facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl

Afspraak

Law & More Logo

Verkoop Van Aandelen Waarop Beslag Rust Wordt Niet | L&M
Blog, Ondernemingsrecht

Verkoop van aandelen waarop beslag rust wordt niet gekwalificeerd als onttrekking aan het beslag

Hoe werkt verkoop van aandelen onder beslag?

Dit is een samenvatting van de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 6 juni 2018.

Nadat het bedrijf Yukos Oil failliet is verklaard, hebben eiseressen beslag gelegd op de aandelen van dit bedrijf. De curator heeft deze aandelen vervolgens verkocht aan gedaagde. Hierbij is expliciet aangegeven dat de verkoop van de aandelen geen onttrekking aan het beslag met zich meebrengt. Eiseressen bestrijden dit. De rechter oordeelt dat er geen sprake is van onttrekking aan het beslag, aangezien het beslag na overdracht op de aandelen blijft rusten. 

Samenvatting van de feiten

In 2006 is de rechtspersoon naar Russisch recht Yukos Oil in staat van faillissement verklaard. Yukos Oil was enig aandeelhouder van Yukos Finance B.V. Vervolgens hebben verschillende schuldeisers, waaronder Financial Performance Holdings B.V., Stichting Administratiekantoor Yukos International en Yukos Capital Limited (eiseressen) conservatoir beslag doen leggen op de aandelen in Yukos Finance. Bij een Share Purchase Agreement heeft de aangewezen curator de aandelen Yukos Finance echter verkocht aan OOO Promneftstroy (gedaagde). In deze Share Purchase Agreement geven partijen expliciet aan dat de verkoop van aandelen geen onttrekking aan het opgelegde beslag met zich meebrengt. De Share Purchase Agreement bevat ook een ontbindende voorwaarde.

Deze is van toepassing wanneer volgens een bindende beslissing van een Nederlandse rechter de overdracht van de aandelen gezien moet worden als onttrekking van de aandelen aan het beslag. Eiseressen zijn van mening dat er wel degelijk sprake is van onttrekking van de aandelen aan het beslag en vorderen dat voor recht verklaard wordt dat de ontbindende voorwaarde vervuld is en dat gedaagde niet of niet langer eigenaar van de aandelen is.

Samenvatting van de rechtsoverwegingen

Volgens de rechter houdt de ontbindende voorwaarde uit de Share Purchase Agreement in dat hij die opzettelijk enig goed aan het krachtens de wet daarop gelegde beslag onttrekt, wordt gestraft. Hierbij gaat het om onttrekking aan beslag in de zin van artikel 198 lid 1 Sr. Eiseressen betogen dat de overdracht van de aandelen in Yukos Finance een dergelijke onttrekking aan beslag behelst. Gedaagde bestrijdt dit. De Share Purchase Agreement en de bijbehorende leveringsakte leggen een verbinding tussen het burgerlijk recht en het strafrecht.

Uit het burgerlijk recht blijkt dat in beslag genomen aandelen niet ten nadele van de beslaglegger kunnen worden vervreemd (artikel 474e Rv). Een dergelijke vervreemding kan alleen niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen. Bij de beoordeling of de curator en gedaagde hebben gehandeld met de opzet om de verhaalsmogelijkheden van de beslagleggers te beperken, is van belang dat zij de positie van de beslagleggers tegenover alle betrokkenen hebben geëerbiedigd door de beslagen in de koopakte en de leveringsakte uitdrukkelijk te vermelden en door de beslagleggers van de koop en overdracht op de hoogte te stellen. Hieruit kan onder deze omstandigheden geen opzet blijken om de verhaalsmogelijkheden van de beslagleggers te beperken.

Ook anderszins is niet gebleken van omstandigheden die onttrekking aan het beslag in de zin van artikel 198 lid 1 Sr op kunnen leveren. Het gaat dan om beperking van de omvang of werking van het gelegde beslag. Eiseressen stellen niet dat van dergelijke omstandigheden sprake is. De rechter stelt dat de aandelen zijn overgedragen met instandhouding van het gelegde beslag. Schuldeisers van gedaagde kunnen dan ook geen verhaal nemen op de aandelen in Yukos Finance, omdat daarop reeds beslag rust en op basis van artikel 474e Rv de vervreemding van aandelen niet ten nadele van beslagleggers werkt.

Een eventuele beslaglegging op de aandelen door schuldeisers van gedaagde geeft dus pas recht op verhaal nadat de schuldeisers van Yukos Oil voldaan zijn. Eiseressen hebben in dit verband dan ook niets te vrezen van een eventueel faillissement van gedaagde. De slotsom is dat eiseressen in het ongelijk gesteld worden, aangezien van een onttrekking aan de beslagen in de zin van artikel 198 lid 1 Sr geen sprake is. De ontbindende voorwaarde uit de Share Purchase Agreement is niet vervuld.

Deze samenvatting is gemaakt in het kader van auteurswerk voor Kluwer Smartnewz

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze samenvatting, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected], of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Bestuurdersaansprakelijkheid Uit Onrechtmatige Daad | L&M
Blog, Ondernemingsrecht

Bestuurdersaansprakelijkheid uit onrechtmatige daad; hof gaat onvoldoende op betalingsonwil van bestuurder in

Dit is een samenvatting van de conclusie van het Parket bij de Hoge Raad van 13 april 2018.

Eiser vordert voorwaardelijk dat verweerder als bestuurder van BPPM Holding B.V. veroordeeld wordt tot betaling van de vordering indien BPPM niet aan deze verplichting voldoet. Eiser baseert deze bestuurdersaansprakelijkheid van verweerder op onrechtmatige daad. Eiser stelt dat het hof miskend heeft dat de vordering omtrent de privé-aansprakelijkheid van verweerder op meerdere verwijten is gestoeld. Volgens de Procureur-Generaal is de vordering gebaseerd op betalingsonwil en een Beklamel-verwijt. Het hof zou echter onvoldoende op de betalingsonwil zijn ingegaan. 

Samenvatting van de feiten

Verweerder is bestuurder en enig aandeelhouder van BPPM Holding B.V. BPPM en Ruysheide B.V. houden ieder 50% van de aandelen van Nigiami B.V. Ruysheide heeft een aandeelhouderslening aan Nigiami verstrekt. Partijen hebben afspraken omtrent de afwikkeling van de samenwerking vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst. Nigiami gaat maandelijks een bedrag betalen als aflossing op de aandeelhouderslening. Ruysheide verkoopt de aandelen in het kapitaal van Nigiami aan BPPM en/of Nigiami voor een minimumbedrag van €175.000. Het restant van de aandeelhouderslening zal worden voldaan op de datum van de levering van de aandelen.

De koopovereenkomst betreffende de aandelen wordt aangegaan onder de voorwaarde van financierbaarheid van betaling van de koopprijs, welke financiering te verkrijgen moet zijn tegen marktconforme voorwaarden. Ruysheide is bereid naar vermogen een deel van betaling van de koopprijs te financieren middels een lening aan BPPM. De aanvraag tot financiering is echter afgewezen door de bank. Bovendien is de koopprijs van de aandelen van Nigiami bepaald op een bedrag van €154.025. Tussen Ruysheide en BPPM heeft vervolgens een kort geding plaatsgevonden, waarin Ruysheide heeft gevorderd dat de koopsom van de aandelen volledig door Ruysheide zou worden gefinancierd. Deze vordering is afgewezen.

Samenvatting van de rechtsoverwegingen

Uiteindelijk is de zaak voor het hof gekomen. Ruysheide heeft als eiser gevorderd dat BPPM veroordeeld wordt tot afname van de aandelen voor de koopprijs van €175.000 en tot aflossing van de aandeelhouderslening. Voorwaardelijk vordert Ruysheide om, indien BPPM niet voldoet aan deze veroordeling, verweerder te veroordeling tot betaling van bovengenoemde bedragen op grond van bestuurdersaansprakelijkheid gebaseerd op onrechtmatige daad.

Het hof heeft BPPM veroordeelt tot overname van de aandelen voor de genoemde koopprijs en het overige gevorderde afgewezen. De reden hiervoor is dat onvoldoende is aangetoond dat verweerder doelbewust de verplichtingen uit de aandeelhoudersovereenkomst heeft willen frustreren. Verder ontbreken een concrete onderbouwing voor het Beklamel-verwijt dat verweerder ten tijde van het sluiten van de vaststellingsovereenkomst wist dat bancaire financiering niet mogelijk was en om aan te nemen dat verweerder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Ruysheide heeft cassatie ingesteld tegen de afwijzing van de voorwaardelijke vordering.

Ruysheide stelt dat onderbouwd is dat verweerder zich persoonlijk tegen nakoming van de vaststellingsovereenkomst verzette, betaling aan Ruysheide door Nigiami en BPPM moedwillig frustreerde, verplichtingen aanging waarvan hij wist dat BPPM die niet na zou kunnen komen en heeft geweigerd ervoor zorg te dragen dat BPPM van voor nakoming voldoende financiële middelen werd voorzien. Het hof zou hebben miskend dat de vordering ter zake van de privé-aansprakelijkheid van Ruysheide gestoeld is op diverse verwijten; er zou sprake zijn van betalingsonwil en van een Beklamel-verwijt.

Volgens de Procureur-Generaal heeft Ruysheide in de kern aangevoerd dat verweerder nakoming van de vaststellingsovereenkomst doelbewust heeft gefrustreerd en zijn hiervoor verschillende stellingen aangevoerd. In het eindarrest van het hof zou echter onvoldoende op deze stellingen ingegaan zijn; het hof is voorbijgegaan aan de kern van hetgeen Ruysheide heeft aangevoerd met betrekking tot de gestelde persoonlijke aansprakelijkheid van verweerder uit betalingsonwil. Deze grief treft volgens de Procureur-Generaal dus doel.

