Gepubliceerd op 8 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 september 2026
De ANBI-status is de beschikking waarmee de inspecteur van de Belastingdienst vaststelt dat uw instelling zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend richt op het algemeen nut (artikel 5b Algemene wet inzake rijksbelastingen). Die aanwijzing levert fiscale voordelen op voor de instelling en voor wie aan haar geeft, maar bindt u tegelijk aan harde eisen aan statuten, bestuur, vermogen en publicatie. Voldoet u daar niet aan, dan kan de inspecteur de status intrekken, zo nodig met terugwerkende kracht.

Inhoudsopgave
Wat houdt de ANBI-status juridisch in?
Een ANBI is geen rechtsvorm, maar een fiscale kwalificatie die bovenop een bestaande rechtspersoon komt. U richt eerst een stichting of vereniging op en vraagt daarna de aanwijzing aan. De inspecteur beslist bij voor bezwaar vatbare beschikking, zodat u het oordeel kunt laten toetsen als het negatief uitpakt. De aanwijzing werkt niet automatisch door naar andere belastingen: zij regelt in de kern de behandeling in de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de doorwerking daarvan in de Successiewet en de inkomstenbelasting.
De wet omschrijft het algemeen nut niet open, maar somt op welke doelen daaronder vallen. Die opsomming is bepalend: past uw doelstelling er niet in, dan komt u niet in aanmerking, hoe sympathiek het werk ook is. Artikel 5b noemt de volgende categorieen.
- welzijn
- cultuur
- onderwijs, wetenschap en onderzoek
- bescherming van natuur en milieu, daaronder begrepen bevordering van duurzaamheid
- gezondheidszorg
- jeugd- en ouderenzorg
- ontwikkelingssamenwerking
- dierenwelzijn
- religie, levensbeschouwing en spiritualiteit
- de bevordering van de democratische rechtsorde
- volkshuisvesting
- het financieel of anderszins steunen van een andere algemeen nut beogende instelling
De woorden uitsluitend of nagenoeg uitsluitend worden in de uitvoeringspraktijk uitgelegd als ten minste 90 procent. Die grens geldt zowel voor de statutaire doelstelling als voor wat de instelling feitelijk doet en waaraan zij haar geld besteedt. Een stichting met prachtige statuten die in de praktijk vooral een klein gezelschap bedient, valt af. Omgekeerd redt een instelling die het goede doet maar het niet in haar statuten heeft staan het evenmin; de papieren en de praktijk moeten allebei kloppen.
Welke rechtsvorm past bij een ANBI?
De wet sluit maar een vorm uitdrukkelijk uit: een vennootschap met een in aandelen verdeeld kapitaal kan geen ANBI zijn. Een bv of nv valt dus af, omdat aandeelhouders per definitie een winstaanspraak hebben. In de praktijk blijft daardoor de stichting over als meest gebruikte vorm, gevolgd door de vereniging. Welke vorm het beste past hangt samen met de vraag of u leden wilt, hoe u de zeggenschap wilt beleggen en hoeveel bestuurlijke ruimte u nodig heeft; wij gaan daar dieper op in bij de keuze van een rechtsvorm en bij de bredere juridische structuur van een organisatie.
De stichting heeft geen leden en kent alleen een bestuur, wat de besluitvorming kort houdt en het risico op ledeninvloed uitsluit. De statuten worden bij notariele akte vastgelegd. Bij een vereniging beslist de algemene vergadering over de belangrijke onderwerpen, wat democratischer is maar ook betekent dat de leden niet mogen profiteren van de ANBI-status. Contributies moeten aan het algemeen nuttige doel worden besteed, en ledenvoordelen zoals kortingen of exclusieve toegang tellen niet mee als algemeen nut. Ook een cooperatie is in theorie denkbaar, maar de op leden gerichte inslag maakt de 90-procenttoets in de praktijk lastig haalbaar.
