Gepubliceerd op 27 september 2025 · Laatst bijgewerkt op 7 oktober 2026
Gaan u en de andere ouder uit elkaar, dan blijft het gezamenlijk gezag in beginsel bestaan en moet u samen een ouderschapsplan opstellen. Alleen als het kind klem raakt tussen de ouders of een wijziging anderszins in zijn belang nodig is, kan de rechter het gezag aan één ouder toekennen.
Bij een echtscheiding moet het ouderschapsplan bij het verzoekschrift zitten, volgens artikel 815 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Het gezag loopt na de scheiding door volgens artikel 1:251 BW. In het plan legt u onder meer de zorgregeling, de informatie-uitwisseling en de kosten vast. De rechter toetst de afspraken aan het belang van het kind en beslist zelf als u er samen niet uitkomt.
Inhoudsopgave
Wanneer is een ouderschapsplan verplicht?
Een ouderschapsplan is verplicht zodra ouders met gezamenlijk gezag over minderjarige kinderen uit elkaar gaan. Dat geldt bij een echtscheiding, bij het beëindigen van een geregistreerd partnerschap en bij samenwonende ouders met gezamenlijk gezag.
Bij een echtscheiding of de ontbinding van een geregistreerd partnerschap voegt u het door beide ouders ondertekende plan bij het verzoekschrift. Ontbreekt het, dan krijgt u meestal eerst de gelegenheid om het alsnog in te dienen. Gebeurt dat niet, dan kan de rechter het verzoek niet-ontvankelijk verklaren. Samenwonende ouders met gezamenlijk gezag hebben dezelfde verplichting volgens artikel 1:247a BW, ook al is er geen procedure nodig om uit elkaar te gaan.
Komt u er samen niet uit, dan vervalt de plicht niet. Het verzoekschrift vermeldt dan welke punten wel zijn afgesproken en over welke punten u van mening verschilt, met de reden. Ook staat erin wat u hebt gedaan om er samen uit te komen en hoe de kinderen bij het plan zijn betrokken. De rechter beslist daarna over de geschilpunten. Wie een echtscheiding aanvraagt, begint daarom het best met het ouderschapsplan, omdat de rest van de procedure erop wacht.
Wat zet u in het ouderschapsplan?
De wet schrijft drie onderwerpen voor: de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, de manier waarop u elkaar informeert en raadpleegt, en de kosten van verzorging en opvoeding. Dat is het minimum; een bruikbaar plan regelt meer.
Volgens de wet moet het plan in ieder geval afspraken bevatten over:
- de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, of de omgang tussen het kind en de ouder bij wie het niet woont;
- de manier waarop u elkaar informeert en raadpleegt over belangrijke zaken rond de persoon en het vermogen van het kind;
- de kosten van de verzorging en opvoeding van het kind.
In de praktijk ontstaat onenigheid zelden over die drie onderwerpen zelf, maar over wat er niet is geregeld. Denk aan vakanties en feestdagen, halen en brengen en de omgang met nieuwe partners. Denk ook aan medische beslissingen, de schoolkeuze, het aanvragen van een paspoort en wat er gebeurt als een van u gaat verhuizen.
Zet de onderwerpen concreet op papier, met bedragen, dagen en verantwoordelijkheden. Een plan dat de onderwerpen alleen noemt, haalt de toets van de rechter vaak wel, maar helpt u bij het eerste conflict niet verder. Spreek ook af hoe u het plan evalueert en wat u doet bij een geschil, bijvoorbeeld eerst een mediator inschakelen. Een plan kunt u later aanpassen, maar dat gaat eenvoudiger als u die route vooraf hebt afgesproken. Praktische handvatten staan in het artikel van ruzie naar ouderschapsplan.
Wie houdt het ouderlijk gezag na de scheiding?
Beide ouders houden het gezag; een scheiding verandert daar niets aan. Belangrijke beslissingen over school, medische behandeling, verblijfplaats en reizen neemt u dus samen, ook als het kind vooral bij een van u woont.
Voor ouders die niet getrouwd waren, hangt het af van de datum van erkenning. Sinds 1 januari 2023 geeft erkenning automatisch gezamenlijk gezag. Die regel werkt niet terug. Is het kind vóór 1 januari 2023 erkend, dan moet u het gezamenlijk gezag alsnog zelf laten registreren, ook als het kind pas daarna is geboren. Veel ouders ontdekken dat pas als het misgaat. De positie van de ongehuwde vader verdient daarom aparte aandacht.