Verder klaagt Ruysheide dat het hof ongemotiveerd bewijsaanbod van Ruysheide heeft gepasseerd, terwijl Ruysheide op meerde plaatsen in de memorie van grieven bewijs heeft aangeboden van bovenvermelde stellingen. De procureur-generaal is van mening dat deze klacht slaagt, aangezien Ruysheide inderdaad meerdere vindplaatsen van bewijs in de memorie van grieven heeft aangegeven. De overige aangevoerde klachten falen. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest en tot verwijzing.

Deze samenvatting is gemaakt in het kader van auteurswerk voor Kluwer Smartnewz.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze samenvatting, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected], of bel ons op +31 (0)40-3690680.

e mailadressen en de reikwijdte van de avg 840
Blog, Privacy

E-mailadressen en de reikwijdte van de AVG

Met ingang van 25 mei is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van kracht. Met de inwerkingtreding van de AVG wordt de bescherming van persoonsgegevens steeds belangrijker. Ondernemingen krijgen te maken met meer en strengere regels met betrekking tot data protectie. De inwerkingtreding van de AVG heeft echter ook tot gevolg dat er verschillende vragen naar boven komen. Voor ondernemingen kan het onduidelijk zijn welke gegevens precies als persoonsgegevens beschouwd worden en dus onder de reikwijdte van de AVG vallen.

Dit is het geval bij e-mailadressen: wordt een e-mailadres beschouwd als een persoonsgegeven? Zijn de bepalingen van de AVG van toepassing op ondernemingen die e-mailadressen gebruiken? Deze vragen worden in dit artikel beantwoord.

Persoonsgegevens

Om een antwoord te kunnen geven op de vraag of een e-mailadres een persoonsgegeven is, moet de term persoonsgegeven nader gedefinieerd worden. Deze term wordt uitgelegd in de AVG. Op grond van artikel 4 sub a AVG is een persoonsgegeven alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon. Een identificeerbare persoon is een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens of een online identificator.

Persoonsgegevens hebben betrekking op natuurlijke personen. Dit betekent dat gegevens met betrekking tot overleden personen of rechtspersonen niet als persoonsgegevens aangemerkt worden.

E-mailadressen 

Nu de definitie van persoonsgegevens duidelijk is, moet beoordeeld worden of een e-mailadres beschouwd wordt als een persoonsgegeven. Nederlandse jurisprudentie toont aan dat een e-mailadres mogelijk een persoonsgegeven kan zijn, maar dat dit niet altijd het geval is. Dit is afhankelijk van de vraag of een natuurlijke persoon geïdentificeerd of identificeerbaar is op basis van het e-mailadres.

[1] Er moet rekening gehouden worden met de wijze waarop personen hun e-mailadres vorm gegeven hebben om te kunnen bepalen of een e-mailadres beschouwd kan worden als een persoonsgegeven of niet. Veel natuurlijke personen geven hun e-mailadres vorm op een manier dat het e-mailadres beschouwd moet worden als een persoonsgegeven. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer een e-mailadres op de volgende manier ingericht is: [email protected]. Dit e-mailadres openbaart de voor- en achternaam van de natuurlijke persoon die het adres gebruikt. Deze persoon kan dus geïdentificeerd worden aan de hand van dit e-mailadres.

E-mailadressen die voor zakelijke doeleinden gebruikt worden, kunnen ook persoonsgegevens bevatten. Dit is het geval wanneer een e-mailadres op de volgende manier is vormgegeven: [email protected]. Op basis van dit e-mailadres kan achterhaald worden wat de initialen van de gebruiker zijn, wat zijn achternaam is en waar deze persoon werkt. De persoon die dit e-mailadres gebruikt is dus identificeerbaar op grond van dit e-mailadres.

Een e-mailadres wordt niet beschouwd als een persoonsgegeven wanneer aan de hand van het e-mailadres geen natuurlijke personen geïdentificeerd kunnen worden. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer het volgende e-mailadres gebruikt wordt: [email protected]. Dit e-mailadres bevat geen gegevens aan de hand waarvan een natuurlijke persoon geïdentificeerd kan worden.

Algemene e-mailadressen die door bedrijven gebruikt worden, zoals [email protected], worden ook niet beschouwd als persoonsgegevens. Dit e-mailadres bevat geen persoonlijke informatie op grond waarvan een natuurlijke persoon geïdentificeerd kan worden. Bovendien wordt dit e-mailadres niet gebruikt door een natuurlijke persoon, maar door een rechtspersoon. Daarom wordt dit adres niet beschouwd als een persoonsgegeven.

Uit Nederlandse jurisprudentie kan dus geconcludeerd worden dat e-mailadressen persoonsgegevens kunnen zijn, maar dat dit niet altijd het geval is; dit is afhankelijk van de manier waarop een e-mailadres vormgegeven is.

Er is een grote kans dat natuurlijke personen geïdentificeerd kunnen worden op basis van het e-mailadres dat zij gebruiken, waardoor dit e-mailadres beschouwd wordt als een persoonsgegeven. Bij het classificeren van e-mailadressen als persoonsgegevens maakt het niet uit of de onderneming de e-mailadressen daadwerkelijk gebruikt om natuurlijke personen te identificeren.

Zelfs wanneer een onderneming de e-mailadressen niet gebruikt met het doel om natuurlijke personen te identificeren, dan nog worden e-mailadressen aan de hand waarvan natuurlijke personen geïdentificeerd kunnen worden beschouwd als persoonsgegevens. Niet elk technisch of toevallig verband tussen een gegeven en een persoon is voldoende om dat gegeven als persoonsgegeven aan te merken.

Wanneer echter de mogelijkheid bestaat dat een e-mailadres gebruikt kan worden om een persoon te identificeren, bijvoorbeeld om fraude op te sporen, dan wordt het e-mailadres beschouwd als een persoonsgegeven. Het maakt hierbij niet uit of de onderneming de bedoeling heeft om het e-mailadres voor dit doel te gebruiken. Er is sprake van een persoonsgegeven wanneer de mogelijkheid bestaat dat het gegeven gebruikt kan worden voor een dergelijk op de persoon gericht doel.[2]

Het privacyrecht van Law & More

Arbeidsovereenkomst image Functionaris voor Gegevensbescherming image Data Protection Impact Assessment image Verwerking van data image

AVG

Met de invoering van de AVG zijn de wetten aangescherpt. Is uw onderneming daarop voorbereid?

Functionaris voor Gegevensbescherming

Wij helpen u met het aanstellen van een Functionaris voor Gegevensbescherming

Data Protection Impact Assessment

Wij kunnen een analyse doen om de risico ‘s van uw gegevensverwerking in kaart te brengen

Verwerking van data

Welke data verwerkt uw bedrijf? Voldoet deze verwerking aan de AVG? Wij staan u bij

Bijzondere persoonsgegevens

Hoewel e-mailadressen in de meeste gevallen als persoonsgegevens beschouwd worden, is er geen sprake van bijzondere persoonsgegevens. Bijzondere persoonsgegevens zijn gegevens omtrent ras of etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen of lidmaatschap van een vakbond en genetische en biometrische gegevens. Dit vloeit voort uit artikel 9 AVG. Ook bevat een e-mailadres minder publieke informatie dan bijvoorbeeld een woonadres.

Een e-mailadres is minder makkelijk te achterhalen dan een woonadres en het is voor een groot deel afhankelijk van de gebruiker van het e-mailadres of het adres openbaar gemaakt wordt. Verder heeft ontdekking van een e-mailadres dat verborgen had moeten blijven minder grote gevolgen dan ontdekking van een woonadres dat verborgen had moeten blijven. Het is namelijk gemakkelijker om een e-mailadres te veranderen dan een woonadres en bekendmaking van een e-mailadres kan leiden tot digitaal contact, terwijl bekendmaking van een woonadres kan leiden tot persoonlijk contact.[3]

Verwerking van persoonsgegevens

We hebben vastgesteld dat e-mailadressen in de meeste gevallen beschouwd worden als persoonsgegevens. De AVG is echter alleen van toepassing op ondernemingen die persoonsgegevens verwerken. Onder het verwerken van persoonsgegevens wordt elke handeling met betrekking tot persoonsgegevens bedoeld. Dit wordt nader uitgelegd in de AVG.

Op grond van artikel 4 lid 2 AVG is verwerking van persoonsgegevens elke bewerking met betrekking tot persoonsgegevens, al dan niet uitgevoerd via geautomatiseerde procedures. Voorbeelden zijn het verzamelen, vastleggen, ordenen, structureren, opslaan of gebruiken van persoonsgegevens. Wanneer ondernemingen voornoemde handelingen uitvoeren met betrekking tot e-mailadressen, dan is er sprake van verwerking van persoonsgegevens. In dat geval valt de onderneming onder de reikwijdte van de AVG.

Conclusie

Niet elk e-mailadres wordt beschouwd als een persoonsgegeven. E-mailadressen worden echter wel beschouwd als persoonsgegevens wanneer deze identificeerbare informatie omtrent natuurlijke personen bevatten. Veel e-mailadressen zijn op zo’n manier vormgegeven, dat de persoon die het e-mailadres gebruikt geïdentificeerd kan worden. Dit is het geval wanneer een e-mailadres de naam of werkplaats van een natuurlijke persoon bevat. Om deze reden zal een groot deel van de e-mailadressen als persoonsgegevens beschouwd worden.

