Gepubliceerd op 7 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Een ouderschapsplan bij een baby is voor ouders die nooit hebben samengewoond wettelijk niet verplicht: artikel 1:247a BW koppelt die plicht aan het beëindigen van een samenleving en artikel 815 Rv aan een echtscheiding. Toch is het plan in deze situatie juist onmisbaar, omdat er nooit een gedeelde routine is geweest waarop u kunt terugvallen.
Inhoudsopgave
Is een ouderschapsplan verplicht als u nooit hebt samengewoond?
De wet regelt het ouderschapsplan op twee plaatsen. Artikel 815 Rv verplicht gehuwde ouders en geregistreerde partners om bij hun scheidingsverzoek een ouderschapsplan in te dienen; zonder dat plan is het verzoek in beginsel niet ontvankelijk. Artikel 1:247a BW trekt die verplichting door naar ouders die niet gehuwd zijn maar wel gezamenlijk gezag hebben, voor het geval zij hun samenleving beëindigen.
Hebt u nooit samengewoond, dan is er geen samenleving die eindigt en geen scheiding die wordt uitgesproken. De letterlijke wettelijke verplichting geldt dan niet. Dat betekent alleen dat niemand u het plan komt opleggen; het betekent niet dat u zonder afspraken kunt. Op het moment dat een van u een geschil aan de rechter voorlegt, zal die willen weten welke afspraken er zijn en hoe ze zijn nagekomen.
In de praktijk is een schriftelijk plan hier zelfs belangrijker dan bij ouders die uit elkaar gaan. Wie samenwoonde, heeft een gedeelde geschiedenis: u weet hoe de ander met het kind omgaat, welke routine er is en hoe de zorg verdeeld was. Ouders die nooit een huishouden deelden, missen dat referentiekader volledig en moeten het van nul opbouwen, terwijl hun kind nog geen woorden heeft om iets aan te geven. Wat er inhoudelijk in zo’n plan hoort, leest u ook bij het ouderschapsplan en waarom het verplicht is.
Erkenning en gezag: wat is er sinds 2023 automatisch geregeld?
Voordat u afspraken maakt, moet duidelijk zijn wie juridisch ouder is en wie het gezag heeft. Dat zijn twee verschillende dingen. Door erkenning wordt u juridisch ouder van het kind (artikel 1:203 BW); daarmee ontstaan familierechtelijke betrekkingen en een onderhoudsplicht. Gezag gaat over de bevoegdheid om beslissingen te nemen: waar het kind woont, naar welke opvang het gaat, welke medische behandeling het krijgt.
Sinds 1 januari 2023 ontstaat gezamenlijk gezag van rechtswege wanneer een ongehuwde partner het kind erkent. U hoeft daarvoor niets extra’s te doen. Voor erkenningen van vóór die datum geldt de oude regel: het gezamenlijk gezag moest worden aangetekend in het gezagsregister (artikel 1:252 BW) en is er niet vanzelf, ook niet als het kind later is geboren. Er zijn enkele uitzonderingen op de automatische regeling; de uitleg van de Rijksoverheid over gezamenlijk gezag door erkenning zet ze op een rij.
Hebt u geen gezag, dan hebt u nog steeds recht op omgang met uw kind (artikel 1:377a BW) en op informatie over belangrijke zaken (artikel 1:377b BW). U beslist echter niet mee. Wilt u dat wel, dan kunt u samen met de moeder gezamenlijk gezag laten aantekenen, of de rechtbank vragen u met het gezag te belasten. Het verschil tussen beide begrippen werken wij verder uit bij erkenning en gezag, en voor vaders die nog niets hebben geregeld bij de ongehuwde vader en het juridisch gezag.
Wat zet u in het ouderschapsplan van een baby?
Artikel 815 Rv noemt drie onderwerpen die in elk geval in een ouderschapsplan thuishoren: de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de manier waarop ouders elkaar informeren en raadplegen over belangrijke aangelegenheden, en de kosten van de verzorging en opvoeding. Daarnaast moet blijken hoe de kinderen bij het plan zijn betrokken, wat bij een baby uiteraard niet aan de orde is.
