van Toelichting zal het daardoor mogelijk moeten worden om botnets te bestrijden.
  • Het uitvoeren van een bevel tot het aftappen en opnemen van (vertrouwelijke) communicatie: onder bepaalde voorwaarden zal het mogelijk worden om (vertrouwelijke) informatie te onderscheppen of op te nemen met of zonder de medewerking van de aanbieder van de communicatiedienst.
  • Het uitvoeren van een bevel tot stelselmatige observatie: opsporingsambtenaren zullen de mogelijkheid krijgen om de locatie van een verdachte vast te stellen en de bewegingen van de verdachte te tracken, mogelijkerwijs door op afstand speciale software op het geautomatiseerde werk te installeren.

Zij die denken dat deze bevoegdheden slechts gebruikt kunnen worden in het geval van cybercrime komen bedrogen uit. De opsporingsbevoegdheden zoals genoemd onder de eerste en de twee laatste bullet points zoals hierboven beschreven, kunnen worden toegepast in geval van strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan, wat neerkomt op misdrijven waarop de wet een minimumstraf van 4 jaar stelt. De opsporingsbevoegdheden verbonden aan het tweede en derde doel kunnen slechts gebruikt worden in geval van misdrijven waarop de wet een minimumstraf van 8 jaar stelt. Ook kan voor de toepassing van deze bevoegdheden bij algemene maatregel van bestuur een misdrijf worden aangewezen dat wordt gepleegd met behulp van een geautomatiseerd werk en waarbij er een duidelijk maatschappelijk belang is bij de beëindiging van het strafbare feit en vervolging van de daders. Gelukkigerwijs kan het binnendringen van een geautomatiseerd werk slechts geautoriseerd worden in het geval de verdachte het werk daadwerkelijk in gebruik heeft.

Juridische aspecten

Nu de weg naar de hel geplaveid is met goede voornemens, is goed toezicht geen overbodigheid. De opsporingsbevoegdheden zoals neergelegd in het wetsvoorstel kunnen heimelijk worden uitgeoefend, doch het verzoek tot het toepassen van deze bevoegdheden kan alleen worden ingediend door de officier van justitie. Voorafgaande toestemming van de rechter-commissaris is vereist en de Centrale Toetsingscommissie van het Openbaar Ministerie beoordeelt het beoogde gebruik van het instrument. Bovendien, en zoals eerder vermeld, geldt er een algemene beperking in de toepassingsmogelijkheid van de bevoegdheden tot gevallen van misdrijven met een minimumstraf van 4 tot 8 jaar. In ieder geval zal moeten worden voldaan aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, zowel als aan inhoudelijke en procedurele vereisten.

Overige noviteiten

Het belangrijkste aspect van het wetsvoorstel Computercriminaliteit III is inmiddels besproken. Het valt mij echter op dat de media in hun noodkreten vergeten om twee andere belangrijke punten van het wetsvoorstel te belichten. Het eerste punt is dat het wetsvoorstel ook de mogelijkheid introduceert om lokpubers in te zetten om ‘groomers’ op te sporen. Groomers kunnen worden gezien als de digitale variant van kinderlokkers: ze zoeken online seksueel contact met minderjarigen. Ten tweede zal het gemakkelijker worden om helers van computergegevens en malafide online verkopers van goederen en diensten die zij vervolgens niet leveren te vervolgen.

Bezwaren tegen het wetsvoorstel Computercriminaliteit III

De voorgestelde wet zorgt potentieel voor een enorme inbreuk op de privacy van de Nederlandse burger. Het toepassingsgebied van de wet is eindeloos breed. Ik kan een hoop bezwaren bedenken, waaronder het feit dat, kijkend naar de beperking tot misdrijven met een minimumstraf van 4 jaar men er vrijwel automatisch van uit gaat dat dit dan hoogstwaarschijnlijk wel een redelijke grens moet zijn en dat het in dat geval altijd zal gaan om misdrijven van onvergeeflijke ernst. Voor het opzettelijk aangaan van een tweede huwelijk en het nalaten de wederpartij hiervan op de hoogte te stellen kan echter al een straf van 6 jaar worden opgelegd. Bovendien kan het goed zo zijn dat een verdachte uiteindelijk onschuldig blijkt te zijn. Niet alleen zijn eigen gegevens zijn dan grondig onder de loep gehouden, maar waarschijnlijk ook de gegevens van anderen die niets te maken hadden met het uiteindelijk-niet-gepleegde misdrijf. Immers worden telefoons en computers bij uitstek gebruikt om in contact te treden met vrienden, familie, werkgevers en talloze anderen. Daarnaast is het maar de  vraag of de personen die verantwoordelijk zijn voor het goedkeuren van en het toezicht op de op het wetsvoorstel gebaseerde verzoeken genoeg specialistische kennis in huis hebben om een dergelijk verzoek goed te kunnen beoordelen. Desondanks lijkt wetgeving als het wetsvoorstel Computercriminaliteit III in de huidige samenleving bijna een noodzakelijk kwaad. Bijna iedereen heeft wel eens te maken gekregen met internetoplichting en doorgaans lopen de gemoederen al ontzettend hoog op wanneer men een vals concertticket heeft aangeschaft via een online marktplaats. Bovendien zou niemand ooit hopen dat zijn of haar kind in contact komt met een dubieus figuur tijdens zijn of haar dagelijkse browse-sessie. De vraag blijft of het wetsvoorstel Computercriminaliteit III met zijn brede mogelijkheden “the way to go” is.