Het is moeilijk voor ondernemingen om een onderscheid te maken tussen e-mailadressen die beschouwd worden als persoonsgegevens en e-mailadressen die niet zo beschouwd worden, aangezien dit helemaal afhankelijk is van de manier waarop het e-mailadres vormgegeven is. Het is dan ook aannemelijk dat ondernemingen die e-mailadressen verwerken, e-mailadressen tegenkomen die als persoonsgegevens beschouwd moeten worden. Dit betekent dat deze ondernemingen onder de reikwijdte van de AVG vallen en dat zij een privacybeleid op moeten stellen dat in overeenstemming met de AVG is.

[1] ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5514.

[2] Kamerstukken II 1979/80, 25 892 3 (MvT).

[3] ECLI:NL:GHAMS:2002:AE5514.

Versnelde Procedures Voor Kennismigranten: Hoe Werkt Het?
Blog, Immigratierecht

De Nederlandse Kennismigrantenregeling 2018

De Nederlandse arbeidsmarkt wordt steeds internationaler. Het aantal internationale werknemers binnen Nederlandse organisaties groeit. Voor mensen van buiten de Europese Unie is het mogelijk om als kennismigrant naar Nederland te komen. Maar wat wordt er verstaan onder een kennismigrant? Een kennismigrant is een hoogopgeleide buitenlander met de nationaliteit van een land buiten de EU en Zwitserland, die naar Nederland komt om een bijdrage te leveren aan onze kenniseconomie.

Wat zijn de eisen om een kennismigrant in dienst te kunnen nemen?

  • Als een werkgever een kennismigrant naar Nederland wil laten komen, moet de werkgever erkend referent zijn. De werkgever zal daarvoor een aanvraag moeten indienen bij de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND). De IND beslist vervolgens of de werkgever als erkend referent kan worden aangemerkt. Een erkenning als referent betekent dat de onderneming door de IND als een betrouwbare partner wordt beschouwd. Erkenning heeft verschillende voordelen:
  • De werkgever kan gebruik maken van een versnelde toelatingsprocedure voor een kennismigrant. In plaats van drie tot vijf maanden streeft de IND ernaar om binnen twee weken een beslissing te nemen. Is een vergunning vereist voor verblijf en arbeid (GVVA) dan is dit zeven weken.
  • De werkgever hoeft minder bewijsstukken naar de IND te versturen.
    In veel gevallen volstaat een eigen verklaring. Daarin geeft de werkgever aan dat de buitenlandse werknemer voldoet aan alle voorwaarden voor toelating en verblijf in Nederland.
  • De werkgever heeft een vast aanspreekpunt bij de IND.
  • Naast de voorwaarde dat de werkgever door de IND als erkend referent moet zijn aangemerkt, geldt er ook een minimale looneis voor de werkgever. Het gaat hierbij om een minimum salarisbedrag dat door de Nederlandse werkgever moet worden betaald aan de niet-Europese werknemer.

Jaarlijks worden deze minimum salarisbedragen met ingang van 1 januari gewijzigd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op basis van het meest recente indexcijfers van de cao-lonen, gepubliceerd door het Centraal Bureau voor de Statistiek. De wettelijke basis van deze jaarlijkse wijziging is artikel 1d lid 4 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen.

Zo gelden er vanaf 1 januari 2018 ook weer nieuwe looncriteria waar men aan moet voldoen om van de kennismigrantenregeling gebruik te kunnen maken. Op basis van de CBS-gegevens zijn de bedragen met 1,85% verhoogd ten opzichte van het jaar 2017.

Dit zijn de looncriteria per maand vanaf 1 januari 2018 (exclusief vakantiegeld):

Exclusief vakantiegeld

Immigratierecht: Verblijfsvergunningen En Naturalisatie
Blog, Immigratierecht

Immigratierecht: Verblijfsvergunningen en Naturalisatie

Immigratierecht: Alles over Verblijfsvergunningen en Naturalisatie

Introductie

Wanneer vreemdelingen naar Nederland willen komen, hebben zij daar een bepaalde reden voor. Zij willen zich bijvoorbeeld herenigen met hun familie, gaan werken of gaan studeren in Nederland. De reden voor hun verblijf wordt het verblijfsdoel genoemd. Een verblijfsvergunning kan worden verstrekt door de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (hierna genoemd de ‘IND’) met een tijdelijk of niet-tijdelijk verblijfdoel. Na een onafgebroken periode in Nederland van vijf jaar, is het mogelijk om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan te vragen. Het is in sommige gevallen ook mogelijk voor een vreemdeling om de Nederlandse nationaliteit te verkrijgen middels naturalisatie.

Er zijn verschillende voorwaarden verbonden aan het kunnen aanvragen van een verblijfsvergunning of naturalisatie. Dit artikel geeft u basisinformatie omtrent de verschillende type verblijfsvergunningen, de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om een verblijfsvergunning te kunnen krijgen en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om een Nederlandse burger te kunnen worden via naturalisatie.

Verblijfsvergunning voor een tijdelijk doel

Met een verblijfsvergunning met een tijdelijk doel kan iemand in Nederland wonen voor een bepaalde periode. Sommige verblijfsvergunningen met een tijdelijk doel kunnen niet worden verlengd. In dat geval kan iemand geen verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd ontvangen en ook niet de Nederlandse nationaliteit verkrijgen.

De volgende verblijfsdoelen zijn tijdelijk:

  • Au pair
  • Grensoverschrijdende dienstverlening
  • Uitwisseling
  • Overplaatsing binnen een onderneming (Richtlijn 2014/66/EU)
  • Medische behandeling
  • Zoekjaar hoogopgeleide
  • Seizoenarbeid
  • Verblijf bij familie- of gezinslid, als het verblijfsdoel van het gezinslid bij wie u verblijft tijdelijk is of het gezinslid een verblijfsvergunning voor asiel bepaalde tijd heeft.
  • Studie
  • Asiel bepaalde tijd
  • Tijdelijke humanitaire gronden
  • Stagiair en practicant

Verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel

Met een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel kan men voor onbeperkte tijd in Nederland verblijven. Iemand moet wel aan de voorwaarden voor de verblijfsvergunning blijven voldoen.

De volgende verblijfsdoelen zijn niet-tijdelijk:

  • Adoptie- of pleegkind, als het gezinslid bij wie u verblijft Nederlander, EU-/EER-onderdaan of Zwitser is. Of als dit gezinslid een verblijfsvergunning heeft voor een niet-tijdelijk doel
  • Economisch niet-actieve EG-langdurig ingezetene
  • EG-langdurig ingezetene
  • Buitenlandse investeerder (vermogende vreemdeling)
  • Kennismigrant
  • Houder van een Europese blauwe kaart
  • Niet-tijdelijke humanitaire gronden
  • Arbeid als niet-geprivilegieerd militair of niet-geprivilegieerd burgerpersoneel
  • Arbeid in loondienst
  • Onbepaalde tijd
  • Wetenschappelijk onderzoek in het kader van richtlijn 2005/71/EG
  • Verblijf bij familie- of gezinslid, als het gezinslid bij wie u verblijft Nederlander of EU-/EER-onderdaan of Zwitser is, of een verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel heeft.
  • Arbeid als zelfstandige

Verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd (permanent)

Na een onafgebroken verblijf van 5 jaar in Nederland, is het mogelijk om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan te vragen (permanente verblijfsvergunning). Wanneer een aanvrager aan alle EU-vereisten voldoet, dan wordt de beschrijving ‘langdurig EU-ingezetene’ bij zijn of haar verblijfsvergunning opgenomen. Wanneer niet voldaan wordt aan de EU vereisten, dan wordt getest of de aanvrager voldoet aan de nationale gronden voor het aanvragen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Wanneer de aanvrager ook niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning op basis van de nationale gronden, dan wordt beoordeeld of een reeds bestaande tewerkstellingsvergunning verlengd kan worden.

Om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd aan te vragen, moet een aanvrager aan de volgende algemene voorwaarden voldoen:

  • In het bezit zijn van een geldig paspoort;
  • Over een ziektekostenverzekering beschikken;
  • Geen strafblad hebben;
  • Minimaal 5 jaar legaal in Nederland hebben verbleven met een Nederlandse verblijfsvergunning voor een niet-tijdelijk doel. Nederlandse verblijfsvergunningen voor een niet-tijdelijk doel omvatten verblijfsvergunningen met als doel werk, gezinsvorming en gezinshereniging. Verblijfsvergunningen op basis van studie of asiel worden beschouwd als verblijfsvergunningen voor een tijdelijk doel. De IND kijkt naar de 5 jaar voorafgaand aan het moment dat de aanvraag is ingediend. Alleen de jaren vanaf het moment dat de aanvrager 8 jaar oud werd, tellen mee voor de aanvraag van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd;
  • Het 5-jarig verblijf in Nederland moet onafgebroken geweest zijn. Dit betekent dat de aanvrager in die 5 jaar niet 6 of meer achtereenvolgende maanden, of in 3 jaar achter elkaar 4 of meer achtereenvolgende maanden, buiten Nederland heeft verbleven;
  • De aanvrager moet beschikken over toereikende financiële middelen: Dit wordt door de IND beoordeeld voor 5 jaar. Nadat de aanvrager 10 jaar onafgebroken in Nederland heeft gewoond, zal de IND stoppen met het beoordelen van uw financiële middelen;
  • De aanvrager staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van zijn of haar woonplaats (gemeente). De aanvrager hoeft dit niet zelf aan te tonen. De IND controleert of aan deze voorwaarde voldaan wordt;
  • De aanvrager heeft het inburgeringsdiploma gehaald. Hiermee laat de aanvrager zien dat hij of zij voldoende Nederlands kan lezen, schrijven, spreken en verstaan. Sommige categorieën vreemdelingen hoeven geen inburgeringsexamen te doen (bijvoorbeeld EU-ingezetenen).