Voor een baby vertaalt dat zich naar heel concrete afspraken. Waar staat het bedje, bij wie ligt de zorgverzekering, wie is het eerste contact voor het consultatiebureau, hoe wordt gevoed en wie regelt de kinderopvang. Leg ook vast hoe u elkaar bereikt bij ziekte en wie beslist als er acuut iets moet gebeuren. Hoe jonger het kind, hoe praktischer het plan moet zijn: dit is geen intentieverklaring maar een werkrooster.
Neem verder op hoe u het plan evalueert. Bij een baby verandert er in het eerste jaar meer dan in de vijf jaar daarna. Een afspraak om elk half jaar te bekijken of de regeling nog past, voorkomt dat u telkens opnieuw moet onderhandelen vanuit een conflict. Later kunt u het plan zo nodig formeel wijzigen; hoe dat werkt, staat bij het ouderschapsplan jaren later aanpassen.
Welke omgangsregeling past bij een baby?
Bij zuigelingen gaat het om frequentie, niet om duur. Korte en vaak terugkerende contactmomenten sluiten aan bij het slaap- en voedingsritme en bij het feit dat een baby zich hecht aan wie er dagelijks is. Een enkel lang weekend per veertien dagen is voor een kind van een paar maanden vaak zwaarder dan enkele korte momenten per week, ook al lijkt het op papier eerlijker verdeeld.
Naarmate het kind ouder wordt, kan de regeling meegroeien. Peuters verdragen langere aaneengesloten periodes en overnachtingen, en tegen de schoolleeftijd wordt een vast weekritme haalbaar. Leg die opbouw meteen vast in het plan, met leeftijdsgebonden stappen. Dat scheelt een discussie op het moment dat de verhoudingen misschien slechter zijn dan nu.
Houd er rekening mee dat de rechter omgang beschouwt als een recht van het kind. De gronden om omgang te ontzeggen zijn limitatief opgesomd in artikel 1:377a BW: ernstig nadeel voor de ontwikkeling van het kind, kennelijke ongeschiktheid of onmacht van de ouder, ernstige bezwaren van een kind van twaalf jaar of ouder, of strijd met zwaarwegende belangen van het kind. Dat een ouder onervaren is met baby’s, valt daar niet onder; wel kan de rechter de opbouw voorzichtig laten beginnen.
Wat als het kind nog niet is erkend?
Zonder erkenning bestaat er juridisch geen band tussen de vader en het kind. Erkenning gebeurt bij de gemeente en vereist toestemming van de moeder zolang het kind jonger dan zestien is (artikel 1:203 BW). Weigert zij die toestemming, dan kan de verwekker de rechtbank vragen die toestemming te vervangen (artikel 1:204 BW). De rechter wijst dat verzoek toe tenzij erkenning de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met het kind of de belangen van het kind zelf zou schaden.
Die drempel is niet hoog. Een conflict tussen de ouders, een moeizame relatie of het feit dat de vader nog geen contact met het kind heeft, is op zichzelf onvoldoende om erkenning tegen te houden. Wel kijkt de rechter naar aanwijzingen dat het kind door de erkenning in een onveilige of onwerkbare positie komt. Is het biologisch vaderschap in geschil, dan kan een DNA-onderzoek worden gelast; ook kan het vaderschap door de rechter worden vastgesteld, wat vooral van belang is als de man erkenning weigert.
Wacht met deze stap niet tot er een conflict is. Erkenning is de basis voor alles wat daarna komt: het gezamenlijk gezag dat sinds 2023 van rechtswege bij erkenning ontstaat, de achternaam van het kind en de vanzelfsprekendheid waarmee scholen, artsen en instanties u als ouder behandelen. Wie pas na een jaar erkenning aanvraagt omdat de verhouding verslechtert, procedeert over iets wat bij de geboorte in tien minuten geregeld had kunnen zijn.
