Gepubliceerd op 9 november 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 september 2026
De verpakkingsverordening is Verordening (EU) 2025/40 van 19 december 2024 betreffende verpakkingen en verpakkingsafval. Zij is sinds 12 augustus 2026 van toepassing en vervangt Richtlijn 94/62/EG. Anders dan die richtlijn werkt een verordening rechtstreeks: producenten, importeurs en distributeurs zijn eraan gebonden zonder dat Nederland de regels eerst hoeft om te zetten.

Inhoudsopgave
Wat regelt de verpakkingsverordening?
De verordening bestrijkt de hele levenscyclus van een verpakking: het ontwerp, de materiaalsamenstelling, de etikettering, het op de markt brengen, hergebruik en de verwerking als afval. Zij stelt eisen aan duurzaamheid en recycleerbaarheid, beperkt overtollige verpakking, verplicht tot geharmoniseerde etikettering en verankert de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid op Europees niveau.
Belangrijk is dat de verordening ook een markttoezichtinstrument is. Zij wijzigt Verordening (EU) 2019/1020 over markttoezicht en conformiteit van producten en Richtlijn (EU) 2019/904 over kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Daarmee komt een verpakking in dezelfde categorie te liggen als een product met CE-achtige conformiteitsverplichtingen: wie niet kan aantonen dat zijn verpakking voldoet, brengt haar niet rechtmatig in de handel.
De verordening kiest voor een gefaseerde invoering. Sinds 12 augustus 2026 gelden de kaderverplichtingen en de definities; de zwaardere ontwerp- en prestatie-eisen krijgen hun eigen ingangsdata, waarbij 1 januari 2030 en 1 januari 2038 in de tekst de belangrijkste ijkpunten zijn. De Europese Commissie werkt de technische criteria uit in uitvoerings- en gedelegeerde handelingen. De volledige tekst vindt u bij EUR-Lex.
De verordening staat bovendien niet op zichzelf. Voor kunststofproducten voor eenmalig gebruik geldt daarnaast het Nederlandse Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik, dat de richtlijn over wegwerpplastic uitvoert en onder meer eisen stelt aan bekers en maaltijdverpakkingen voor consumptie ter plaatse en onderweg. Voor een horecagelegenheid, een cateraar of een bezorgdienst lopen die twee regimes door elkaar heen. Breng daarom eerst in kaart welk besluit op welk artikel uit uw assortiment ziet, voordat u conclusies trekt over wat wel en niet mag.
Voor wie geldt de verordening?
De verordening richt zich op iedere marktdeelnemer die verpakkingen in de Unie in de handel brengt of gebruikt. Dat is een ruimer begrip dan producent. Onder de reikwijdte vallen fabrikanten van verpakkingen, gemachtigden, importeurs, distributeurs, aanbieders van onlineplatforms en de zogeheten eindverpakkers: het bedrijf dat het product daadwerkelijk verpakt en onder eigen naam op de markt zet.
Voor de toepassing maakt het niet uit of het om levensmiddelen of om andere producten gaat. Het onderscheid tussen food en non-food is geen wettelijke categorie in de verordening, maar een praktisch onderscheid dat vooral doorwerkt in de materiaalkeuze. Verpakkingen die met levensmiddelen in aanraking komen, moeten immers daarnaast voldoen aan de regels over materialen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, die in Nederland via de Warenwet worden gehandhaafd.
Ook de vorm van de verpakking is niet beperkend. Primaire verkoopverpakkingen, verzamelverpakkingen, transportverpakkingen en verpakkingen voor onlineverkoop vallen alle onder de verordening. Voor kleine ondernemingen en micro-ondernemingen kent de tekst op onderdelen lichtere regimes, maar een algemene vrijstelling bestaat niet. Wie ervan uitgaat dat de eisen alleen voor grote fabrikanten gelden, vergist zich.
Welke eisen gelden voor recycleerbaarheid?
