Gepubliceerd op 22 juni 2025 · Laatst bijgewerkt op 5 oktober 2026
Drugsbezit is in Nederland strafbaar, ook in kleine hoeveelheden. De straf hangt af van de lijst waarop het middel staat: voor opzettelijk aanwezig hebben van een lijst I-middel (harddrugs) is het maximum zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie (artikel 10 Opiumwet), voor lijst II-middelen zoals cannabis twee jaar (artikel 11 Opiumwet). De belangrijkste uitzondering zit in het beleid: het Openbaar Ministerie vervolgt in beginsel niet bij ten hoogste vijf gram cannabis voor eigen gebruik. Dat gedoogbeleid maakt bezit niet legaal, maar bepaalt alleen wanneer niet wordt vervolgd.
Inhoudsopgave
Is drugsbezit strafbaar in Nederland?
Ja. De Opiumwet verbiedt het bezit van zowel harddrugs als softdrugs. Het idee dat drugs in Nederland min of meer vrij zijn, berust op een misverstand over wat gedogen betekent.
Artikel 2 van de Opiumwet verbiedt het binnen of buiten Nederland brengen, telen, bereiden, bewerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en aanwezig hebben van middelen van lijst I. Artikel 3 bevat dezelfde verboden voor lijst II. Aanwezig hebben is dus een zelfstandig verbod, naast handel en productie.
De wet zelf kent geen ondergrens. Ook een enkele pil, een bolletje of een gram wiet valt onder het verbod. Wat wel verschilt, is de reactie daarop. De wetgever heeft in de strafbepalingen een lichter regime opgenomen voor kleine hoeveelheden voor eigen gebruik. Daarnaast voert het Openbaar Ministerie een vervolgingsbeleid waarbij bepaalde gevallen niet bij de rechter komen. Dat zijn twee verschillende dingen, die in de praktijk vaak door elkaar worden gehaald.
Voor u betekent dit dat u ook bij een kleine hoeveelheid verdachte kunt zijn. De politie mag u aanhouden, uw telefoon en uw auto onderzoeken en de middelen in beslag nemen. Dat kan ook als de zaak uiteindelijk wordt geseponeerd. De Rijksoverheid vat het beleid samen op haar pagina over drugs. De wettekst zelf vindt u in de Opiumwet.
Wat betekent het gedoogbeleid wel en niet?
Gedogen is geen vrijstelling, maar een keuze om niet te vervolgen. De strafbaarheid blijft bestaan.
Het Openbaar Ministerie vervolgt in beginsel niet bij het bezit van ten hoogste vijf gram cannabis voor eigen gebruik. Hetzelfde geldt voor het houden van ten hoogste vijf hennepplanten. Ook coffeeshops worden gedoogd, mits zij zich aan strikte voorwaarden houden: geen verkoop aan minderjarigen en geen minderjarigen in de zaak, geen harddrugs, geen alcohol, geen reclame en geen overlast. Verder mag een coffeeshop ten hoogste vijf gram per klant per dag verkopen en maximaal vijfhonderd gram als handelsvoorraad hebben.
De verkoop van softdrugs blijft dus strafbaar. De coffeeshop wordt alleen met rust gelaten zolang zij binnen de voorwaarden blijft. Overtreedt zij een van de voorwaarden, dan kan niet alleen vervolging volgen, maar ook sluiting van de zaak. De aanvoerkant is nooit gedoogd. Teelt en levering aan coffeeshops blijven daarom volledig strafbaar. Dat staat bekend als de achterdeurproblematiek.
Voor u als gebruiker is de gedoogde hoeveelheid een beleidsgrens en geen recht. Gaat u daar overheen, al is het met één gram, dan geldt gewoon de strafbepaling. De actuele voorwaarden staan bij de Rijksoverheid onder gedoogbeleid softdrugs en coffeeshops. Een breder overzicht van de regels vindt u in ons artikel over de drugswetgeving in Nederland.
Waarom is het verschil tussen lijst I en lijst II zo belangrijk?
De lijst bepaalt welke strafbepaling geldt en dus hoe hoog de maximale straf is. Lijst I-middelen worden zwaarder bestraft dan lijst II-middelen.
De Opiumwet werkt met twee bijlagen. Lijst I bevat de middelen met een onaanvaardbaar risico voor de volksgezondheid, in de volksmond harddrugs. Daaronder vallen onder meer heroïne, cocaïne, LSD en fentanyl en zijn varianten. Lijst II bevat de overige middelen, waaronder de cannabisproducten hennep en hasjiesj. De lijst bepaalt niet alleen de strafbepaling. In de praktijk beïnvloedt zij ook de prioriteit bij de opsporing en de opstelling van de officier van justitie.