Conclusie

Het wetsvoorstel Computercriminaliteit III lijkt een min of meer noodzakelijk kwaad te zijn geworden. Het wetsvoorstel verschaft opsporingsambtenaren een uitgebreide mate van macht om toegang tot geautomatiseerde werken van verdachten te krijgen. Anders dan het geval was in de Snowden-affaire, biedt het wetsvoorstel aanzienlijk meer waarborgen. Het blijft echter de vraag of deze waarborgen voldoen om een onevenredige inbreuk op de privacy van de Nederlandse burger te voorkomen en in het ergste geval om een “Snowden 2.0”-affaire te voorkomen.

Contact

Mocht u na het lezen van dit artikel nog vragen of opmerkingen hebben, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected] of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Advocaat uit Eindhoven nodig? Neem contact op

Relevante rechtsgebied: privacyrecht

Marktwaarde schadeauto: Wat kun je claimen na schade? | L&M
Civiel Recht, Nieuws

Marktwaarde schadeauto: Wat kun je claimen na schade?

Marktwaarde schadeauto berekenen? Claim je schadevergoeding!

Het zal je maar gebeuren: je raakt met je auto betrokken bij een botsing en je auto wordt total loss verklaard. Het berekenen van de schade aan het total loss verklaarde voertuig leidt regelmatig tot hevige discussie. De Hoge Raad biedt duidelijkheid en heeft bepaald dat aanspraak kan worden gemaakt op de marktwaarde van de auto ten tijde van het verlies. Dit is het gevolg van het wettelijke principe dat de benadeelde zoveel als mogelijk in de positie moet worden gebracht waarin hij zou hebben verkeerd wanneer de schade niet zou zijn ontstaan.

10-03-2017

Digitaal Procederen : Efficiëntie Door Het KEI-programma
Nieuws, Procesrecht

Digitaal procederen : Efficiëntie door het KEI-programma

Maak gebruik van digitaal procederen met het KEI-programma

Eerder plaatsten we al een bericht over de mogelijkheid van het digitaal procederen. Per 1 maart is de Hoge Raad (de hoogste rechterlijke instantie van Nederland) hiermee van start gegaan, als onderdeel van het KEI-programma. Dit betekent dat civiele vorderingszaken bij de Hoge Raad digitaal ingediend en behandeld kunnen worden. Later zullen ook de lagere gerechten hiermee beginnen. Door het KEI-programma wordt de rechtspraak voor alle betrokkenen toegankelijker en begrijpelijker. Benieuwd wat dit voor u inhoudt? Neem dan contact op met één van onze advocaten!

 
Controversiële Recente Ongelukken Met Zelfrijdende Auto’s
Actualiteiten, Nieuws

De controversiële recente ongelukken met zelfrijdende auto’s…

Controversiële recente gebeurtenissen: toekomst van auto’s

De controversiële recente ongelukken met zelfrijdende auto’s hebben de Nederlandse industrie en regering duidelijk niet afgeschrikt. Recentelijk heeft het kabinet een wetsvoorstel aangenomen dat het mogelijk maakt om op de weg te experimenteren met zelfrijdende auto’s, zonder dat hierbij een bestuurder fysiek aanwezig is. Tot nu toe is de aanwezigheid van een bestuurder altijd vereist geweest. Binnenkort zal het voor bedrijven mogelijk zijn een vergunning aan te vragen om dergelijke experimenten uit te mogen voeren.

Wat Is De Wet Huis Voor Klokkenluiders? Ontdek Het Hier!
Arbeidsrecht, Nieuws

Wat is de Wet Huis voor Klokkenluiders? Ontdek het hier!

Uw rechten onder de Wet Huis voor Klokkenluiders

Niet in elke organisatie wordt even integer gehandeld. Velen zijn echter bang om aan de bel te trekken, nu de ervaring meermaals heeft uitgewezen dat klokkenluiders niet altijd even goed beschermd werden. De in juli 2016 in werking getreden Wet Huis voor Klokkenluiders was bedoeld om hier verandering in te brengen en stelt regels voor het melden van misstanden in organisaties met meer dan 50 medewerkers. In principe geldt de regeling voor werknemer en werkgevers. Op een andere manier dan in het arbeidsrecht, worden deze begrippen in het licht van de Wet Huis voor Klokken ruim uitgelegd. Ook de ZZP’er valt daarmee onder deze regeling.

