Gepubliceerd op 15 juni 2020 · Laatst bijgewerkt op 8 september 2026
Wie gaat scheiden met kinderen, moet eerst een ouderschapsplan maken. Dat is wettelijk verplicht voor gehuwden en geregistreerd partners (artikel 815 Rv) en voor samenwonende ouders met gezamenlijk gezag (artikel 1:247a BW). Zonder ouderschapsplan neemt de rechtbank het echtscheidingsverzoek in beginsel niet in behandeling. Daarin legt u vast hoe u de zorg verdeelt, hoe u elkaar informeert en wat de kinderen kosten.
Inhoudsopgave
Wat moet er in het ouderschapsplan staan?
Het ouderschapsplan is het document waarin u vastlegt hoe u het ouderschap na de scheiding invult. De wet stelt drie onderwerpen verplicht: de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken of de omgang, de manier waarop u elkaar informeert en raadpleegt over belangrijke aangelegenheden, en de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen. Daarnaast moet u vermelden hoe u de kinderen bij het opstellen heeft betrokken.
Verder bent u vrij. In de praktijk voorkomt u de meeste conflicten door meer vast te leggen dan het minimum: wie welke schoolkosten en contributies betaalt, hoe vakanties en feestdagen worden verdeeld, wie beslist bij medische spoed, hoe u omgaat met verhuizen, met een nieuwe partner en met contact met de families van beide kanten. Spreek ook af hoe u onderling communiceert en wanneer u het plan opnieuw tegen het licht houdt.
Het ouderschapsplan is geen eeuwig document. Kinderen worden ouder, banen en woonplaatsen veranderen. Spreek daarom een vaste evaluatie af, bijvoorbeeld elke twee jaar. Hoe u een verouderd plan aanpast, beschrijven wij in ons artikel over het ouderschapsplan jaren later aanpassen.
Zorgregeling of omgangsregeling: wat is het verschil?
Het gezamenlijk gezag loopt na de scheiding gewoon door (artikel 1:251 BW). Beide ouders blijven dus samen beslissen over school, medische behandelingen, verhuizing en paspoort. Hebben beide ouders gezag, dan verdeelt u de zorg- en opvoedingstaken in een zorgregeling. Heeft slechts één ouder het gezag, dan spreekt de wet van een omgangsregeling: de andere ouder houdt recht op omgang met het kind (artikel 1:377a BW), maar draagt niet de verantwoordelijkheid voor de dagelijkse verzorging en opvoeding.
Dat recht op omgang is stevig verankerd. De rechter ontzegt het slechts op een van de in de wet genoemde gronden, bijvoorbeeld wanneer omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind of wanneer omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Naast de omgang bestaat een informatie- en consultatieplicht: de ouder met gezag moet de andere ouder op de hoogte houden van gewichtige aangelegenheden en hem daarover raadplegen (artikel 1:377b BW).
Komt u er samen niet uit, dan kan iedere ouder met gezag een geschil over de uitoefening van het gezag aan de rechtbank voorleggen (artikel 1:253a BW). De rechter beslist dan wat in het belang van het kind wenselijk is, en kan bijvoorbeeld de hoofdverblijfplaats bepalen of de zorgregeling vaststellen. Wordt een vastgestelde regeling vervolgens niet nageleefd, lees dan ons artikel over het niet naleven van de omgangsregeling.
Welke stem heeft uw kind?
Kinderen zijn vaak loyaal aan beide ouders en zeggen daardoor niet wat zij werkelijk voelen. Toch is hun stem juridisch niet vrijblijvend. In zaken over gezag, hoofdverblijf, omgang en ouderschapsplan hoort de rechter minderjarigen van twaalf jaar en ouder, tenzij het om een kennelijk ondergeschikt belang gaat (artikel 809 Rv). Dat gebeurt in een apart kindgesprek, zonder de ouders erbij. Ook jongere kinderen kan de rechter horen als hij dat aangewezen acht.
Horen is niet hetzelfde als beslissen. De rechter weegt de mening van het kind mee, maar de verantwoordelijkheid blijft bij de ouders en uiteindelijk bij de rechter. Leg uw kind dat ook zo uit: het mag zeggen wat het vindt, maar het hoeft niet te kiezen. Wat de wens van het kind precies betekent, werken wij uit in ons artikel over de wensen van het kind bij omgangsregelingen.
Kinderalimentatie: wie betaalt wat?
De onderhoudsplicht van ouders jegens hun kinderen staat los van het huwelijk en van het gezag. Ouders zijn verplicht naar draagkracht te voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen (artikel 1:404 BW). Of u getrouwd was, geregistreerd partner of samenwonend maakt daarvoor niet uit. Woont het kind hoofdzakelijk bij de andere ouder, dan betaalt u een bijdrage: de kinderalimentatie.