De kern van de verordening is dat verpakkingen ontworpen moeten zijn voor recycling. Daarvoor introduceert zij prestatieklassen. Verpakkingen worden ingedeeld in klassen A, B en C op basis van de mate waarin zij recycleerbaar zijn; verpakkingen die onder de laagste drempel blijven, mogen op termijn niet meer in de handel worden gebracht. Het eerste ijkpunt is 1 januari 2030; vanaf 1 januari 2038 komt daar de eis bij dat verpakkingen ook op grote schaal daadwerkelijk worden gerecycled.
Praktisch betekent dit dat ontwerpkeuzes juridische keuzes worden. Meerlaagse laminaten, moeilijk scheidbare composieten, donkere pigmenten die door optische sorteerders slecht worden herkend, lijmen en etiketten die het recyclaat vervuilen: het zijn stuk voor stuk factoren die de indeling in een prestatieklasse beinvloeden. Wie nu een nieuwe verpakkingslijn ontwikkelt, moet die criteria in het ontwerpdossier meenemen, niet achteraf.
Daarnaast stelt de verordening eisen aan het aandeel gerecycled materiaal in kunststofverpakkingen en aan hergebruik van bepaalde verpakkingssoorten, en verbiedt zij een aantal specifiek benoemde verpakkingsvormen. De precieze percentages en categorieen staan in de artikelen en bijlagen van de verordening en worden door de Commissie nader ingevuld. Ga daarbij niet af op samenvattingen in de vakpers, maar op de verordeningstekst zelf en op de uitvoeringshandelingen; op dit punt circuleren veel onjuiste cijfers.

Wat blijft er gelden onder Nederlands recht?
De verordening vervangt de richtlijn, maar het Nederlandse uitvoeringsstelsel verdwijnt niet van de ene op de andere dag. Het Besluit beheer verpakkingen 2014, dat berust op de Wet milieubeheer, legt producenten en importeurs concrete resultaatsverplichtingen op. Zij moeten ervoor zorgen dat ten minste zeventig gewichtsprocent van het verpakkingsafval wordt gerecycled, met per materiaalsoort eigen drempels: vijftig gewichtsprocent voor kunststof, zesentachtig voor glas, vijfentachtig voor papier en karton, tachtig voor aluminium en vierennegentig voor ferrometalen.
Daarnaast geldt een inzameldoelstelling voor drankverpakkingen. Van de kunststof drankflessen met een inhoud tot en met drie liter moet jaarlijks negentig gewichtsprocent gescheiden worden ingezameld; voor metalen drankverpakkingen geldt eenzelfde drempel. Dat is de juridische basis onder het Nederlandse statiegeldstelsel, en het is de norm waarop producenten in de praktijk worden afgerekend.
Aan die verplichtingen hangt een rapportageplicht. Een producent of importeur die in een kalenderjaar meer dan vijftigduizend kilogram verpakkingen in Nederland in de handel brengt, moet jaarlijks voor 1 augustus verslag doen aan de minister over de hoeveelheden en over de behaalde resultaten. Die drempel wordt vaak onderschat: ook een middelgrote producent van non-foodartikelen komt er sneller overheen dan gedacht.
Wat houdt de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid in?
De uitgebreide producentenverantwoordelijkheid, kortweg UPV, betekent dat u als producent niet alleen verantwoordelijk bent voor het product, maar ook voor de kosten van inzameling, sortering en verwerking van de verpakking nadat de consument haar heeft weggegooid. In Nederland loopt dat via registratie en jaarlijkse opgave bij Rijkswaterstaat en via de afdracht aan een collectieve uitvoeringsorganisatie.
De verordening versterkt dat stelsel met eco-modulatie: de afdracht wordt gedifferentieerd naar de milieuprestatie van de verpakking. Een slecht recycleerbare verpakking wordt structureel duurder dan een goed recycleerbare. Voor de bedrijfsvoering betekent dat een verschuiving van eenmalige investeringskosten naar terugkerende lasten, en dus dat een verpakkingskeuze meerjarige financiele gevolgen heeft.
Wie zich niet registreert, is in het jargon een free rider. Die positie is riskant: naast naheffing van afdrachten over verstreken jaren loopt u het risico van bestuursrechtelijke handhaving, en concurrenten kunnen de niet-nakoming melden. Leg daarom vast wie in uw keten als producent in de zin van de regelgeving geldt. Bij private label, import en dropshipping is dat lang niet altijd de partij die het bedrijf zelf voor ogen heeft.