Eenhoofdig gezag is de uitzondering. Volgens artikel 1:251a BW kent de rechter het gezag alleen aan één ouder toe als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren raakt tussen de ouders, en verbetering binnen afzienbare tijd niet te verwachten is. Ook kan dat als wijziging anderszins in het belang van het kind nodig is. Dit klemcriterium is streng: ruzie of moeizame communicatie is op zichzelf niet genoeg. Wanneer het wel lukt, leest u in het artikel over eenhoofdig gezag na scheiding.
Hoe legt u de zorgregeling en het hoofdverblijf vast?
U spreekt samen af bij wie het kind zijn hoofdverblijf heeft en wanneer het bij de andere ouder is. Komt u er niet uit, dan beslist de rechter op verzoek van een van u volgens artikel 1:253a BW.
Het hoofdverblijf is de plek waar het kind in hoofdzaak woont. Het kind staat op dat adres ingeschreven in de basisregistratie personen. Dat is geen detail: aan het woonadres zijn onder meer de kinderbijslag en het kindgebonden budget gekoppeld. De zorgregeling beschrijft daarnaast wanneer het kind bij welke ouder is.
Een gelijke verdeling van de zorg, in de volksmond co-ouderschap, is geen wettelijke term en geen recht. Het is een afspraak, en die werkt alleen als beide huishoudens praktisch op elkaar aansluiten. Reisafstand, werktijden, school en de leeftijd van het kind bepalen wat haalbaar is. Hoe co-ouderschap in de praktijk werkt, hangt sterk af van die omstandigheden.
Leg de regeling concreet vast, met dagen en tijdstippen. Vermijd formuleringen als “in onderling overleg”: juist die zorgen later voor de meeste conflicten. Wordt een regeling niet nageleefd, dan kunt u de rechter vragen om nakoming, eventueel met een dwangsom.
Naast de zorgregeling geldt een informatieplicht. De ouder bij wie het kind woont, houdt de andere ouder op de hoogte van belangrijke zaken over de verzorging, de opvoeding en de gezondheid van het kind. Een ouder zonder gezag kan ook informatie vragen aan derden, zoals de school of de huisarts. Die geven die informatie volgens artikel 1:377c BW, tenzij het belang van het kind zich daartegen verzet.
Hoe betrekt u de kinderen bij het ouderschapsplan?
U vertelt het kind wat er verandert en laat het meepraten over praktische zaken, passend bij de leeftijd. Het verzoekschrift vermeldt hoe u dat hebt gedaan.
Betrekken is iets anders dan laten beslissen. Het gaat erom dat het kind weet wat er gaat veranderen, zijn wensen kan uiten en niet voor voldongen feiten wordt gesteld. Bij jonge kinderen gaat het vooral om uitleg: waar zij gaan wonen en wanneer zij de andere ouder zien. Oudere kinderen kunnen meepraten over de indeling van de week, sport en het contact met vrienden.
Leg het kind niet de keuze voor bij wie het wil wonen. Die vraag legt de verantwoordelijkheid voor de scheiding bij het kind. Dat leidt tot loyaliteitsproblemen die later in een procedure vaak terugkomen.
Spreek in het plan af hoe u de regeling met het kind blijft evalueren. Een regeling die past bij een kind van zes, past zelden nog bij hetzelfde kind van twaalf. Met een vast evaluatiemoment voorkomt u dat elke aanpassing opnieuw een onderhandeling wordt.
Hoe wordt kinderalimentatie bepaald en tot wanneer loopt die?
Kinderalimentatie hangt af van de behoefte van het kind en de draagkracht van beide ouders. De onderhoudsplicht loopt tot het kind 21 jaar wordt.
De behoefte wordt afgeleid uit het gezinsinkomen in de tijd dat u nog samen was. De draagkracht volgt uit het inkomen van ieder van u na de scheiding. De rechtspraak gebruikt daarvoor landelijke rekenmodellen, de zogeheten Tremanormen. Daarin zit ook de zorgkorting: de ouder die zorgdagen heeft, betaalt in natura al een deel van de kosten. Hoe die berekening werkt, leest u in het artikel over kinderalimentatie berekenen.
Volgens artikel 1:395a BW loopt de onderhoudsplicht tot het kind 21 jaar wordt. Tussen 18 en 21 jaar heeft het kind zelf recht op de bijdrage; die wordt dan aan het kind betaald en niet meer aan de andere ouder. Het idee dat bij een gelijke zorgverdeling nooit alimentatie verschuldigd is, klopt niet. Een verschil in inkomen tussen de ouders kan ook dan tot een bijdrage leiden.