Kinderalimentatie: behoefte, draagkracht en looptijd
Beide ouders zijn onderhoudsplichtig jegens hun kind (artikel 1:392 BW). Die plicht hangt niet af van samenwonen, van een relatie of van hoeveel u het kind ziet. Ook de verwekker die het kind niet heeft erkend, is onderhoudsplichtig. De verplichting loopt door tot het kind eenentwintig jaar wordt (artikel 1:395a BW); tot achttien jaar wordt de bijdrage aan de verzorgende ouder betaald, daarna rechtstreeks aan het kind.
De hoogte wordt in de praktijk berekend volgens de normen van de expertgroep Alimentatienormen, de zogenoemde Tremanormen. Eerst wordt de behoefte van het kind bepaald aan de hand van het gezamenlijke inkomen ten tijde van de relatie; als ouders nooit hebben samengewoond, wordt gekeken naar het inkomen van de ouder bij wie het kind woont, aangevuld met het inkomen van de andere ouder. Vervolgens wordt per ouder de draagkracht berekend en de behoefte naar rato verdeeld. Zorgt de andere ouder een deel van de tijd zelf, dan wordt daarvoor een zorgkorting toegepast. Een eerste indruk krijgt u via onze uitleg over kinderalimentatie berekenen.
Leg naast het maandbedrag ook vast wie welke bijzondere kosten draagt: kinderopvang, zorgverzekering, een eerste fiets, later de schoolreis. Spreek af wanneer u het bedrag herziet, bijvoorbeeld jaarlijks of bij een wijziging in inkomen. De wettelijke indexering van alimentatie per 1 januari geldt automatisch, ook als u die niet noemt. Over de fiscale kant van uw situatie, zoals toeslagen en heffingskortingen, laat u zich beter voorlichten door de Belastingdienst of een fiscalist.
Waar staat uw kind ingeschreven?
Een kind heeft één hoofdverblijfplaats en staat op één adres ingeschreven in de basisregistratie personen. Ook als de zorg gelijk is verdeeld, moet u kiezen. Die keuze heeft gevolgen die verder reiken dan het adres: zij bepaalt onder meer bij wie het kind bij toeslagen en gemeentelijke regelingen meetelt en waar het te zijner tijd naar school gaat.
Leg daarom in het plan vast waar het kind zijn hoofdverblijf heeft en wat u afspreekt over de gevolgen daarvan, bijvoorbeeld over het verrekenen van kindgebonden voordelen. Verhuist een van u later, dan is dat een beslissing die bij gezamenlijk gezag toestemming van de ander vraagt. Weigert de ander, dan legt u het geschil voor aan de rechtbank. Wat gezag, omgang en hoofdverblijf in de praktijk betekenen, hebben wij uitgewerkt bij gezag, omgang en hoofdverblijf.
Wie beslist over opvang, vaccinatie en de achternaam?
Bij gezamenlijk gezag beslist u samen over belangrijke aangelegenheden. Dat geldt voor de keuze van kinderopvang, voor inschrijving op een school, voor een medische behandeling en voor het aanvragen van een paspoort of identiteitskaart. Bij vaccinatie is de hoofdregel dat beide gezagsouders instemmen; komt u er niet uit, dan kan de rechter op grond van artikel 1:253a BW een van beide standpunten volgen of vervangende toestemming geven.
De achternaam wordt op een ander moment bepaald. Bij de erkenning of bij de aangifte kiezen de ouders samen de geslachtsnaam van het kind; sinds 2024 is ook een dubbele achternaam mogelijk. Die keuze is eenmalig en geldt daarna ook voor volgende kinderen van dezelfde ouders. Wie hierover pas gaat nadenken als de erkenning al is gedaan, is te laat.
Heeft één ouder het gezag alleen, dan beslist die ouder. De andere ouder houdt wel recht op informatie en op consultatie over belangrijke beslissingen (artikel 1:377b BW). Wordt die informatie stelselmatig niet gegeven, dan kan de rechter concreet invullen wat er wanneer wordt gedeeld.
Wat als u er samen niet uitkomt?