22-02-2017

Waarom Dragen Pastafari Een Vergiet? Lees Nu Meer! | L. & M.
Actualiteiten, Nieuws

De Pastafari: de aanhangers van het…

Pastafari : De juridische strijd achter het geloof

De Pastafari : de aanhangers van het ietwat absurde geloof in het vliegende spaghettimonster. Het is al enige tijd een fenomeen. Aanhangers van het Pastafarisme komen in het nieuws omdat zij met een vergiet op hun hoofd wensen op de foto te gaan voor een paspoort of identiteitsbewijs. De redenering daarbij is dat zij net als joden en moslims op basis van het geloof het hoofd wensen te bedekken.

De rechtbank Oost-Brabant stak hier in een recente uitspraak een stokje voor en oordeelde dat het Pastafarisme, naar de maatstaf van het EHRM, niet getuigt van voldoende serieusheid om aangemerkt te kunnen worden als godsdienst of levensbeschouwing. Daarnaast kon de man in kwestie de vragen van de rechtbank niet voldoende beantwoorden en bleek bij hem niet van een serieuze beleving van een geloof of levensbeschouwing.

21-02-2017

Werkgevers Betalen Voor Fouten: €170.000 Case | Law & More
Arbeidsrecht, Nieuws

Werkgevers dienen goed op te letten onder…

Werkgevers: Voorkom dure ontslagfouten

Werkgevers dienen goed op te letten onder welke omstandigheden zij een werknemer wensen te ontslaan. Dat blijkt maar weer uit een uitspraak van de kantonrechter in Assen. Een ziekenhuis moest zijn werknemer (een apotheker) een transitievergoeding van € 45.000,- en een billijke vergoeding van € 125.000,- betalen nu er geen redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst was. Aan de zijde van de apotheker zou er namelijk sprake zijn van disfunctioneren, wat later niet het geval bleek. De arbeidsovereenkomst werd echter toch ontbonden, met de toegewezen vergoedingen als gevolg. Er was inmiddels namelijk sprake van een verstoorde arbeidsverhouding die geheel aan de werkgever te wijten was.

10-02-2017

Rechtspraak Innoveert: Digitaal Procederen Mogelijk! | L&M
Nieuws, Procesrecht

Ook de rechtspraak innoveert. Vanaf 1 maart 2017 wordt…

Rechtspraak innoveert : Online civiele zaken starten

Ook de rechtspraak innoveert. Vanaf 1 maart 2017 wordt het daarom mogelijk om digitaal te procederen bij de Hoge Raad in civiele vorderingszaken. De cassatieprocedure blijft in de basis hetzelfde. Het wordt echter mogelijk online een procedure in te leiden (een soort digitale dagvaarding) en stukken en informatie uit te wisselen. Dit alles is het gevolg van de inwerkingtreding van de nieuwe Kwaliteit en Innovatie (KEI)-wetgeving.

09-02-2017

Dalende Populariteit Van President Trump: Waarom? | L & M
Actualiteiten, Nieuws

Het zal niemand zijn ontgaan: de populariteit van president Trump…

President Trump en de impact van zijn inreisverbod

Het zal niemand zijn ontgaan: de populariteit van president Trump is nog verder gedaald met het door hem ingevoerde inreisverbod. Zo kwam eerder al in het nieuws dat zes Iraniërs op Schiphol waren gestrand toen zij vanuit Teheran naar de Verenigde Staten reisden. Eerder schortte een rechtbank in Seattle het inreisverbod al op. Inmiddels hebben ook drie federale rechters zich over het inreisverbod gebogen. De hoorzitting, die telefonisch plaatsvond en ook nog eens live werd uitgezonden, werd door zeker honderdduizenden mensen gevolgd. Het vonnis van de federale rechters zal deze week nog worden uitgesproken.

08-02-2017

B.F. Skinner: Wegbereider Voor Zelfrijdende Auto's
Actualiteiten, Nieuws

B.F. Skinner zei ooit “De echte vraag is niet of machines denken, maar of mensen dat doen”…

B.F. Skinner en de Revolutie in Wegontwerp

B.F. Skinner zei ooit “The real question is not whether machines think but whether men do”. Deze uitspraak is uitermate toepasselijk op het nieuwe fenomeen van de zelfrijdende auto en op de manier waarop de maatschappij met dit product omgaat. Zo schenkt men reeds aandacht aan de invloed die de zelfrijdende auto kan hebben op het ontwerp van het moderne Nederlandse weggennetwerk.