De berekening verloopt in twee stappen. Eerst wordt de behoefte van het kind vastgesteld aan de hand van het gezinsinkomen ten tijde van de samenleving. Daarna wordt bekeken welke draagkracht elke ouder heeft, waarna de behoefte naar rato van die draagkracht over beide ouders wordt verdeeld. De rechtspraak gebruikt hiervoor het rapport van de Expertgroep Alimentatienormen, in de praktijk de Tremanormen genoemd. Dat rapport is geen wet, maar rechters volgen het vrijwel altijd.
Er is geen wettelijk maximum: de bijdrage kan nooit hoger zijn dan de behoefte van het kind. Wel is er een ondergrens. Ligt het gecombineerde netto besteedbare inkomen inclusief kindgebonden budget op of onder het bedrag dat het rapport voor het lopende jaar noemt, dan wordt uitgegaan van een minimumdraagkracht van vijfentwintig euro voor één kind en vijftig euro voor twee of meer kinderen samen. Dat is dus geen bedrag per kind. Hoe zo’n berekening in uw situatie uitpakt, leest u in ons artikel over kinderalimentatie berekenen.
Zorgkorting en indexering
Zorgt u zelf ook voor de kinderen, dan draagt u die kosten al rechtstreeks. Daarvoor bestaat de zorgkorting, die in mindering komt op de te betalen bijdrage. De Tremanormen koppelen het kortingspercentage aan het gemiddelde aantal dagen omgang per week: vijf procent bij minder dan één dag, vijftien procent bij ongeveer één dag, vijfentwintig procent bij ongeveer twee dagen en vijfendertig procent bij ongeveer drie dagen. Hoe meer zorg u zelf draagt, hoe lager de te betalen bijdrage.
De alimentatie wordt daarnaast elk jaar van rechtswege verhoogd. De minister stelt jaarlijks het indexeringspercentage vast en de verhoging gaat automatisch in per 1 januari (artikel 1:402a BW). U hoeft daarvoor niets te doen en er is geen rechterlijke beslissing voor nodig; de betalende ouder moet de verhoging zelf toepassen. Gebeurt dat niet, dan kunt u het verschil vorderen. Houd wel rekening met de verjaringstermijn van vijf jaar voor termijnen van alimentatie (artikel 3:308 BW). Blijft betaling helemaal uit, dan kunt u de inning kosteloos overdragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, dat verdergaande bevoegdheden heeft dan u zelf.
Alimentatie voor kinderen van achttien tot eenentwintig jaar
De onderhoudsplicht eindigt niet bij de achttiende verjaardag. Ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun kinderen tot zij eenentwintig jaar zijn (artikel 1:395a BW). Vanaf achttien jaar heet dat een jongmeerderjarige, en verandert er iets belangrijks: de bijdrage is dan verschuldigd aan het kind zelf. Het kind kan de bijdrage ook zelfstandig bij de rechter vorderen; de andere ouder staat daar juridisch buiten.
Dat het kind stopt met school betekent niet dat de verplichting vanzelf eindigt. Voor jongmeerderjarigen geldt de onderhoudsplicht in beginsel ongeacht behoeftigheid, maar de omstandigheid dat het kind eigen inkomsten verwerft of zijn opleiding heeft afgebroken, kan wel aanleiding zijn de bijdrage te laten wijzigen of te beëindigen. Stop niet eigenmachtig met betalen: dan bouwt u een achterstand op die alsnog kan worden geïnd.
Wanneer kunt u de alimentatie laten wijzigen?
Een vastgestelde of overeengekomen bijdrage kan worden gewijzigd wanneer zij door wijziging van omstandigheden ophoudt aan de wettelijke maatstaven te voldoen (artikel 1:401 BW). Denk aan het verlies van werk, een aanzienlijk hoger of lager inkomen, de geboorte van een kind in een nieuw gezin, een andere zorgverdeling of een verhuizing die de reiskosten sterk verandert. Ook een overeenkomst die van meet af aan op onjuiste of onvolledige gegevens berustte, kan worden herzien.
Een wijziging werkt niet vanzelf. Zolang de oude beschikking of overeenkomst geldt, blijft u het oude bedrag verschuldigd. Laat daarom eerst een herberekening maken en leg de nieuwe afspraak schriftelijk vast, of dien een verzoek tot wijziging in bij de rechtbank. Voor een verzoekschriftprocedure heeft u een advocaat nodig. Lukt overleg wel, dan is mediation vaak sneller en goedkoper, en kunt u de nieuwe afspraken door de rechter laten bekrachtigen zodat u een executoriale titel houdt.
Co-ouderschap: hoe werkt dat?
Bij co-ouderschap verdelen ouders de zorg- en opvoedingstaken min of meer gelijk en woont het kind afwisselend bij beide ouders. Het begrip staat niet in de wet; het is een praktijkterm voor een zorgregeling met een ongeveer gelijke verdeling. Een exact gelijke verdeling is dus niet vereist. Drie dagen bij de ene ouder en vier bij de andere geldt in de praktijk als co-ouderschap, en ook een verdeling van drie tegen zeven dagen wordt soms zo genoemd.