De lijsten liggen niet vast. Nieuwe stoffen worden er bij algemene maatregel van bestuur aan toegevoegd. Dat speelt vooral bij designerdrugs die chemisch net buiten een bestaande omschrijving vallen. Een middel dat vorig jaar niet onder de wet viel, kan dit jaar dus wel strafbaar zijn. Wie handelt in stoffen in dat grijze gebied, kan zich niet beroepen op onbekendheid met een recente wijziging.
Ga er ook niet van uit dat de indeling samenvalt met hoe schadelijk u een middel zelf vindt. De indeling is juridisch en berust op de risicoafweging van de wetgever. Voor de strafmaat telt alleen de lijst, niet uw eigen inschatting van het middel.
Welke straf staat op bezit van harddrugs?
Op opzettelijk bezit van een lijst I-middel staat ten hoogste zes jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Gaat het om een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik, dan is het maximum één jaar.
Artikel 10 van de Opiumwet bevat de strafbepalingen voor lijst I. Voor opzettelijk aanwezig hebben geldt volgens het derde lid een maximum van zes jaar of een geldboete van de vijfde categorie. Gaat het om bereiden, bewerken, verkopen, afleveren, verstrekken of vervoeren, dan is het maximum acht jaar. Voor het binnen of buiten Nederland brengen, dus in- en uitvoer, geldt het hoogste maximum: twaalf jaar. Wie zonder opzet in strijd met artikel 2 handelt, riskeert ten hoogste zes maanden hechtenis of een geldboete van de vierde categorie.
Daar staat een belangrijke verzachting tegenover. Volgens het zesde lid van artikel 10 geldt bij een geringe hoeveelheid die bestemd is voor eigen gebruik een maximum van één jaar gevangenisstraf of een geldboete van de derde categorie. Daarom leidt een gebruikershoeveelheid cocaïne of xtc in de praktijk zelden tot een forse gevangenisstraf. Het blijft wel een misdrijf, met alle gevolgen van dien voor uw strafblad.
Bij grotere partijen loopt de straf snel op. De richtlijnen van het Openbaar Ministerie werken met categorieën naar hoeveelheid. Overschrijdt de aangetroffen hoeveelheid de gebruikersgrens ruim, dan verschuift de verdenking van bezit naar handel. Dan geldt niet meer de mildste vorm van artikel 10, maar het zwaardere regime voor verkoop en aflevering.
Welke straf staat op bezit van softdrugs?
Op opzettelijk bezit van een lijst II-middel staat ten hoogste twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie. Voor ten hoogste dertig gram hennep of hasjiesj geldt een veel lichter regime.
Artikel 11 van de Opiumwet regelt lijst II. Volgens het eerste lid is handelen in strijd met artikel 3 zonder opzet een overtreding. Daarop staat ten hoogste een maand hechtenis of een geldboete van de tweede categorie. Wie opzettelijk de verboden op onder meer bereiden, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren of aanwezig hebben overtreedt, riskeert volgens het tweede lid ten hoogste twee jaar gevangenisstraf of een geldboete van de vijfde categorie.
Twee bijzondere regels verdienen aandacht. Het derde lid verhoogt het maximum tot zes jaar wanneer iemand in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk teelt, bereidt, verkoopt of aflevert. Onder die bepaling valt de professionele hennepkwekerij. Of er sprake is van beroeps- of bedrijfsmatig handelen, leidt de rechter af uit de omstandigheden, zoals professionele apparatuur, een groot aantal planten of een illegale aftakking van de elektriciteit. Het vierde lid stelt op de in- en uitvoer van lijst II-middelen een maximum van vier jaar.
Voor kleine hoeveelheden cannabis geldt een aparte, lichtere regeling. Volgens het zesde lid van artikel 11 is het tweede lid niet van toepassing op ten hoogste dertig gram hennep of hasjiesj. Omgekeerd geldt volgens het vijfde lid een hoger maximum van zes jaar wanneer het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid. Wat een grote hoeveelheid is, is in lagere regelgeving uitgewerkt. Op voorbereidingshandelingen voor de beroepsmatige teelt, zoals het leveren van apparatuur of stekken aan een kweker, staat volgens artikel 11a ten hoogste drie jaar.