Om deze reden heeft minister Schultz van Haegen het rapport ‘Zelfrijdende auto’s, Verkenning van implicaties op het ontwerp van wegen’ op 23 december aangeboden aan de Tweede Kamer. Dit rapport beschrijft onder meer de verwachting dat het mogelijk zal worden om borden en wegmarkeringen achterwege te laten, wegen anders te ontwerpen en gegevens tussen voertuigen uit te wisselen. Op deze wijze kan de zelfrijdende auto bijdragen aan het uitbannen van verkeersproblemen.

SER : Inzichten Voor Succesvolle Fusies | Low And More
Nieuws, Ondernemingsrecht

Volgens de cijfers van de SER is de hoeveelheid Nederlandse fusies explosief gestegen…

Volgens de cijfers van de SER is de hoeveelheid Nederlandse fusies explosief gestegen. Vergeleken met 2015 is de hoeveelheid fusies in 2016 met 22% toegenomen. Deze fusies vonden voornamelijk plaats in de dienstverlenings- en industriesector. Ook ondernemingen in de non-profit sector zijn lustig aan het fuseren geslagen. Mochten deze cijfers u – als ondernemer – aanmoedigen om ook een fusie te overwegen, vergeet dan niet acht te slaan op de toepasselijke Fusiegedragsregels!

Advocatenkantoor: Juridische Steun Voor Uw Start-up | L & M
Nieuws, Ondernemingsrecht

Als advocatenkantoor gevestigd op het Science Park in Eindhoven…

Als advocatenkantoor gevestigd op het Science Park in Eindhoven hechten we veel waarde aan start-up ondernemingen. Zoals we gisteren schreven, onderkent ook de regering het belang van start-ups, hetgeen zij bevestigt met de recente publicatie van een lijst met veranderingen die voor de deur staan in 2017. Ondernemers zullen de kans krijgen om de investeringen in hun start-ups te verhogen, nu de loonverplichting voor DGA’s van start-ups wordt bijgesteld. Meer geld zal worden vrijgemaakt voor R&D. Ook voor ondernemingen in algemene zin is er goed nieuws: sinds 1 januari kunnen buitenlandse aandeelhouders hun teveel betaalde dividendbelasting terugkrijgen.

 

Advocatenkantoor: Steun voor Start-ups in Eindhoven

Als advocatenkantoor gevestigd op het Science Park in Eindhoven, richten wij ons met passie op het ondersteunen van start-up ondernemingen. Start-ups vormen de motor van innovatie en economische groei, en we begrijpen hoe belangrijk het is om hen een solide juridische basis te bieden. Zoals we gisteren schreven, is ook de regering zich bewust van het belang van start-ups. Dit blijkt uit een lijst met aangekondigde veranderingen die in 2017 zijn doorgevoerd en waarmee start-ups hun potentieel verder kunnen benutten.

Veranderingen voor Start-ups en Ondernemingen

Een van de meest opvallende wijzigingen is de aanpassing van de loonverplichting voor DGA’s van start-ups. Dit biedt ondernemers de mogelijkheid om meer te investeren in hun bedrijf en innovaties te versnellen. Daarnaast is er extra financiering vrijgemaakt voor onderzoek en ontwikkeling (R&D), waardoor start-ups die zich richten op technologische innovaties nog meer mogelijkheden krijgen om te groeien.

Ook voor ondernemingen in bredere zin is er goed nieuws. Sinds 1 januari kunnen buitenlandse aandeelhouders hun teveel betaalde dividendbelasting terugvorderen. Dit schept nieuwe kansen voor internationale investeerders en versterkt Nederland als aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven.

Hoe Kan Ons Advocatenkantoor Helpen?

Ons advocatenkantoor biedt gespecialiseerde juridische ondersteuning aan start-ups, variërend van het opstellen van contracten en het beschermen van intellectuele eigendommen tot advisering bij financieringsstructuren en belastingkwesties. Wij helpen start-ups navigeren door de complexe regelgeving en maximaliseren hun kansen op succes.

Bent u een ondernemer of start-up gevestigd in Eindhoven of daarbuiten? Ons advocatenkantoor staat klaar om u te begeleiden en te adviseren, zodat u zich volledig kunt richten op het laten groeien van uw onderneming. Neem vandaag nog contact met ons op om te ontdekken hoe wij u kunnen ondersteunen bij uw zakelijke doelen.

Een moderne kantoorruimte met mensen die samenwerken en anderen die via videovergadering meedoen, wat hybride werken uitbeeldt.
Actualiteiten, Nieuws

Nederland heeft opnieuw bewezen een goede voedingsbodem te zijn voor zowel…

Waarom kiezen bedrijven voor Nederland?

Nederland heeft opnieuw bewezen een goede voedingsbodem te zijn voor zowel nationale als internationale bedrijven, zoals blijkt uit diverse cijfers en resultaten die de regering vlak voor de jaarwisseling heeft gepubliceerd. De economie laat een rooskleurig beeld zien met een stabiele groei en dalende werkloosheid. Het vertrouwen onder consumenten en bedrijven is groot. Nederland is een van de gelukkigste en meest welvarende landen ter wereld.