Afhankelijk van de situatie zijn er bepaalde speciale voorwaarden, die af kunnen wijken van de algemene voorwaarden. Dergelijke situaties zijn onder andere:

  • Gezinshereniging
  • Gezinsvorming
  • Werk
  • Studie
  • Medische behandeling

Een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wordt voor een periode van 5 jaar afgegeven. Na 5 jaar, kan deze op verzoek van de aanvrager automatisch verlengd worden door de IND. Redenen voor het intrekken van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd zijn onder andere fraude, inbreuk op de nationale rechtsorde of wanneer de vreemdeling een gevaar voor de nationale veiligheid vormt.

Naturalisatie

Wanneer een vreemdeling Nederlander wil worden door naturalisatie, dan dient hiervoor een aanvraag ingediend te worden bij de gemeente waar de vreemdeling ingeschreven staat.

Aan de volgende voorwaarden moet voldaan worden:

  • De aanvrager is 18 jaar of ouder;
  • De aanvrager woont 5 jaar of langer onafgebroken met een geldige verblijfsvergunning in het Koninkrijk der Nederlanden. Deze verblijfsvergunning is altijd op tijd verlengd. De verblijfsvergunning moet tijdens de procedure geldig zijn. Wanneer de aanvrager de nationaliteit van een EU/EER-land of Zwitserland heeft, dan is het hebben van een verblijfsvergunning niet verplicht. Op de regel van de 5-jaarstermijn zijn een aantal uitzonderingen;
  • De aanvrager moet direct voorafgaand aan het naturalisatieverzoek een geldige verblijfsvergunning hebben. Dit is een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd of bepaalde tijd met een niet-tijdelijk doel. De verblijfsvergunning is nog geldig op het moment van de naturalisatieceremonie;
  • De aanvrager is voldoende ingeburgerd. Dit betekent dat hij of zij Nederlands kan lezen, schrijven, spreken en verstaan. De aanvrager toont dit aan met het inburgeringsdiploma;
  • De aanvrager heeft de afgelopen 4 jaar in Nederland of het buitenland geen gevangenisstraf uitgezeten, leer- of taakstraf uitgevoerd of hoge geldboete betaald of opgelegd gekregen voor een misdrijf. Ook mag er geen strafzaak voor een misdrijf open staan. Bij een hoge geldboete gaat het om een bedrag van €810 of meer. Ook mag de aanvrager in de afgelopen 4 jaar niet meerdere boetes van €405 of hoger hebben gekregen, met een totaalbedrag van €1.215 of hoger;
  • De aanvrager moet afstand doen van zijn of haar huidige nationaliteit. Op deze regel zijn enkele uitzonderingen;
  • De verklaring van verbondenheid moet afgelegd worden.

Contact

Heeft u vragen met betrekking tot het immigratierecht? Voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Verstoorde Shareholder Conflicts: What To Do Next | L & M
Blog, Ondernemingsrecht

Verstoorde relatie tussen aandeelhouders is een gegronde reden om onderzoek naar de vennootschap te bevelen

Fixing a Verstoorde Relationship in Your Company

Dit is een samenvatting van de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 26 januari 2018.

A en B zijn bestuurders en aandeelhouders van de vennootschap Circom. Nadat er geschillen tussen beide partijen ontstonden, heeft A B uitgeschreven als bestuurder. B heeft vervolgens informatie van A opgevraagd, maar niet gekregen. Uiteindelijk heeft B de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek naar het beleid van Circom te bevelen. De Ondernemingskamer oordeelt dat er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid en een juiste gang van zaken te twijfelen en keurt het verzoek goed.

Samenvatting van de feiten

A en B hebben samen de vennootschap Circom B.V. opgericht. A en B zijn beide bestuurder van Circom en houden elk 50% van de aandelen. Zij hebben vervolgens besloten om Circom samen te voegen met Nedportal B.V. Tijdens een managementoverleg tussen A en B is besloten dat het belang van B in Circom verminderd zou worden tot 10% van de aandelen. Voor dit besluit zijn concept akten opgesteld, maar deze akten zijn niet gepasseerd. A heeft B vervolgens uit het handelsregister doen uitschrijven als bestuurder van Circom.

B heeft A hierna onder andere verzocht om toegang tot de bankrekeningen en boekhouding van Circom en om betaling van de achterstallige managementfee, om zo B in staat te stellen haar statutaire rechten en verplichtingen uit te oefenen. Uiteindelijk zijn de cijfers over 2016 niet goedgekeurd in de algemene aandeelhoudersvergadering van Circom, vanwege verdeeldheid van de aandeelhouders.

B heeft de Ondernemingskamer vervolgens op grond van het recht van enquête uit artikel 2:345 e.v. BW verzocht een onderzoek te bevelen naar het beleid van Circom, A te schorsen als bestuurder en de aandelen van A in Circom ter beheer over te dragen aan een beheerder.

Samenvatting van de rechtsoverwegingen

B stelt dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid van Circom en dat er onmiddellijke voorzieningen getroffen dienen te worden. Volgens B is er sprake van een definitieve samensmelting van Circom en Nedportal. Deze samenwerking heeft ook gestalte gekregen op financieel, juridisch en organisatorisch vlak. A handelt echter in strijd met het plan van aanpak en tracht B buiten spel te zetten door B uit te schrijven als bestuurder en geen inzage te verschaffen in de gang van zaken en administratie van Circom.

Besluitvorming in de algemene vergadering is niet mogelijk vanwege de 50/50-verhouding van aandeelhouders. Volgens B heeft A feitelijk alle macht binnen Circom naar zich toe getrokken. A brengt als verweer naar voren dat partijen een poging tot samenwerking hebben gedaan, maar dat deze samenwerking nooit tot stand gekomen is.

Enkel A heeft liquide middelen in Circom geïnvesteerd en vanwege de tegenvallende inbreng van B is besloten het aandeel van B in Circom terug te brengen naar 10%. Tevens zou de wens van B om af te treden als bestuurder besproken zijn. Er zouden bovendien verschillende pogingen gedaan zijn om de relatie op ordentelijke wijze af te wikkelen. De Ondernemingskamer is van oordeel dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Circom. Er is sprake van een verstoorde relatie tussen de bestuurders/aandeelhouders van Circom. A en B hebben geen duidelijke afspraken gemaakt omtrent de invulling van hun bestuurstaken.

De administratie van Circom is niet inzichtelijk, de gang van zaken rond de uitschrijving van B als bestuurder roept vragen op en B heeft de gevraagde informatie niet ontvangen. Bovendien heeft Circom haar ondernemingsactiviteiten gestaakt, wat het gevolg is van eenzijdig handelen van A. De Ondernemingskamer stelt echter wel dat beide partijen hebben bijgedragen aan het ontstaan van de twijfel rondom de gang van zaken van Circom. B heeft namelijk niet aangedrongen op een openingsbalans en te laat verzocht om financieel inzicht. De Ondernemingskamer gelast een onderzoek vanaf de datum van oprichting van Circom. Het treffen van onmiddellijke voorzieningen wordt afgewezen.

Deze samenvatting is gemaakt in het kader van auteurswerk voor Kluwer Smartnewz.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze samenvatting, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected], of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Wilt u graag meer weten over dit rechtsgebied? Bekijk dan: ondernemingsrecht, bedrijfsjurist.

Algemene Voorwaarden: Wat U Erover Moet Weten | Law & More
Blog, Civiel Recht

Algemene voorwaarden: wat u erover moet weten

Algemene voorwaarden: Wat mag er niet in staan?

Wanneer u iets koopt via een webwinkel wordt u vaak gevraagd om vóór elektronische betaling een hokje aan te vinken waarmee u aangeeft dat u akkoord gaat met de algemene (leverings)voorwaarden van de webwinkel. Als u dit hokje aan vinkt zonder kennis te nemen van de voorwaarden waaronder u de aankoop doet, bent u niet de enige: vrijwel iedereen doet dit. Dit brengt echter wel risico’s met zich mee; algemene voorwaarden kunnen namelijk nog wel eens vervelende bepalingen bevatten. Hoe zit het nu eigenlijk met die algemene voorwaarden?

Algemene voorwaarden worden ook wel de kleine lettertjes genoemd. Ze bevatten de extra regels die gelden als aanvulling op een overeenkomst. In het Burgerlijk Wetboek vindt men regels waar algemene voorwaarden aan moeten voldoen of waar deze juist niet over mogen gaan.

Artikel 6:231 sub a BW geeft de volgende wettelijke definitie van algemene voorwaarden:

«Een of meer bedingen die zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van bedingen die de kern van de prestatie aangeven, voor zover deze laatstgenoemde bedingen duidelijk en begrijpelijk zijn geformuleerd».

Eerst sprak art. 6:231 sub a BW van schriftelijke bedingen. Echter, met de implementatie van Richtlijn 2000/31/EG, die gaat over e-commerce, is het woord ‘schriftelijk’ alsnog geschrapt. Daarmee vallen ook mondeling aan de orde gestelde algemene voorwaarden onder de wet.

De wet spreekt van de ‘de gebruiker’ en ‘de wederpartij’. De gebruiker is degene die algemene voorwaarden in een overeenkomst gebruikt (art.6:231 sub b BW). Dat is meestal de verkoper. De wederpartij is degene die door ondertekening van een geschrift of op andere wijze de gelding van algemene voorwaarden heeft aanvaard (art.6:231 sub c BW).

De zogenaamde kernbedingen vallen niet onder de wettelijke regeling voor algemene voorwaarden. Deze bedingen maken geen deel uit van de algemene voorwaarden. Het gaat hierbij om bedingen die de essentie van de overeenkomst vormen. Zijn zij wel opgenomen in de algemene voorwaarden, dan zijn ze ongeldig. Een kernbeding wordt gedefinieerd als een beding dat van zo wezenlijke betekenis is voor een overeenkomst dat de overeenkomst zonder dit beding niet tot stand zou zijn gekomen of dat er zonder dit beding niet van wilsovereenstemming omtrent het wezen van de overeenkomst zou kunnen worden gesproken.