Wie houdt toezicht en wat riskeert u?
Het toezicht op de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor verpakkingen ligt bij de Inspectie Leefomgeving en Transport. De ILT controleert of producenten en importeurs zich hebben geregistreerd en of zij hun jaarlijkse opgave doen. Voor verpakkingen die met levensmiddelen in contact komen, houdt de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit daarnaast toezicht op grond van de Warenwet; dat is een apart spoor met een eigen sanctiestelsel.
De handhaving is in de eerste plaats bestuursrechtelijk. Een toezichthouder kan een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang opleggen en, waar de wet daarin voorziet, een bestuurlijke boete. Tegen zo’n besluit staat bezwaar en vervolgens beroep bij de bestuursrechter open; hoe die route loopt, leest u in ons artikel over bezwaar en beroep tegen bestuursrechtelijke beslissingen. Verdedigt u zich tegen een boete van de NVWA, dan gelden bovendien de waarborgen die wij bespreken in ons artikel over bestuurlijke boetes van de NVWA.
Ernstige of opzettelijke overtredingen van milieuregels kunnen ook strafrechtelijk worden opgepakt via de Wet op de economische delicten. Dat verschil is niet academisch: een bestuurlijke boete raakt de onderneming, een economisch delict kan ook feitelijk leidinggevenden treffen. Wat de grens bepaalt, zetten wij uiteen in ons artikel over boete of straf bij overtreding van milieuwetgeving.
Wat betekent dit voor foodproducenten?
Voor levensmiddelen botsen twee regimes op elkaar. De verpakkingsverordening duwt richting meer gerecycled materiaal en eenvoudiger materiaalcombinaties; het levensmiddelenrecht stelt tegelijk strenge eisen aan migratie van stoffen naar het product en aan houdbaarheid. Gerecycled kunststof voor direct contact met levensmiddelen mag alleen worden gebruikt wanneer het recyclingproces daarvoor is toegelaten. Dat beperkt de speelruimte aanzienlijk.
Praktisch betekent dit dat foodproducenten hun dossier dubbel moeten opbouwen: een conformiteitsdossier voor de verpakkingsverordening en een verklaring van overeenstemming voor het materiaal dat met levensmiddelen in contact komt. Wie die twee door elkaar haalt, ontdekt dat pas bij een inspectie. Leg daarom in het inkoopcontract vast welke verklaringen de leverancier aanlevert, in welk format en binnen welke termijn hij ze actualiseert bij een wijziging van het recept of het materiaal.
Wat betekent dit voor non-foodproducenten?
Non-foodproducenten hebben meer materiaalvrijheid, maar krijgen de eisen rond transport- en verzendverpakkingen het hardst te voelen. Juist in e-commerce en in businessverkeer draait het om herbruikbare systemen, om beperking van lege ruimte in de verpakking en om verzamelverpakkingen die niet meer met plastic krimpfolie mogen worden samengehouden. Dat raakt logistieke contracten, retourstromen en de inrichting van magazijnen.
Daarbij komt een communicatierisico. Wie zijn verpakking presenteert als recycleerbaar, circulair of klimaatneutraal zonder dat te kunnen onderbouwen, loopt tegen het verbod op misleidende handelspraktijken aan, met de Autoriteit Consument en Markt als toezichthouder. De verpakkingsverordening maakt dat risico groter, omdat zij de begrippen juridisch invult en daarmee toetsbaar maakt. Ons artikel over greenwashing als juridisch risico gaat daar nader op in.

Hoe bereidt u zich juridisch voor?
Begin met een inventarisatie: welke verpakkingen brengt u in welke lidstaten in de handel, in welke hoeveelheden, en in welke rol doet u dat. Die rolbepaling is bepalend, want de verordening koppelt de verplichtingen aan de hoedanigheid van marktdeelnemer. Leg de uitkomst vast in een verpakkingsregister dat u kunt tonen aan een toezichthouder.