En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Nederland staat op de vierde plaats in de lijst van landen met de meest concurrerende economie ter wereld. Ook op het gebied van innovatie heeft Nederland bewezen een solide partner te zijn. Nederland heeft niet alleen koers gezet naar een groene economie om trots op te zijn, maar heeft ook het meest stimulerende ondernemingsklimaat ter wereld. Nog niet overtuigd?

Een concurrerende en innovatieve economie

Nederland staat op de vierde plaats van landen met de meest concurrerende economie ter wereld. Dit komt onder andere door het gunstige belastingklimaat, de hoogwaardige infrastructuur en de toegang tot een goed opgeleide beroepsbevolking. Innovatie speelt hierbij een sleutelrol. Het land heeft bewezen een solide partner te zijn op het gebied van innovatie. Nederland excelleert niet alleen in technologie en wetenschap, maar heeft ook een duidelijke koers uitgezet richting een groene en duurzame economie.

Stimulerend ondernemersklimaat

Een van de grootste aantrekkingskrachten van Nederland is het stimulerende ondernemersklimaat. Dankzij de strategische ligging in Europa, de goede verbindingen met andere markten en de aanwezigheid van belangrijke logistieke knooppunten, zoals de Rotterdamse haven en Schiphol, is Nederland een ideale locatie voor bedrijven die hun activiteiten willen uitbreiden. Daarnaast biedt Nederland uitstekende ondersteunende diensten, zoals subsidies voor innovatie, fiscale voordelen en een uitgebreid netwerk van zakelijke contacten.

Talent en kwaliteit van leven

Niet alleen het economische aspect speelt een rol, maar ook de levenskwaliteit in Nederland. Bedrijven kiezen vaak voor een land waar hun medewerkers graag willen wonen en werken. Nederland biedt een hoge levensstandaard, uitstekende gezondheidszorg, een multiculturele samenleving en een internationaal georiënteerd onderwijs. Deze factoren maken het land aantrekkelijk voor buitenlandse investeerders en talenten.

Digitalisering en duurzaamheid

Nederland loopt voorop in digitalisering en duurzaamheid. Veel bedrijven kiezen voor Nederland vanwege de toegang tot een van de snelste en meest stabiele digitale infrastructuren ter wereld. Daarnaast is Nederland een pionier op het gebied van circulaire economie en hernieuwbare energie, wat het land aantrekkelijk maakt voor bedrijven die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben staan.

Getouwtrek en getuigenverhoor uitgelegd
Civiel Recht, Nieuws

In een geschil kan men altijd een hoop getouwtrek en ge-hij-zei-zij-zei verwachten

Getouwtrek en getuigenverhoor uitgelegd

In a dispute, one can always expect a lot of tug-of-war and he-said-she-said. In order to clarify a case further, the judge may order a witness hearing. One of the characteristics of such a hearing is its spontaneity. In an attempt to get the answers as sincere as possible, the hearing takes place ‘spontaneously’ in the presence of a judge.

The Supreme Court has now ruled that, from a procedural economy perspective, it is permitted to have the hearing take place on the basis of a written statement drawn up in advance. In this specific case of 23 December, it would otherwise have taken an exceptionally long time to hear all six witnesses. However, in that case it is important that the court, when assessing the evidence, takes into account the fact that such written statements can lead to reduced reliability.

De spontaniteit van een getuigenverhoor

Een getuigenverhoor staat bekend om zijn spontane karakter. Het doel is om de getuige zo oprecht mogelijk antwoorden te laten geven. Daarom wordt dit verhoor doorgaans gehouden in aanwezigheid van een rechter, zonder dat de getuigen zich uitgebreid voorbereiden. Deze aanpak heeft als voordeel dat de rechter direct kan inspelen op antwoorden, waardoor een vollediger beeld van de situatie ontstaat.

Nieuwe richtlijnen van de Hoge Raad

De Hoge Raad heeft echter geoordeeld dat, vanuit het oogpunt van proceseconomie, het toegestaan is om een getuigenverhoor te baseren op vooraf opgestelde schriftelijke verklaringen. In een specifieke zaak van 23 december bleek dit noodzakelijk, omdat het anders uitzonderlijk veel tijd zou kosten om alle zes getuigen persoonlijk te horen. Hoewel dit een praktische oplossing biedt, waarschuwde de Hoge Raad dat schriftelijke verklaringen minder betrouwbaar kunnen zijn. Het is dan ook van belang dat rechters dit in hun bewijswaardering meenemen.