Als voorbeelden van onderwerpen die men in kernbedingen terugvindt worden onder meer genoemd: het product dat verhandeld wordt, de door de wederpartij te betalen prijs en de hoeveelheid, het gewicht of de kwaliteit van het verkochte/gekochte.

Het beoogde doel van de wettelijke regeling van algemene voorwaarden is drieledig:

  • Het versterken van de rechterlijke controle op de inhoud van de algemene voorwaarden, ter bescherming van personen jegens wie de voorwaarden worden gebruikt (de wederpartijen), in het bijzonder consumenten.
  • Het bieden van een zo groot mogelijke mate van rechtszekerheid ten aanzien van de toepasselijkheid van algemene voorwaarden en de (on)geoorloofdheid van de inhoud.
  • Het bevorderen van overleg tussen gebruikers van algemene voorwaarden en bijvoorbeeld partijen die de belangen van betrokkenen behartigen, zoals consumentenorganisaties.

Opgemerkt dient te worden dat de algemene wettelijke regels ten aanzien van algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op arbeidsovereenkomsten, collectieve arbeidsovereenkomsten en internationale handelstransacties.

Komt het tot een geding dan ligt de bewijslast bij de gebruiker. De gebruiker kan daarbij bijvoorbeeld wijzen op het feit dat de algemene voorwaarden in een aantal overeenkomsten al eerder zijn gebruikt. Bij de beoordeling staat centraal wat de partijen redelijkerwijs aan inhoudelijke betekenis aan de bepalingen mogen toekennen en van elkaar mogen verwachten. Bij twijfel prevaleert de voor de consument meest gunstige interpretatie (art. 6:238 lid 2 BW).

Op de gebruiker rust een informatieplicht jegens de wederpartij betreffende de algemene voorwaarden (art. 6:234 BW). Daaraan kan hij voldoen door de voorwaarden aan de wederpartij ter hand te stellen (art. 6:234 lid 1 BW). De gebruiker moet kunnen aantonen dat hij dit heeft gedaan. Is terhandstelling niet mogelijk dan moet de gebruiker, voordat de overeenkomst wordt gesloten, aan de wederpartij bekend maken dat en waar de algemene voorwaarden kunnen worden ingezien, bijvoorbeeld bij de Kamer van Koophandel of de griffie van een gerecht (art. 6: 234 lid 1 BW) of hij moet ze op verzoek toezenden.

Dat moet dan onverwijld en voor rekening van de gebruiker gebeuren, op straffe van vernietigbaarheid van de voorwaarden (art. 6:234 lid 1 BW), mits de gebruiker hier redelijkerwijs aan kan voldoen. De ter beschikkingstelling kan ook elektronisch geschieden, hetgeen is geregeld in art 6:234 lid 2 en 3 BW. Elektronische beschikbaarstelling mag in elk geval plaatsvinden wanneer de overeenkomst langs elektronische weg tot stand komt.

De wederpartij moet bij elektronische beschikbaarstelling de mogelijkheid hebben om de algemene voorwaarden op te slaan en voldoende tijd krijgen om deze in te zien. Komt de overeenkomst niet elektronisch tot stand dan is toestemming voor elektronische terbeschikkingstelling van de wederpartij vereist (art. 6:234 lid 3 BW).

Is de beschreven regeling limitatief? Uit een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:1999:ZC2977:  Geurtzen/Kampstaal) kan afgeleid worden dat de regeling wel uitputtend is bedoeld, maar de HR breekt dit in een toevoeging zelf weer open. De HR stelt in de toevoeging dat wanneer in redelijkheid mag worden aangenomen dat de wederpartij met de algemene voorwaarden bekend is of geacht kan worden daarmee bekend te zijn, vernietigbaarheid van de voorwaarden niet aan de orde is.

In het Burgerlijk Wetboek staat niet wat er in de algemene voorwaarden moet worden vastgelegd, maar wel wat er niet in mag staan. Zoals besproken, zijn dat onder meer de zaken die de kern van de prestatie aangeven, zoals de prestatie zelf (wat wordt er geleverd) de prijs en de duur van de overeenkomst. Bij de beoordeling wordt bovendien gebruik gemaakt van een zwarte lijst en een grijze lijst (art. 6:236 en 6:237 BW) met onredelijk bezwarende bepalingen. Er dient te worden opgemerkt dat de zwarte en grijze lijsten van toepassing zijn wanneer er sprake is van gebruik van algemene voorwaarden in de relatie tussen een bedrijf en een consument (B2C).

In de zwarte lijst (art. 6:236 BW) staan bedingen die, indien opgenomen in algemene voorwaarden, door de wet als onredelijk bezwarend worden aangemerkt.

De zwarte lijst valt in drie rubrieken uiteen:

  1.  Bedingen die de wederpartij rechten en bevoegdheden ontnemen. Voorbeelden zijn de volledige ontneming van het recht op nakoming (art.6:236 sub a BW) of uitsluiting of beperking van de bevoegdheid tot ontbinding van de overeenkomst (art.6:236 sub b BW).
  2. Bedingen die de gebruiker bepaalde rechten of bevoegdheden toekennen. Een voorbeeld daarvan is het beding dat de gebruiker de bevoegdheid geeft om de prijs binnen drie maanden na het sluiten van de overeenkomst te verhogen, tenzij de wederpartij in dat geval bevoegd is de overeenkomst te ontbinden (art.6:236 sub i BW).
  3. Een reeks bedingen van uiteenlopende bewijsrechtelijke aard (art.6:236 sub k BW), bijvoorbeeld de stilzwijgende voortzetting van een abonnement op krant of tijdschrift zonder correcte opzegmogelijkheid (art.6:236 sub p en q BW).

In de grijze lijst van algemene voorwaarden (art. 6:237 BW) staan bedingen waarvan, als ze worden opgenomen in de algemene voorwaarden, wordt vermoed dat ze onredelijk bezwarend zijn. Het staat in dat geval niet per definitie vast dat het beding ook werkelijk onredelijk bezwarend is.

Voorbeelden hiervan zijn bedingen die een wezenlijke beperking van de verplichtingen van de gebruiker ten opzichte van de wederpartij inhouden (art. 6:237 sub b BW), bedingen die de gebruiker een ongebruikelijk lange termijn voor nakoming van hetgeen is overeengekomen geven (art.6:237 sub e BW) of bedingen die de wederpartij aan een langere opzegtermijn binden dan de gebruiker (art.6:237 sub l BW).

Contact

Mocht u na het lezen van dit artikel nog vragen of opmerkingen hebben, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected] of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Het Plaatsen Van Negatieve En Valse Google Reviews | L & M
Actualiteiten, Nieuws

Negatieve en valse Google reviews

Bescherm uw bedrijf tegen negatieve Google reviews

Het plaatsen van negatieve en valse Google reviews kwam een ontevreden klant van een kinderdagverblijf zeer duur te staan. De klant plaatste anoniem en onder verschillende aliassen negatieve recensies die betrekking hadden op het kinderdagverblijf en haar directie. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat de plaatster niet gemotiveerd heeft weersproken dat zij in strijd heeft gehandeld met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, en zij daarmee jegens het kinderdagverblijf een onrechtmatige daad heeft gepleegd. Met als gevolg dat de plaatster bijna 17.000 euro aan schade en overige kosten dient te betalen.

2018-01-13

Aandeelhoudersrechten En Rechter Verplicht | Law & More
Blog, Ondernemingsrecht

Rechter verplicht B.V. om een kopie van de jaarrekeningen te verstrekken aan minderheidsaandeelhouder

Wat betekent ‘rechter verplicht’?

Dit is een samenvatting van de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 18 december 2017.

In deze zaak vordert Intermodal Container Services B.V. (hierna: ICS), minderheidsaandeelhouder van Curacaosche Haven Maatschappij B.V. (hierna: CHC), dat CHC haar jaarrekeningen over de jaren 2012 tot en met 2016 met de bijbehorende management letters van de controlerende accountant overlegt. Uit de statutaire bepalingen van CHC volgt dat ICS recht heeft op toezending van deze stukken. CHC heeft gemotiveerd verweer gevoerd, waarbij zij zich op het belang van vertrouwelijkheid beroept. Het Gerecht verwerpt dit verweer.

Samenvatting van de feiten

ICS is minderheidsaandeelhouder van CHC. Zij wenst in deze hoedanigheid te beschikken over de jaarrekeningen van CHC over de jaren 2012 tot en met 2015 en over de ter goedkeuring aan de algemene vergadering van aandeelhouders voor te leggen jaarrekening over 2016. ICS heeft belang bij deze stukken voor het laten opstellen, controleren en goedkeuren van haar eigen jaarstukken en met het oog op de voorgenomen verkoop van haar aandelen in CHC.

Volgens de statuten van CHC hebben aandeelhouders voorafgaand aan de algemene vergadering van aandeelhouders recht op toezending van de ter vergadering te behandelen jaarrekeningen met accountantsverklaring. De gang van zaken op de algemene vergadering van aandeelhouders van CHC is gedurende een periode van jaren echter geweest dat de jaarrekening pas op de vergadering ter bestudering en goedkeuring aan de aandeelhouders werd voorgelegd.

Met betrekking tot de jaarrekening over 2016 heeft CHC de jaarstukken ten kantore ter inzage gelegd; aandeelhouders kunnen een afspraak maken voor inzage. ICS vordert dat CHC de jaarrekeningen over de jaren 2012 tot en met 2016 met de bijbehorende management letters overlegt. CHC is het hier niet mee eens en voert gemotiveerd verweer.

