Co-ouderschap: zorgverdeling, ouderschapsplan en geld

Twee ouders vullen samen een kalender in aan de keukentafel

Gepubliceerd op 7 oktober 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Co-ouderschap is de afspraak dat beide ouders na een scheiding de dagelijkse zorg voor hun kind ongeveer gelijk verdelen. De term staat niet in de wet. Wat wel in de wet staat, is dat een kind recht houdt op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders (artikel 1:247 BW) en dat u de afspraken vastlegt in een ouderschapsplan (artikel 1:247a BW).

Twee ouders maken aan de keukentafel afspraken over co-ouderschap terwijl hun kind speelt

Wat is co-ouderschap juridisch gezien?

Co-ouderschap is geen juridische figuur maar een praktijkterm. U zult het woord niet aantreffen in het Burgerlijk Wetboek en de rechter zal het in een beschikking zelden gebruiken. Wat de rechter wel vaststelt, is de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en de hoofdverblijfplaats van het kind. Of u die verdeling co-ouderschap noemt, is juridisch niet beslissend; wat telt, is wat er feitelijk is afgesproken en vastgelegd.

Dat verklaart meteen de meeste misverstanden rond dit onderwerp. Omdat er geen wettelijke definitie is, is er ook geen voorgeschreven verhouding. In de praktijk noemen ouders alles tussen ongeveer een gelijke verdeling en een verdeling van twee derde tegenover een derde co-ouderschap. Voor de fiscus en voor de toeslagen gelden vervolgens weer eigen criteria, die strenger kunnen zijn dan wat u onderling co-ouderschap noemt.

Co-ouderschap valt bovendien niet samen met ouderlijk gezag. Gezag is de juridische bevoegdheid om beslissingen over het kind te nemen en blijft na een scheiding in de regel bij beide ouders. Co-ouderschap gaat over de feitelijke verdeling van de zorg. U kunt gezamenlijk gezag hebben zonder co-ouderschap, bijvoorbeeld als de ouders ver uit elkaar wonen. Wanneer gezamenlijk gezag juist niet houdbaar is, leest u in onze uitleg over ouderlijk gezag na scheiding en eenhoofdig gezag.

Welke wettelijke regels gelden er dan wel?

Vier bepalingen vormen samen het kader. Artikel 1:247 BW omschrijft het ouderlijk gezag als de plicht en het recht om het kind te verzorgen en op te voeden, en bepaalt dat het kind na de scheiding recht houdt op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Dat is een recht van het kind, geen recht van de ouder op een bepaald aantal dagen.

Artikel 1:247a BW verplicht ouders met gezamenlijk gezag die hun samenleving beëindigen tot een ouderschapsplan, ook als zij nooit gehuwd zijn geweest. Bij een echtscheiding volgt dezelfde verplichting uit artikel 815 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: het verzoekschrift moet het ouderschapsplan bevatten, anders verklaart de rechter u in beginsel niet-ontvankelijk.

Artikel 1:253a BW geeft de weg naar de rechter als ouders met gezamenlijk gezag er samen niet uitkomen. Die bepaling dekt niet alleen de zorgregeling, maar ook de hoofdverblijfplaats, vervangende toestemming voor een verhuizing en voor een paspoort. Tot slot regelt titel 15 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek de omgang en de informatie: artikel 1:377a BW geeft het recht op omgang en artikel 1:377b BW verplicht de ouder met het gezag om de andere ouder op de hoogte te houden van belangrijke zaken rond het kind.

Welke zorgverdelingen komen in de praktijk voor?

De bekendste vorm is week op, week af: het kind is de ene week bij de ene ouder en de volgende week bij de andere. Die verdeling is overzichtelijk en sluit aan bij het schoolritme, maar betekent voor jonge kinderen een lange periode zonder de andere ouder. Daarom kiezen ouders van jonge kinderen vaker voor een kortere cyclus, waarbij het kind om de twee of drie nachten wisselt, of voor een vaste combinatie van doordeweekse dagen met een wisselend weekend.

Bij oudere kinderen speelt iets anders. Tieners hebben een eigen agenda en willen niet dat sport, bijbaan of vriendengroep om het rooster van hun ouders draait. Vanaf twaalf jaar hoort de rechter het kind ook zelf; die mening weegt mee, al is zij niet beslissend. Een regeling die op papier eerlijk is maar het sociale leven van een puber doorsnijdt, houdt zelden stand.