Getouwtrek in het proces

In veel juridische procedures is getouwtrek een onvermijdelijk onderdeel. Partijen proberen vaak hun standpunten te versterken door getuigenverklaringen strategisch in te zetten. Dit kan leiden tot spanningen, vooral wanneer getuigen tegenstrijdige verklaringen afleggen. Het gebruik van schriftelijke verklaringen kan in dergelijke gevallen het proces stroomlijnen, maar het blijft cruciaal dat de rechter kritisch blijft en eventuele twijfel over de betrouwbaarheid expliciet benoemt.

Het belang van zorgvuldigheid

Hoewel schriftelijke verklaringen tijd kunnen besparen en het proces kunnen versnellen, benadrukt de Hoge Raad dat spontaniteit en directheid essentieel blijven bij getuigenverhoren. Getouwtrek kan alleen effectief worden aangepakt als rechters zorgvuldig omgaan met de bewijslast en mogelijke partijdigheid van verklaringen in acht nemen. Dit zorgt ervoor dat de uiteindelijke uitspraak zo eerlijk en objectief mogelijk is.

Conclusie:
Getouwtrek in juridische geschillen maakt het vaak lastig om de waarheid boven tafel te krijgen. Getuigenverhoren bieden een waardevol middel om feiten te verduidelijken, mits zorgvuldig uitgevoerd. De balans tussen procesefficiëntie en betrouwbaarheid is essentieel om rechtvaardigheid te waarborgen.

2017-01-10

Wat Is Het UBO-register? Ontdek Hier! - Law & More
Blog, Ondernemingsrecht

Het UBO-register: de vrees van elke UBO?

1. Inleiding van UBO-register

Op 20 mei 2015 heeft het Europees Parlement de vierde antiwitwasrichtlijn aangenomen. Deze richtlijn brengt voor elke Europese lidstaat onder meer de verplichting tot het invoeren van een UBO-register met zich mee. In dit register moeten alle UBO’s van een onderneming worden geregistreerd. Als UBO wordt aangemerkt een natuurlijk persoon die direct of indirect meer dan 25% van het (aandelen)belang in een onderneming bezit, niet zijnde een beursgenoteerde onderneming.

Wanneer niet duidelijk wordt wie dit is of zijn, kan in het uiterste geval een natuurlijk persoon uit het hogere leidinggevende personeel van een onderneming als UBO worden aangemerkt. Het UBO-register dient in Nederland op 26 juni 2017 ingevoerd te zijn en zal naar verwachting een hoop consequenties hebben voor het Nederlandse en Europese ondernemingswezen.

Wil men niet voor onaangename verassingen komen te staan, dan is een goed beeld van de aanstaande veranderingen essentieel. Dit artikel zal derhalve duidelijkheid proberen te scheppen over het UBO-register door in te gaan op haar kenmerkende details en implicaties.

2. Algemeen: een Europees concept

De vierde antiwitwasrichtlijn is een Europees product. De achterliggende gedachte van de invoering van de vierde antiwitwasrichtlijn is dat men wil voorkomen dat witwassers en terrorismefinanciers het huidige vrije kapitaalverkeer en de mogelijkheid tot het vrij verrichten van financiële diensten kunnen gebruiken voor criminele doeleinden. In het verlengde hiervan ligt de wens om de identiteit van alle UBO’s, als zijnde machthebbende personen, vast te stellen. Het UBO-register vormt slechts een deel van de wijzigingen die de vierde antiwitwasrichtlijn wil bewerkstelligen in de realisatie van haar doel.

De richtlijn moet zoals aangegeven vóór 26 juni 2017 geïmplementeerd zijn. Op het punt van het UBO-register schetst men een duidelijk kader. De richtlijn verplicht de lidstaten ertoe zoveel rechtsvormen als mogelijk onder het bereik van de wetgeving te brengen.

Volgens de richtlijn zijn er drie instanties die in ieder geval over de UBO-gegevens moeten kunnen beschikken: de bevoegde autoriteiten (zoals toezichthouders) en alle Financiële Intelligentie Eenheden, meldingsplichtige autoriteiten (zoals onder meer financiële instellingen, kredietinstellingen, accountants, notarissen, makelaars en aanbieders van gokdiensten) en alle personen of organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen.

Het staat lidstaten echter vrij te kiezen voor een volledig openbaar register. Het begrip ‘bevoegde autoriteiten’ is in de richtlijn niet verder verduidelijkt. Om die reden is er middels een wijzigingsvoorstel voor de richtlijn op 5 juli 2016 door de Europese Commissie om duidelijkheid gevraagd.

De gegevens die minimaal in het register moeten worden opgenomen zijn de volgende: de volledige naam, geboortemaand, geboortejaar, nationaliteit, woonstaat en de aard en omvang van het door de UBO gehouden economische belang. De definitie van een UBO wordt daarnaast breed gehouden. Het gaat niet alleen om een directe zeggenschap (op basis van eigendom) van meer dan 25%, maar ook om een eventuele indirecte zeggenschap van meer dan 25%.