Samenvatting van de rechtsoverwegingen

Uit de statuten van CHC volgt dat aandeelhouders van CHC voorafgaand aan de vergadering recht hebben op toezending van de ter vergadering te behandelen jaarrekening met accountantsverklaring. Jaarrekeningen hebben in het bijzonder ten doel de aandeelhouders te informeren en aandeelhouders hebben bovendien een belang om de jaarstukken te kunnen bestuderen en controleren. Dit, in combinatie met de statutaire bepalingen van CHC, maakt ICS gerechtigd tot afgifte.

Van zwaarwegende redenen op grond waarvan afgifte van de jaarrekeningen niet van CHC kan worden gevergd, is niet gebleken. CHC heeft benadrukt dat zij er belang bij heeft dat de jaarrekeningen vertrouwelijk blijven. ICS heeft dit belang onderschreven en heeft gesteld dat zij CHC een concept voor een non disclosure agreement heeft aangeboden. Partijen zijn het alleen niet eens geworden over de hieraan verbonden boete. Concrete aanwijzingen waaruit blijkt dat ICS niet vertrouwelijk met de stukken zal omgaan zijn echter gesteld noch gebleken.

In de door CHC gewenste vertrouwelijkheid kan volgens het Gerecht dus geen grond gevonden worden om ICS haar statutaire recht op toezending en aanbieding van de jaarrekeningen te ontzeggen. ICS hoeft ook geen genoegen te nemen met de geboden mogelijkheid om de jaarrekening 2016 in te komen zien. De omstandigheid dat ICS zich een aantal jaren heeft beperkt tot het inzien en aftekenen van de jaarrekeningen op de algemene vergadering van aandeelhouders, brengt niet met zich mee dat zij daar in het vervolg aan gehouden is.

ICS heeft ook geen afstand gedaan van haar aanspraak op afschriften van de stukken. Bovendien gaat het Gerecht niet uit van het bestaan van een afspraak tussen ICS en CHC waarin ICS afstand doet van haar recht op afschriften van de jaarrekeningen. Tot slot stelt het Gerecht op grond van art.

2:7 BW, op basis waarvan partijen zich jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door de redelijk en billijkheid wordt gevorderd, dat het niet mogelijk is om ICS zonder zwaarwegende redenen voorafgaand aan de jaarvergadering geen afschrift van de te behandelen jaarrekening te sturen of haar afschriften van jaarrekeningen over eerdere jaren te onthouden. Het Gerecht gebiedt CHC de jaarrekeningen aan ICS af te geven.

Deze samenvatting is gemaakt in het kader van auteurswerk voor Kluwer Smartnewz.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze samenvatting, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected], of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Heeft u tijdelijk een jurist nodig? Bekijk dan de mogelijkheden voor een interim jurist.

Privacygevoelige Communicatie Sterker Beschermd | L & M
Actualiteiten, Nieuws

Privacygevoelige telecommunicatie in de toekomst beter grondwettelijk beschermd

Privacygevoelige Communicatie : Uw Rechten

Op 12 juli 2017 heeft de Eerste Kamer unaniem ingestemd met het wetsvoorstel van Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Plasterk, dat ziet op een betere grondwettelijke bescherming van e-mail en andere vormen van privacygevoelige telecommunicatie.

Volgens lid 2 van artikel 13 van de Grondwet is het telefoon- en telegraafgeheim onschendbaar. Gezien de huidige ontwikkelingen in de telecommunicatie verdient het artikel aanpassing. Het voorstel voor de nieuwe tekst luidt: “ieder heeft recht op eerbiediging van zijn brief- en telecommunicatiegeheimen”.

De procedure om artikel 13 van de Grondwet aan te passen is in gang gezet.

Hackers : Hoe Petya IT-systemen Platlegde | Law & More
Nieuws, Strafrecht

De Rotterdamse haven en TNT hebben last van een wereldwijde hacker aanval

De impact van hackers op bedrijven

Op 27 juni 2017 zijn wereldwijd bedrijven getroffen door een IT-storing door een aanval met ransomware.

In Nederland meldden APM (het grootste Rotterdamse containeroverslagbedrijf), TNT en medicijnfabrikant MSD het uitvallen van hun IT-systeem door het virus genaamd “Petya”. Het computervirus begon in Oekraïne, waar banken, overheidsbedrijven en het elektriciteitsnet van Oekraïne getroffen werden en verspreidde zich daarna over de wereld.

Volgens directeur Dave Maasland van het cybersecuritybedrijf ESET, is de gebruikte ransomware vergelijkbaar met het WannaCry-virus. In tegenstelling tot zijn voorganger versleutelt het de gegevens niet, maar vernietigt deze onmiddellijk.

Het incident bevestigt eens te meer de noodzaak tot publiek-private samenwerking op het gebied van cyber security.

2017-06-27

Europese Commissie: Google’s Antitrustschendingen | L & M
Actualiteiten, Nieuws

Europese Commissie: Google’s antitrustschendingen

De Europese Commissie heeft beschikt dat Google een boete van 2,42 miljard EUR moet betalen wegens schending van de EU-antitrustregels.

Het agentschap van de EU geeft aan dat Google haar eigen Google Shopping producten bevoordeelt ten nadele van andere productaanbieders. Bij aanklikken verschijnen de producten van Google Shopping aan de top van de pagina met zoekresultaten, terwijl de zoekalgoritmen van Google ervoor zorgen dat aanbod van concurrerende diensten doelbewust lager in de resultaten verschijnt. Binnen 90 dagen moet Google zijn zoekalgoritmen veranderen. Gebeurt dit niet, dan krijgt Google een straf opgelegd tot 5% van de gemiddelde dagelijkse mondiale omzet van Alphabet. Alphabet is de moedermaatschappij van Google.

De EU commissaris voor mededingingsbeleid Margrethe Vestager zegt dat wat Google deed en doet illegaal is. Deze beslissing vormt een precedent voor toekomstige onderzoeken op dit gebied.

De Europese Commissie onderzoekt nog twee zaken waar Google volgens de Europese Commissie haar machtspositie heeft misbruikt: het Android-besturingssysteem en AdSense.

2017-06-27

Europese Commissie : Rapportageverplichtingen | Law & More
Nieuws, Ondernemingsrecht

Europese Commissie eist inzage in door intermediairs voor hun cliënten…

Europese Commissie eist inzage in door intermediairs voor hun cliënten ontworpen constructies voor belastingontwijking.

Landen lopen jaarlijks belastinginkomsten mis door veelal grensoverschrijdende belastingconstructies die belastingadviseurs, accountants, banken en advocaten (intermediairs) ontwerpen voor hun cliënten. Om transparantie te bevorderen en deze belastingen te kunnen innen stelt de Europese Commissie voor deze intermediairs vanaf 1 januari 2019 te verplichten hun constructies aan de belastingdiensten bekend te maken voordat deze door hun cliënten worden geïmplementeerd.

De aangeleverde documenten zullen voor de belastingdiensten toegankelijk worden gemaakt via een centrale databank. De regels zijn alomvattend: zij gelden voor alle intermediairs, alle constructies en alle landen. Aan intermediairs die de gegevens niet aanleveren zullen sancties worden opgelegd. Het voorstel zal ter goedkeuring worden voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad.

2017-06-22

Innovatieleider Nederland: Ontdek De Succesfactoren | L&M
Actualiteiten, Nieuws

Nederland is een innovatieleider in Europa

Nederland is een innovatieleider

Volgens de European Innovation Scoreboard van de Europese Commissie, krijgt Nederland  27 indicatoren voor innovatiekracht. Nederland staat nu op de vierde plek (2016 – vijfde plek), en is samen met Denemarken, Finland en het Verenigd Koninkrijk in 2017 als innovatieleider aangeduid.

Volgens de Nederlandse Minister van Economische Zaken zijn we tot dit resultaat gekomen omdat staat, universiteiten en bedrijven in Nederland nauw samen werken. Eén van de criteria van Het European Innovation Scoreboard voor de beoordeling van de staten was dan ook ‘publiek-private samenwerking’. Vermeldenswaardig is bovendien dat de investeringen voor innovaties in Nederland het hoogst van Europa zijn.

Bent u geïnteresseerd in  Het European Innovation Scoreboard 2017? U kunt alles nalezen op de website van de Europese Commissie.

2017-06-20

Geschiedenis Van Belasting In Nederland | Law & More
Nieuws, Ondernemingsrecht

Belasting: vroeger en nu

Ontdek de oorsprong van belasting

Belasting : vroeger en nu. De geschiedenis van belasting begint in de Romeinse tijd. Volk dat woonde op grondgebied van het Romeinse Rijk moest belasting betalen. De eerste belastingregels in Nederland verschijnen in 1805. Het basisprincipe van belasting was geboren: het inkomen. De inkomstenbelasting werd in 1904 geformaliseerd.

BTW, inkomstenbelasting, loonbelasting, vennootschapsbelasting, milieubelasting – het zijn allemaal belastingen die we in deze moderne tijd betalen. We betalen belasting aan de rijksoverheid en aan gemeenten. Met de inkomsten kan het Ministerie van Infrastructuur onder meer zorgen voor de dijken; of provincies voor het openbaar vervoer.

Economen discussiëren nog steeds over vragen als: wie moeten belasting betalen? Wat is de grens? Waar moeten de inkomsten aan besteed worden? Een staat zonder belastingen kan niet zorgen voor haar burgers.

 
Voor Menig Nederlander Zal Het Een Droom Zijn | Law And More
Nieuws, Personen- en Familierecht

Bent u Nederlander en wilt u trouwen in het buitenland?