Wordt niet betaald, dan kunt u de inning overdragen aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). Daarvoor is een rechterlijke uitspraak of een notariële akte nodig. Het LBIO heeft dwangmiddelen die u als particulier niet hebt. Het bedrag wordt elk jaar van rechtswege geïndexeerd. Verandert het inkomen blijvend, dan kan de rechter de bijdrage wijzigen.
Welke stem heeft het kind zelf?
De rechtbank nodigt kinderen vanaf acht jaar uit om hun mening te geven; de wet garandeert dat recht vanaf twaalf jaar in artikel 809 Rv. Die mening weegt mee, maar is niet beslissend.
Het kind wordt uitgenodigd voor een kindgesprek, buiten de zitting en zonder de ouders erbij. Dat gaat over zaken die het kind aangaan, zoals gezag, hoofdverblijf en de zorgregeling. Het kind hoeft niet te komen en hoeft niet te kiezen: het gesprek is een recht, geen plicht. Het kind kan ook een brief of e-mail aan de rechter sturen. Gaat de zaak over alimentatie, dan nodigt de rechtbank kinderen vanaf zestien jaar uit.
De rechter beslist op grond van het belang van het kind. Dat kan afwijken van wat het kind zegt te willen, zeker als die wens door een loyaliteitsconflict is gekleurd. Raakt een kind klem tussen de ouders, dan kan de rechter volgens artikel 1:250 BW een bijzondere curator benoemen. Die komt op voor de belangen van het kind. Meer over de positie van kinderen in een hoogconflictscheiding leest u in een apart artikel.
Mag u met de kinderen verhuizen?
Niet zonder meer. Bij gezamenlijk gezag hebt u voor een verhuizing die de zorgregeling raakt toestemming van de andere ouder nodig; weigert die, dan kunt u de rechter om vervangende toestemming vragen (artikel 1:253a BW).
De rechter weegt alle belangen af. Hij kijkt onder meer naar de noodzaak van de verhuizing, hoe goed die is voorbereid en doordacht en welke alternatieve zorgregeling u aanbiedt. Ook de gevolgen voor het contact met de achterblijvende ouder en de reisafstand tellen mee. U kunt het scheiden met kinderen laten begeleiden door een advocaat die de hele procedure overziet.
Verhuizen zonder toestemming is onverstandig. De rechter kan terugverhuizing bevelen, en uw handelen weegt mee bij latere beslissingen over gezag en zorgregeling. Wat wel en niet mag tijdens de procedure, leest u in het artikel over verhuizen tijdens een echtscheiding. Ook voor een vakantie naar het buitenland hebt u bij gezamenlijk gezag toestemming van de andere ouder nodig.
Een verhuizing naar het buitenland heeft verdergaande gevolgen. Neemt u het kind zonder toestemming van de andere gezagsouder mee naar een ander land, dan is dat internationale kinderontvoering. Dat geldt ook als u de ouder bent en het goed bedoelt. Volgens het Haags Kinderontvoeringsverdrag moet het kind dan in beginsel terug naar het land waar het gewoonlijk woonde. Daar beslist de rechter vervolgens over gezag en verblijf. Vraag daarom altijd vooraf toestemming, en bij weigering vervangende toestemming aan de Nederlandse rechter.
Wat regelt u praktisch na de scheiding?
Laat de inschrijving in de basisregistratie personen kloppen met het hoofdverblijf en informeer school, huisarts en kinderopvang. Zorg daarnaast dat de echtscheidingsbeschikking op tijd wordt ingeschreven.
Het kind staat ingeschreven op het adres van de ouder bij wie het hoofdverblijf is. Die inschrijving werkt door in voorzieningen die aan het woonadres zijn gekoppeld. Meld de nieuwe situatie ook bij de school, de huisarts en de kinderopvang, en spreek af wie waarvoor het aanspreekpunt is.
De echtscheiding is pas voltooid als de beschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Volgens artikel 1:163 BW moet dat binnen zes maanden nadat de beschikking onherroepelijk is geworden. Gebeurt dat niet, dan verliest de beschikking haar kracht en moet de procedure opnieuw. Voor de gevolgen voor kinderbijslag, kindgebonden budget en toeslagen kunt u terecht bij de Sociale Verzekeringsbank en de Belastingdienst; die gevolgen hangen af van uw persoonlijke situatie.
Wat als u er samen niet uitkomt?
