Gepubliceerd op 8 december 2025 · Laatst bijgewerkt op 14 oktober 2026
Een bestuurder van een vereniging of stichting die zijn positie misbruikt, is persoonlijk aansprakelijk tegenover de rechtspersoon als hem een ernstig verwijt kan worden gemaakt (artikel 2:9 BW), en bij faillissement tegenover de curator als zijn kennelijk onbehoorlijk bestuur een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Sinds de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) van 1 juli 2021 geldt die faillissementsaansprakelijkheid voor alle verenigingen en stichtingen, maar het bewijsvermoeden bij een gebrekkige administratie alleen voor commerciële organisaties.

Naast aansprakelijkheid zijn er andere middelen: de algemene ledenvergadering kan een verenigingsbestuurder ontslaan, de rechtbank kan een stichtingsbestuurder ontslaan (artikel 2:298 BW), en leden kunnen besluiten laten vernietigen. Hieronder leest u wat als machtsmisbruik geldt en welke regels de WBTR stelt.
Inhoudsopgave
Wat is machtsmisbruik door een bestuurder?
Machtsmisbruik is het gebruik van bestuursbevoegdheden voor een ander doel dan het belang van de rechtspersoon. De wet verplicht bestuurders zich bij hun taak te richten naar het belang van de vereniging of stichting (artikel 2:44 en 2:291 BW).

- Betalingen goedkeuren aan het eigen bedrijf of aan familie, zonder de regels over tegenstrijdig belang te volgen.
- Grote uitgaven doen zonder het vereiste bestuursbesluit of de goedkeuring die de statuten voorschrijven.
- Financiële informatie achterhouden voor medebestuurders, toezichthouders of de ledenvergadering.
- Notulen aanpassen of agendapunten blokkeren om kritische leden buiten spel te zetten.
- Geld of donaties gebruiken voor persoonlijke doelen; dat kan ook verduistering zijn (artikel 321 en 322 Wetboek van Strafrecht).
Welke regels stelt de WBTR?
De WBTR is op 1 juli 2021 in werking getreden en geeft voor verenigingen en stichtingen grotendeels dezelfde regels als voor de bv. Het gaat vooral om tegenstrijdig belang, stemverhoudingen, belet en ontstentenis, toezicht en aansprakelijkheid.
Wat geldt bij een tegenstrijdig belang?
Een bestuurder met een direct of indirect persoonlijk belang dat strijdig is met dat van de rechtspersoon, neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming (artikel 2:44 lid 6 en 2:291 lid 6 BW). Kan het bestuur daardoor geen besluit nemen, dan beslist de raad van commissarissen of raad van toezicht. Ontbreekt die, dan beslist bij een vereniging de algemene vergadering en bij een stichting het bestuur zelf, met schriftelijke vastlegging van de overwegingen, tenzij de statuten iets anders regelen.
Een besluit dat in strijd met deze regel is genomen, kan worden vernietigd. Een bestuurder die zich niet aan de regel houdt, loopt bovendien een groter risico op persoonlijke aansprakelijkheid.
Mag één bestuurder doorslaggevend stemrecht hebben?
Nee. Een bestuurder of commissaris kan niet meer stemmen uitbrengen dan de andere bestuurders of commissarissen samen (artikel 2:44 lid 4 en 2:291 lid 4 BW). Statutaire bepalingen die daarmee in strijd waren, golden tijdens een overgangsperiode van vijf jaar en zijn sinds 1 juli 2026 niet meer geldig.
Wilt u de statuten wijzigen, dan neemt u daarin ook een regeling op voor belet en ontstentenis van bestuurders. Een statutenwijziging gaat via een notariële akte.
Wanneer is een bestuurder aansprakelijk tegenover de vereniging of stichting?
Als hij zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en hem daarvan een ernstig verwijt kan worden gemaakt (artikel 2:9 BW). De Hoge Raad oordeelde op 10 januari 1997 dat dit afhangt van alle omstandigheden, zoals de aard van de activiteiten, de taakverdeling en de informatie die de bestuurder had (ECLI:NL:HR:1997:ZC2243).