Trouwen in het buitenland als Nederlander

Voor menig Nederlander zal het een droom zijn: trouwen op een mooie locatie in het buitenland, misschien wel op je geliefde vaste vakantiebestemming in Griekenland of Spanje. Als je als Nederlander wil gaan trouwen in het buitenland, moet je echter vaak aan een groot aantal formaliteiten voldoen en aan een groot aantal vragen denken. Mag je als niet-inwoner bijvoorbeeld wel in dat land trouwen? En welke documenten heb je allemaal nodig om te kunnen trouwen? En vergeet de legalisatie en de vertaalslag niet. Zo moet je  bijvoorbeeld zorgen voor een beëdigde vertaling als je akte niet in het Engels, Frans of Duits is.

Wilt u meer weten over het immigratierecht? Neem contact op met onze immigratie advocaten.

Het Minimumloon Verandert Per 1 Juli 2017 In Nederland
Arbeidsrecht, Nieuws

Het minimumloon verandert

Wie krijgt het wettelijk minimumloon?

Het minimumloon in Nederland hangt af van de leeftijd van een werknemer. De regels omtrent het minimumloon kunnen jaarlijks verschillen. Zo is de leeftijd voor het wettelijk volwassenminimumloon per 1 juli 2017 22.

Het wettelijk minimumloon bedraagt per 1 juli 2017 € 1.565,40 per maand (voor werknemers van 22 jaar en ouder).

2017-05-30

Juridische Procedures Zijn Bedoeld Om Een Oplossing | L & M
Nieuws, Procesrecht

Juridische procedures zijn bedoeld om een oplossing voor een probleem te vinden

Werken juridische procedures echt?

Juridische procedures zijn bedoeld om een oplossing voor een probleem te vinden, maar bereiken doorgaans het tegenovergesteld; zo blijkt uit een onderzoek van Nederlands onderzoeksinstituut HiiL. Problemen worden steeds minder vaak opgelost, nu het traditionele procesmodel (het zogenaamde tournooimodel) partijen juist uit elkaar drijft. Als gevolg hiervan pleit de Nederlandse Raad voor de Rechtspraak voor het invoeren van experimenteerbepalingen, waarmee rechter procedures op andere manieren kunnen voeren.

22-05-2017

#Getthanked: Kracht Van Hashtags In Branding | Law & More
Actualiteiten, Nieuws

Niet alleen op Twitter en Instagram is de hashtag populair

Hashtag als handelsmerk : hoe werkt dat?

Niet alleen op Twitter en Instagram is de hashtag populair. Steeds vaker gebruikt men ook in een handelsmerk een hashtag. In 2016 is het aantal handelsmerken met een hashtag ervoor wereldwijd zelfs gestegen met 64%. Een goed voorbeeld hiervan is de handelsnaam ‘#getthanked’ van T-Mobile. Het claimen van een hashtag als handelsmerk is overigens niet altijd even makkelijk. Zo moet een hashtag bijvoorbeeld direct linken naar het product of de dienst van de aanvrager.

Wilt u meer weten over het intellectueel eigendomsrecht? Neem contact op met onze advocaten.

19-05-2017

Wat Is Een Betalingsbelofte In Juridische Context? | L &M
Blog, Civiel Recht

Verjaring vordering wordt gestuit door betalingsbelofte schuldenaar in de vorm van schulderkenning

Stuiting verjaring door betalingsbelofte.

Dit is een samenvatting van de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 16 mei 2017.

Geïntimeerde vordert terugbetaling van een lening, te vermeerderen met contractuele rente en kosten. In het bestreden eindvonnis heeft de rechtbank geoordeeld dat de verjaring van de vordering naar het recht van Massachusetts is gestuit, tegen welke toegewezen vordering appellant nu in hoger beroep gaat.

Samenvatting van de feiten

Op 22 juni 2001 heeft appellant met geïntimeerde een overeenkomst van geldlening gesloten. Appellant ontvangt daarbij een bedrag van $ 60.050.00 van geïntimeerde. In de overeenkomst staat dat appellant de schuld op 31 december 2001 terug moet hebben betaald aan geïntimeerde, hetgeen echter niet is gebeurd. Gedurende een aantal jaar, hebben appellant en geïntimeerde regelmatig over en weer e-mailcontact gehad.

In een e-mail van 29 maart 2005 verzoekt geïntimeerde om verlaging van de verschuldigde rente. Geïntimeerde wil hier echter niet in mee gaan en antwoordt dat hij volledige betaling verlangt. Inmiddels is het geduld van geïntimeerde opgeraakt en in een e-mail van 16 augustus 2006 geeft hij nadrukkelijk aan dat het geld onmiddellijk betaald dient te worden.

In de periode van september 2006 tot en met januari 2007 doet appellant, nog steeds niet conform afspraak, de volgende betalingen: $ 3.735 (1 september 2006), $ 3.705 (25 september 2006), $ 3.648,80 (23 oktober 2006), $ 3.826,50 (27 oktober 2006) en $ 3.751 (5 januari 2007). Een aantal maanden later, in de periode september tot en met december 2007 betaalt appellant de volgende bedragen: $ 5.000 (11 september 2007), $ 4.000 (2 oktober 2007), $ 5.000 (18 oktober 2007), $ 5.000 (26 december 2007). Op 1 mei 2013 is de maat vol voor geïntimeerde en stelt zijn advocaat appellant in gebreke.

Samenvatting van de rechtsoverwegingen

Hof: appellant keert zich tegen het oordeel van de rechtbank dat de verjaring van de vordering naar het recht van Massachusetts is gestuit doordat hij een betalingsbelofte heeft gedaan. Verjaring wordt gestuit door de belofte van de schuldenaar om de schuld te betalen. Van een dergelijke betalingsbelofte is onder meer sprake in geval van erkenning van de schuld. 

Volgens de rechtbank blijkt erkenning van de vordering uit betalingen en e-mails uit 2005 en 2006. Het hof deelt daarbij de mening van de rechtbank. Erkenning kan worden afgeleid uit verschillende e-mails waarin appellant zich met stellige bewoordingen heeft voorgenomen de lening af te lossen en uit de verschillende deelbetalingen van de schuld. Weliswaar hield appellant telkens een slag om de arm met de vraag wanneer hij de lening zou aflossen en drong hij aan op verlaging van de rente, maar over de erkenning van de schuld en zijn belofte dat de lening zou worden afgelost heeft hij tot en met 2005 geen misverstand laten bestaan.

Partijen zijn overeengekomen dat de hoofdsom, vermeerderd met 16% zou worden terugbetaald op 31 december 2001. Volgens appellant is de rechtbank er ten onrechte van uitgegaan dat partijen zijn overeengekomen dat ook na de vervaldatum van 31 december 2001 nog 16% rente verschuldigd zou zijn. Deze onduidelijkheid in de overeenkomst dient derhalve voor rekening te komen van geïntimeerde als opsteller van de overeenkomst. Het hof oordeelt echter dat tussen partijen geen onduidelijkheid heeft bestaan omtrent de hoogte van de rente. Uit de e-mailcorrespondentie valt af te leiden dat ook appellant ervan uitgegaan is dat dit percentage ongewijzigd zou blijven in het geval hij de lening niet op die datum zou terugbetalen.

Uiterst subsidiair voert appellant aan dat beide partijen in juni 2011 zijn overeengekomen dat er een bedrag van $ 65.000 betaalt zou moeten worden, maar ook deze grief slaagt niet. Appellant heeft de betaling van dit bedrag inderdaad als slotbetaling geopperd, echter valt nergens uit af te leiden dat geïntimeerde met de betaling van dit bedrag heeft ingestemd en aldus afstand heeft gedaan van het meerdere dat nog was verschuldigd.

Deze samenvatting is gemaakt in het kader van auteurswerk voor Kluwer Smartnewz.

Contact

Heeft u vragen of opmerkingen naar aanleiding van deze samenvatting, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected], of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Heeft u achterstallige betalingen openstaan? Schakel dan een incasso advocaat in

Nederlandse Douane Sancties : Feiten En Oplossingen | L & M
Blog, Immigratierecht

De Nederlandse douane: de risico’s en de gevolgen van het meenemen van verboden goederen 

Regels voor verboden goederen bij de Nederlandse douane

Het is een feit van algemene bekendheid dat men op het vliegveld langs de douane moet wanneer men per vliegtuig een ander land bezoekt. Wanneer men een bezoek brengt aan Nederland moet men langs de douane op bijvoorbeeld Schiphol Airport of Eindhoven Airport. Het gebeurt dan vaak dat de tassen van passagiers verboden goederen bevatten die opzettelijk Nederland binnenkomen, of die mee worden genomen als gevolg van onwetendheid of onoplettendheid. Ongeacht de reden, kunnen de gevolgen van deze daden ernstig zijn.

In Nederland heeft de regering de douane speciale bevoegdheden gegeven om zelfstandig strafrechtelijke en bestuursrechtelijke sancties op te leggen. Deze bevoegdheden zijn neergelegd in de Algemene Douanewet. Welke sancties kunnen er precies worden opgelegd en hoe zwaar kunnen deze sancties worden? Lees het hier!

De Algemene Douanewet

In het algemeen kent het Nederlandse strafrecht het principe van territorialiteit. Het Nederlandse Wetboek van Strafrecht bevat een bepaling die stelt dat de bepalingen van het Wetboek van Strafrecht van toepassing zijn op ieder die zich in Nederland aan enig strafbaar feit schuldig maakt. Dit betekent dat nationaliteit of het land van herkomst van de persoon die een strafbaar feit begaat niet doorslaggevend is. De Algemene Douanewet is gebaseerd op hetzelfde principe en is van toepassing op specifieke douanesituaties die voorkomen op Nederlands grondgebied.