Dan legt u het geschil voor aan de rechtbank. Mediation is niet verplicht voordat u naar de rechter gaat, maar is vaak sneller en goedkoper en spaart de onderlinge verhouding.
Ouders hebben na de scheiding nog jarenlang met elkaar te maken. Een uitspraak lost een geschilpunt op, maar herstelt de samenwerking niet. Daarom proberen veel ouders eerst mediation bij scheiding.
Lukt dat niet, dan kan de rechter de zorgregeling en het hoofdverblijf vaststellen, de kinderalimentatie bepalen of wijzigen, vervangende toestemming geven en in het uiterste geval het gezag wijzigen. Wordt een vastgestelde regeling structureel niet nagekomen, dan kan de rechter een dwangsom opleggen of de regeling aanpassen. De wettelijke grondslagen vindt u in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek.
Wat kunnen wij voor u doen bij scheiden met kinderen?
Wij begeleiden ouders bij de afspraken over de kinderen, in overleg en zo nodig bij de rechter.
- Wij stellen het ouderschapsplan op met concrete afspraken over zorg, informatie en kosten, zodat het voldoet aan artikel 815 Rv.
- Wij rekenen de kinderalimentatie door volgens de Tremanormen, inclusief de zorgkorting.
- Wij vragen de rechter om het hoofdverblijf en de zorgregeling vast te stellen als u er samen niet uitkomt (artikel 1:253a BW).
- Wij vragen vervangende toestemming voor een verhuizing of een reis naar het buitenland, of voeren verweer tegen zo’n verzoek.
- Wij beoordelen aan de hand van het klemcriterium van artikel 1:251a BW of een verzoek om eenhoofdig gezag kans maakt.
- Wij zorgen dat de echtscheidingsbeschikking binnen zes maanden wordt ingeschreven (artikel 1:163 BW).
Samengevat
- Ouders met gezamenlijk gezag die uit elkaar gaan, stellen samen een ouderschapsplan op; bij echtscheiding hoort het bij het verzoekschrift.
- Het gezamenlijk gezag blijft bestaan; eenhoofdig gezag is een uitzondering bij een klemsituatie.
- Kinderalimentatie volgt uit behoefte en draagkracht en loopt tot 21 jaar.
- Voor een verhuizing die de zorgregeling raakt, en voor reizen naar het buitenland, is toestemming van de andere ouder of de rechter nodig.
- Kinderen vanaf acht jaar worden uitgenodigd om hun mening aan de rechter te geven, maar beslissen niet.
Veelgestelde vragen
Is een ouderschapsplan ook verplicht als u nooit getrouwd bent geweest?
Ja, als u samen het ouderlijk gezag hebt. De verplichting hangt aan het gezag, niet aan het huwelijk. Er is dan geen echtscheidingsprocedure nodig, maar u legt de afspraken over zorg, informatie en kosten wel vast.
Blijft het gezag na de scheiding bij beide ouders?
Ja. Het gezamenlijk gezag loopt na de scheiding door. Alleen de rechter kan dat veranderen, en doet dat pas als het kind anders klem raakt tussen de ouders of een wijziging anderszins in zijn belang nodig is.
Tot welke leeftijd betaalt u kinderalimentatie?
Tot het kind 21 jaar wordt. Vanaf 18 jaar betaalt u de bijdrage rechtstreeks aan het kind. Daarna eindigt de onderhoudsplicht als ouder van een jongmeerderjarige; alleen in bijzondere gevallen, bijvoorbeeld als het kind door een beperking niet zelf in zijn levensonderhoud kan voorzien, kan nog een bijdrage verschuldigd zijn.
Mag uw kind zelf kiezen bij wie het woont?
Nee, maar het mag wel meepraten. Vanaf acht jaar nodigt de rechtbank uw kind uit om zijn mening te geven. De rechter weegt die mening mee en beslist op grond van het belang van het kind.
Mag u met de kinderen naar een andere stad verhuizen?
Bij gezamenlijk gezag hebt u toestemming van de andere ouder nodig als de verhuizing de zorgregeling raakt. Weigert die, dan kunt u de rechter om vervangende toestemming vragen. De rechter kijkt naar de noodzaak, de voorbereiding en de gevolgen voor het contact met de andere ouder.
Law & More stelt ouderschapsplannen op, rekent de kinderalimentatie door en voert de procedure als overleg is vastgelopen, ook bij het aanpassen van een bestaande regeling. Meer daarover leest u op onze pagina over hulp bij afspraken over de kinderen.