Wanneer wordt bezit als handel gezien?
De wet geeft geen definitie. De rechter leidt uit de omstandigheden af of de middelen bestemd waren voor verkoop.
Dit is in de praktijk vaak de belangrijkste vraag. Het verschil tussen bezit voor eigen gebruik en handel bepaalt of u te maken krijgt met een geldboete of met een gevangenisstraf. De rechter kijkt daarom naar de omstandigheden waaronder de middelen zijn gevonden.
Aanwijzingen voor handel zijn onder meer: een hoeveelheid boven het gebruikersniveau, verdeling in gebruikershoeveelheden in aparte verpakkingen, een weegschaal, seal- of gripzakjes, veel contant geld in kleine coupures, meerdere telefoons en berichten op de telefoon die op bestellingen wijzen. Ook een versneden partij wijst eerder op verspreiding dan op eigen gebruik. Geen van die factoren is op zichzelf beslissend, maar samen versterken ze elkaar.
Omgekeerd kan de verdediging aannemelijk maken dat het om eigen gebruik ging. Denk aan een hoeveelheid die past bij een gebruikspatroon, het ontbreken van attributen, een gedocumenteerde verslavingsgeschiedenis of een lopende behandeling. Zit u in die situatie, onderbouw dat gebruikspatroon dan met stukken en vertrouw niet alleen op uw verklaring. Speelt er een grensoverschrijdend element, bijvoorbeeld een transport dat in Nederland begint of eindigt? Lees dan ons artikel over internationale drugszaken en de Nederlandse rechtsmacht.
Wat weegt de rechter mee bij de strafmaat?
Binnen het wettelijke maximum heeft de rechter veel ruimte. Hij bepaalt de straf aan de hand van de omstandigheden van de zaak en van uw persoon.
Zwaarder wegen recidive, zeker als een eerdere veroordeling voor een vergelijkbaar feit kort geleden is. Ook de plaats telt mee: in de omgeving van scholen, jeugdinstellingen en uitgaansgebieden wordt strenger geoordeeld. Verder weegt een professionele opzet zwaar, blijkend uit apparatuur, administratie of samenwerking met anderen. Betrokkenheid van minderjarigen en gebruik van geweld of wapens maken de zaak aanzienlijk ernstiger.
Verzachtend werken een blanco strafblad, een aannemelijke achtergrond als gebruiker met een lopende behandeling, een ondergeschikte rol in een groter geheel en een open houding waaruit blijkt dat u verantwoordelijkheid neemt. Ook een lange duur van de zaak kan tot strafvermindering leiden. Een verdachte heeft namelijk recht op berechting binnen een redelijke termijn.
Naast gevangenisstraf en geldboete kan de rechter een taakstraf opleggen of een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, zoals een behandelverplichting of een contactverbod. In een aparte procedure kan het wederrechtelijk verkregen voordeel worden ontnomen. De aangetroffen middelen worden verbeurd verklaard of onttrokken aan het verkeer (artikel 13a Opiumwet). Bij ernstige feiten kan de rechter op grond van hetzelfde artikel ook ontzetting uit bepaalde rechten opleggen, waaronder de uitoefening van een beroep.
Voor de onderlinge afstemming werken rechtbanken en gerechtshoven met de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Die oriëntatiepunten zijn geen wet en binden de rechter niet. Ze geven wel aan wat in vergelijkbare zaken gebruikelijk is. Wijkt een uitspraak daar sterk van af, dan moet de rechter dat beter motiveren. Voor de verdediging zijn ze een bruikbaar ijkpunt: u weet ongeveer waar het gesprek over de strafmaat begint en welke omstandigheden u moet aanvoeren om daaronder uit te komen.
Kunt u strafbaar zijn zonder dat er drugs zijn gevonden?
Ja. De Opiumwet stelt ook voorbereidingshandelingen strafbaar. U kunt dus verdachte zijn zonder ooit drugs in handen te hebben gehad.
Naast artikel 11a, dat de voorbereiding van beroepsmatige hennepteelt strafbaar stelt, kent de wet in artikel 10a een vergelijkbare bepaling voor lijst I. Strafbaar is dan het verrichten van handelingen om de zware Opiumwetdelicten voor te bereiden of te bevorderen. Denk aan een ander proberen over te halen om mee te doen, gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen, of voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen en geld voorhanden hebben waarvan u weet dat zij daarvoor bestemd zijn.