Bij situaties waarin de Algemene Douanewet niet in een specifieke bepaling voorziet, kan men terugvallen op de algemene bepalingen van onder andere het Wetboek van Strafrecht en de Algemene Wet Bestuursrecht. In de Algemene Douanewet wordt de nadruk gelegd op strafrechtelijke sancties. Bovendien zijn op verschillende situaties verschillende sancties van toepassing.

Bestuurlijke sanctie

Een bestuurlijke sanctie kan worden opgelegd: wanneer goederen niet bij de douane worden aangebracht, wanneer niet aan vergunningsvoorwaarden wordt voldaan, wanneer goederen ontbreken in een opslaglocatie, wanneer er niet aan de formaliteiten wordt voldaan om douaneregelingen te beëindigen voor goederen die de EU inkomen en wanneer goederen niet tijdig een douanestemming hebben gekregen. De bestuurlijke boete kan een hoogte bereiken van +- EUR 300,-, of in andere gevallen ten hoogste 100% van het verschuldigde bedrag aan rechten.

Strafrechtelijke sanctie

Het ligt meer voor de hand dat er een strafrechtelijke sanctie wordt opgelegd in het geval verboden goederen Nederland binnenkomen door aankomst op een vliegveld. Een strafrechtelijke sanctie kan bijvoorbeeld worden opgelegd wanneer goederen Nederland inkomen die volgens de wet niet mogen worden geïmporteerd of die onjuist zijn aangegeven. Naast deze voorbeelden van strafbare handelingen, beschrijft de Algemene Douanewet een serie aan andere strafbare feiten.

De strafrechtelijke boete kan een hoogte bereiken van EUR 8.200 of de hoogte van het verschuldigde bedrag aan rechten dat is ontdoken, wanneer dit bedrag hoger is. In geval van opzettelijk handelen, kan de maximale boete oplopen tot EUR 82.000 of de hoogte van het verschuldigde bedrag aan rechten dat is ontdoken, wanneer dit bedrag hoger is.

In sommige gevallen voorziet de Algemene Douanewet ook in gevangenisstraffen. In dat geval, kan het handelen of nalaten worden gezien als een misdrijf. Wanneer de Algemene Douanewet niet voorziet in een gevangenisstraf maar slechts een boete, kan het handelen of nalaten worden gezien als een overtreding. De maximale gevangenisstraf opgenomen in de Algemene Douanewet is zes jaar. Wanneer verboden goederen worden geïmporteerd in Nederland, kan men bestraft worden met een gevangenisstraf van vier jaar. De boete kan in dat geval oplopen tot EUR 20.500.

Procedures

  • Bestuurlijke procedure: de bestuurlijke procedure verschilt van de strafrechtelijke procedure. Afhankelijk van de ernst van de handeling, kan de bestuurlijke procedure eenvoudiger of ingewikkelder zijn. In het geval van handelingen waarvoor een boete van minder dan EUR 340,- kan worden opgelegd, zal de procedure doorgaans eenvoudig zijn. Wanneer er een strafbare handeling wordt geconstateerd waarvoor een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, zal dit worden gecommuniceerd aan de betrokken persoon.

    De mededeling bevat dan de geconstateerde feiten. Wanneer er een strafbare handeling wordt geconstateerd waarvoor een boete van meer dan EUR 340,- kan worden opgelegd, moet een meer gedetailleerde procedure gevolgd worden. Eerst moet de betrokken persoon een schriftelijke kennisgeving van het voornemen een bestuurlijke boete op te leggen ontvangen. Dit geeft hem de mogelijkheid op te komen tegen de boete. Daarna zal binnen 13 weken worden besloten of de boete wel of niet wordt opgelegd. Men kan bezwaar aantekenen tegen een besluit van een bestuursorgaan (de inspecteur) binnen zes weken na het besluit. Binnen zes weken zal het besluit worden heroverwogen. Daarna is het ook mogelijk het besluit aan de rechter voor te leggen.
  • Strafrechtelijke procedure: wanneer een strafbare handeling wordt geconstateerd, zal een proces-verbaal worden opgesteld op basis waarvan de strafbeschikking kan worden uitgevaardigd. Wanneer een strafbeschikking wordt uitgevaardigd met een bedrag hoger dan EUR 2.000, moet de verdachte eerst worden gehoord. Een kopie van de strafbeschikking wordt aan de verdachte verstrekt. Een inspecteur of een aangewezen functionaris zal bepalen binnen welke termijn de boete dient te worden betaald. Na veertien dagen na ontvangst van de kopie van de strafbeschikking door de verdachte, is de boete opeisbaar.

    Wanneer de verdachte het niet eens is met de strafbeschikking, kan hij hier bij het Nederlandse Openbaar Ministerie tegen in verzet komen binnen twee weken. Dit resulteert in een herbeoordeling van de zaak, waarna de strafbeschikking kan worden ingetrokken, aangepast of de zaak komt voor de rechter. De rechter beslist dan wat er gebeurt. In ernstigere zaken, moet het proces verbaal eerst naar de officier van justitie worden gestuurd, die de zaak dan oppakt. De officier van justitie kan de zaak ter afdoening ook weer terugverwijzen naar de inspecteur. Wanneer de strafbeschikking niet wordt betaald, kan een gevangenisstaf volgen.

Hoogte van de sancties

De Algemene Douanewet bevat sanctierichtlijnen. De specifieke hoogte van de sancties wordt bepaald door de inspecteur, de aangewezen functionaris of de officier van justitie (deze laatste alleen in het geval van een strafrechtelijke sanctie) en wordt neergelegd in een strafbeschikking of een bestuurlijke beschikking.  Zoals eerder beschreven kan men in Nederland bezwaar maken tegen de bestuurlijke beslissing bij het bestuursorgaan of men kan verzet aantekenen tegen de strafbeschikking bij de officier van justitie, waarna de rechtbank zich over de zaak uit zal spreken.

Hoe worden deze sancties opgelegd?

De strafbeschikking of bestuurlijke beschikking zal normaal gesproken enige tijd na het incident volgen, nu het enig procedureel en administratief werk vergt om alle relevante informatie op schrift te stellen. Desondanks is het in Nederland (vooral in het Nederlandse strafrecht) een bekend fenomeen dat het onder omstandigheden mogelijk is om strafbeschikkingen direct te voldoen. Een goed voorbeeld hiervan is de directe voldoening van de strafbeschikking in geval van drugsbezit op festivals.

Directe betaling wordt echter sterk afgeraden, nu directe betaling in feite een schuldbekentenis inhoudt, met een hoop mogelijke gevolgen zoals een strafblad. Het is echter wel aan te raden de boete te betalen of tegen de boete in verzet te gaan binnen de gegeven tijd. Wanneer de boete na enkele aanmaningen nog steeds niet is betaald, zal men hoogstwaarschijnlijk de hulp van een deurwaarder inroepen om het bedrag te innen. Wanneer dit niet effectief blijkt, kan een gevangenisstraf volgen.

Contact

Mocht u na het lezen van dit artikel nog vragen of opmerkingen hebben, voelt u zich dan vrij om contact op te nemen met mr. Ruby van Kersbergen, advocaat bij Law & More via [email protected] of mr. Tom Meevis, advocaat bij Law & More via [email protected] of bel ons op +31 (0)40-3690680.

Telefoongebruik Zonder Roamingkosten: Wat Betekent Dit?
Actualiteiten, Nieuws

Telefoongebruik in het buitenland

EU maakt telefoongebruik betaalbaar: Roamingkosten verdwijnen

Het is tegenwoordig al een stuk minder gebruikelijk dat men met een (onbedoeld) hoge telefoonrekening van enkele honderden euro’s thuiskomt van die welverdiende vakantie binnen Europa. De kosten van het gebruik van de mobiele telefoon in het buitenland zijn met meer dan 90% gedaald ten opzichte van de afgelopen 5 tot 10 jaar. Door de inspanningen van de Europese Commissie, worden de roamingkosten (kosten die kortgezegd worden gemaakt zodat jouw provider het netwerk van een buitenlandse provider mag gebruiken) binnen de EU op 15 juni 2017 zelfs helemaal afgeschaft. Vanaf die datum wordt het buitenlandse verbruik binnen Europa net als de gebruikelijke kosten tegen normaal tarief afgetrokken van je bundel.

24-04-2017

Nederlandse Minister Wil Vast Uurloon Voor Iedereen | L & M
Arbeidsrecht, Nieuws

Als het aan de Nederlandse minister…

Nederlandse minister past minimumloonregels aan.

Als het aan de Nederlandse minister Asscher ligt, krijgt iedereen die het wettelijk minimumloon verdient straks hetzelfde vaste bedrag per uur. Momenteel kan het minimum uurloon in Nederland namelijk nog afhankelijk zijn van het aantal uren dat gewerkt wordt en de sector waarin men werkt. Het wetsvoorstel is vanaf vandaag beschikbaar voor internetconsultatie, wat betekent dat iedere geïnteresseerde (individuen, bedrijven en instellingen) zijn of haar reactie op het wetsvoorstel kan geven.

1 2 55 56 57 58 59
Privacy Settings
We use cookies to enhance your experience while using our website. If you are using our Services via a browser you can restrict, block or remove cookies through your web browser settings. We also use content and scripts from third parties that may use tracking technologies. You can selectively provide your consent below to allow such third party embeds. For complete information about the cookies we use, data we collect and how we process them, please check our Privacy Policy
Youtube
Consent to display content from - Youtube
Vimeo
Consent to display content from - Vimeo
Google Maps
Consent to display content from - Google
Spotify
Consent to display content from - Spotify
Sound Cloud
Consent to display content from - Sound

facebook lawandmore.nl   instagram lawandmore.nl   linkedin lawandmore.nl   twitter lawandmore.nl