Ouders met gezamenlijk gezag leggen een geschil voor aan de rechtbank op grond van artikel 1:253a BW. De rechter neemt dan de beslissing die hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt: hij kan de zorgverdeling vaststellen, de hoofdverblijfplaats bepalen, de informatieplicht invullen of toestemming van de andere ouder vervangen. Heeft u geen gezag, dan vraagt u een omgangsregeling op grond van artikel 1:377a BW.
Het verzoekschrift wordt door een advocaat ingediend. Verplichte mediation vooraf bestaat niet; de rechter kan er wel naar verwijzen en zal op de zitting proberen tot afspraken te komen. Bij spoed, bijvoorbeeld als het kind na een bezoek niet wordt teruggebracht, is een kort geding of een voorlopige voorziening de snelste route. Wordt een vastgestelde regeling niet nagekomen, dan kan nakoming worden afgedwongen op grond van artikel 812 Rv, zo nodig met een dwangsom.
De wettekst van deze bepalingen vindt u in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Werkt u onregelmatig, dan vraagt de zorgverdeling extra aandacht; daarover schreven wij apart over co-ouderschap met onregelmatige diensten.
Veelgestelde vragen
Moeten wij een ouderschapsplan maken als wij nooit hebben samengewoond?
Wettelijk niet. Artikel 1:247a BW verbindt de verplichting aan het beëindigen van de samenleving en artikel 815 Rv aan een echtscheiding. Zonder samenwoning geldt geen van beide. Een schriftelijk plan is wel sterk aan te raden, omdat de rechter bij een later geschil kijkt naar de gemaakte afspraken en naar hoe die zijn nagekomen.
Heb ik als vader automatisch gezag als ik mijn kind erken?
Als u het kind op of na 1 januari 2023 hebt erkend, ontstaat het gezamenlijk gezag in beginsel van rechtswege. Bij erkenningen van vóór die datum moet het gezag alsnog worden aangetekend in het gezagsregister of door de rechter worden toegekend.
Hoeveel omgang krijgt een vader met een baby?
De wet noemt geen aantal uren. Bij zuigelingen wordt meestal gekozen voor korte, frequente contactmomenten die met de leeftijd worden uitgebreid. De rechter beoordeelt wat past bij de ontwikkeling van dit kind, niet wat rekenkundig eerlijk is tussen de ouders.
Tot wanneer moet ik kinderalimentatie betalen?
De onderhoudsplicht duurt tot het kind eenentwintig jaar wordt (artikel 1:395a BW). Tot achttien jaar betaalt u aan de verzorgende ouder, daarna rechtstreeks aan uw kind. Studeert het kind daarna nog, dan kan er onder omstandigheden een aanvullende verplichting bestaan.
Kan de moeder verhuizen met onze baby?
Bij gezamenlijk gezag heeft zij daarvoor uw toestemming nodig. Weigert u, dan kan zij de rechtbank om vervangende toestemming vragen op grond van artikel 1:253a BW. De rechter weegt onder meer de noodzaak van de verhuizing, de gevolgen voor het contact met u en of er een alternatieve regeling mogelijk is.
Kunnen wij het plan later nog wijzigen?
Ja. U kunt samen nieuwe afspraken maken en die schriftelijk vastleggen. Komt u er niet uit, dan kan de rechter een vastgestelde regeling wijzigen bij gewijzigde omstandigheden of wanneer de oorspronkelijke afspraak van onjuiste gegevens uitging.
Hulp bij het opstellen van uw ouderschapsplan
Een ouderschapsplan voor een baby van ouders die nooit hebben samengewoond, is minder een juridisch document dan een gebruiksaanwijzing met juridische status. Het moet uitvoerbaar zijn op een dinsdagavond met een verkouden kind, en tegelijk standhouden als de verhoudingen verslechteren. De familierechtadvocaten van Law & More in Eindhoven stellen zulke plannen op, toetsen bestaande afspraken en procederen waar overleg niet meer lukt. Neem gerust contact op om uw situatie voor te leggen.