Een steunstichting is een variant die vaak wordt ingezet naast een bestaande instelling: zij werft geld en draagt dat af aan de instelling die het werk doet. Steun aan een andere ANBI is uitdrukkelijk een van de erkende algemeen nuttige doelen, dus die constructie kan. Wel moet de steunstichting zelf aan alle eisen voldoen en een eigen afweging maken over besteding; zij mag geen doorgeefluik zijn dat uitsluitend uitvoert wat gevers opdragen.
Wat is het verschil tussen een ANBI en een SBBI?
Een SBBI is een sociaal belang behartigende instelling in de zin van artikel 5c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Het gaat om organisaties die vooral het belang van hun eigen leden of van een beperkte kring dienen en daarmee toch maatschappelijke waarde hebben: sportverenigingen, muziekkorpsen, scoutinggroepen, zang- en hobbyclubs. De SBBI heeft dus niets te maken met buitenlandse doelen; het onderscheid met de ANBI zit in de kring die de instelling bedient, niet in het werkgebied.
De wet stelt aan een SBBI lichtere eisen. Zij mag niet aan winstbelasting zijn onderworpen, de beloning van bestuurders blijft beperkt tot onkostenvergoeding en niet-bovenmatig vacatiegeld, en de instelling moet in het Koninkrijk, in de Europese Unie of in een aangewezen staat zijn gevestigd. Daar staat tegenover dat een SBBI niet bij beschikking wordt aangewezen, geen publicatieplicht op internet heeft en haar donateurs geen giftenaftrek biedt. Wie giften wil laten aftrekken, heeft de ANBI-status nodig.

Welke eisen stelt de wet aan statuten en bestuur?
De inhoudelijke voorwaarden staan grotendeels in de Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994. De kern is het beschikkingsmachtcriterium: geen natuurlijke persoon en geen rechtspersoon mag over het vermogen van de instelling kunnen beschikken alsof het eigen vermogen is. Daaruit volgt dat de statuten de zeggenschap over het vermogen bij een collectief orgaan moeten leggen en dat een enkele oprichter niet doorslaggevend mag zijn.
Hardnekkig is het misverstand dat bestuurders van een ANBI geen familie van elkaar mogen zijn. Zo een verbod staat niet in de wet. Wel bekijkt de inspecteur een bestuur waarin een familie de meerderheid heeft nauwkeurig, juist omdat het beschikkingsmachtcriterium dan onder druk staat. U ondervangt dat met een onafhankelijk bestuurslid, een raad van toezicht of een statutaire regeling die besluiten over het vermogen aan een breder orgaan of aan een versterkte meerderheid bindt. Hoe die machtsverhoudingen misgaan en waar de grenzen liggen, beschrijven wij bij misbruik van macht binnen verenigingen en stichtingen.
De beloning van beleidsbepalers is beperkt tot een vergoeding voor gemaakte onkosten en een niet-bovenmatig vacatiegeld. Een salaris voor bestuurders past daar niet in; wel mag een instelling gewone werknemers marktconform belonen. Verder moet de instelling een actueel beleidsplan hebben, moet de verhouding tussen beheerkosten en bestedingen redelijk zijn, en moeten de statuten regelen dat een batig liquidatiesaldo bij ontbinding naar een andere ANBI of naar een algemeen nuttig doel gaat. Bij culturele instellingen moet dat een instelling met een soortgelijk doel zijn.
Daarnaast geldt een integriteitseis. Is een bestuurder, een feitelijk beleidsbepaler of de instelling zelf binnen vier jaar onherroepelijk veroordeeld voor bepaalde ernstige misdrijven, dan kan de aanwijzing worden geweigerd of ingetrokken. De inspecteur kan bij twijfel om een verklaring omtrent het gedrag vragen; die moet binnen zestien weken worden overgelegd. Wijzigt uw doelstelling of uw bestuursmodel, dan is een statutenwijziging vaak onvermijdelijk; laat de nieuwe tekst dan vooraf toetsen aan de ANBI-voorwaarden in plaats van achteraf.
Hoeveel vermogen mag een ANBI aanhouden?