Dat heeft een praktische keerzijde. Wie een loods verhuurt, een bestelbus uitleent, apparatuur of stekken levert of alleen een pakket in ontvangst neemt, kan verdachte worden. De discussie gaat dan niet over bezit, maar over wetenschap: wist u waarvoor het bestemd was, of had u dat redelijkerwijs moeten begrijpen? Juist in die zaken is het bewijs vaak indirect. Hoe u in het eerste verhoor over uw rol verklaart, is dan bepalend voor de rest van de procedure.
Hoe verloopt de procedure van aanhouding tot uitspraak?
Meestal begint het met een staandehouding of aanhouding en de inbeslagname van de middelen. Daarna volgt een verhoor op het politiebureau.
Vanaf het moment dat u als verdachte wordt aangemerkt, heeft u zwijgrecht. U bent niet verplicht te antwoorden, en de politie moet u daar vooraf op wijzen. Daarnaast heeft u recht op bijstand van een advocaat, zowel vóór het eerste verhoor als tijdens de verhoren zelf.
Van dat recht gebruikmaken is bijna altijd verstandig, ook als u vindt dat u niets te verbergen heeft. In het eerste verhoor liggen de feiten nog niet vast. Een terloopse opmerking over hoeveel u gebruikt, van wie u kocht of voor wie de tas was, komt letterlijk in het dossier terecht. Die kunt u later niet meer ongedaan maken. Wat u van zo’n verhoor kunt verwachten, leest u in ons artikel over een uitnodiging voor een politieverhoor.
Na het verhoor wordt u meestal heengezonden en gaat het dossier naar het Openbaar Ministerie. Bij een ernstiger verdenking kunt u in verzekering worden gesteld. De rechter-commissaris toetst dan of de vrijheidsbeneming rechtmatig is, en de officier van justitie kan zo nodig bewaring vorderen. Komt het tot een zitting, dan behandelt de politierechter de eenvoudiger zaken en de meervoudige kamer de zwaardere. Tegen het vonnis kunt u hoger beroep instellen bij het gerechtshof.
Welke beslissing kan het Openbaar Ministerie nemen?
De officier van justitie kan de zaak seponeren, voorwaardelijk seponeren, zelf een strafbeschikking opleggen of u dagvaarden. Welke route volgt, hangt af van het bewijs, de hoeveelheid en uw verleden.
De officier beoordeelt eerst of er genoeg bewijs is en of vervolging opportuun is. Bij een sepot komt de zaak niet bij de rechter. Dat kan technisch zijn, omdat het bewijs tekortschiet, of beleidsmatig, bijvoorbeeld omdat het om een gebruikershoeveelheid gaat en verdere vervolging niet in verhouding staat. Ook een voorwaardelijk sepot is mogelijk. U moet zich dan gedurende een proeftijd aan voorwaarden houden.
Het Openbaar Ministerie kan ook zelf een straf opleggen met een strafbeschikking, bijvoorbeeld een geldboete of een taakstraf, zonder tussenkomst van een rechter. Dat gaat sneller, maar let op: een strafbeschikking is een daad van vervolging en komt op uw justitiële documentatie. Betaalt u de boete zonder na te denken, dan aanvaardt u die registratie. Wilt u dat niet, dan moet u binnen de gestelde termijn verzet doen. De zaak komt dan alsnog bij de rechter. Het verschil tussen de routes leggen wij uit in ons artikel over de OM-zitting en de strafbeschikking.
De vierde mogelijkheid is een dagvaarding: de zaak gaat naar de rechter. Dat gebeurt bij grotere hoeveelheden, bij recidive, bij een verdenking van handel en wanneer het Openbaar Ministerie een zwaardere straf passend vindt dan het met een strafbeschikking kan opleggen.
Waar kan een drugszaak op stuklopen?
Vaak op de manier waarop de middelen zijn gevonden. Daarnaast draait het om de vraag of u van de drugs wist en of ze voor eigen gebruik waren.
Voor het doorzoeken van een woning, fouillering en onderzoek aan een voertuig gelden wettelijke voorwaarden, en die moet de politie strikt naleven. Was er op het moment van de controle een redelijk vermoeden van schuld, of is dat achteraf ingevuld? Was de doorzoeking gedekt door een machtiging? Is de keten van inbeslagname tot laboratoriumonderzoek sluitend vastgelegd? Blijkt er een vormfout, dan kan de rechter het bewijs uitsluiten of de straf verminderen. Dat hangt af van de ernst van het verzuim en het nadeel dat u daardoor heeft geleden.