Verleg vervolgens de risico’s in uw contracten. Neem in inkoopvoorwaarden op dat de leverancier instaat voor de conformiteit van de verpakking, dat hij de onderliggende documentatie verstrekt en dat hij wijzigingen tijdig meldt. Voeg daaraan een vrijwaring toe voor boetes en kosten die voortvloeien uit een gebrek dat aan hem is toe te rekenen. Hoe u zulke bepalingen opstelt, behandelen wij in ons artikel over duurzaamheidsclausules in contracten.
Sluit af met governance. Beleg de verantwoordelijkheid voor verpakkingscompliance bij een aanwijsbare functionaris, koppel haar aan de bestaande rapportagecyclus en betrek haar bij productontwikkeling. Bedenk daarbij dat verpakkingsdata inmiddels ook duurzaamheidsrapportage voedt; hoe die verplichtingen samenhangen, leest u in ons overzicht van ESG-regelgeving voor Nederlandse bedrijven.
Leg tot slot vast hoe lang u de onderbouwing bewaart. Een toezichthouder toetst achteraf en kijkt naar de situatie op het moment van in de handel brengen, niet naar uw huidige assortiment. Bewaar daarom per verpakkingsvariant de technische documentatie, de leveranciersverklaringen en de opgaven aan Rijkswaterstaat gedurende ten minste de periode waarover kan worden nagevorderd, en zorg dat die stukken vindbaar blijven bij een wisseling van leverancier of van verpakkingsontwerp. Een jaarlijkse interne controle op dit dossier kost weinig en voorkomt dat u bij een inspectie afhankelijk bent van het geheugen van een medewerker.
Veelgestelde vragen over de verpakkingsverordening
Moet Nederland de verpakkingsverordening nog omzetten?
Nee. Een verordening werkt rechtstreeks in alle lidstaten en hoeft niet te worden omgezet in nationale wetgeving. Wel past Nederland zijn uitvoeringsregelgeving aan, onder meer het Besluit beheer verpakkingen 2014, en wijst het toezichthouders en sancties aan. Tot die aanpassing rond is, gelden de nationale regels naast de verordening, voor zover zij daarmee niet in strijd zijn.
Geldt de verordening ook voor verpakkingen die ik alleen importeer?
Ja. Wie verpakte producten vanuit een derde land in de Unie in de handel brengt, is importeur in de zin van de verordening en draagt daarmee de verplichtingen die anders op de fabrikant rusten. Dat geldt ook wanneer u alleen inkoopt en doorverkoopt onder uw eigen merk. Controleer daarom of uw buitenlandse leverancier de vereiste documentatie kan leveren; anders komt de aansprakelijkheid bij u te liggen.
Wat gebeurt er als mijn verpakking niet aan de eisen voldoet?
Een toezichthouder kan verlangen dat u de verpakking aanpast en de handel opschort, en kan dat afdwingen met een last onder dwangsom. In het uiterste geval volgt terugroeping uit de handel. Daarnaast riskeert u civiele gevolgen, omdat afnemers en retailers in hun contracten vrijwel altijd conformiteit met verpakkingsregelgeving hebben bedongen.
Vallen kleine ondernemingen buiten de verordening?
Nee. De verordening kent op onderdelen lichtere verplichtingen voor kleine en micro-ondernemingen, maar geen algemene vrijstelling. De Nederlandse rapportagedrempel van vijftigduizend kilogram bepaalt alleen of u jaarlijks verslag moet uitbrengen; de materiele eisen aan de verpakking zelf gelden ook daaronder.
Advies over verpakkingscompliance
De verpakkingsverordening verandert een operationeel onderwerp in een juridisch dossier: rolbepaling, documentatie, contractuele risicoverdeling en bestuursrechtelijke handhaving komen samen in een verpakking die u misschien al jaren gebruikt. Wie zijn keten nu doorlicht, voorkomt dat een toezichthouder of een afnemer dat later doet. Law en More in Eindhoven adviseert producenten, importeurs en distributeurs over verpakkings- en milieuregelgeving en staat hen bij in handhavingsprocedures.