Gepubliceerd op 25 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 13 oktober 2026
Wie milieuregels overtreedt, krijgt meestal eerst te maken met een herstelsanctie van de gemeente, provincie of omgevingsdienst, zoals een last onder dwangsom die de overtreding moet beëindigen. Bij opzet, herhaling of ernstige schade volgt strafvervolging op grond van de Wet op de economische delicten (WED), met als maximum zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie, en bij bedrijven zo nodig tot 10% van de jaaromzet.
Hieronder leest u welke regels gelden sinds de Omgevingswet, welke bestuurlijke en strafrechtelijke sancties er zijn, wanneer een bestuurder persoonlijk wordt vervolgd en hoe u bezwaar maakt. Het strafrechtelijke traject zelf bespreken wij uitgebreider in ons artikel over milieudelicten en strafrechtelijke handhaving.
Inhoudsopgave
Welke milieuregels gelden er?
Sinds 1 januari 2024 staan de meeste milieuregels in de Omgevingswet en de bijbehorende besluiten, vooral het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Het Activiteitenbesluit en de Wet bodembescherming zijn toen vervallen.
Voor veel milieubelastende activiteiten is een omgevingsvergunning nodig (art. 5.1 Omgevingswet); voor andere volstaat een melding of gelden alleen algemene regels. Daarnaast heeft iedereen een zorgplicht voor de fysieke leefomgeving, die het Bal voor specifieke activiteiten uitwerkt. De Wet milieubeheer geldt nog voor onder meer afvalstoffen. Wat de Omgevingswet verder veranderde, leest u in ons artikel over vergunningen onder de Omgevingswet.
- Lozen van afvalwater in riool of oppervlaktewater zonder vergunning of in strijd met de regels.
- Bodemverontreiniging, bijvoorbeeld door lekkende opslag, en het niet direct melden van een ongewoon voorval.
- Illegale opslag, verwerking of export van afvalstoffen.
- Overschrijden van emissie- of geluidsnormen uit de vergunning of het Bal.
Welke bestuurlijke sancties kan de overheid opleggen?
Het bevoegd gezag treedt meestal op met een herstelsanctie: een last onder dwangsom (art. 5:31d Awb) of een last onder bestuursdwang (art. 5:21 Awb). Het bestuursorgaan heeft daarbij een beginselplicht tot handhaving; alleen in bijzondere gevallen mag het afzien van optreden.
- Last onder dwangsom: u krijgt een begunstigingstermijn om de overtreding te beëindigen; doet u dat niet, dan verbeurt u een vooraf vastgesteld bedrag. Zie ons artikel over de last onder dwangsom van de gemeente.
- Bestuursdwang: de overheid beëindigt de overtreding zelf, op uw kosten.
- Intrekking of wijziging van de omgevingsvergunning, bijvoorbeeld bij herhaalde overtreding van voorschriften (art. 5.19 Omgevingswet).
- Een bestuurlijke boete: de Omgevingswet kent die alleen voor specifiek genoemde overtredingen (art. 18.11 tot en met 18.15a Omgevingswet). Voor milieuregels geldt dat bij Brzo-bedrijven (Seveso-bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen): Gedeputeerde Staten kunnen dan een boete opleggen tot de zesde categorie of, als dat meer is, 10% van de omzet (art. 18.11 Omgevingswet).
Het verschil tussen deze instrumenten en een strafrechtelijke sanctie leest u in ons artikel over het verschil tussen een boete, een dwangsom en een strafrechtelijke sanctie. Een breder overzicht staat in ons artikel over bestuursrechtelijke handhaving.
Wanneer volgt strafvervolging?
Als het Openbaar Ministerie de overtreding ernstig genoeg vindt, bijvoorbeeld bij opzet, herhaling, flinke schade of gevaar voor de gezondheid. De meeste milieuvoorschriften zijn in de WED aangewezen als economisch delict (art. 1a WED).
Is het feit opzettelijk gepleegd, dan is het een misdrijf met als maximum zes jaar gevangenisstraf, een taakstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Zonder opzet is het een overtreding met als maximum één jaar hechtenis, een taakstraf of een geldboete van de vierde categorie (art. 2 en 6 WED). De bedragen van de categorieën worden periodiek geïndexeerd, laatstelijk per 1 januari 2026.
Bij een rechtspersoon kan de rechter een boete van de naast hogere categorie opleggen als de gewone categorie niet passend is, en zo nodig tot 10% van de jaaromzet (art. 23 lid 7 Sr). Het OM handelt lichtere zaken vaak zelf af met een strafbeschikking (art. 257a Sv). Wie daartegen niet binnen twee weken verzet doet, legt zich bij de straf neer.
Welke andere straffen en maatregelen zijn mogelijk?
- Een taakstraf van ten hoogste 240 uur (art. 22c Sr).
- Een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, zoals het nemen van saneringsmaatregelen.
- Bijkomende straffen uit de WED, zoals gehele of gedeeltelijke stillegging van de onderneming (art. 7 WED).
- Maatregelen zoals het verplicht herstellen van wat wederrechtelijk is nagelaten (art. 8 WED).
- Ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel, zoals bespaarde kosten van afvalverwerking (art. 36e Sr).
Een veroordeling kan ook gevolgen hebben voor een verklaring omtrent het gedrag of reizen naar het buitenland; zie ons artikel over de gevolgen van een strafrechtelijke veroordeling.
Kan een bestuurder persoonlijk worden vervolgd?
