Kinderen en scheiden: ouderschapsplan, gezag en omgangsregeling

Ouders maken afspraken over de omgangsregeling voor hun kinderen na een scheiding

Gepubliceerd op 27 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026

Gaan ouders van minderjarige kinderen uit elkaar, dan zijn zij verplicht een ouderschapsplan op te stellen. Bij een echtscheiding moet dat plan bij het verzoekschrift zitten (artikel 815 Rv). Het gezamenlijk gezag blijft na de scheiding in beginsel gewoon bestaan (artikel 1:251 BW). In dat plan legt u onder meer de omgangsregeling vast. De rechter toetst de afspraken aan het belang van het kind en kan ze aanvullen wanneer ouders er niet uitkomen.

In het park spelen gescheiden ouders samen met hun kinderen, waarbij ze genieten van quality time ondanks de uitdagingen van hun scheiding. Dit beeld benadrukt het belang van contact tussen ouders en kinderen van gescheiden ouders, en toont hoe ze samen kunnen blijven werken aan een positieve ontwikkeling.

Wanneer is een ouderschapsplan verplicht?

Een ouderschapsplan is verplicht zodra ouders met gezamenlijk gezag over minderjarige kinderen uit elkaar gaan. Bij een echtscheiding of ontbinding van een geregistreerd partnerschap moet het door beide ouders ondertekende plan bij het verzoekschrift worden gevoegd; ontbreekt het, dan kan de rechter het verzoek niet-ontvankelijk verklaren. Ouders die samenwoonden en samen het gezag hebben, zijn dezelfde verplichting aangegaan, ook al is er geen procedure nodig om uit elkaar te gaan.

Kunnen ouders het niet eens worden, dan is dat geen reden om het plan achterwege te laten. Het verzoekschrift moet dan vermelden welke punten wel zijn overeengekomen, over welke punten verschil van mening bestaat en waarom, en wat de ouders redelijkerwijs hebben ondernomen om er samen uit te komen. Ook moet worden aangegeven op welke manier de kinderen bij het opstellen zijn betrokken. De rechter beslist vervolgens over de geschilpunten. Wie een echtscheiding aanvraagt, doet er goed aan het ouderschapsplan als eerste ter hand te nemen, omdat de rest van de procedure erop wacht.

Wat moet er in het ouderschapsplan staan?

De wet noemt drie onderwerpen die in ieder geval geregeld moeten zijn: de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of de omgang, de manier waarop ouders elkaar informeren en raadplegen over belangrijke aangelegenheden rond het kind, en de kosten van verzorging en opvoeding. Dat is het wettelijke minimum, geen maximum.

In de praktijk struikelen ouders zelden over die drie onderwerpen zelf, maar over wat er niet is geregeld. Denk aan vakanties en feestdagen, halen en brengen, de omgang met nieuwe partners, medische beslissingen, schoolkeuze, het aanvragen van een paspoort, en de vraag wat er gebeurt als een van beiden gaat verhuizen. Neem ook op hoe u het plan evalueert en wat u doet bij een geschil, bijvoorbeeld door eerst een mediator in te schakelen. Een plan dat alleen het heden beschrijft, is over twee jaar achterhaald; het ouderschapsplan later aanpassen kan, maar gaat eenvoudiger als u die route vooraf heeft afgesproken. Praktische handvatten om tot afspraken te komen staan in het artikel van ruzie naar ouderschapsplan.

De wet noemt daarbij uitdrukkelijk drie onderwerpen die niet mogen ontbreken:

  • de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, of de omgang tussen het kind en de ouder bij wie het niet woont;
  • de wijze waarop de ouders elkaar informeren en raadplegen over belangrijke aangelegenheden rond de persoon en het vermogen van het kind;
  • de kosten van de verzorging en opvoeding van het kind.

Zet die onderwerpen concreet op papier, met bedragen, dagen en verantwoordelijkheden. Een plan dat de wettelijke onderwerpen alleen benoemt zonder ze in te vullen, haalt de toets van de rechter meestal wel, maar helpt u in het eerste conflict niet verder.

Wie houdt het ouderlijk gezag na de scheiding?