Inhoudelijk gaat het meestal om twee vragen. De eerste is of u wist dat de middelen er waren. Aanwezig hebben veronderstelt namelijk een zekere beschikkingsmacht en wetenschap. Wie een tas van een ander vervoerde zonder de inhoud te kennen, voert een reëel verweer, al zal de rechter kritisch kijken of dat aannemelijk is. De tweede vraag is of het om eigen gebruik ging. Dat bepaalt rechtstreeks welke strafbepaling van toepassing is.
Rechtsbijstand in strafzaken hangt niet af van uw vermogen. Wordt u in verzekering gesteld, dan krijgt u ambtshalve een advocaat toegewezen. In andere gevallen kunt u bij de Raad voor Rechtsbijstand een toevoeging aanvragen. U betaalt dan afhankelijk van uw inkomen een eigen bijdrage. Gesubsidieerde rechtsbijstand is dus niet hetzelfde als kosteloze rechtsbijstand. Welke variant voor u geldt, hangt af van de fase van de zaak en uw situatie. Wanneer bijstand echt nodig is, bespreken wij in ons artikel over de strafrechtadvocaat.
Welke gevolgen kan een drugszaak hebben voor uw woning en rijbewijs?
De burgemeester kan een woning of lokaal sluiten, los van de strafzaak. Bij rijden onder invloed volgt daarnaast vaak een traject bij het CBR.
Naast het strafrecht loopt een tweede spoor dat vaak wordt onderschat. Volgens artikel 13b van de Opiumwet mag de burgemeester een last onder bestuursdwang opleggen wanneer in een woning, een lokaal of het bijbehorende erf een middel van lijst I of lijst II wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt, of daarvoor aanwezig is. In de praktijk betekent dat sluiting van het pand, ook als het een huurwoning is. Verhuurders ontbinden na zo’n sluiting vaak de huurovereenkomst, met ontruiming als gevolg.
Deze bevoegdheid staat los van de strafzaak. Er is geen veroordeling voor nodig en zelfs geen vervolging. Het is voldoende dat de burgemeester aannemelijk vindt dat het pand voor drugsverkoop werd gebruikt. Krijgt u zo’n besluit, dan kunt u bezwaar maken bij de gemeente en daarna in beroep gaan bij de bestuursrechter. Zolang die procedure loopt, kunt u de rechter om een voorlopige voorziening vragen. De termijnen zijn kort, dus wacht niet af.
Een drugszaak kan ook gevolgen hebben voor uw rijbewijs. Wordt u betrapt op rijden onder invloed van drugs, dan volgt naast de strafzaak een melding aan het CBR. Het CBR kan een onderzoek naar uw rijgeschiktheid opleggen. Dat onderzoek staat los van de straf van de rechter, en u betaalt de kosten zelf.
Wat zijn de gevolgen op langere termijn voor uw strafblad en VOG?
Een veroordeling en een strafbeschikking komen allebei op uw justitiële documentatie. Dat kan later een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) in de weg staan.
U merkt dat vooral wanneer u een VOG nodig heeft. Justis beoordeelt bij een aanvraag of de geregistreerde feiten, als zij zouden worden herhaald, een risico vormen voor de functie waarvoor u de verklaring aanvraagt. Justis kijkt daarbij terug over een periode die per screeningsprofiel verschilt, en ernstige feiten wegen langer mee dan lichte.
De uitkomst hangt dus af van de functie. Een drugsdelict staat een baan in de horeca niet per se in de weg. Dezelfde registratie kan bij een functie in de zorg, het onderwijs, de beveiliging of de financiële sector wel tot weigering leiden. Wil Justis de VOG weigeren, dan ontvangt u eerst een voornemen daartoe. U kunt daarop reageren met informatie over uw persoonlijke omstandigheden en over wat u sindsdien heeft gedaan. Hoe dat werkt, leest u in ons artikel over een strafblad bij werk en sollicitatie.
Daarnaast kunnen er gevolgen zijn voor reizen, omdat sommige landen bij een visumaanvraag naar strafrechtelijke antecedenten vragen. Ook bij verzekeringen kan het meespelen, omdat u bij het afsluiten van een verzekering een mededelingsplicht heeft. Over de weg terug na een veroordeling, en waarom die juridisch lastiger is dan vaak wordt gedacht, schreven wij een apart artikel over recidive en rehabilitatie.