Co-ouderschap vraagt meer van ouders dan welke andere regeling ook: u moet regelmatig en zakelijk kunnen overleggen, en de woningen moeten praktisch bereikbaar zijn vanaf school en de sportclub. Maak vooraf afspraken over de kosten. Gebruikelijk is een onderscheid tussen eigen kosten, die elk huishouden zelf draagt, zoals wonen, boodschappen en dagelijkse uitgaven, en te verdelen kosten die één ouder voor het kind maakt, zoals verzekeringen, abonnementen, contributies en schoolkosten. Een gezamenlijke kinderrekening waarop beide ouders naar rato storten, samen met de kinderbijslag, voorkomt veel discussie.
Een hardnekkig misverstand is dat er bij co-ouderschap geen alimentatie verschuldigd is. Dat klopt niet. Verdient de ene ouder aanzienlijk meer dan de andere, dan blijft er na verrekening van de zorgkorting vrijwel altijd een bijdrage over. Hoe die berekening bij een gelijke zorgverdeling uitpakt, leest u in ons artikel over kinderalimentatie en co-ouderschap.
Als de communicatie met uw ex-partner stroef loopt
De meeste afspraken sneuvelen niet op hun inhoud maar op de manier waarop erover wordt gesproken. Houd de communicatie zakelijk en beperk haar tot het kind: korte berichten over praktische zaken, één kanaal, en geen discussies over het verleden via de app. Loopt het toch vast, dan is mediation vaak sneller en goedkoper dan een procedure; een mediator legt de gemaakte afspraken vast in een aanvulling op het ouderschapsplan, die u door de rechter kunt laten bekrachtigen.
Blijft overleg onmogelijk, dan is parallel ouderschap een reële tussenoplossing: beide ouders voeren hun eigen huishouden zonder afstemming over de dagelijkse gang van zaken, met alleen vaste overdrachtsmomenten en schriftelijke informatie-uitwisseling. Dat is geen ideaal, maar het beschermt het kind tegen de conflicten die uit voortdurend overleg voortkomen. Escaleert het verder en wordt het contact met een van de ouders geblokkeerd, dan komt de rechter in beeld; zie ons artikel over ouderverstoting en loyaliteitsconflicten.
Veelgestelde vragen
Kan ik scheiden zonder ouderschapsplan?
Alleen bij uitzondering. De rechtbank verklaart het verzoek in beginsel niet-ontvankelijk zonder ouderschapsplan (artikel 815 Rv). Kunt u door omstandigheden geen gezamenlijk plan opstellen, dan moet u dat in het verzoekschrift onderbouwen en aangeven hoe u de kinderen dan wilt betrekken; de rechter kan dan zelf een regeling vaststellen.
Verandert het gezag door de scheiding?
Nee. Ouders die samen het gezag hadden, houden dat na de echtscheiding (artikel 1:251 BW). Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de rechter het gezag aan één ouder toekennen, namelijk als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem raakt tussen de ouders of als dat anderszins in zijn belang noodzakelijk is.
Mag mijn ex met de kinderen verhuizen?
Niet zonder uw toestemming, als u samen het gezag heeft. Een verhuizing die de zorgregeling raakt, is een beslissing die beide gezagsouders aangaat. Wordt u het niet eens, dan legt een van u het geschil voor aan de rechter (artikel 1:253a BW), die alle belangen afweegt, waaronder de noodzaak van de verhuizing en de gevolgen voor het contact met de andere ouder.
Telt de kinderbijslag mee bij de alimentatie?
De kinderbijslag en het kindgebonden budget worden in de berekening meegenomen bij het vaststellen van de behoefte en de draagkracht volgens de Tremanormen. Zij komen doorgaans toe aan de ouder bij wie het kind staat ingeschreven; bij co-ouderschap kunt u afspreken deze op een gezamenlijke kinderrekening te storten.
Is kinderalimentatie iets anders dan partneralimentatie?
Ja. Kinderalimentatie loopt tot eenentwintig jaar (artikel 1:395a BW) en gaat vóór partneralimentatie. Partneralimentatie duurt sinds 1 januari 2020 in beginsel de helft van de huwelijksduur met een maximum van vijf jaar, met enkele uitzonderingen (artikel 1:157 BW).
Hulp bij scheiden met kinderen
Scheiden met kinderen vraagt om afspraken die ook over vijf jaar nog werken. De wettelijke kaders vindt u in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering; de rekenregels staan in het rapport van de Expertgroep Alimentatienormen. Een breder overzicht van gezag, omgang en ouderschapsplan geven wij in ons artikel over kinderen en scheiden.
Wilt u het ouderschapsplan goed opgezet hebben, of loopt de discussie over alimentatie of co-ouderschap vast? De familierechtadvocaten en mediators van Law & More in Eindhoven stellen het plan met u op, maken de alimentatieberekening en voeren zo nodig de procedure.