Beide ouders houden het gezag. Een scheiding verandert daar niets aan: het gezamenlijk gezag loopt na de ontbinding van het huwelijk gewoon door. Dat betekent dat belangrijke beslissingen over school, medische behandeling, verblijfplaats en reizen samen worden genomen, ook wanneer het kind bij een van beiden woont.

Voor ouders die niet met elkaar getrouwd waren, is de situatie afhankelijk van de datum. Sinds 1 januari 2023 ontstaat door erkenning automatisch gezamenlijk gezag. Die regel werkt niet terug: is het kind voor 1 januari 2023 erkend, dan moeten ouders het gezamenlijk gezag alsnog zelf regelen, ook als het kind daarna is geboren. Wie dat nooit heeft gedaan, ontdekt dat vaak pas op het moment dat het misgaat. De positie van de ongehuwde vader verdient daarom aparte aandacht.

Eenhoofdig gezag is de uitzondering. De rechter kent het gezag alleen aan een ouder alleen toe wanneer er een onaanvaardbaar risico bestaat dat het kind klem raakt of verloren dreigt te raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat daarin binnen afzienbare tijd verbetering komt, of wanneer wijziging anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Dit klemcriterium is streng; onenigheid of moeizame communicatie is op zichzelf niet genoeg. Wanneer dat wel lukt, leest u in het artikel over eenhoofdig gezag na scheiding.

Hoe legt u de omgangsregeling en het hoofdverblijf vast?

Het hoofdverblijf is het adres waarop het kind staat ingeschreven. Dat is geen detail: het bepaalt onder meer bij welke ouder het kind in de basisregistratie personen staat en wie in aanmerking komt voor kindgebonden voorzieningen. De zorg- of omgangsregeling beschrijft daarnaast wanneer het kind bij welke ouder is. Beide zaken kunnen ouders zelf regelen in het ouderschapsplan; komen zij er niet uit, dan beslist de rechter op verzoek van een van hen (artikel 1:253a BW).

Een gelijke verdeling van de zorg, in de volksmond co-ouderschap, is geen wettelijke term en geen recht. Het is een afspraak, en zij werkt alleen wanneer beide huishoudens praktisch op elkaar aansluiten: reisafstand, werktijden, school en de leeftijd van het kind bepalen wat haalbaar is. Hoe co-ouderschap in de praktijk werkt, hangt sterk af van die omstandigheden. Leg de regeling concreet vast, met dagen en tijdstippen, en niet in termen als in onderling overleg; juist die formulering veroorzaakt later de meeste conflicten.

Naast de omgangsregeling geldt een informatieplicht. De ouder bij wie het kind woont, moet de andere ouder op de hoogte houden van belangrijke zaken rond de verzorging en opvoeding en over diens gezondheid. Ook derden, zoals school en artsen, moeten desgevraagd informatie verstrekken aan de ouder zonder gezag, tenzij het belang van het kind zich daartegen verzet.

Hoe betrekt u de kinderen bij het ouderschapsplan?

De wet gaat ervan uit dat kinderen worden betrokken bij het opstellen van het plan: het verzoekschrift moet vermelden op welke manier dat is gebeurd. Betrekken is iets anders dan laten beslissen. Het gaat erom dat het kind weet wat er gaat veranderen, zijn wensen kan uiten over praktische zaken en niet voor voldongen feiten wordt gesteld.

Houd daarbij de leeftijd voor ogen. Bij jonge kinderen beperkt het zich tot uitleg over waar zij gaan wonen en wanneer zij de andere ouder zien. Bij oudere kinderen kunt u meepraten over de indeling van de week, sport en het contact met vrienden. Wat u niet doet, is het kind de keuze voorleggen bij wie het wil wonen. Die vraag legt de verantwoordelijkheid voor de scheiding bij het kind en levert loyaliteitsproblemen op waarvan de gevolgen later in de procedure terugkomen.

Leg in het plan vast hoe u met het kind blijft evalueren. Een regeling die past bij een kind van zes past zelden nog bij hetzelfde kind van twaalf. Door een vast evaluatiemoment af te spreken, voorkomt u dat elke aanpassing opnieuw een onderhandeling wordt.

Hoe wordt kinderalimentatie bepaald en tot wanneer loopt die?

Kinderalimentatie wordt berekend aan de hand van twee grootheden: de behoefte van het kind en de draagkracht van de ouders. De behoefte wordt afgeleid uit het gezinsinkomen zoals dat was ten tijde van het uiteengaan; de draagkracht uit het inkomen van beide ouders daarna. De rechtspraak hanteert daarvoor landelijke rekenmodellen, waarin ook de zorgkorting is verwerkt: de ouder die daadwerkelijk zorgdagen heeft, betaalt in natura een deel van de kosten. Hoe die som werkt, staat uitgewerkt in het artikel over kinderalimentatie berekenen.

De onderhoudsplicht loopt tot het kind eenentwintig jaar wordt (artikel 1:395a BW). Tussen achttien en eenentwintig is het kind zelf de schuldeiser; de bijdrage wordt dan aan het kind betaald en niet meer aan de andere ouder. Na het eenentwintigste jaar eindigt de plicht, behoudens bijzondere omstandigheden. Het wijdverbreide idee dat bij een gelijke zorgverdeling automatisch geen alimentatie verschuldigd is, klopt niet: verschillen in inkomen tussen de ouders kunnen ook dan tot een bijdrage leiden.

Wordt niet betaald, dan kunt u de inning overdragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, mits er een rechterlijke uitspraak of een notarieel vastgelegde afspraak ligt. Het LBIO beschikt over dwangmiddelen die een particulier niet heeft. Verandert het inkomen structureel, dan kan de bijdrage door de rechter worden gewijzigd; het bedrag wordt daarnaast jaarlijks van rechtswege geindexeerd.

Welke stem heeft het kind zelf?

Kinderen van twaalf jaar en ouder worden door de rechter in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken in zaken die hen aangaan, zoals gezag, hoofdverblijf en de zorgregeling. Dat gebeurt in een kindgesprek, buiten de zitting en zonder de ouders erbij. Het kind hoeft niet te komen en hoeft niet te kiezen; het gesprek is een recht, geen plicht. Jongere kinderen kan de rechter horen wanneer hij dat zinvol acht.

De mening van het kind weegt mee, maar is niet beslissend. De rechter beslist uiteindelijk op grond van het belang van het kind, en dat kan afwijken van wat het kind zelf zegt te willen, zeker wanneer de wens door een loyaliteitsconflict is gekleurd. Raakt een kind klem tussen de standpunten van de ouders, dan kan de rechter een bijzondere curator benoemen die het kind in de procedure vertegenwoordigt.

Mag u met de kinderen verhuizen?

Niet zonder meer. Bij gezamenlijk gezag is voor een verhuizing die de zorgregeling raakt toestemming van de andere ouder nodig. Weigert die, dan kunt u vervangende toestemming vragen aan de rechter (artikel 1:253a BW). De rechter weegt daarbij onder meer de noodzaak van de verhuizing, de mate waarin zij is voorbereid en doordacht, de aangeboden alternatieve regeling en de gevolgen voor het contact met de achterblijvende ouder.

Verhuizen zonder toestemming is een slecht idee. De rechter kan terugverhuizing bevelen, en het handelen weegt mee bij latere beslissingen over gezag en zorgregeling. Wat wel en niet is toegestaan tijdens de procedure, leest u in het artikel over verhuizen tijdens een echtscheiding. Voor een vakantie naar het buitenland geldt eveneens dat de andere gezagsouder toestemming moet geven.

Gaat het om een verhuizing naar het buitenland, dan zijn de gevolgen ingrijpender. Het kind zonder toestemming van de andere gezagsouder meenemen naar een ander land geldt als internationale kinderontvoering, ook wanneer u de biologische ouder bent en het goed bedoelt. Het Haags Kinderontvoeringsverdrag verplicht de aangezochte staat het kind in beginsel terug te geleiden naar het land van gewone verblijfplaats, waarna de rechter daar over gezag en verblijf beslist. Vraag daarom altijd vooraf toestemming, en bij weigering vervangende toestemming aan de Nederlandse rechter.