Indirecte zeggenschap betekent zeggenschap op een andere wijze dan via eigendom. Deze zeggenschap kan gebaseerd worden op zeggenschapscriteria uit de aandeelhoudersovereenkomst, het hebben van een vergaande mate van invloed of het kunnen benoemen van, bijvoorbeeld, bestuurders.

3. Het register in Nederland

Het Nederlandse kader voor de implementatie van het de wetgeving omtrent het UBO-register wordt grotendeels geschetst in een kamerbrief van minister Dijsselbloem van 10 februari 2016. Voor wat betreft de entiteiten die onder de registratieplicht vallen, geeft de kamerbrief aan dat vrijwel geen van de in Nederland bestaande entiteiten buiten schot blijft, behalve de eenmanszaak en de publiekrechtelijke rechtspersonen.

Ook beursgenoteerde vennootschappen zijn uitgezonderd. Anders dan de drie categorieën van inzagegerechtigden waar men op Europees niveau voor kiest, kiest Nederland voor een openbaar register. Dit omdat een ingeperkt register nadelen met zich meebrengt op het gebied van kosten, uitvoerbaarheid en controleerbaarheid. Omdat het register openbaar zal zijn, worden er vier privacywaarborgen ingebouwd:

  1. Iedere gebruiker wordt geregistreerd;
  2. Inzage is niet gratis;
  3. Gebruikers anders dan specifiek aangewezen autoriteiten (die autoriteiten zijn onder meer de Nederlandse Bank, de AFM en het Bureau Financieel Toezicht) en de FIU-NL krijgen slechts inzage in een beperkte set gegevens;
  4. Bij risico op ontvoering, afpersing, geweld of intimidatie volgt een risicobeoordeling per geval, waarbij wordt gekeken op welke punten toegang tot bepaalde gegevens eventueel kan worden afgesloten.

Gebruikers anders dan de specifiek aangewezen autoriteiten en de AFM krijgen slechts toegang tot de  volgende gegevens: naam, geboortemaand, geboortejaar, nationaliteit, woonstaat en aard en omvang van het door de uiteindelijke belanghebbende gehouden economische belang. Dit minimum betekent dat niet alle instellingen die verplicht UBO-onderzoek moeten doen al hun verplichte informatie uit het register kunnen afleiden. Deze gegevens zullen zij dan zelf moeten vergaren en vastleggen in de administratie.

Gezien het feit dat de aangewezen autoriteiten en de FIU een zekere opsporings- en toezichtstaak hebben, zullen zij toegang hebben tot aanvullende gegevens: (1) geboortedag, -plaats en -land, (2) adres, (3) BSN en/of buitenlands fiscaal identificatienummer (TIN), (4) aard, nummer en datum en plaats van uitgifte van het document met behulp waarvan de identiteit is geverifieerd of een kopie van dat document en (5) documentatie waarmee wordt onderbouwd waarom een persoon de status van UBO heeft en de omvang van het daarbij horende (economische) belang.

Naar alle verwachting gaat de Kamer van Koophandel het register beheren. De gegevens bereiken het register doordat deze aangeleverd dienen te worden door de vennootschappen en juridische entiteiten zelf. Een UBO mag zijn medewerking aan de aanlevering van deze gegevens niet onthouden. Meldingsplichtige instellingen krijgen daarnaast in zekere zin een handhavingsfunctie: zij dienen informatie die in hun bezit is en die afwijkt van het register kenbaar te maken aan het register.

Autoriteiten die zijn belast met verantwoordelijkheden op het gebied van tegengaan van witwassen, financiering van terrorisme of andere vormen van financieel economische criminaliteit zullen, afhankelijk van de omvang van hun taak, worden gerechtigd of verplicht tot het doorgeven van gegevens die van het register afwijken. Het is nog niet duidelijk wie formeel belast zal worden met de handhavingstaak ten aanzien van het (correct) aanleveren van de UBO-gegevens en wie bevoegd zal worden tot het eventuele uitschrijven van boetes.

4. Een waterdicht systeem?

Ondanks de strenge eisen, lijkt de UBO-regelgeving niet op alle punten waterdicht. Er zijn een aantal manieren waarop men kan zorgen dat men buiten de werkingssfeer van het UBO-register valt.

4.1. Trustfiguur
Men kan ervoor kiezen te werken via de figuur van de trust. Voor trustfiguren gelden ingevolge de richtlijn namelijk andere regels. Ook voor trusts moet een register worden ingevoerd. Dit register is echter niet openbaar toegankelijk zoals het UBO-register.

De anonimiteit van de personen achter een trust blijft op deze manier beter gewaarborgd. Voorbeelden van trustfiguren zijn de Anglo-Amerikaanse trust en de Curaçaose trust. Ook bestaat er in Bonaire een figuur vergelijkbaar aan de trust: de DPF. Dit is een bepaald type stichting die, anders dan de trust, rechtspersoonlijkheid bezit. Zij wordt beheerst door de BES-wetgeving.