Het bestedingscriterium, in de wandelgangen de anti-oppoteis, staat in artikel 1b van de Uitvoeringsregeling. Een instelling mag niet meer vermogen aanhouden dan redelijkerwijs nodig is voor de continuiteit van de voorziene werkzaamheden. De gedachte daarachter is eenvoudig: geld dat met fiscale voordelen is opgehaald voor het algemeen nut hoort ook aan het algemeen nut te worden besteed, en niet jarenlang op een rekening te staan.
De regeling noemt geen bedrag en geen vaste factor. Buiten de toets vallen onder meer vermogen dat een erflater of schenker uitdrukkelijk heeft aangewezen als stamvermogen waarvan alleen de opbrengst mag worden besteed, vermogen dat rechtstreeks nodig is voor de doelstelling, en bedrijfsmiddelen die de instelling voor haar werk gebruikt. Belangrijk daarbij is dat het bestuur die aanwijzing niet zelf kan doen: alleen de schenker of erflater kan vermogen als stamvermogen bestemmen.
De vuistregel dat een continuiteitsreserve maximaal anderhalf keer de jaarlijkse kosten mag bedragen circuleert veel, maar komt uit de erkenningsregeling van het CBF en is geen fiscale norm. Wie zich daarop verlaat zonder onderbouwing per reserve, staat zwak als de inspecteur doorvraagt. Onderbouw bestemmingsreserves daarom met concrete projecten, een tijdpad en een begroting, en leg die onderbouwing vast in het bestuursbesluit.
Wat moet u publiceren op internet?
De publicatieplicht is geen formaliteit maar een zelfstandige voorwaarde: publiceert u niet of onvolledig, dan voldoet u niet aan de eisen. Artikel 1a van de Uitvoeringsregeling schrijft voor welke gegevens elektronisch openbaar moeten zijn.
- naam en RSIN van de instelling
- contactgegevens
- de doelstelling volgens de statuten
- de hoofdlijnen van het beleidsplan
- de samenstelling van het bestuur en de namen van de bestuurders
- het beloningsbeleid
- een actueel verslag van de uitgeoefende activiteiten
- de financiele verantwoording
Publiceren mag op een eigen website of op een gezamenlijke website van een koepelorganisatie. Sinds 1 januari 2021 moeten grotere instellingen de financiele verantwoording bovendien aanleveren via een standaardformulier van de Belastingdienst. Die verplichting geldt voor niet actief wervende instellingen met jaarlijkse lasten van 100.000 euro of meer en voor actief wervende instellingen met jaarlijkse baten van 50.000 euro of meer. Voor instellingen die in een derde land zijn gevestigd, gelden aanvullende eisen aan de aan te leveren stukken.
Welke fiscale gevolgen heeft de ANBI-status?
Het belangrijkste voordeel ligt in de Successiewet 1956: een ANBI betaalt geen schenk- of erfbelasting over wat zij verkrijgt, en wie aan een ANBI schenkt betaalt daarover evenmin schenkbelasting (artikelen 32 en 33 Successiewet 1956). Die vrijstelling geldt niet onbeperkt. Is aan de verkrijging een opdracht verbonden die er het karakter aan ontneemt dat zij in het algemeen belang is gedaan, dan is er wel heffing. Een gift met een sterk persoonlijke tegenprestatie valt daar bijvoorbeeld buiten.
Voor donateurs draait het om de giftenaftrek in de inkomstenbelasting. Voor gewone giften geldt een drempel van 1 procent van het verzamelinkomen en een maximum van 10 procent daarvan (artikel 6.39 Wet inkomstenbelasting 2001). Periodieke giften kennen een eigen regeling met eigen voorwaarden, waaronder een vastgelegde looptijd. Ook ondernemingen kunnen giften in aftrek brengen, binnen de grenzen van artikel 16 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969; van een onbeperkte aftrek is geen sprake.