Wat verandert er praktisch na de scheiding?

Naast de afspraken zelf is er een reeks formaliteiten die vaak blijft liggen. Het kind wordt in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres van de ouder bij wie het hoofdverblijf is; die inschrijving werkt door in voorzieningen die aan het woonadres zijn gekoppeld. Meld de gewijzigde situatie daarnaast bij de school, de huisarts en de kinderopvang, en leg vast wie waarvoor het aanspreekpunt is.

De echtscheiding zelf is pas voltooid wanneer de beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Die inschrijving moet binnen zes maanden na het onherroepelijk worden van de beschikking plaatsvinden (artikel 1:163 BW); gebeurt dat niet, dan verliest de beschikking haar kracht en moet de procedure opnieuw. Voor de gevolgen voor kinderbijslag, kindgebonden budget en toeslagen raadpleegt u de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank; die uitkomst hangt af van uw persoonlijke situatie en valt buiten het juridische advies.

Wat als u er samen niet uitkomt?

Mediation is geen wettelijke verplichting voordat u naar de rechter kunt, maar wel in vrijwel alle gevallen de snellere en goedkopere route, en de enige die de onderlinge verhouding intact laat. Ouders blijven na de scheiding nog jaren met elkaar te maken hebben; een vonnis lost een geschilpunt op, geen samenwerking.

Lukt het niet, dan legt u het geschil voor aan de rechtbank. De rechter kan de zorgregeling en het hoofdverblijf vaststellen, de alimentatie bepalen of wijzigen, vervangende toestemming geven en in het uiterste geval het gezag wijzigen. Wordt een vastgestelde regeling structureel niet nagekomen, dan zijn er drukmiddelen: de rechter kan een dwangsom opleggen of de regeling aanpassen. Alle grondslagen staan in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.

Veelgestelde vragen

Is een ouderschapsplan ook verplicht als wij nooit getrouwd zijn geweest?

Ja, wanneer u samen het ouderlijk gezag heeft. De verplichting hangt aan het gezag, niet aan het huwelijk. Er is dan geen echtscheidingsprocedure nodig, maar de afspraken over zorg, informatie en kosten moet u wel vastleggen.

Blijft het gezag na de scheiding bij beide ouders?

Ja. Gezamenlijk gezag loopt na de scheiding door. Alleen de rechter kan daar verandering in brengen, en doet dat pas wanneer het kind anders klem raakt tussen de ouders of wijziging anderszins noodzakelijk is in zijn belang.

Tot welke leeftijd betaalt u kinderalimentatie?

Tot eenentwintig jaar. Vanaf achttien jaar wordt de bijdrage rechtstreeks aan het kind betaald. Na het eenentwintigste jaar eindigt de onderhoudsplicht, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn, bijvoorbeeld wanneer het kind door een beperking niet in het eigen levensonderhoud kan voorzien.

Mag mijn kind zelf kiezen bij wie het woont?

Nee, maar het mag wel meepraten. Vanaf twaalf jaar krijgt uw kind de gelegenheid zijn mening aan de rechter kenbaar te maken. De rechter weegt die mening mee en beslist uiteindelijk op grond van het belang van het kind.

Mag ik met de kinderen verhuizen naar een andere stad?

Bij gezamenlijk gezag heeft u toestemming van de andere ouder nodig. Weigert die, dan kunt u de rechter om vervangende toestemming vragen. De rechter kijkt naar de noodzaak van de verhuizing, de voorbereiding ervan en de gevolgen voor het contact met de andere ouder.

Begeleiding bij scheiden met kinderen

Afspraken over kinderen zijn juridisch bindend en tegelijk het meest gevoelige onderdeel van een scheiding. De familierechtadvocaten en mediators van Law & More stellen het ouderschapsplan op, rekenen de kinderalimentatie door, vragen zo nodig vervangende toestemming en voeren de procedure wanneer overleg is vastgelopen. Ook voor het aanpassen van een bestaand plan bij gewijzigde omstandigheden kunt u bij ons terecht.

Juridische hulp nodig?

Neem contact op met Law & More voor deskundig advies over uw juridische zaken. Ons meertalige team staat klaar om u te helpen.