4.2. Verplaatsing zetel
De vierde antiwitwasrichtlijn spreekt met betrekking tot haar toepasselijkheid over ‘… binnen hun grondgebied opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten’. Deze zin impliceert dat ondernemingen die worden opgericht buiten het grondgebied van de lidstaten, maar later hun werkelijke zetel verplaatsen naar een lidstaat niet onder het UBO-register vallen.

Men kan bijvoorbeeld denken aan populaire rechtsfiguren als de Jersey Ltd., de BES B.V. en de Amerikaanse Inc. Ook een DPF kan beslissen haar werkelijke zetel naar Nederland te verplaatsen en de activiteiten als DPF voort te blijven zetten.

5. Aanstaande wijzigingen?

Het is de vraag of de Europese Unie bovenstaande mogelijkheden tot ontwijking van de UBO-wetgeving zal willen laten voortbestaan. Echter zijn er momenteel nog geen concrete aanwijzingen dat hier op korte termijn verandering in komt. In het op 5 juli door de Europese Commissie ingediende wijzigingsvoorstel heeft de Commissie verzocht om een aantal wijzigingen, waar een wijziging op voornoemd punt geen onderdeel van uitmaakt.

Het is daarnaast nog niet duidelijk of de wel voorgestelde wijzigingen daadwerkelijk doorgevoerd gaan worden. Desondanks zal het niet verkeerd zijn rekening te houden met de voorgestelde wijzigingen en de mogelijkheid dat op een later punt ook andere wijzigingen zullen kunnen worden doorgevoerd. De vier belangrijkste thans voorgestelde wijzigingen zijn de volgende:

  1. De Commissie stelt voor het register volledig openbaar te maken. Dit betekent dat de richtlijn aangepast zal worden op het punt van de gegevensinzage door personen en organisaties die een legitiem belang kunnen aantonen. Waar hun toegang eerder beperkt kon worden tot de eerder vermelde minimumgegevens, is het register ook voor hen nu volledig openbaar.
  2. De Commissie stelt voor het begrip bevoegde autoriteiten in te vullen met de volgende definitie: “.. de publieke autoriteiten waaraan taken zijn toegewezen op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering, met inbegrip van belastingautoriteiten en autoriteiten die de opdracht hebben het witwassen van geld, daarmee verband houdende basisdelicten en terrorismefinanciering te onderzoeken of te vervolgen en criminele activa op te sporen, in beslag te nemen, te bevriezen en te confisqueren”.
  3. Om meer transparantie en een betere mogelijkheid tot identificatie van de UBO’s te creëren, vraagt de Commissie om interconnectie van de nationale registers van de lidstaten.
  4. Daarnaast stelt de Commissie in haar voorstel voor om het UBO-percentage van 25% in bepaalde gevallen te verlagen naar 10%. Dit zal dan het geval zijn voor juridische entiteiten die een passieve niet-financiële entiteit zijn. Dit zijn “.. entiteiten die functioneren als intermediaire structuren, zelf geen inkomsten genereren, maar veelal inkomsten uit andere bronnen doorsluizen”.
  5. Men stelt voor om de uiterlijke implementatiedatum te verleggen van 26 juni 2017 naar 1 januari 2017.

Conclusie

De komst van het openbare UBO-register zal ingrijpende gevolgen hebben voor ondernemingen in de lidstaten. Personen die direct of indirect meer dan 25% van het (aandelen)belang van een onderneming niet zijnde een beursgenoteerde vennootschap bezitten zullen op privacygebied een hoop in moeten leveren, waardoor het risico op onder meer chantage en kidnapping toeneemt, ondanks het feit dat Nederland wel heeft aangegeven haar best te zullen doen deze risico’s zoveel als mogelijk in te perken.

Daarnaast zullen een aantal instanties meer verantwoordelijkheden krijgen op het gebied van het bemerken en doorgeven van gegevens die afwijken van de gegevens in het UBO-register. De komst van het UBO-register kan goed ten gevolg hebben dat men een toevlucht zal nemen tot de figuur van de trust, of een buiten de lidstaten gevestigd rechtsfiguur die vervolgens haar werkelijke zetel kan verplaatsen naar een lidstaat.

Of deze constructies ook in de toekomst tot de opties zullen blijven behoren, zal nog moeten worden bezien. Het huidige wijzigingsvoorstel van de vierde antiwitwasrichtlijn houdt op dit punt nog geen wijziging in. In Nederland dient men momenteel voornamelijk rekening te houden met een mogelijke wijziging in de 25%-grens, een voorstel tot interconnectie van de nationale registers en een mogelijke vervroegde implementatiedatum.

Juridische ondersteuning nodig over het Ubo register? Schakel een advocaat uit Eindhoven in.

1 2 55 56 57 58
Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl