Overmacht bij drugskoeriers: wanneer slaagt het verweer?

Een jonge koerier staat gespannen bij een fiets op een stadsstraat terwijl een politieagent nadert.

Gepubliceerd op 16 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 28 september 2026

Een beroep op psychische overmacht slaagt bij drugskoeriers maar zelden. Het kan wel: als u door een concrete, acute dreiging van buitenaf werd gedwongen en u zich redelijkerwijs niet kon verzetten, volgt ontslag van alle rechtsvervolging.

Veel verdachten die met drugs worden aangehouden, verklaren dat zij onder dwang handelden. Iemand bedreigde hen met geweld, of zette hun familie onder druk. Dat voelt als een goede reden. Juridisch ligt de lat echter hoog.

Een jonge koerier staat gespannen bij een fiets op een stadsstraat terwijl een politieagent nadert.

De rechter toetst streng. Hij kijkt of de dreiging ernstig en direct genoeg was, of u een andere uitweg had en of u zichzelf in de situatie heeft gebracht. Vooral die laatste twee vragen zijn voor koeriers vaak het struikelblok.

In dit artikel leggen wij uit wat de wet zegt, hoe rechters het verweer beoordelen en welke feiten in de praktijk het verschil maken. Wij gebruiken daarbij een uitspraak waarin het verweer wel slaagde.

Inhoudsopgave

Wat is overmacht in het strafrecht?

Een mannelijke advocaat bekijkt documenten terwijl een jonge persoon op de achtergrond bezorgd kijkt in een kantooromgeving.

Overmacht betekent dat u niet strafbaar bent voor een feit waartoe u door een dwingende omstandigheid bent gedrongen. De regel staat in artikel 40 van het Wetboek van Strafrecht.

Artikel 40 Sr is kort: “Niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen.” Wat overmacht precies inhoudt, heeft de rechtspraak ingevuld. Daarbij worden twee vormen onderscheiden die heel verschillend werken.

Welke vormen van overmacht zijn er?

Er is psychische overmacht en er is noodtoestand. De eerste neemt de schuld weg, de tweede rechtvaardigt de daad.

  • Psychische overmacht is een schulduitsluitingsgrond. U heeft het feit wel gepleegd en het blijft onrechtmatig, maar het kan u niet worden verweten omdat u onder zware druk van buitenaf stond.
  • Noodtoestand is een rechtvaardigingsgrond. U kiest bewust voor het minste kwaad, omdat u moest kiezen tussen twee plichten of belangen die niet allebei konden worden gediend.

Soms wordt ook nog absolute (fysieke) overmacht genoemd. Dan was het lichamelijk onmogelijk om anders te handelen, bijvoorbeeld omdat iemand u vastbond of uw hand bewoog. Bij drugskoeriers komt dat in de praktijk vrijwel niet voor.

Wat is de maatstaf voor psychische overmacht?

Rechters gebruiken een vaste formule. Er moet sprake zijn van een van buiten komende drang waaraan u redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet hoefde te bieden.

Die formule bevat twee toetsen. De eerste is feitelijk: kon u zich echt niet verzetten? De tweede is normatief: mocht van u worden verwacht dat u zich wel verzette? Beide moeten in uw voordeel uitvallen.

De rechter beoordeelt elk geval apart en kijkt naar alle omstandigheden. Er bestaat dus geen vaste lijst waarmee u vooraf zeker weet of het verweer slaagt.

Wat is het verschil tussen overmacht en noodtoestand?

Bij psychische overmacht gaat het om uw vrije wil, bij noodtoestand om een afweging van belangen. Dat verschil bepaalt ook welke vragen de rechter stelt.

AspectPsychische overmachtNoodtoestand
Juridisch karakterSchulduitsluitingsgrondRechtvaardigingsgrond
KernvraagKon en hoefde u weerstand te bieden aan de druk?Koos u terecht voor het zwaarste belang?
Status van de daadBlijft onrechtmatig, maar niet verwijtbaarWordt gerechtvaardigd
Uitkomst bij succesOntslag van alle rechtsvervolgingOntslag van alle rechtsvervolging

Noodtoestand veronderstelt een bewuste keuze tussen twee kwaden. U kiest dan het minste kwaad, en de rechter toetst of dat een verantwoorde keuze was.

Bij psychische overmacht is er juist geen echte vrije keuze meer. U wordt feitelijk gedwongen. Het verschil is van belang voor de verdediging: bij psychische overmacht staat uw toestand en de druk op u centraal. Bij noodtoestand gaat het om de vraag of de daad maatschappelijk aanvaardbaar was.

Let op de uitkomst. Een geslaagd beroep leidt niet tot vrijspraak. Het feit blijft bewezen, maar u bent niet strafbaar. De rechter ontslaat u dan van alle rechtsvervolging (artikel 352 lid 2 Wetboek van Strafvordering).

Waarom beroepen drugskoeriers zich zo vaak op overmacht?

Omdat dreiging en geweld in de drugshandel veel voorkomen. Toch wijst de rechter het verweer meestal af, vaak omdat de koerier zelf het risico opzocht of een uitweg had.

Koeriers verklaren geregeld dat zij of hun familie werden bedreigd. De rechter wil dan concrete en controleerbare feiten zien. Een algemeen verhaal over “gevaarlijke mensen” of over bedreigde familie zonder details is meestal niet genoeg.

Wie een beroep op overmacht doet, moet het verweer met feiten onderbouwen. De rechter let vooral op:

  • concrete en directe bedreigingen, liefst met wie, wanneer en hoe;
  • het ontbreken van een realistische mogelijkheid om hulp te zoeken;
  • het ontbreken van eigen schuld aan het ontstaan van de situatie;
  • een redelijke verhouding tussen de dreiging en het gepleegde feit.

Welke eisen stelt de rechter aan psychische overmacht bij drugskoeriers?

Een rechtszaal met een advocaat, rechter en een jonge verdachte die gespannen kijkt.

De rechter toetst aan proportionaliteit, subsidiariteit, de persoon van de verdachte en eigen schuld (culpa in causa). Faalt één van deze toetsen, dan faalt het verweer meestal.

Psychische overmacht is een van de weinige verweren waarmee een drugskoerier aan straf kan ontkomen. Daarom kijkt de rechter er kritisch naar. In sommige zaken wordt ook een psychologisch of psychiatrisch rapport gebruikt.

Wat houden de vier toetsen in?

Elke toets beantwoordt een eigen vraag. Samen bepalen zij of van u redelijkerwijs verzet kon worden verwacht.

Proportionaliteit: staat het feit in redelijke verhouding tot de dreiging? Bij drugstransport weegt de rechter de ernst van de bedreiging af tegen de aard en omvang van het transport.

Subsidiariteit: was er geen andere, minder ingrijpende uitweg? De verdachte moet duidelijk maken waarom bijvoorbeeld de politie inschakelen of weggaan geen reële optie was.

De persoon van de verdachte: wat mocht van juist deze verdachte worden verwacht? In de literatuur heet dit ook wel “Garantenstellung”. Van iemand met een bepaalde positie of ervaring mag meer weerstand worden verwacht.

Culpa in causa: heeft de verdachte zichzelf in de dwangsituatie gebracht? Is dat zo, dan staat dat een geslaagd beroep meestal in de weg.

Wat betekent “van buiten komende drang”?

De druk moet van buiten komen, van een andere persoon of een externe gebeurtenis. Innerlijke motieven zoals een verslaving of geldzorgen tellen daarom niet als overmacht.

Koeriers krijgen soms zware bedreigingen te horen, gericht tegen henzelf of tegen hun familie. De dreiging moet op het moment van het feit zo ernstig zijn dat weerstand bieden redelijkerwijs niet meer kon.

De rechter kijkt daarbij feitelijk: kon deze verdachte echt geen weerstand bieden? En normatief: mocht worden verwacht dat hij of zij zich toch verzette?

Persoonlijke eigenschappen kunnen meewegen bij de vraag hoeveel weerstand van iemand mocht worden verwacht. Bij een psychische stoornis is een ander verweer vaak passender. Daarover leest u hieronder meer.

Welke rol spelen dreiging en psychische druk?

De dreiging is de kern van het verweer. Zij moet direct, concreet en geloofwaardig zijn, en zij moet bestaan op het moment dat u het feit pleegt.

Veel koeriers verklaren dat zij met fysiek geweld werden bedreigd. Soms gaat het om een drugsschuld of om schuldeisers die druk zetten. Financiële druk alleen weegt minder zwaar dan een dreiging met geweld.

De timing is belangrijk. Een dreiging die al weken speelt, laat meestal meer ruimte om hulp te zoeken dan een dreiging vlak voor vertrek.

Psychische druk kan verschillende vormen aannemen: intimidatie, isolatie of manipulatie. De rechter vraagt zich steeds af of van een redelijk mens in uw situatie iets anders mocht worden verwacht.

Wanneer is een psychiatrisch of psychologisch rapport nuttig?

Een rapport kan helpen om te laten zien hoe u de druk op het moment van het feit ervoer. Het maakt het verweer niet vanzelf sterk, maar kan het wel ondersteunen.

Een psycholoog of psychiater kan uw persoonlijkheid en eventuele stoornissen onderzoeken. Hij of zij beschrijft hoe u functioneerde op het moment dat het feit werd gepleegd.

Het rapport moet zich richten op dat moment. Kon u toen nog nadenken en kiezen? Of was de druk zo groot dat verzet redelijkerwijs niet meer kon?

Houd ontoerekeningsvatbaarheid goed apart van psychische overmacht. Dat zijn twee verschillende verweren, met een eigen grondslag in de wet.

Wanneer valt het beroep af door eigen schuld of de persoon van de verdachte?

Het beroep op overmacht valt meestal af als u zelf bewust in het criminele circuit bent gestapt. Ook uw persoonlijke omstandigheden spelen mee in wat van u mocht worden verwacht.

Drugskoeriers kunnen dus niet zomaar op overmacht rekenen als zij zichzelf in de problemen hebben gebracht. Persoonlijke omstandigheden en maatschappelijke positie tellen mee in het oordeel van de rechter.

Wat is culpa in causa?

Culpa in causa betekent eigen schuld aan het ontstaan van de situatie. Wie zich willens en wetens blootstelt aan de dwang, kan daar later moeilijk een beroep op doen.

Deze vorm van eigen schuld kan een beroep op een strafuitsluitingsgrond blokkeren. Bij drugskoeriers speelt dit vaak een grote rol, omdat de dwang meestal voortkomt uit contacten die de koerier zelf is aangegaan.

Voorbeelden van culpa in causa bij drugssmokkel:

  • schulden aangaan bij mensen uit het criminele circuit;
  • bewust omgaan met drugshandelaren of criminele groepen;
  • eerder al verdachte opdrachten hebben aangenomen.

De rechter kijkt of u redelijkerwijs kon voorzien dat u in zo’n dwangsituatie terecht kon komen. Dat hangt af van de concrete omstandigheden van uw zaak.

In de praktijk ligt het aan de verdediging om het verweer aannemelijk te maken met feiten. Kunt u niet uitleggen hoe u in de situatie terechtkwam, dan weegt dat tegen u.

Hoe tellen persoonlijke omstandigheden mee?

De rechter kijkt naar wat van juist u redelijkerwijs mocht worden verwacht. Wat voor de een onweerstaanbare druk is, is dat voor een ander niet.

Uw persoonlijke omstandigheden vullen daarmee de toetsen van proportionaliteit en subsidiariteit aan. Factoren die kunnen meewegen, zijn:

  • maatschappelijke positie en functie;
  • leeftijd;
  • opleiding en levenservaring;
  • sociale en economische achtergrond.

Van een ervaren zakenman mag meer weerstand worden verwacht dan van een kwetsbare jongere. Bij drugskoeriers speelt kwetsbaarheid vaak mee, bijvoorbeeld door armoede, schulden of sociaal isolement.

Dit werkt twee kanten op. Kwetsbaarheid kan het verweer versterken. Ervaring met criminaliteit of eerdere betrokkenheid bij drugstransport maakt het juist zwakker.

Hoe toetst de rechter proportionaliteit en subsidiariteit?

De rechter vraagt of het feit in verhouding stond tot de dreiging en of er een minder ingrijpende uitweg was. Vooral de tweede vraag wordt drugskoeriers vaak fataal.

Wanneer is het feit proportioneel?

Het feit moet in redelijke verhouding staan tot de dreiging die u onderging. Een lichte dreiging rechtvaardigt geen ernstig strafbaar feit.

Bij drugskoeriers kijkt de rechter onder meer naar:

  • de ernst van de bedreiging;
  • de aard van het feit;
  • de soort en hoeveelheid drugs.

Een koerier die serieus met de dood wordt bedreigd, staat sterker dan iemand die alleen financiële druk ervaart. Ook de omvang van het transport speelt mee: een kleine hoeveelheid is iets anders dan grootschalige cocaïnesmokkel.

Wanneer had u een andere uitweg?

Subsidiariteit betekent dat er geen andere, minder vergaande uitweg was. Dit is voor drugskoeriers vaak het grootste struikelblok.

De rechter onderzoekt of u:

  • hulp kon zoeken bij de politie;
  • kon weggaan of zich kon onttrekken aan de druk;
  • familie of vrienden kon inschakelen;
  • op een andere manier aan de situatie kon ontsnappen.

U moet uitleggen waarom de politie inschakelen geen reële optie was. Alleen angst is daarvoor niet genoeg. Een concrete dreiging dat contact met de politie gevolgen zou hebben, kan wel meewegen.

Bij internationale transporten wordt vaak aangevoerd dat de politie ter plaatse niet te vertrouwen is. De rechter kijkt dan ook of er een ander moment was, bijvoorbeeld bij de douane of na aankomst, om hulp te vragen.

Ook hier telt de tijd. Hoe langer de druk duurde, hoe meer momenten er meestal waren om een uitweg te zoeken.

Wat is een conflict van plichten?

Bij een conflict van plichten moet iemand kiezen tussen het naleven van de wet en het beschermen van een zwaarder belang. Dat is de kern van noodtoestand.

Bij drugskoeriers wordt dit verweer zelden aangenomen. Het vervoeren van drugs wordt meestal niet gezien als een verantwoorde keuze voor het minste kwaad. Een paar veelvoorkomende situaties:

SituatieWat de koerier steltWat de rechter meestal vraagt
Bedreiging van familie“Ik moest mijn familie beschermen.”Hoe concreet was de dreiging en kon u hulp zoeken?
Schulden bij criminelen“Ik moest mijn schuld afbetalen.”Heeft u de schuld zelf aangegaan (eigen schuld)?
Eigen leven bedreigd“Anders was ik vermoord.”Was de dreiging acuut en was er geen uitweg?

De meeste kans hebben acute bedreigingen met ernstig geweld. Financiële problemen of sociale druk zijn meestal niet zwaar genoeg.

Ook bedreiging van derden, zoals kwetsbare familieleden, kan meewegen. Dan moet de dreiging wel concreet zijn onderbouwd, net als het ontbreken van alternatieven.

Wat laat de rechtspraak zien?

De rechtspraak laat vooral afwijzingen zien. Toch zijn er zaken waarin het verweer slaagt, en die laten goed zien welke feiten daarvoor nodig zijn.

Hoe formuleert de Hoge Raad de maatstaf?

Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is psychische overmacht een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet hoefde te bieden. Feitenrechters passen die maatstaf ook toe bij drugsdelicten.

Dat betekent in de praktijk dat vage bedreigingen of algemene angst niet genoeg zijn. De rechter wil een concrete dreiging zien die op het moment van het feit bestond.

Waar de rechter in de praktijk op let:

  • een ernstige en concrete dreiging;
  • het ontbreken van een redelijke uitweg;
  • een redelijke verhouding tussen dreiging en feit;
  • geen eigen schuld aan de situatie;
  • een verklaring die door andere feiten wordt ondersteund.

Een zaak waarin het verweer slaagde

Het gerechtshof Den Haag aanvaardde op 24 maart 2020 een beroep op psychische overmacht van een vrouw die bolletjes cocaïne had ingeslikt (ECLI:NL:GHDHA:2020:715). Zij werd ontslagen van alle rechtsvervolging.

Het hof stelde vast dat zij en haar vriend met de dood waren bedreigd, onder meer met een pistool en een mes. De daders wisten waar zij woonde. Ook was gedreigd dat contact met de politie haar het leven zou kosten.

Het Openbaar Ministerie voerde aan dat zij de dagen erna had kunnen ontsnappen. Het hof ging daar niet in mee. Die mogelijkheden deden zich pas voor nadat het tenlastegelegde feit al was gepleegd.

De zaak laat zien wat nodig is: een ernstige, concrete dreiging, kennis van de daders over uw verblijfplaats, een expliciete waarschuwing tegen de politie en geen reële uitweg op het moment van het feit.

Waarom mislukken de meeste verweren?

Meestal ontbreekt een geloofwaardige onderbouwing, of had de verdachte wel een uitweg. Ook langdurige betrokkenheid bij drugshandel verzwakt het verweer.

Veel zaken stranden omdat de verdachte niet kan uitleggen waarom hij of zij geen hulp zocht. De enkele stelling “ik vertrouw de politie niet” is meestal niet genoeg.

Absolute overmacht, waarbij het fysiek onmogelijk was om het feit niet te plegen, is theoretisch denkbaar. In drugszaken komt het in de praktijk bijna nooit voor.

Welke misvattingen bestaan er over overmacht bij drugskoeriers?

De grootste misvatting is dat elke bedreiging volstaat. Een tweede is dat overmacht hetzelfde is als ontoerekeningsvatbaarheid.

De beoordeling hangt steeds af van de omstandigheden van het geval. Een verweer dat in de ene zaak slaagt, kan in een andere zaak falen.

Wat is het verschil met ontoerekeningsvatbaarheid?

Ontoerekeningsvatbaarheid gaat over een stoornis bij de verdachte zelf, psychische overmacht over druk van buitenaf. Het zijn twee afzonderlijke verweren.

Volgens artikel 39 Sr is niet strafbaar wie een feit begaat dat hem niet kan worden toegerekend wegens een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens. Dat kan bijvoorbeeld spelen bij:

  • een ernstige psychiatrische stoornis;
  • een verstandelijke beperking;
  • een andere ernstige aandoening van de geestvermogens.

Psychische overmacht draait juist om externe druk op iemand die in beginsel wel zelf kon nadenken en kiezen.

Een eenvoudig voorbeeld maakt het verschil duidelijk. Een koerier die handelt vanuit een psychose, doet een beroep op ontoerekeningsvatbaarheid. Een koerier die cocaïne vervoert na bedreiging met een pistool, doet een beroep op psychische overmacht.

De rechter beoordeelt beide verweren apart. Ze kunnen ook naast elkaar worden gevoerd.

Welke feiten wegen het zwaarst?

Het geheel van feiten bepaalt de uitkomst. Alle omstandigheden tellen mee, maar sommige wegen zwaarder dan andere.

Belangrijke factoren zijn:

  • de ernst van de bedreiging, bijvoorbeeld met een wapen of eerder geweld;
  • de geloofwaardigheid van het gevaar;
  • de mogelijkheden om hulp te zoeken;
  • eerdere ervaringen met geweld van dezelfde personen.

Een koerier die al eerder door dezelfde personen is mishandeld, staat sterker dan iemand die alleen verbale dreiging kreeg. De feiten moeten laten zien dat verzet redelijkerwijs niet mogelijk was.

Ook eigen schuld blijft een rol spelen. Wie bewust criminele kringen opzoekt, krijgt minder snel het voordeel van de twijfel.

Wordt overmacht bij andere feiten anders beoordeeld?

De maatstaf is bij alle strafbare feiten dezelfde. De ernst van het feit bepaalt wel hoe zwaar de dreiging moet zijn.

Bij diefstal onder dwang toetst de rechter aan dezelfde eisen. De druk van buitenaf moet opwegen tegen het feit dat u pleegde.

Bij zeer ernstige geweldsdelicten, zoals doodslag, ligt de lat nog veel hoger. Hoe ernstiger het feit, hoe meer weerstand van u mag worden verwacht. Ook een ernstige bedreiging leidt dan niet snel tot straffeloosheid.

Bij brandstichting weegt de rechter het gevaar voor anderen zwaar mee. Een feit dat andere mensen in gevaar brengt, is moeilijk te verontschuldigen met druk op uzelf.

Drugstransport richt zich meestal niet direct tegen personen. Dat maakt het in theorie iets makkelijker om de proportionaliteitstoets te halen. De toetsen van subsidiariteit en eigen schuld blijven in de praktijk echter moeilijke hindernissen.