Bij een vereniging of stichting kan meewegen of de bestuurder onbezoldigd werkt. Wie bewust in strijd met de statuten handelt of zichzelf bevoordeelt, maakt zich in de regel wel een ernstig verwijt; het bestuur kan hem dan namens de rechtspersoon aanspreken.
Zijn de andere bestuurders ook aansprakelijk?
Elke bestuurder is verantwoordelijk voor de algemene gang van zaken. Een bestuurder is niet aansprakelijk als hem, ook gelet op de taakverdeling, geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig was in het nemen van maatregelen om de gevolgen af te wenden (artikel 2:9 lid 2 BW).
Een medebestuurder die misstanden ziet, moet daarom bezwaar maken, dat in de notulen laten vastleggen en zo nodig de toezichthouder of ledenvergadering inschakelen. Lees ook wat te doen als uw medebestuurder onrechtmatig handelt.
Wanneer is een bestuurder aansprakelijk tegenover derden?
Een schuldeiser of ander die schade lijdt, kan een bestuurder aanspreken op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW). Ook dan is een ernstig persoonlijk verwijt nodig, bijvoorbeeld als de bestuurder namens de rechtspersoon verplichtingen aanging terwijl hij wist dat die niet konden worden nagekomen.
Meer over deze vorm leest u in externe bestuurdersaansprakelijkheid. Bij een vereniging zonder volledige rechtsbevoegdheid zijn de bestuurders bovendien naast de vereniging hoofdelijk aansprakelijk voor schulden die tijdens hun bestuur zijn ontstaan (artikel 2:30 BW).
Wat geldt bij een faillissement?
De curator kan iedere bestuurder hoofdelijk aanspreken voor het tekort als het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en dat een belangrijke oorzaak van het faillissement is (artikel 2:138 BW voor verenigingen, artikel 2:300 BW voor stichtingen). Sinds 1 juli 2021 geldt dit voor alle verenigingen en stichtingen, niet alleen voor commerciële.
De curator moet het kennelijk onbehoorlijk bestuur bewijzen. Bij een vereniging of stichting die vennootschapsbelasting verschuldigd is, gelden bewijsvermoedens: is de administratie niet op orde of de jaarrekening niet tijdig gepubliceerd, dan staat onbehoorlijk bestuur vast en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak van het faillissement is. Voor niet-commerciële organisaties gelden die vermoedens niet.
Na een faillissement kan de rechtbank op verzoek van de curator of het OM een bestuursverbod van maximaal vijf jaar opleggen (artikel 106a Faillissementswet). Meer leest u in de aansprakelijkheid van bestuurders bij faillissement.
Welke rol heeft het toezichthoudend orgaan?
Als de statuten een raad van commissarissen of raad van toezicht kennen, houdt die toezicht op het beleid van het bestuur en adviseert het bestuur (artikel 2:47 BW voor verenigingen, artikel 2:292a BW voor stichtingen). De naam doet er niet toe: ook een raad van toezicht valt onder deze regels.
Commissarissen moeten zich richten naar het belang van de rechtspersoon en kunnen zelf aansprakelijk zijn als zij hun toezichtstaak onbehoorlijk vervullen, ook bij faillissement. Wie signalen van machtsmisbruik negeert, loopt dus zelf risico. Zie ook de raad van commissarissen.
Wat kunnen leden of belanghebbenden doen?
Dat hangt af van de rechtsvorm. Een vereniging heeft leden met zeggenschap; een stichting niet, waardoor daar de rechter een grotere rol heeft.
Wat kunnen leden van een vereniging doen?
- Een bestuurder schorsen of ontslaan via de algemene vergadering (artikel 2:37 BW), met de meerderheid die de statuten voorschrijven.
- Een bijzondere ledenvergadering laten bijeenroepen door het in de statuten genoemde aantal leden, of bij gebreke daarvan een tiende van de stemmen (artikel 2:41 BW).
- Een besluit dat in strijd is met de statuten of met de redelijkheid en billijkheid binnen een jaar laten vernietigen door de rechtbank (artikel 2:15 BW).