Een variant die u tegenkomt is birdnesting: het kind blijft in de gezinswoning en de ouders wisselen elkaar daar af. Het voordeel is duidelijk, maar het vergt drie woonplekken en dus geld, en het werkt alleen als de financiële afwikkeling van de woning al geregeld is. In de praktijk is het vooral een overbrugging voor de eerste maanden. Werkt u onregelmatig, dan vraagt de planning extra aandacht; daarover schreven wij apart over co-ouderschap met onregelmatige diensten.

Bepalend is uiteindelijk niet het schema maar de afstand. Ligt er meer dan een halfuur reizen tussen de huizen, dan wordt elke wisseling een logistieke operatie en komt de school of de sportclub onder druk te staan. Rechters wegen die afstand zwaar mee wanneer ouders het niet eens worden.

Waar staat het kind ingeschreven en waarom is dat belangrijk?

Een kind staat in de basisregistratie personen op één adres, ook bij een volstrekt gelijke verdeling van de zorg. Die inschrijving is niet louter administratief. Zij werkt door in de kinderbijslag, in het kindgebonden budget, in gemeentelijke regelingen en in de vraag wie als hoofdverzorger geldt. De hoofdverblijfplaats die de rechter vaststelt, valt in de regel samen met dat adres.

Maak daar een bewuste keuze in en leg in het ouderschapsplan vast dat u die keuze samen hebt gemaakt en op welke grond. Dat voorkomt dat de ene ouder later stelt dat de ander zich een positie heeft toegeëigend. Leg meteen vast hoe de financiële voordelen die aan de inschrijving hangen, tussen u worden verdeeld of verrekend.

Wat moet er in het ouderschapsplan staan?

De wet schrijft een minimum voor. In het ouderschapsplan legt u in elk geval vast:

  • hoe u de zorg- en opvoedingstaken verdeelt, inclusief vakanties en feestdagen;
  • waar het kind zijn hoofdverblijfplaats heeft;
  • hoe u elkaar informeert en raadpleegt over belangrijke aangelegenheden, zoals school en gezondheid;
  • welke kosten van verzorging en opvoeding u draagt en hoe u die verdeelt;
  • op welke wijze de kinderen bij het opstellen van het plan zijn betrokken.

Dat is het wettelijke minimum, niet het verstandige maximum. Neem ook op hoe u omgaat met een wisseling die niet doorgaat, met ziekte, met een nieuwe partner, met de aanschaf van een telefoon en met de vraag wie het kind bij de huisarts inschrijft. Hoe concreter het plan, hoe minder er te discussiëren valt. Wie op dit punt vastloopt, heeft meestal meer aan begeleiding dan aan een procedure; onze uitleg over de weg van ruzie naar een werkbaar ouderschapsplan beschrijft hoe u dat aanpakt.

Een ouderschapsplan is geen eeuwig document. Kinderen worden ouder, ouders verhuizen en banen veranderen. Neem daarom een evaluatiemoment op, bijvoorbeeld elke twee jaar of bij de overgang naar het voortgezet onderwijs. Loopt de bestaande regeling al langer niet meer, lees dan hoe u het ouderschapsplan jaren later aanpast.

Ouder en kinderen doen samen een activiteit in de woonkamer tijdens een zorgweek bij co-ouderschap

Hoe zit het met kinderalimentatie bij co-ouderschap?

Hier leeft de hardnekkigste misvatting: dat bij een gelijke verdeling geen kinderalimentatie verschuldigd is. Dat klopt niet. Beide ouders dragen bij naar draagkracht. Verdient de een aanzienlijk meer dan de ander, dan betaalt die meer, ook als de kinderen even vaak bij ieder van beiden zijn. De zorgverdeling telt wel mee, namelijk via de zorgkorting op de berekende bijdrage, maar zij heft de onderhoudsplicht niet op.

De berekening volgt in de praktijk de normen die de expertgroep alimentatienormen van de Rechtspraak jaarlijks publiceert. Vertrekpunt is de behoefte van het kind, afgeleid uit het gezinsinkomen van vóór de scheiding, waarna die behoefte over de ouders wordt verdeeld naar draagkracht. Pas daarna wordt de zorgkorting toegepast. De rekenwijze is voor kinderalimentatie bij een gelijke zorgverdeling uitgewerkt in ons artikel over kinderalimentatie en co-ouderschap.