Samengevat

  • Psychische overmacht (artikel 40 Sr) vraagt een van buiten komende drang waaraan u redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet hoefde te bieden.
  • De rechter toetst proportionaliteit, subsidiariteit, uw persoonlijke omstandigheden en eigen schuld.
  • Bij drugskoeriers faalt het verweer meestal op eigen schuld of op een gemiste uitweg, zoals de politie.
  • Het kan wel slagen, zoals in ECLI:NL:GHDHA:2020:715, bij een ernstige en concrete dreiging zonder reële uitweg.
  • Een geslaagd beroep leidt tot ontslag van alle rechtsvervolging, niet tot vrijspraak.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak accepteert de rechter overmacht bij drugskoeriers?

Zelden. Alleen als u aannemelijk maakt dat u door een ernstige, concrete dreiging werd gedwongen en geen reële uitweg had, maakt u kans.

De rechter wil feiten zien: wie dreigde, hoe en wanneer. Vage verhalen over geldzorgen of sociale druk zijn niet genoeg.

De lat ligt bewust hoog. Anders zou het verweer te makkelijk in te zetten zijn door iedere koerier die wordt aangehouden.

Aan welke criteria moet een beroep op overmacht voldoen?

Er moet een van buiten komende drang zijn waaraan u redelijkerwijs geen weerstand kon en ook niet hoefde te bieden. U moet dat aannemelijk maken.

Proportionaliteit is belangrijk. Wat u deed, moet in verhouding staan tot de dreiging die u onderging.

Subsidiariteit betekent dat er geen minder ingrijpende uitweg was. U moet uitleggen waarom bijvoorbeeld de politie geen optie was.

Eigen schuld (culpa in causa) kan het verweer blokkeren. Heeft u zichzelf bewust in de situatie gebracht, dan slaagt het meestal niet.

Zijn er uitspraken waarin overmacht bij een drugskoerier slaagde?

Ja, maar ze zijn schaars. Het gerechtshof Den Haag aanvaardde op 24 maart 2020 psychische overmacht bij een vrouw die bolletjes cocaïne had ingeslikt (ECLI:NL:GHDHA:2020:715).

Zij en haar vriend waren met de dood bedreigd, onder meer met een pistool en een mes. De daders wisten waar zij woonde en hadden gedreigd dat contact met de politie haar het leven zou kosten.

In veel andere zaken ontbreekt zo’n concrete onderbouwing. Dan wijst de rechter het verweer af.

Hoe onderscheidt de rechter een echt beroep op overmacht van een uitvlucht?

De rechter toetst of de verklaring over de dreiging wordt ondersteund door andere feiten, zoals berichten, getuigen of letsel. Vage of algemene verklaringen overtuigen niet.

Ook de tijd telt mee. Had u echt geen gelegenheid om hulp te zoeken? De rechter kijkt daar scherp naar.

De ernst van de dreiging wordt afgewogen tegen het drugstransport. Een lichte dreiging rechtvaardigt geen ernstige smokkel.

Wat u na het feit deed, kan ook meewegen. Een consistente en vroege verklaring over de dwang maakt uw verhaal geloofwaardiger.

Wat is het gevolg als het beroep op overmacht slaagt?

U krijgt geen vrijspraak, maar ontslag van alle rechtsvervolging. Het feit is dan wel bewezen, maar u bent niet strafbaar en krijgt geen straf voor het drugstransport.

Dat geldt alleen voor het feit waarop het verweer ziet. Voor andere tenlastegelegde feiten beoordeelt de rechter afzonderlijk of u strafbaar bent.

Het verweer is persoonlijk. Voor anderen die aan het transport meewerkten, verandert er niets: zij kunnen gewoon worden veroordeeld.

Welke omstandigheden maken een beroep op overmacht sterker?

Concrete, ernstige en acute bedreigingen, vooral met wapens of geweld, wegen het zwaarst. Financiële of sociale druk weegt minder.

Het helpt als u geen crimineel verleden heeft en niet eerder bij drugshandel betrokken was. Eerdere betrokkenheid maakt het verweer zwakker.

Ook bedreiging van kwetsbare familieleden, zoals kinderen, kan meewegen. De dreiging moet dan wel concreet worden onderbouwd.

Steunbewijs maakt het verschil. Denk aan berichten, getuigen, medische stukken over letsel of een aangifte. Hoe meer de verklaring wordt ondersteund, hoe sterker het verweer staat.

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.

Juridische hulp nodig?

Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.

Dit artikel geeft algemene informatie en vervangt geen advies over uw specifieke situatie.