Wat kunnen belanghebbenden bij een stichting doen?
Een belanghebbende of het Openbaar Ministerie kan de rechtbank vragen een bestuurder te ontslaan die zijn taak verwaarloost, in strijd met de wet of statuten handelt of zich schuldig maakt aan wanbeheer (artikel 2:298 BW). De rechtbank kan de bestuurder hangende het verzoek schorsen en een tijdelijke bestuurder benoemen.
Bij vermoedens van verduistering of fraude kan bovendien aangifte worden gedaan bij de politie. Verliest een stichting door wanbeheer haar ANBI-status, dan heeft dat fiscale gevolgen voor donateurs; laat die beoordelen door een fiscalist.
Waar let u als bestuurder op?
- Meld een tegenstrijdig belang en neem dan niet deel aan het besluit.
- Controleer of de statuten na 1 juli 2026 nog voldoen aan de WBTR.
- Laat elk besluit en elk bezwaar vastleggen in de notulen.
- Houd de administratie op orde, zodat u kunt laten zien hoe besluiten tot stand kwamen.
- Ga na of er een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering is en wat die uitsluit, zoals opzet.
Waar let u als lid, toezichthouder of belanghebbende op?
- Vraag om de jaarstukken en het verslag van de kascommissie.
- Leg concrete feiten vast: data, bedragen, besluiten en wie ervan wist.
- Let op de vervaltermijn van een jaar voor vernietiging van een besluit.
- Spreek eerst de andere bestuurders of de toezichthouder schriftelijk aan.
Wat kunnen wij voor u doen bij machtsmisbruik in een vereniging of stichting?
- Beoordelen of het handelen van een bestuurder een ernstig verwijt oplevert.
- De statuten toetsen aan de WBTR en een wijziging voorbereiden met de notaris.
- Een ontslag- of vernietigingsprocedure bij de rechtbank voeren.
- Een aansprakelijkstelling opstellen of beantwoorden, met onze ondernemingsrechtadvocaten.
- Bestuurders bijstaan bij een vordering van de curator.
Samengevat
- Een bestuurder is aansprakelijk tegenover de rechtspersoon bij een ernstig verwijt (artikel 2:9 BW).
- Sinds de WBTR geldt de faillissementsaansprakelijkheid voor alle verenigingen en stichtingen; de bewijsvermoedens alleen voor commerciële.
- Een bestuurder met een tegenstrijdig belang neemt niet deel aan het besluit.
- Leden kunnen een verenigingsbestuurder ontslaan; bij een stichting kan de rechtbank dat doen (artikel 2:298 BW).
Veelgestelde vragen
Zijn alle bestuurders aansprakelijk als één bestuurder fout handelt?
Niet automatisch. Een medebestuurder kan zich bevrijden als hem geen ernstig verwijt treft en hij niet nalatig was in het nemen van maatregelen (artikel 2:9 lid 2 BW).
Moet de bestuurder bewijzen dat hij goed heeft bestuurd?
In beginsel niet: wie de bestuurder aanspreekt, moet het ernstig verwijt bewijzen. Alleen bij commerciële organisaties gelden in faillissement bewijsvermoedens als de administratie of publicatie niet op orde is.
Kan een lid zelf een bestuurder aansprakelijk stellen?
Alleen voor eigen schade, op grond van onrechtmatige daad. Schade van de vereniging zelf vordert de vereniging, via het bestuur of een ander bevoegd orgaan.
Wie kan een stichtingsbestuurder ontslaan?
Het orgaan dat de statuten aanwijzen, en anders de rechtbank op verzoek van een belanghebbende of het OM (artikel 2:298 BW).
Geldt de WBTR ook voor kleine verenigingen?
Ja, voor alle verenigingen en stichtingen, ongeacht hun omvang. De zwaarste bewijsregels bij faillissement gelden alleen voor commerciële organisaties.
Lees ook: aansprakelijkheid van een verenigingsbestuurder en bestuurdersaansprakelijkheid.