De onderhoudsplicht loopt door tot het kind 21 jaar wordt (artikel 1:395a BW). Vanaf 18 jaar betaalt u rechtstreeks aan het kind, tenzij daarover iets anders is afgesproken. Een gezamenlijke kinderrekening waarop beide ouders maandelijks storten, maakt de gedeelde kosten inzichtelijk, maar vervangt de wettelijke onderhoudsplicht niet: wie stopt met storten, kan gewoon tot betaling worden aangesproken.

Kinderbijslag, kindgebonden budget en toeslagen

De kinderbijslag gaat naar de ouder bij wie het kind staat ingeschreven. U kunt afspreken dat die ouder de helft doorbetaalt, of dat het bedrag wordt verrekend met de kosten die ieder draagt. Zet die afspraak in het ouderschapsplan, want zonder vastlegging is het bij de eerste onenigheid een discussiepunt.

Voor het kindgebonden budget geldt in de regel dat maar één ouder het kan ontvangen; ouders verrekenen dat onderling. Voor de kinderopvangtoeslag kunnen co-ouders wel ieder voor hun eigen deel aanspraak maken. De Belastingdienst beoordeelt dat aan de hand van eigen criteria voor co-ouderschap, en die criteria staan los van wat u in het ouderschapsplan hebt genoemd. Laat u hierover door een fiscalist informeren voordat u de regeling definitief maakt: de verdeling die fiscaal het gunstigst uitpakt, is niet altijd de verdeling die u voor ogen had.

Verhuizen, vakantie en andere beslissingen die u samen neemt

Met gezamenlijk gezag neemt u belangrijke beslissingen samen: schoolkeuze, medische ingrepen, een paspoortaanvraag en een verhuizing. Wilt u met het kind verhuizen en weigert de andere ouder toestemming, dan is er maar één route: vervangende toestemming vragen aan de rechter op grond van artikel 1:253a BW. Verhuis niet eerst en vraag daarna toestemming; die volgorde werkt bijna altijd tegen u. Wat wel en niet mag tijdens de scheiding zelf, staat in onze uitleg over verhuizen tijdens een echtscheiding.

Voor een vakantie naar het buitenland geldt hetzelfde uitgangspunt: met gezamenlijk gezag hebt u toestemming van de andere ouder nodig. Neem in het ouderschapsplan op hoe u vakanties verdeelt en binnen welke termijn u elkaar de data doorgeeft, dan hoeft u die toestemming niet elk jaar opnieuw te bevechten. Voor de dagelijkse gang van zaken geldt het omgekeerde: wie het kind op dat moment verzorgt, beslist over bedtijd, eten en huiswerk. Probeer niet de opvoeding in het huis van de ander te regisseren; dat is de snelste weg naar een conflict.

Wat als de ander zich niet aan de afspraken houdt?

Begin met vastleggen. Noteer per keer welke afspraak niet is nagekomen, met datum en met de reactie die u kreeg. Zonder dat overzicht staat u bij de rechter met een verhaal in plaats van met bewijs. Blijft het misgaan, dan kunt u nakoming van de zorgregeling vragen. De rechter kan de regeling verduidelijken of aanpassen, een dwangsom verbinden aan de nakoming en in het uiterste geval het gezag of de hoofdverblijfplaats wijzigen; bij een gezagswijziging geldt het klemcriterium van artikel 1:253n BW.

Wacht niet te lang. Een situatie die maanden ongewijzigd voortduurt, wordt door de rechter al snel als de bestaande situatie beschouwd, en die weegt zwaar. Gaat het om een regeling die feitelijk niet meer past, kies dan de route van de omgangsregeling laten aanpassen in plaats van eigenmachtig af te wijken. Blijft alimentatie uit, dan kunt u de inning overdragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen.

Wanneer werkt co-ouderschap niet?

Co-ouderschap veronderstelt dat u zakelijk met elkaar kunt overleggen. Bij structurele conflicten, bij een groot verschil in opvoedingsstijl waar het kind last van heeft, of bij huiselijk geweld is een gelijke verdeling zelden in het belang van het kind. Ook een grote reisafstand, sterk wisselende werktijden zonder opvangnet of een kind met een intensieve zorgbehoefte kunnen doorslaggevend zijn.