Ja. Pleegt een rechtspersoon een strafbaar feit, dan kan het OM zowel het bedrijf als de persoon die feitelijk leiding gaf aan de verboden gedraging vervolgen (art. 51 Sr). Dat hoeft niet de statutair bestuurder te zijn; het gaat om wie bevoegd en redelijkerwijs gehouden was maatregelen te nemen en de gedraging bewust heeft aanvaard.
Daarnaast kunnen de kosten van sanering civielrechtelijk worden verhaald op de veroorzaker, bijvoorbeeld op grond van onrechtmatige daad (art. 6:162 BW). Wanneer een bestuurder daarvoor ook privé aansprakelijk is, leest u in ons artikel over bestuurdersaansprakelijkheid.
Wie houdt toezicht op milieuregels?
Het bevoegd gezag hangt af van de activiteit. Het toezicht wordt in de praktijk vaak uitgevoerd door een regionale omgevingsdienst.
- Gemeente: de meeste bedrijfsactiviteiten, bouwen en geluid; zie ons artikel over gemeentelijke handhaving bij bedrijfsactiviteiten.
- Provincie: onder meer grote industriële bedrijven, Brzo-bedrijven en ontgrondingen.
- Waterschap: lozingen op regionaal oppervlaktewater; Rijkswaterstaat: lozingen op rijkswateren.
- Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT): onder meer afvaltransport, chemische stoffen en de opsporing van ernstige milieucriminaliteit.
Een omwonende kan het bevoegd gezag schriftelijk verzoeken om te handhaven. Dat verzoek is een aanvraag om een besluit, waartegen bezwaar en beroep openstaan.
Hoe maakt u bezwaar of beroep?
Tegen een last onder dwangsom, bestuursdwang of bestuurlijke boete maakt u binnen zes weken bezwaar bij het bestuursorgaan (art. 6:7 Awb). Daarna kunt u binnen zes weken beroep instellen bij de rechtbank en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Bij een dreigende bestuurlijke boete moet de toezichthouder u vóór het verhoor meedelen dat u niet verplicht bent te antwoorden (cautie, art. 5:10a Awb). In een strafzaak stelt u binnen veertien dagen na de uitspraak hoger beroep in bij het gerechtshof (art. 408 Sv). Een stappenplan staat in ons artikel over bezwaar en beroep in het bestuursrecht; specifiek voor de dwangsom leest u ons artikel over bezwaar maken tegen een last onder dwangsom.
Waar let u op als ondernemer?
- Controleer of uw vergunning en meldingen nog aansluiten bij de huidige activiteiten en het Bal.
- Meld een ongewoon voorval direct aan het bevoegd gezag en leg vast welke maatregelen u nam.
- Reageer binnen de gestelde termijn op een voornemen tot handhaving met een zienswijze.
- Laat bij een controle of verhoor eerst advies inwinnen voordat u inhoudelijke verklaringen aflegt.
- Beleg intern wie verantwoordelijk is voor naleving; dat bepaalt mede wie als feitelijk leidinggever wordt gezien.
Wat kunnen wij voor u doen bij een milieuovertreding?
- Een voornemen tot handhaving, last onder dwangsom of bestuurlijke boete beoordelen en een zienswijze of bezwaarschrift opstellen.
- Een voorlopige voorziening vragen als uitvoering van een sanctie uw bedrijf direct raakt.
- U of uw bedrijf bijstaan bij een verhoor door de ILT, de politie of een omgevingsdienst.
- Een strafbeschikking beoordelen en binnen de termijn verzet doen, en u verdedigen ter zitting; meer hierover leest u op de pagina van onze strafrecht advocaat.
- Procederen bij de rechtbank en de Raad van State over handhavingsbesluiten; zie de pagina van onze advocaat bestuursrecht.
Samengevat
- Sinds 1 januari 2024 staan de milieuregels vooral in de Omgevingswet en het Bal.
- De overheid treedt meestal op met een last onder dwangsom of bestuursdwang.
- Opzettelijke milieudelicten zijn misdrijven onder de WED, met als maximum zes jaar gevangenisstraf.
- Het OM kan zowel het bedrijf als de feitelijk leidinggever vervolgen (art. 51 Sr).
- Bezwaar tegen een bestuurlijke sanctie maakt u binnen zes weken (art. 6:7 Awb).
Veelgestelde vragen
Kan ik voor dezelfde milieuovertreding een dwangsom en een strafzaak krijgen?
Ja. Een last onder dwangsom is een herstelsanctie en geen straf, dus die kan naast strafvervolging worden opgelegd. Een bestuurlijke boete en een strafrechtelijke straf voor hetzelfde feit kunnen niet allebei.
Kan een particulier ook worden vervolgd?
Ja. Ook particulieren moeten zich aan de milieuregels houden, bijvoorbeeld bij het dumpen van afval. Gemeenten treden daar vaak op met een bestuurlijke strafbeschikking of een boete op grond van hun eigen regels.
Moet ik meewerken aan een controle?
U moet toezichthouders binnen redelijke grenzen medewerking verlenen, zoals toegang en inzage in stukken (art. 5:20 Awb). U hoeft niet mee te werken aan uw eigen veroordeling: bij een verdenking mag u zwijgen.
Hoe hoog is een dwangsom?
Dat bepaalt het bestuursorgaan per geval, in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en de beoogde werking (art. 5:32b Awb). In het besluit staat ook een maximumbedrag.