Samengevat
- Bezit van drugs is altijd strafbaar. Gedogen betekent alleen dat het Openbaar Ministerie in bepaalde gevallen niet vervolgt, bijvoorbeeld bij ten hoogste vijf gram cannabis of vijf hennepplanten.
- Op opzettelijk bezit van harddrugs staat maximaal zes jaar (artikel 10 Opiumwet), bij een geringe hoeveelheid voor eigen gebruik maximaal één jaar. Voor softdrugs is het maximum twee jaar (artikel 11 Opiumwet).
- Het verschil tussen eigen gebruik en handel bepaalt de strafmaat. De rechter leidt dat af uit de hoeveelheid, verpakking, geld, telefoons en berichten.
- Los van de strafzaak kan de burgemeester uw woning sluiten (artikel 13b Opiumwet) en kan het CBR uw rijgeschiktheid onderzoeken.
- De straf hangt af van de lijst, de hoeveelheid, opzet, uw verleden en de omstandigheden. Overleg vóór het eerste verhoor met een advocaat, onderteken niets zonder te weten wat het betekent en bewaak bij een strafbeschikking de verzetstermijn.
Veelgestelde vragen
Hoeveel drugs mag ik bij me hebben zonder straf?
Wettelijk is geen enkele hoeveelheid toegestaan. Wel vervolgt het Openbaar Ministerie in beginsel niet bij ten hoogste vijf gram cannabis voor eigen gebruik en bij ten hoogste vijf hennepplanten. Dat is beleid en geen recht: de politie mag de middelen in beslag nemen en u blijft formeel verdachte. Voor harddrugs bestaat geen vergelijkbare gedoogruimte. Een gebruikershoeveelheid leidt in de praktijk wel vaak tot een lichtere afdoening, omdat het zesde lid van artikel 10 van de Opiumwet dan een lager maximum geeft.
Krijg ik een strafblad na een drugsdelict?
Bij een veroordeling wel, en ook bij een strafbeschikking, omdat dat een daad van vervolging is die wordt geregistreerd. Een sepot wordt ook geregistreerd, maar telt bij de beoordeling van een VOG-aanvraag anders mee dan een veroordeling. Onderteken of betaal daarom nooit iets zonder te weten wat het betekent voor uw justitiële documentatie.
Moet ik antwoorden op vragen van de politie?
Nee. Als verdachte heeft u zwijgrecht, en de politie moet u daar vóór het verhoor op wijzen. U moet wel uw identiteitsbewijs tonen als daarom wordt gevraagd. Zwijgen mag niet als bewijs tegen u worden gebruikt. Overleg wel eerst met een advocaat wat in uw zaak de beste lijn is, want soms helpt een consistente verklaring juist.
Wat gebeurt er met mijn woning als er drugs worden gevonden?
De burgemeester kan het pand sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet als aannemelijk is dat er drugs werden verkocht, afgeleverd of verstrekt of daarvoor aanwezig waren. Die bevoegdheid staat los van de strafzaak en vereist geen veroordeling. Verhuurders ontbinden na zo’n sluiting vaak de huurovereenkomst. Tegen het sluitingsbesluit kunt u bezwaar maken en in beroep gaan, en u kunt een voorlopige voorziening vragen.
Wanneer wordt bezit gezien als handel?
Wanneer de omstandigheden op verkoop wijzen. De hoeveelheid is het vertrekpunt, maar de rechter kijkt vooral naar de combinatie met verpakkingsmateriaal, een weegschaal, contant geld in kleine coupures, meerdere telefoons en berichten die op bestellingen wijzen. Voor handel geldt een zwaarder strafregime dan voor bezit: maximaal acht jaar bij lijst I en maximaal zes jaar bij beroeps- of bedrijfsmatige teelt of verkoop van lijst II-middelen.
Kan een drugsveroordeling mijn verblijfsvergunning raken?
Ja, dat kan. Een veroordeling kan gevolgen hebben voor de verlenging van een verblijfsvergunning en voor een verzoek om naturalisatie. Daarbij worden onder meer de zwaarte van de straf en de duur van uw verblijf tegen elkaar afgewogen. Heeft u niet de Nederlandse nationaliteit? Laat dan eerst beoordelen wat de voorgestelde afdoening betekent voor uw verblijfsrecht, voordat u met een strafbeschikking instemt.
Heeft u een brief, dagvaarding of vonnis ontvangen? Stuur de stukken aan ons toe. Wij controleren welke termijnen lopen en wat uw mogelijkheden zijn.