Dat betekent niet dat het alles of niets is. Tussen intensieve samenwerking en een strakke omgangsregeling zit parallel ouderschap: u beperkt het onderlinge contact tot het hoognodige, communiceert schriftelijk en houdt de afspraken zo concreet dat overleg nauwelijks nodig is. Voor veel ouders is dat een werkbaarder tussenvorm dan een regeling die wekelijkse afstemming vergt. Loopt het overleg vast maar wilt u de rechter vermijden, dan is mediation bij een scheiding vaak de snelste weg naar een regeling die wel houdt.

Een bijzondere categorie vormt de situatie waarin het kind zelf niet meer naar de andere ouder wil. De rechter onderzoekt dan of die weigering voortkomt uit het kind zelf of uit loyaliteit aan de verzorgende ouder. Blijkt het laatste, dan verwacht hij van die ouder een actieve inspanning om het contact te herstellen; passief toekijken wordt hem aangerekend. De rechter kan de Raad voor de Kinderbescherming om onderzoek vragen of een begeleide omgangsregeling opleggen, waarbij de eerste contacten onder toezicht van een hulpverlener plaatsvinden. Ook een tijdelijke opschorting van de reguliere regeling ten gunste van een opbouwschema komt voor. Wie in deze fase zit, doet er verstandig aan het contact schriftelijk te blijven aanbieden en die pogingen te bewaren, omdat de rechter daar in een latere procedure naar vraagt.

Veelgestelde vragen

Heeft een vader recht op co-ouderschap?

Er bestaat geen recht op een bepaalde verdeling. Het kind heeft recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders. Komt u er samen niet uit, dan stelt de rechter op grond van artikel 1:253a BW een verdeling vast, waarbij hij kijkt naar het belang van het kind, de afstand tussen de woningen, de werktijden en de zorgverdeling van vóór de scheiding.

Wat is het verschil tussen een omgangsregeling en co-ouderschap?

Bij een omgangsregeling van artikel 1:377a BW woont het kind bij de ene ouder en ziet het de andere volgens een afspraak. Bij co-ouderschap woont het kind afwisselend bij beiden en dragen beiden de dagelijkse zorg. Juridisch loopt het onderscheid vloeiend; praktisch en financieel is het verschil groot.

Kan het kind op twee adressen worden ingeschreven?

Nee. De basisregistratie personen kent één woonadres per persoon. Ouders spreken daarom af op welk adres het kind staat ingeschreven en hoe zij de gevolgen daarvan verrekenen.

Moet het ouderschapsplan door de rechter worden goedgekeurd?

Bij een echtscheiding wordt het plan met het verzoekschrift meegestuurd en beoordeelt de rechter of het compleet is. Zijn ouders nooit gehuwd geweest, dan is een gang naar de rechter niet nodig, maar kan het plan wel worden vastgelegd zodat het afdwingbaar is.

Mag mijn kind zelf kiezen bij wie het woont?

Kiezen mag het niet, gehoord worden wel. Vanaf twaalf jaar hoort de rechter het kind in zaken over gezag, hoofdverblijfplaats en zorgregeling. Ook jongere kinderen kunnen worden gehoord als de rechter dat aangewezen acht.

Vervalt de kinderalimentatie als het kind evenveel bij beide ouders is?

Nee. De bijdrage wordt berekend naar draagkracht, waarna de zorgkorting wordt toegepast. Bij een groot inkomensverschil blijft er ook bij een gelijke verdeling een bijdrage over.

Advies over co-ouderschap

De meeste conflicten over co-ouderschap ontstaan niet bij het opstellen van de regeling, maar één of twee jaar later, wanneer de omstandigheden zijn veranderd en het plan dat niet is. Een ouderschapsplan dat concreet is over hoofdverblijfplaats, kosten, informatie-uitwisseling en evaluatie voorkomt het grootste deel daarvan. Wilt u een regeling laten opstellen, een bestaande regeling laten herzien of nakoming afdwingen, dan beoordelen de familierechtadvocaten van Law & More uw situatie en de termijnen die daarbij spelen.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.