Het hardnekkigste misverstand is dat een ANBI automatisch buiten de vennootschapsbelasting valt. Dat klopt niet. Een instelling is alleen belastingplichtig voor zover zij een onderneming drijft, en voor kleinere resultaten geldt de vrijstelling van artikel 6 van diezelfde wet: die geldt als de winst niet meer bedraagt dan 15.000 euro per jaar of dan 75.000 euro over vijf jaar samen. Een instelling kan verzoeken buiten die vrijstelling te blijven, bijvoorbeeld om verliezen te kunnen verrekenen. Draait uw instelling een museumwinkel of een horecagelegenheid, laat de fiscale positie daarvan dan door een fiscalist beoordelen; wij beperken ons tot het rechtspersonenrechtelijke en bestuurlijke kader.

Wanneer trekt de Belastingdienst de ANBI-status in?
De inspecteur trekt de aanwijzing in zodra de instelling niet meer aan de voorwaarden voldoet. In de praktijk gaat het meestal om een van vier dingen: de bestedingen dienen niet langer voor ten minste 90 procent het algemeen nut, de beloning van beleidsbepalers gaat de toegestane vergoedingen te boven, het vermogen groeit zonder onderbouwing door, of de publicatieplicht wordt genegeerd. Ook commerciele activiteiten die de overhand krijgen zijn een reden om te herbeoordelen.
Intrekking kan met terugwerkende kracht, tot het moment waarop de instelling feitelijk niet meer voldeed. Dat is ingrijpend, omdat het ook doorwerkt naar giften die in de tussenliggende periode zijn gedaan. Tegen de intrekkingsbeschikking staat bezwaar open bij de inspecteur en daarna beroep bij de rechtbank. Reageer daarom nooit alleen bestuurlijk op een aankondiging, maar bewaak ook de bezwaartermijn.
Na het einde van de status houden de verplichtingen niet meteen op. Een voormalige ANBI met een vermogen van meer dan 25.000 euro moet jaarlijks aan de Belastingdienst opgaaf doen van gedane schenkingen en van het verloop van het vermogen sinds de status eindigde. Bestuurders die dat laten liggen, lopen een zelfstandig risico: het nalaten van wettelijke verplichtingen kan een onbehoorlijke taakvervulling opleveren, met de aansprakelijkheid van artikel 2:9 BW als sluitstuk.
Valkuilen bij fondsenwerving en doorgeefconstructies
Crowdfunding en geoormerkte giften zijn de meest onderschatte risicobron. Een instelling die op aanwijzing van gevers geld doorstort naar door hen aangewezen ontvangers, doet feitelijk niet zelf aan algemeen nut maar faciliteert de bestedingskeuze van anderen. Dat kan de status kosten. Zorg daarom dat het bestuur projecten zelf selecteert, zelf toetst en zelf beslist over uitbetaling, en leg die afweging vast. Een wens van een gever mag meewegen, maar mag niet bindend zijn.
Een tweede valkuil is het uiteenlopen van statuten en praktijk. Instellingen groeien, nemen nieuwe activiteiten op en vergeten de doelomschrijving mee te laten bewegen. Bij een controle vergelijkt de inspecteur juist die twee. Loop de statutaire doelstelling daarom jaarlijks langs het activiteitenverslag en pas aan wat is afgeweken.
De derde valkuil is administratief. De administratie moet zo zijn ingericht dat per bestede euro te volgen is waaraan die is uitgegeven, met een zichtbare scheiding tussen algemeen nuttige en eventuele commerciele activiteiten. De fiscale bewaarplicht van zeven jaar geldt onverkort. Ontbreekt die vastlegging, dan kan de instelling ook bij goede bedoelingen niet aantonen dat zij aan de 90-procenteis voldoet, en ligt de bewijslast bij haar.
Veelgestelde vragen
Twijfelt u of uw statuten, uw bestuursmodel of uw reserves de ANBI-toets doorstaan, of heeft u een brief van de inspecteur ontvangen waarin de status ter discussie wordt gesteld? De advocaten van Law & More in Eindhoven beoordelen de structuur van uw stichting of vereniging, herschrijven waar nodig de statuten en voeren de bezwaar- en beroepsprocedure. Neem gerust contact op om uw situatie voor te leggen.